Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2000
- BWB-id
- BWBR0011226
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2001-02-08 t/m 2003-06-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011226
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regionale-verkeersh
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regionale-verkeersh/2001-02-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011226&g=2001-02-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011226&z=2026-06-06&g=2001-02-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011226/2001-02-08
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regionale-verkeersh
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de opsporingsambtenaren omschreven in het tweede artikel van dit besluit. 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 06-04-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De personen werkzaam als medewerker verwerking, radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionaal politiekorps en die zijn belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 06-04-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 435, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, artikel 34 van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot ten hoogste de strafbare feiten genoemd in(WAHV), de artikelen 20, 21, 22, 59, 60, 62, 68 van het Reglement Verkeersregels en Verkeertekens (RVV) en omvat mede de bevoegdheden als omschreven in artikel 160, eerste, derde en vijfde lid van de Wegenverkeerswet. 2 De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van heel Nederland. 2001 26 06-02-2001 05-02-2001 5078545/501/CBK 2001 26 06-02-2001 05-02-2001 5078545/501/CBK 08-02-2001 06-04-2000
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot het beëdigen van de buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Op basis van dit besluit kunnen maximaal 30 personen per regio zijn beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar. Hierbij geldt een maximum van in totaal 800 personen. 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 06-04-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder voor de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie van het arrondissement waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen, 2 Als direct toezichthouder is aangewezen de korpschef van de politieregio waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen. 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 06-04-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het hoofd van het bureau verkeershandhaving van het Openbaar Ministerie brengt jaarlijks, doch uiterlijk per 1 april, verslag uit aan de Minister van Justitie en vermeldt hierin in ieder geval: a. de aantallen binnen de verkeershandhavingsteams werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren, b. de door die opsporingsambtenaren verrichte activiteiten, c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd. 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 06-04-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De besluiten van het College van procureurs-generaal van 22 juni 1999, 24 november 1999 en 5 januari 2000, inhoudende categoriale aanwijzingen tot benoeming van buitengewone opsporingsambtenaren verkeershandhaving bij de korpsen Drenthe, Brabant Zuid-Oost en Midden- en West Brabant, worden ingetrokken. 2 artikel 7, eerste lid artikel 23 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De akten van beëdiging die berusten op de in, genoemde besluiten, worden thans geacht op onderhavig besluit te berusten met inachtneming van het bepaalde in. 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 06-04-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2 Onderhavig besluit vervalt met ingang van 1 januari 2005. 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 06-04-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2000. 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 2000 67 04-04-2000 15-03-2000 5017255/500/JvD 06-04-2000