Regeling Bijzondere Bijstandseenheden
- BWB-id
- BWBR0011952
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2007-01-01 t/m 2009-09-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011952
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-bijzondere-bijstandseenheden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-bijzondere-bijstandseenheden/2007-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011952&g=2007-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011952&z=2026-06-06&g=2007-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011952/2007-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-bijzondere-bijstandseenheden
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. artikel 60, eerste lid, van de Politiewet 1993 Bijzondere bijstandseenheid: bijstandseenheid als bedoeld in; b. artikel 8 van het Besluit beheer regionale politiekorpsen Aanhoudings- en Ondersteuningseenheden (AOE’s): aanhoudings- en ondersteuningseenheden van de regionale politiekorpsen als bedoeld inen de aanhoudings- en ondersteuningseenheid van de Brigade Speciale beveiligingsopdrachten van de Koninklijke marechaussee; c. Unit Interventie Mariniers (UIM): bijzondere bijstandseenheid van het Korps Mariniers van het Commando Zeestrijdkrachten; d. instellingsregeling Afstemmingsoverleg stelsel van speciale eenheden: ingevolge devan de Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie d.d. 28 juni 2006 als zodanig aangewezen Afstemmingsoverleg stelsel voor speciale eenheden; e. instellingsregeling Beleidsteam DSI: ingevolge devan de Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie d.d. 28 juni 2006 als zodanig aangewezen Beleidsteam DSI. 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 01-07-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een Dienst Speciale Interventies (DSI). 2 De DSI heeft tot taak het bestrijden van alle voorkomende vormen van grof geweld dan wel terrorisme over het gehele geweldsspectrum, alsmede het uitvoeren van specifiek door de Minister van Justitie opgedragen taken. 3 De DSI bestaat uit de volgende onderdelen: a. de Unit Interventie (UI), zijnde een bijzondere bijstandseenheid van het Korps landelijke politiediensten bestaande uit krijgsmacht- en politiepersoneel; b. de Unit Expertise & Operationele Ondersteuning (UE&OO), zijnde een bijzondere bijstandseenheid van het Korps landelijke politiediensten welke is belast met de technische ondersteuning van de DSI waaronder mede begrepen het geven van lange afstand precisievuur ter ondersteuning van de UI, de UIM en de AOE’s; c. een stafafdeling. 4 Het beheer van de DSI berust bij het Korps landelijke politiediensten. 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 01-07-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 01-07-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Behoeft een politiekorps of de Koninklijke marechaussee bijstand van een bijzondere bijstandseenheid dan richt het College van procureurs-generaal, op aanvraag van de officier van justitie, een verzoek daartoe aan de Minister van Justitie. Dit verzoek gaat vergezeld van een plan van inzet. 2 De daadwerkelijke inzet van bijzondere bijstandseenheden vindt plaats na goedkeuring van het plan van inzet van deze eenheid, eenheden of onderdelen daarvan door de Minister van Justitie. 3 Het plan van inzet bevat een voorstel aangaande welke bijstandseenheid zou moeten worden ingezet. Dit voorstel wordt door de officier van justitie gemaakt op basis van de volgende criteria: a. de mate van het te verwachten geweld; b. de situatie van de dreiging; c. de flexibiliteit van de eenheden. 4 Indien het plan van inzet betrekking heeft op de UIM, consulteert de Minister van Justitie de Minister van Defensie, alvorens over het plan van inzet te beslissen. 5 De Minister van Justitie stelt in overeenstemming met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie standaard inzetscenario’s vast. 6 Indien voor de inzet geen vooraf vastgesteld standaard inzetscenario voorhanden is, consulteert de Minister van Justitie zo mogelijk de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, alvorens over het plan van inzet te beslissen. 7 artikel 4, eerste lid De Minister van Justitie laat zich in een nationale situatie adviseren door het Beleidsteam DSI, alvorens over het plan van inzet genoemd in, te beslissen. 8 De Ministers van Defensie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Algemene Zaken worden door de Minister van Justitie onverwijld in kennis gesteld van een besluit tot inzet van een bijzondere bijstandseenheid. Dit geschiedt zo mogelijk voorafgaand aan de daadwerkelijke inzet. 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 01-07-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De voorzitter van het College van procureurs-generaal beslist namens de Minister van Justitie op een verzoek tot inzet van een bijzondere bijstandseenheid, afgezien van die situaties: a. artikel 4, derde lid waarin de UIM op basis van de criteria, genoemd in, de aangewezen eenheid is om te worden ingezet; b. waarin zich meerdere incidenten op verschillende locaties tegelijkertijd voordoen, waartussen vermoedelijk een verband bestaat; c. waarin op enige andere wijze een groot nationaal belang in het geding is; d. artikel 4, vierde lid waarvoor geen vooraf vastgesteld standaard inzetscenario als bedoeld in, voorhanden is. 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 01-07-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het hoofd DSI heeft de algehele leiding over het optreden van de bijzondere bijstandseenheden en de daarbij aan de bijzondere bijstandseenheden toegevoegde eenheden. 2 Het hoofd DSI is belast met de uitvoering van de door of vanwege het bevoegd gezag gegeven aanwijzingen, opdrachten en ingediende verzoeken. 3 Het hoofd DSI draagt zorg voor de chronologische verslaglegging van het feitelijk optreden. 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 01-07-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De commandant van de betrokken bijzondere bijstandseenheid is de operationeel commandant interventie en heeft de feitelijke leiding over de eigen eenheid en de eenheden die ten behoeve van de interventie worden ingezet. Deze commandant staat onder direct bevel van het hoofd DSI. 2 Indien er verschillende bijstandseenheden worden ingezet, wijst het hoofd DSI de operationeel commandant van de algehele inzet aan. 3 De operationeel commandant interventie draagt zorg voor de verbindingen met de onder hem gestelde commandanten. Hij is belast met verslaglegging van het feitelijk optreden. 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 01-07-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 01-07-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De lange afstand precisieschutters van de UE&OO hebben voldaan aan de eindtermen van de door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen vervolgopleiding voor precisieschutter. 2 De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat de kennis en de vaardigheden van de in het eerste lid genoemde ambtenaren ten minste op het niveau van de in het eerste lid bedoelde eindtermen blijven. 2006 250 22-12-2006 07-12-2006 5458143/06/NCTb 2006 250 22-12-2006 07-12-2006 5458143/06/NCTb 01-01-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 01-07-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 2006 124 29-06-2006 28-06-2006 5427439/06/NCTb 01-07-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 Met het in werking treden van deze regeling komt de regeling van 29 maart 1994 kenmerken 430240/594/GBJ en EA94/U 892 te vervallen. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 R 83/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 R 83/00 31-12-2000
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Bijzondere Bijstandseenheden. 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 R 83/00 2000 252 29-12-2000 13-12-2000 R 83/00 31-12-2000