Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar KLPD 2000
- BWB-id
- BWBR0011339
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2000-05-27 t/m 2004-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011339
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-klpd-2000
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-klpd-2000/2000-05-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011339&g=2000-05-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011339&z=2026-06-06&g=2000-05-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011339/2000-05-27
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-klpd-2000
Artikel 8#
artikel 8, zevende lid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: a. een medewerker van de Divisie Recherche (i.o.) van het KLPD; b. een medewerker die de functie vervult van speurhondengeleider of luchtwaarnemer bij de Dienst Levende Have, respectievelijk de Politie Luchtvaartdienst van de Divisie Ondersteuning van het KLPD; c. een medewerker werkzaam in de aangifteopname bij de Divisie Spoorwegpolitie van het KLPD; d. een medewerker van de volgende onderafdelingen van de divisie Mobiliteit, afdeling Bijzondere Taken van het KLPD: 1. Gericht Verkeerstoezicht, 2. Transport- en Milieucontrole, 3. Centrale Proces-verbaalverwerking, e. een medewerker van de afdeling Informatie Coördinatie Politie (ICP) van het KLPD. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1, onderdeel d De buitengewoon opsporingsambtenaar, met uitzondering van de buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in, ten eerste, is bevoegd tot het opsporen van alle strafbare feiten voorzover dit op grond van de aard van de opgedragen werkzaamheden noodzakelijk is. 2 artikel 1, onderdeel d Wegenverkeerswet 1994 De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in, ten eerste, beperkt zich tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld als overtredingen bij of krachtens de. 3 De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Op grond van dit besluit kan het na te noemen aantal personen bij de daarbij benoemde onderdelen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd: 1. bij de Divisie Recherche (i.o.) van het KLPD: maximaal 450 personen; 2. bij de Divisie Ondersteuning van het KLPD: maximaal 16 personen; 3. bij de Divisie Spoorwegpolitie van het KLPD: maximaal 30 personen; 4. bij de afdeling Bijzondere Taken van de Divisie Mobiliteit van het KLPD: maximaal 110 personen, waarvan: a. bij Gericht Verkeerstoezicht: maximaal 30 personen; b. bij Transport- en Milieucontrole: maximaal 30 personen; c. bij Centrale Proces-verbaalverwerking: maximaal 50 personen. 5. bij de afdeling Informatie Coördinatie Informatie Politie (ICIP) van de Divisie Mobiliteit van het KLPD: maximaal 40 personen. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Utrecht. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 1, onderdeel d artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 Hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in, ten tweede, kan gebruik maken van de bevoegdheden, bedoeld in.is van toepassing. 2 artikel 1, onderdeel d De buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in, ten tweede, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar toegerust zijn met: a. een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; b. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter, en c. handboeien van een door de Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De korpschef van het KLPD brengt jaarlijks vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het KLPD; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar die de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen, kan ontheffing worden verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar HetKLPD 1995 wordt ingetrokken. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8 artikel 22 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De akten van beëdiging die op basis van het ingenoemde besluit zijn afgegeven, worden thans geacht op onderhavig besluit te berusten met inachtneming van het bepaalde in. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar KLPD 2000. 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 2000 101 25-05-2002 01-05-2000 5026014/500/JvD 27-05-2000