Regeling bedrijfshervestiging en -beëindiging
- BWB-id
- BWBR0011719
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2004-03-18 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011719
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-bedrijfshervestiging-en-be-indiging
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-bedrijfshervestiging-en-be-indiging/2004-03-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011719&g=2004-03-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011719&z=2026-06-06&g=2004-03-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011719/2004-03-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-bedrijfshervestiging-en-be-indiging
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. BBL: artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in; c. DLG: Dienst landelijk gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; d. aanvrager: paragraaf 4 degene die overeenkomstigeen aanvraag tot subsidieverlening indient; e. landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, tuinbouw, daaronder begrepen fruitteelt, het kweken van bomen, bloemen en bloembollen, en elke andere tak van bodemcultuur met uitzondering van de bosbouw; f. bedrijf: geheel van productie-eenheden in Nederland, bestaande uit grond en een of meer bedrijfsgebouwen, dienende ter uitoefening van de landbouw; g. grond: grond ter uitoefening van de landbouw; h. bedrijfsgebouw: gebouw of complex van gebouwen, behorend bij het bedrijf en dienende voor de uitoefening van het bedrijf waaronder niet is begrepen het gedeelte van zodanig gebouw of complex van gebouwen dat bestemd is voor bewoning; i. tuinbouwbedrijf: geheel van productie-eenheden in Nederland, bestaande uit grond en een of meer bedrijfsgebouwen dienende ter uitoefening van de tuinbouw, daaronder begrepen de fruitteelt; j. toeslaggebied: artikel 3, eerste lid artikel 3, tweede lid gebied dat als zodanig is aangegeven in een besluit van gedeputeerde staten overeenkomstig, of een besluit van de minister overeenkomstig; k. reconstructieplan: artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden reconstructieplan als bedoeld in; l. reconstructiegebied: gebied waarvoor een reconstructieplan is vastgesteld dan wel wordt voorbereid; m. landinrichtingsproject: artikel 13 van de Landinrichtingswet project van herinrichting, ruilverkaveling en aanpassingsinrichting, als bedoeld in; n. natuurgebied: artikel 1, eerste lid, van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 natuurgebied als bedoeld in, zoals het krachtens die regeling nader door de provincie is begrensd; o. ruilgebied: artikel 1, eerste lid, van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 gebied als bedoeld in; p. randstadgroenstructuurproject: project waarvan het werkgebied is weergegeven op kaart 3 van het Structuurschema Groene Ruimte, deel 4, planologische kernbeslissing; q. strategisch groenproject: project waarvan het werkgebied is aangegeven op kaart 1 van het Structuurschema Groene Ruimte, deel 4, planologische kernbeslissing; r. bufferzone: zone zoals aangegeven op de PKB-kaart bufferzones van de Vierde nota over de ruimtelijke ordening Extra, deel 4, planologische kernbeslissing; s. Midden-Delfland en Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën: artikel 1 van de Reconstructiewet Midden-Delfland artikel 1 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën gebied als bedoeld in, respectievelijk gebied als bedoeld in; t. Rivieren en Natte Natuur: gebieden als opgenomen in de samenwerkingsafspraak realisatie van Veiligheid en Natte Natuur 1999-2015 in het kader van de Vierde nota waterhuishouding tussen het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en het Ministerie van Visserij en Verkeer en Waterstaat van 30 maart 2000; u robuuste verbindingen: robuuste verbindingen als bedoeld in de Nota Natuur voor mensen, mensen voor natuur (Nota natuur, bos en landschap in de 21e eeuw), van juli 2000; v. Vinac-gebied: uitbreidingslocaties als bedoeld in de Actualisering Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra, planologische kernbeslissing. u. ROM-gebied en NU-gebied: gebieden zoals aangegeven op de PKB-kaarten Regionale beleidsafspraken van de Vierde nota over de ruimtelijke ordening Extra, deel 4, planologische kernbeslissing; v. mestoverschotgebied: Wet verplaatsing mestproductie gebied I en II als bedoeld in de bijlage behorende bij de; w. verordening (EG) nr. 1257/1999 : verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L160). 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 18-03-2004 Abusievelijk is een tweede onderdeel u en v toegevoegd.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor: a. de hervestiging van een bedrijf, dat geheel of gedeeltelijk gelegen is in een toeslaggebied ter bevordering van de grondverwerving ten behoeve van natuur, recreatie of landschap, al dan niet in combinatie met de verbetering van de ruimtelijke structuur van de landbouw; b. de beëindiging van een bedrijf, of een gedeelte daarvan, voorzover dat gelegen is in een toeslaggebied, ter bevordering van de grondverwerving ten behoeve van natuur, recreatie of landschap al dan niet in combinatie met de verbetering van de ruimtelijke structuur van de landbouw. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Gedeputeerde staten bepalen bij afzonderlijk besluit in welke delen van landinrichtingsprojecten, reconstructiegebieden, natuurgebieden, ruilgebieden, randstadgroenstructuurprojecten, strategische groenprojecten, robuuste verbindingen, VINAC-gebieden Midden-Delfland en Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën onderhavige regeling van toepassing is. 2 De minister bepaalt bij afzonderlijk besluit in welke delen van bufferzones, Rivieren en Natte Natuur onderhavige regeling van toepassing is. 3 In een besluit als bedoeld in het eerste lid, respectievelijk het tweede lid, kunnen gedeputeerde staten, respectievelijk de minister, bepalen: a. dat alleen voor bepaalde typen bedrijven aanvragen kunnen worden ingediend; b. dat alleen subsidie kan worden verleend voor de hervestiging of voor de beëindiging van bedrijven; c. dat voor een bepaald maximum aantal hectares aanvragen kunnen worden ingediend. 4 Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant en in het provinciaal blad van de betreffende provincie dat algemeen verkrijgbaar wordt gesteld. 5 Een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 18-03-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De minister stelt voor ieder kalenderjaar voor op grond van deze regeling te verstrekken subsidies een subsidieplafond vast. 2 artikel 2, onderdeel a artikel 2, onderdeel b De minister kan voor subsidies als bedoeld onder, en, verschillende subsidieplafonds vaststellen. 3 De vaststelling van het subsidieplafond maakt de minister bekend in de Staatscourant. 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 18-03-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, onderdeel a De subsidie voor hervestiging van een bedrijf als bedoeld in, wordt verstrekt indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. artikel 196 van de Landinrichtingswet, artikel 76 van de Reconstructiewet Midden-Delfland artikel 80 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën artikel 62 van de Reconstructiewet concentratiegebieden overdracht van de bij het bedrijf behorende grond in eigendom, vrij van enig gebruiksrecht, aan BBL op grond van een koopovereenkomst tussen BBL en de aanvrager, of inbreng van de bij het bedrijf behorende grond in een overeenkomst tussen de aanvrager en de landinrichtingscommissie inzake inbreng en toedeling van gronden vooruitlopend op het plan van toedeling als bedoeld inofof inbreng van de bij het bedrijf behorende grond in een overeenkomst tussen de aanvrager en gedeputeerde staten inzake inbreng en toedeling van gronden, vooruitlopend op het plan van toedeling bedoeld in; b. hervestiging van een volwaardig bedrijf op een andere plaats door de aanvrager binnen vierentwintig maanden na het sluiten van de in onderdeel a bedoelde overeenkomsten, en c. voorzover de bedrijfsgebouwen gelegen zijn binnen een landinrichtingsproject of een reconstructiegebied, opname van een clausule in de in onderdeel a bedoelde overeenkomsten dat de bedrijfsgebouwen aan het gebruik voor de landbouw worden onttrokken. 2 In bijzondere gevallen kan de minister, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, op verzoek van de aanvrager of de eigenaar toestemming verlenen voor het behoud van eigendom of gebruik van een deel van de grond, of, in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, voor het gebruik van de bedrijfsgebouwen voor de landbouw door de aanvrager of de eigenaar. Hieraan kunnen voorschriften worden verbonden. 3 De in het tweede lid bedoelde toestemming wordt uitsluitend verleend indien: a. de aanvrager tevens eindbeheerder is, of b. het verzoek niet meer dan 10% van het toeslaggebied betreft en de oppervlakte niet groter dan 2 hectare is. 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 18-03-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, eerste lid, onderdeel b De hervestiging van een bedrijf als bedoeld in, vindt plaats buiten een natuurgebied en buiten een mestoverschotgebied. 2 In afwijking van het eerste lid kan de hervestiging binnen een mestoverschotgebied plaatsvinden indien het de hervestiging van een tuinbouwbedrijf betreft, of indien de hervestiging plaatsvindt op grond die voor 80% of meer uit kleigrond bestaat of binnen een landinrichtingsproject, een reconstructiegebied, een ROM-gebied of NU-gebied, waar volgens het landinrichtingsplan, het reconstructieplan respectievelijk het geldende plan van aanpak, hervestiging is toegestaan. 2002 152 12-08-2002 09-08-2002 TRCJZ/2002/3128 2002 152 12-08-2002 09-08-2002 TRCJZ/2002/3128 14-08-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2, onderdeel b De subsidie voor de beëindiging van een bedrijf of een gedeelte daarvan, als bedoeld in, wordt verstrekt indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. overdracht van de bij het bedrijf behorende grond in eigendom, vrij van enig gebruiksrecht, aan BBL op grond van een koopovereenkomst tussen BBL en de aanvrager, voorzover deze in een toeslaggebied ligt, en b. beëindiging van het gebruik van de grond voor de landbouw binnen dertien maanden na overdracht aan BBL. 2 In bijzondere gevallen kan de minister, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, op verzoek van de aanvrager of eigenaar, toestemming verlenen voor het behoud van eigendom of gebruik van een deel van de grond door de aanvrager of eigenaar. Hieraan kunnen voorschriften worden verbonden. 3 De in het tweede lid bedoelde toestemming wordt uitsluitend verleend indien: a. de aanvrager tevens eindbeheerder is, of b. het verzoek niet meer dan 10% van het toeslaggebied betreft en de oppervlakte niet groter dan 2 hectare is. 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 18-03-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Geen subsidie wordt verleend: a. indien uit anderen hoofde door de minister subsidie is verleend ter zake van de beëindiging of de hervestiging van het bedrijf of een gedeelte daarvan; b. hoofdstukken I IV indien aan de aanvrager voor de betreffende gronden een volledige schadeloosstelling is betaald op grond van de,of VII van de onteigeningswet; c. artikel 94, eerste lid, van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 artikel 82 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer indien met betrekking tot de desbetreffende gronden een koopplicht voor BBL als bedoeld inofvan toepassing is; d. indien de beëindiging of de hervestiging van het bedrijf heeft plaatsgevonden voordat een aanvraag tot subsidieverlening was ingediend; e. verordening (EG) nr. 1257/1999 artikel 18, eerste lid artikel 18, tweede lid indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op hoofdstuk IX van, of indien een verleende subsidie wordt ingetrokken op grond van, of een vastgestelde subsidie wordt ingetrokken op grond van. 2 artikelen 10 11 Voorzover voor de beëindiging of de hervestiging van het bedrijf eveneens subsidie wordt verstrekt door andere overheidsorganen wordt op grond van deze regeling slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat de som van de subsidies niet meer bedraagt dan de op grond van deofvastgestelde bedragen. 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 18-03-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 verordening (EG) nr. 1257/1999 artikel 18, eerste lid artikel 18, tweede lid Indien de aanvrager opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op hoofdstuk IX van, of indien in geval van opzet een verleende subsidie wordt ingetrokken op grond van, of een vastgestelde subsidie wordt ingetrokken of gewijzigd op grond van, wordt tevens geen subsidie verleend in het daaropvolgende jaar. 2 Indien de aanvrager opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt wordt geen subsidie verleend voor het daaropvolgende jaar. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De subsidie voor hervestiging van een bedrijf bedraagt, indien op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening ten minste 50% van de totale bedrijfsoppervlakte, gelegen is in een toeslaggebied, de som van: a. € 2.722,68 per hectare voor de over te dragen grond; b. maximaal 6% van de grondprijs van de aan BBL over te dragen grond, voorzover de aanvrager daarvoor in verband met bedrijfshervestiging overdrachtsbelasting is verschuldigd, en c. een bijdrage van 10% van de agrarische waarde van erf, bedrijfsgebouwen en woning tot een maximum van € 45.378,02. 2 De subsidie voor hervestiging van een bedrijf bedraagt, indien op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening minder dan 50% van de totale bedrijfsoppervlakte gelegen is in een toeslaggebied, de som van: a. € 2.722,68 per hectare voor de over te dragen grond voorzover deze is gelegen in een toeslaggebied, en b. maximaal 6% van de grondprijs van de aan BBL over te dragen grond, voorzover de aanvrager daarvoor in verband met bedrijfshervestiging overdrachtsbelasting is verschuldigd. 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 01-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De subsidie voor de beëindiging van een bedrijf bedraagt de som van: a. € 2.722,68 per hectare voor de aan BBL over te dragen grond voorzover deze is gelegen in een toeslaggebied; b. artikel 3.79 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 het bedrag dat de aanvrager aan inkomstenbelasting verschuldigd is ter zake van de winst behaald met de staking van zijn onderneming als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 oftot een maximum van € 1815,12 per hectare voor de aan BBL over te dragen grond voorzover deze in een toeslaggebied ligt. 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 2001 214 05-11-2001 12-10-2001 TRCJZ/2001/14286 01-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De aanvraag wordt ingediend door een natuurlijk persoon of rechtspersoon die beschikt over de eigendom of over het gebruiksrecht van de bij een bedrijf behorende grond. 2 artikel 70f, vijfde lid, van de Pachtwet Indien de in het eerste lid bedoelde personen niet over de eigendom van de bij het bedrijf behorende gronden beschikken, dienen zij gebruiksgerechtigd te zijn ingevolge een goedgekeurde pachtovereenkomst met een looptijd van tenminste zes jaar voor de grond en twaalf jaar voor de bedrijfsgebouwen, met uitzondering van de pachtovereenkomst bedoeld in. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Een aanvraag wordt gericht aan de minister en ingediend bij de directeur DLG, te Utrecht. 2 Een aanvraag gaat vergezeld van: a. een omschrijving van de voorgenomen activiteit; b. een topografische kaart met een schaal van 1:10.000 waarop de ligging en oppervlakte van de door BBL aan te kopen gronden waar de subsidie betrekking op heeft, alsmede in geval van hervestiging de plaats van hervestiging, zijn aangegeven; c. in geval de aanvrager geen eigenaar is, een verklaring van de eigenaar dat deze de grond in eigendom, vrij van enig gebruiksrecht, over zal dragen aan BBL; d. artikel 5, eerste lid onderdeel b een document waarmee wordt aangetoond dat hervestiging overeenkomstig, zal plaatsvinden; e. artikel 5, eerste lid onderdeel a voorzover aan de orde, de in, bedoelde overeenkomst tussen de aanvrager en de landinrichtingscommissie of gedeputeerde staten inzake de inbreng en de toedeling van gronden, en f. artikel 5, tweede lid artikel 7, tweede lid voorzover aan de orde, een verzoek als bedoeld in, of. 2002 152 12-08-2002 09-08-2002 TRCJZ/2002/3128 2002 152 12-08-2002 09-08-2002 TRCJZ/2002/3128 14-08-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De minister geeft een beschikking tot subsidieverlening binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 2 De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval: a. de ligging en oppervlakte van de gronden, naar kadastrale maat gerekend, waar de subsidie betrekking op heeft; b. de berekening op basis waarvan het bedrag van de subsidie zal worden vastgesteld, en c. artikel 5, tweede lid artikel 7, tweede lid in voorkomend geval de voorschriften zoals genoemd in, en. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 5 artikel 7 Binnen twaalf weken nadat hervestiging als bedoeld inof beëindiging als bedoeld inheeft plaatsgevonden, dient de aanvrager een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de directeur DLG, te Utrecht, gericht aan de minister. 2 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de beëindiging of de hervestiging van het bedrijf heeft plaatsgevonden overeenkomstig de in deze regeling opgenomen voorwaarden. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 verordening (EG) nr. 4045/1989 Richtlijn 77/435/EEG De subsidieontvanger is verplicht een overzichtelijke en deugdelijke administratie te voeren ten aanzien van de activiteit waar de subsidieverlening betrekking op heeft en deze te bewaren gedurende tenminste drie jaren na datum van de subsidievaststelling, conform artikel 4 vanvan de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van(PbEG L388). 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger voorschotten verlenen tot ten hoogste 80% van de verleende subsidie. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 verordening (EG) nr. 1257/1999 De verleende subsidie wordt ingetrokken indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op hoofdstuk IX van. 2 verordening (EG) nr. 1257/1999 De vastgestelde subsidie wordt ingetrokken indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste informatie heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op hoofdstuk IX van. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Indien de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling is ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger is gewijzigd, betaalt de aanvrager de door hem ontvangen subsidiebedragen en voorschotten terug op eerste vordering van de minister vermeerderd met de wettelijke rente over de periode van de datum van uitbetaling van de subsidie tot het tijdstip van voldoening. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast alle daartoe aangewezen medewerkers van DLG. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De Regeling verlening hervestigingstoeslag en de Regeling Afkoop Toedelingsrechten 1985 worden ingetrokken. 2 De Regeling houdende verlening toeslag ter zake van de overdracht in eigendom of verpachting van landbouwgronden wordt ingetrokken. 3 Op subsidies verstrekt op grond van de in het eerste lid bedoelde regelingen blijven die regelingen van toepassing. 4 verordening (EG) nr. 1257/99 In afwijking van het derde lid worden subsidies die vanaf 1 januari 2000 op grond van de in het eerste lid bedoelde regelingen zijn aangevraagd of verstrekt en die voor cofinanciering in aanmerking komen op grond van, geacht te zijn aangevraagd onderscheidenlijk verstrekt op grond van deze regeling. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 2004 52 16-03-2004 08-03-2004 TRCJZ/2004/231 18-03-2004
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 1 Voorzover nog geen natuurgebieden en ruilgebieden als bedoeld in, onderdelen k en l zijn begrensd, wordt voor de toepassing van deze regeling onder natuurgebieden en ruilgebieden verstaan de overeenkomstig de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling nader door de provincies begrensde reservaatsgebieden, natuurontwikkelingsprojecten en aankoopgebieden. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 28 september 2000. 2 Artikel 4 treedt in werking per 1 januari 2001. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bedrijfshervestiging en -beëindiging. 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 2000 205 23-10-2000 20-10-2000 TRCJZ/2000/11943 25-10-2000 28-09-2000