Regeling financiering en verantwoording Abw, IOAW en IOAZ
- BWB-id
- BWBR0011934
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2019-03-01 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011934
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-financiering-en-verantwoording-ioaw-ioaz-en-bbz-200
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-financiering-en-verantwoording-ioaw-ioaz-en-bbz-200/2019-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011934&g=2019-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011934&z=2026-06-06&g=2019-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011934/2019-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-financiering-en-verantwoording-ioaw-ioaz-en-bbz-200
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers IOAW:; c. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen IOAZ:; d. Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 Bbz 2004:; e. artikel 56 van het Bbz 2004 declaratie: opgave van kosten als bedoeld in; f. artikel 48, derde en vierde lid, van het Bbz 2004 artikel 14a van de Abw de ten laste van de gemeente gebleven kosten: de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in, waaronder begrepen de baten door toepassing van; g. artikel 48, eerste lid, van het Bbz 2004 uitkeringskosten: de kosten van uitkeringen, bedoeld in; h. artikel 48, derde en vierde lid, van het Bbz 2004 de ten laste van de gemeente gebleven kosten: de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 1a — Artikel 1a Vaststelling norm voor de baten bijstand bedrijfskapitaal#
Artikel 1a Vaststelling norm voor de baten bijstand bedrijfskapitaal 1 artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004 De norm voor de baten, bedoeld inwordt berekend door de in het tweede lid bedoelde macronorm te vermenigvuldigen met de gemiddelde jaarlijkse lasten van de gemeente van algemene bijstand ter voorziening in de behoefte in bedrijfskapitaal over een periode van vijf jaren voorafgaand aan het jaar voor het jaar waarop de vergoeding, bedoeld in artikel 48 van het Bbz 2004, betrekking heeft. 2 artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004 De macronorm is vastgesteld aan de hand van de som van de baten in verband met de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal van alle gemeenten over vijf jaren gedeeld door de som van de lasten in verband met verleende bijstand ter voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal van alle gemeenten en is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in, voor de kalenderjaren 2013, 2014 en 2015 bepaald op 54,9%. 3 artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004 De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in, voor het kalenderjaar 2016 bepaald op 63,3%. 4 artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004 De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in, voor het kalenderjaar 2017 bepaald op 77,0%. 5 artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004 De macronorm is voor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in, voor het kalenderjaar 2018 bepaald op 91,4%. 6 artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004 In afwijking van het eerste lid, is de norm voor de baten, bedoeld invoor de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het Bbz 2004, voor het kalenderjaar 2019 bepaald op de feitelijke baten. 2018 68262 05-12-2018 27-11-2018 2018-0000171346 2018 68262 05-12-2018 27-11-2018 2018-0000171346 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Bbz 2004 Voorschot#
Artikel 2 Bbz 2004 Voorschot 1 artikel 48, eerste lid, van het Bbz 2004 artikel 56, eerste lid, van het Bbz 2004 De minister stelt maandvoorschotten vast ten behoeve van de vergoeding van de uitkeringskosten, bedoeld in, en de uitvoeringskosten en kosten van onderzoek, bedoeld in. 2 Bbz 2004 De maandvoorschotten voor een kalenderjaar worden betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand waarop zij betrekking hebben, op basis van het over het twee jaar terugliggende kalenderjaar door burgemeester en wethouders gedeclareerde bedrag, waarbij afstemming plaatsvindt op de landelijk verwachte kosten voor het. 2009 20086 23-12-2009 16-12-2009 IVV/FB/09/27761 2009 20086 23-12-2009 16-12-2009 IVV/FB/09/27761 01-01-2010
Artikel 3 — Artikel 3 Opschorting en terugvordering van uitkering en voorschotten#
Artikel 3 Opschorting en terugvordering van uitkering en voorschotten 1 artikelen 54, eerste lid, van de IOAW 54, eerste lid, van de IOAZ artikel 69, eerste lid, van de Participatiewet artikel 7b, eerste lid Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in de, of, niet op de in, genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld invoor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend. 2 artikel 77, tweede lid, van de Participatiewet artikel 4, eerste lid, van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in, niet op de ingenoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de maandvoorschotten Bbz 2004 voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend. 3 artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet Bbz 2004 Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in, met betrekking tot de uitvoering van hetniet door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen binnen twaalf maanden na het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, worden de maandvoorschotten met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar op nihil vastgesteld en worden de reeds betaalde voorschotten teruggevorderd. 4 De betaling van de uitkeringen en de maandvoorschotten wordt bij de toepassing van het eerste en het tweede lid hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering is ontvangen. 5 IOAW IOAZ Bbz 2004 Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor het financieel beheer van de, deof het. 6 In afwijking van het eerste en tweede lid kan worden afgezien van opschorting als op het moment waarop over opschorting wordt beslist het beeld van de uitvoering alsnog juist en volledig is ontvangen. 2019 9262 21-02-2019 13-02-2019 2019-0000018842 2019 9262 21-02-2019 13-02-2019 2019-0000018842 01-03-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Bbz 2004 Bbz 2004 Betaling uitkering, verhoging en aanvullende uitkering#
Artikel 4 Bbz 2004 Bbz 2004 Betaling uitkering, verhoging en aanvullende uitkering 1 artikel 50, eerste lid, van het Bbz 2004 De uitkering, bedoeld in, wordt in gelijke maandelijkse delen gedurende het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft betaald, telkens op of omstreeks de vijftiende van de maand. 2 artikel 51 van het Bbz 2004 Indien de uitkering op grond vanwordt verhoogd in het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, wordt het bedrag waarmee de uitkering wordt verhoogd in gelijke maandelijkse delen, met ingang van de maand volgend op de maand waarin het bedrag is vastgesteld, gedurende het restant van het kalenderjaar betaald, telkens op of omstreeks de vijftiende van de maand. 3 artikel 51 van het Bbz 2004 Indien de uitkering op grond vanwordt verhoogd in het jaar volgend op het jaar waarop de uitkering betrekking heeft, wordt het bedrag waarmee de uitkering wordt verhoogd betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin het bedrag is vastgesteld. 4 artikel 52 van het Bbz 2004 Aan gemeenten die in aanmerking komen voor de aanvullende uitkering, bedoeld in, wordt deze betaald op of omstreeks de vijftiende van de maand volgend op de maand waarin deze is vastgesteld. 2009 20086 23-12-2009 16-12-2009 IVV/FB/09/27761 2009 20086 23-12-2009 16-12-2009 IVV/FB/09/27761 01-01-2010
Artikel 5 — Artikel 5 Bbz 2004 Bedragen vergoeding uitvoeringskosten en kosten van onderzoek#
Artikel 5 Bbz 2004 Bedragen vergoeding uitvoeringskosten en kosten van onderzoek 1 artikel 56, eerste lid, onderdeel a, van het Bbz 2004 De vergoeding per besluit op een aanvraag van ondernemers in de binnenvaart om verlening van bijstand, bedoeld in, bedraagt € 317,00. 2 artikel 56, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004 artikel 2 van het Bbz 2004 De kosten, bedoeld in, van een aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan zelfstandigen als bedoeld in, komen voor vergoeding in aanmerking, voorzover zij niet meer bedragen dan: a. artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, van het Bbz 2004 € 2.660,00 voor een uitgebreid rapport en € 1.572,00 voor een verkort rapport betrekking hebbend op bijstandsverlening aan een gevestigde of een startende zelfstandige als bedoeld in; b. artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, van het Bbz 2004 € 967,00 voor een rapport betrekking hebbend op bijstandsverlening aan een oudere of een beëindigende zelfstandige als bedoeld inof een nader of vervolgrapport betrekking hebbend op bijstandsverlening aan een zelfstandige. 3 De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, onderdelen a en b, worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens de Minister medegedeeld in de Staatscourant. 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019 2018 67779 03-12-2018 23-11-2018 2018-0000186071 2018 67779 03-12-2018 23-11-2018 2018-0000186071 01-01-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2001 15 22-01-2001 18-01-2001 BZ/ACT/00/85398 2001 15 22-01-2001 18-01-2001 BZ/ACT/00/85398 24-01-2001
Artikel 7 — Artikel 7 Verslag over de uitvoering, accountantsverklaring en oordeel raad#
Artikel 7 Verslag over de uitvoering, accountantsverklaring en oordeel raad Vervallen 2008 250 24-12-2008 10-12-2008 W&B/SFI/08/35152 2008 250 24-12-2008 10-12-2008 W&B/SFI/08/35152 01-01-2009
Artikel 7a — Artikel 7a Geen accountantsverklaring#
Artikel 7a Geen accountantsverklaring Vervallen 2006 243 13-12-2006 06-12-2006 W&B/SFI/06/90237 2006 243 13-12-2006 06-12-2006 W&B/SFI/06/90237 01-01-2007
Artikel 7b — Artikel 7b Beeld van de uitvoering#
Artikel 7b Beeld van de uitvoering 1 artikelen 54, eerste lid, van de IOAW 54, eerste lid, van de IOAZ Het beeld van de uitvoering, bedoeld in deen, wordt voor 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het beeld van de uitvoering betrekking heeft door de minister ontvangen. 2 artikel 77, tweede lid, van de Participatiewet artikel 48, eerste lid, van het Bbz 2004 artikel 56, eerste lid, van het Bbz 2004 Het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, omvat mede een declaratie van de uitkeringskosten, bedoeld in, en de uitvoeringskosten en kosten van onderzoek, bedoeld in, over het afgelopen kalenderjaar. 3 Het beeld van de uitvoering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld. 4 artikel 2, eerste lid Op basis van het beeld van de uitvoering, bedoeld in het tweede lid, vindt een voorlopige verrekening plaats met de verleende voorschotten, bedoeld in. 2019 9262 21-02-2019 13-02-2019 2019-0000018842 2019 9262 21-02-2019 13-02-2019 2019-0000018842 01-03-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Rechtmatige wetsuitvoering#
Artikel 8 Rechtmatige wetsuitvoering Vervallen 2006 243 13-12-2006 06-12-2006 W&B/SFI/06/90237 2006 243 13-12-2006 06-12-2006 W&B/SFI/06/90237 01-01-2007
Artikel 9 — Artikel 9 Bbz 2004 Berekening financieel beslag van tekortkomingen#
Artikel 9 Bbz 2004 Berekening financieel beslag van tekortkomingen Vervallen 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 9a — Artikel 9a Wijziging wettelijke grondslag#
Artikel 9a Wijziging wettelijke grondslag artikel 54, tweede lid, van de IOAW artikel 54, tweede lid, van de IOAZ artikelen 49, eerste lid 50, tweede lid 53 56, eerste lid 57, eerste lid, van het Bbz 2004 Deze regeling berust mede op,en de,,,en. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 10 — Artikel 10 Overgangsbepaling#
Artikel 10 Overgangsbepaling artikel 3 Bij de opschorting en terugvordering van voorschotten over het vergoedingsjaar 2009 en eerdere vergoedingsjaren wordt beslist met toepassing van, zoals dat luidde op 31 december 2009. 2009 20086 23-12-2009 16-12-2009 IVV/FB/09/27761 2009 20086 23-12-2009 16-12-2009 IVV/FB/09/27761 01-01-2010
Artikel 11 — Artikel 11 Wijziging Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Wik#
Artikel 11 Wijziging Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Wik Wijzigt de Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Wik 2000 251 28-12-2000 12-12-2000 BZ/BU/00/74081 2000 251 28-12-2000 12-12-2000 BZ/BU/00/74081 30-12-2000 Artikel 11, onderdelen D, E, G, H, I en J, werkt terug tot en met 1 januari 2000. Artikel 11, onderdeel F, werkt terug tot en met 1 oktober 2000.
Artikel 12 — Artikel 12 Inwerkingtreding#
Artikel 12 Inwerkingtreding 1 artikel 11, onderdelen D tot en met J Deze regeling treedt, met uitzondering van, in werking met ingang van 1 januari 2001. 2 Artikel 11, onderdelen D, E, G, H, I en J , treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2000. 3 Artikel 11, onderdeel F , treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag-tekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2000. 2000 251 28-12-2000 12-12-2000 BZ/BU/00/74081 2000 251 28-12-2000 12-12-2000 BZ/BU/00/74081 01-01-2001
Artikel 13 — Artikel 13 Citeertitel#
Artikel 13 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiering en verantwoording IOAW, IOAZ en Bbz 2004. 2003 244 17-12-2003 25-11-2003 W&B/SFI/2003/87935 2003 244 17-12-2003 25-11-2003 W&B/SFI/2003/87935 01-01-2004