Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
- BWB-id
- BWBR0012010
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2004-11-01 t/m 2005-06-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012010
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-inzake-hygi-nevoorschriften-besmettelijke-dierziekt
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-inzake-hygi-nevoorschriften-besmettelijke-dierziekt/2004-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012010&g=2004-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012010&z=2026-06-06&g=2004-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012010/2004-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-inzake-hygi-nevoorschriften-besmettelijke-dierziekt
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. vervoermiddel: Voertuigreglement Voertuigreglement voertuig in de zin van het, daaronder mede begrepen een samenstel van voertuigen in de zin van het, alsmede containers en opleggers; b. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie, niet zijnde Nederland; c. derde land: land, niet zijnde Nederland en niet zijnde een lidstaat; d. verzamelcentrum voor varkens: artikel 4, eerste lid, van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000 verzamelcentrum dat op grond vanis erkend; e. verzamelcentrum voor runderen: artikel 2.63, tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten verzamelcentrum dat op grond vanis erkend; f. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; g. VWA: de Voedsel en Waren Autoriteit, ingesteld bij besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juli 2002 (Stcrt. 127); h. reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen: geheel aan installaties en voorzieningen nodig voor het reinigen en ontsmetten van vervoermiddelen; i. varkenshouderijbedrijf: locatie, al dan niet behorend bij een landbouwbedrijf, waar vijf of meer evenhoevigen worden gehouden dan wel een locatie die voor het zodanig houden bestemd is, met uitzondering van percelen weiland zonder bebouwing; j. rundveehouderijbedrijf: locatie, al dan niet behorend bij een landbouwbedrijf, waar vijf of meer evenhoevigen worden gehouden dan wel een locatie die voor het zodanig houden bestemd is, met uitzondering van percelen weiland zonder bebouwing; k. evenhoevigen: varkens, runderen, schapen, geiten of herten; l. slachtplaats met geringe capaciteit: artikel 10 van het Besluit produktie en handel vers vlees slachthuis dat op grond vanis erkend voor het slachten van vee; m. wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ; n. geaccrediteerde keuringsinstantie: keuringsinstantie, waarvan 0 artikel 24, onderdeel 13 door de Nederlandse Raad voor Accreditatie of een gelijkwaardige buitenlandse instantie is verklaard dat de keuringsinstantie voldoet aan de criteria van EN 45004 en ISO 17020 en de relevante criteria van ISO 9001/9002, voorzover deze verklaring betrekking heeft op het opstellen van het in, genoemde bedrijfsrapport, dan wel, 0 artikel 24, onderdeel 13 door de Nederlandse Raad voor Accreditatie of een gelijkwaardige buitenlandse instantie is verklaard dat de keuringsinstantie voldoet aan de criteria van EN 45004 en ISO 17020 en de relevante criteria van ISO 9001/9002, voorzover deze verklaring betrekking heeft op verrichtingen in de veehouderij, en de keuringsinstantie aan de Nederlandse Raad voor Accreditatie of een gelijkwaardige buitenlandse instantie heeft verzocht te verklaren dat de keuringsinstantie aan genoemde criteria voldoet met betrekking tot het in, genoemde bedrijfsrapport en dit verzoek niet is afgewezen; o. houderij van evenhoevigen: locatie, al dan niet behorend bij een landbouwbedrijf, waar vijf of meer evenhoevigen worden gehouden dan wel een locatie die voor het zodanig houden bestemd is, met uitzondering van percelen weiland zonder bebouwing; p. verzamelcentrum voor evenhoevigen: artikel 4 artikel 9b artikel 9l, van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000 verzamelcentrum dat op grond van,ofis erkend; q. richtlijn nr. 91/68/EEG : richtlijn nr. 91/68/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L46). 2 In deze regeling wordt onder het vervoeren van een vervoermiddel verstaan het voortbewegen of doen voortbewegen van een vervoermiddel. 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 01-11-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 6 7 8 10 15 18 19 Het is verboden evenhoevigen te vervoeren met een vervoermiddel, tenzij is voldaan aan de,,,,tot en meten. 2 In het eerste lid wordt onder het vervoeren met een vervoermiddel mede verstaan het aanwezig zijn van een vervoermiddel waarmee kennelijk evenhoevigen zijn of zullen worden vervoerd, op of in de nabijheid van plaatsen waar kennelijk evenhoevigen zijn gelost of geladen, dan wel waar gewoonlijk evenhoevigen worden gelost of geladen, met inbegrip van de daarbij behorende parkeerplaatsen. 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a artikel 8, tweede lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 Indien een vervoerder van evenhoevigen het bepaalde in deze regeling bij herhaling overtreedt, kan de minister de erkenning, bedoeld in, schorsen of intrekken. 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het is verboden een of meer evenhoevigen te vervoeren met een vervoermiddel waaruit uitwerpselen, strooisel of voeder kunnen lopen of vallen. 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 01-11-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage I, deel A Het is verboden een of meer evenhoevigen te ontvangen op een houderij van evenhoevigen of slachtplaats met geringe capaciteit, tenzij op dat bedrijf of die plaats een voorziening voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor evenhoevigen aanwezig is die voldoet aan, bij deze regeling. 2 artikel 23, eerste lid Het is verboden een of meer evenhoevigen of vervoermiddelen voor evenhoevigen te vervoeren naar, dan wel een of meer evenhoevigen, af te leveren, te ontvangen of te houden op een slachtplaats, niet zijnde een slachtplaats met geringe capaciteit, verzamelcentrum voor evenhoevigen of een andere, voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen bestemde of gebruikte plaats, tenzij die plaats beschikt over een reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen die is geregistreerd overeenkomstig. 3 Het is verboden een of meer evenhoevigen te ontvangen op een houderij van evenhoevigen of een slachtplaats met geringe capaciteit, bij een temperatuur van 0° C of lager, tenzij a. artikel 23, eerste lid dat bedrijf of die plaats beschikt over een reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen die is geregistreerd overeenkomstig, of b. de voorziening, bedoeld in het eerste lid, zodanig is ingericht dat een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen onder alle klimatologische omstandigheden ongehinderd, met voldoende capaciteit in relatie tot de werkzaamheden op het bedrijf en ongeacht het type vervoermiddel kan plaatsvinden. 4 artikel 23, eerste lid De in het eerste en derde lid bedoelde verboden zijn niet van toepassing op een slachtplaats met geringe capaciteit waarvan de eigenaar of exploitant beschikt over een door de minister afgegeven vergunning om vervoermiddelen voor evenhoevigen te reinigen en te ontsmetten op een, in de vergunning genoemde, reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen, die is geregistreerd overeenkomstig. 2003 192 06-10-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/5103 2003 192 06-10-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/5103 08-10-2003
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a artikel 5, eerste lid De voorziening, bedoeld in, wordt uitsluitend gebruikt voor het reinigen en ontsmetten van vervoermiddelen voor evenhoevigen. 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b 1 artikel 5, vierde lid Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in, wordt ingediend bij de VWA met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier. 2 artikel 5, vierde lid Een vergunning als bedoeld in, wordt slechts verleend indien de eigenaar of exploitant van de slachtplaats met geringe capaciteit ten genoegen van de minister aan de hand van schriftelijke stukken aantoont dat: a. uitsluitend andere evenhoevigen dan varkens op de slachtplaats worden geslacht; b. de op de slachtplaats geslachte dieren worden geslacht ten behoeve van de eigen verkoop aan consumenten; c. artikel 23, eerste lid voor de duur van de vergunning een schriftelijke overeenkomst is gesloten met de eigenaar of exploitant van een in de vergunning te noemen in de directe nabijheid gelegen reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen, die is geregistreerd overeenkomstig, waaruit blijkt dat vervoermiddelen die op de slachtplaats dieren hebben afgeleverd op deze reinigings- en ontsmettingsplaats worden gereinigd en ontsmet. 3 artikel 5, vierde lid De eigenaar of exploitant van de slachtplaats met geringe capaciteit, die beschikt over een vergunning als bedoeld in: a. artikel 22 houdt op het bedrijf een register als bedoeld inbij; b. artikel 21, derde lid toont aan dat direct na lossing van dieren op de slachtplaats de vervoermiddelen steeds zijn gereinigd en ontsmet op de in de vergunning genoemde reinigings- en ontsmettingsplaats en bewaart daartoe in elk geval afschriften van het bewijs, bedoeld in; c. artikel 17, eerste lid vermeldt in het geschrift, bedoeld in, de datum, het tijdstip en de plaats van lossing van de evenhoevigen, alsmede het nummer van de vergunning en de naam van de in de vergunning genoemde reinigings- en ontsmettingsplaats. 4 De vergunning wordt verleend voor één jaar en kan jaarlijks op aanvraag worden verlengd. 5 De in het vierde lid bedoelde aanvraag tot verlenging wordt tenminste 8 weken vóór afloop van de vergunning bij de VWA ingediend. 2003 192 06-10-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/5103 2003 192 06-10-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/5103 08-10-2003
Artikel 5c — Artikel 5c#
Artikel 5c 1 artikel 5b, tweede of derde lid Indien naar het oordeel van de minister niet wordt voldaan aan één of meer onderdelen van, wordt de eigenaar of exploitant hiervan op de hoogte gebracht en in de gelegenheid gesteld binnen een bepaalde termijn alsnog aan deze eisen te voldoen. 2 artikel 5, vierde lid artikel 5b, tweede of derde lid De minister kan de vergunning, bedoeld in, schorsen voor een bepaalde termijn indien de termijn, bedoeld in het eerste lid, is verstreken en de eigenaar of exploitant nog steeds niet voldoet aan één of meer onderdelen van. 3 Het is verboden een of meer evenhoevigen te ontvangen op een slachtplaats met geringe capaciteit in geval van schorsing van de vergunning, bedoeld in het tweede lid. 4 artikel 5, vierde lid De minister kan de vergunning, bedoeld in, intrekken indien: a. de eigenaar of exploitant van de slachtplaats met geringe capaciteit niet voldoet aan het derde lid; b. artikel 5b, tweede of derde lid na afloop van de schorsing, bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de eigenaar of exploitant nog steeds niet voldoet aan één of meer onderdelen van. 2003 192 06-10-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/5103 2003 192 06-10-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/5103 08-10-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 17, eerste lid De vervoerder is verplicht een vervoermiddel, de daarbij behorende voorwerpen daaronder begrepen, waarmee een of meer evenhoevigen worden vervoerd terstond na lossing op de plaats van lossing te reinigen en te ontsmetten en daarvan aantekening te maken in het in, bedoelde geschrift. 2 artikel 17, eerste lid Het eerste lid is niet van toepassing op het vervoer van evenhoevigen, niet zijnde varkens, die uitsluitend rechtstreeks van de stal of de weide naar een andere weide en terug worden vervoerd met een vervoermiddel, mits het vervoermiddel zo spoedig mogelijk na dit vervoer wordt gereinigd en ontsmet en daarvan aantekening wordt gemaakt in het in, bedoelde geschrift. 3 artikel 5, vierde lid Het eerste lid is niet van toepassing indien de vervoerder evenhoevigen, niet zijnde varkens, heeft gelost bij een slachtplaats met geringe capaciteit, waarvan de eigenaar of exploitant beschikt over een vergunning als bedoeld in. 2003 192 06-10-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/5103 2003 192 06-10-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/5103 08-10-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 17, eerste lid Een ongeladen vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen zijn vervoerd, wordt niet op de openbare weg dan wel op een houderij van evenhoevigen, slachtplaats, verzamelcentrum voor evenhoevigen, of andere plaats waar evenhoevigen verblijven gebracht, tenzij het vervoermiddel is gereinigd en ontsmet en die reiniging en ontsmetting is vermeld in het in, bedoelde geschrift. 2 artikel 6, tweede lid Het eerste lid is niet van toepassing op het vervoer van evenhoevigen als bedoeld in. 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a Artikel 7, eerste lid artikel 5, vierde lid , is niet van toepassing op het vervoer van een vervoermiddel over de openbare weg vanaf een slachtplaats met geringe capaciteit, waarvan de eigenaar of exploitant beschikt over een vergunning als bedoeld in, mits: 1. artikel 5b, derde lid, onder c voldaan is aanen 2. het vervoermiddel direct na lossing op de slachtplaats rechtstreeks, langs de kortste weg naar de in de vergunning aangewezen reinigings- en ontsmettingsplaats rijdt om aldaar gereinigd en ontsmet te worden. 2003 192 06-10-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/5103 2003 192 06-10-2003 25-09-2003 TRCJZ/2003/5103 08-10-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Met een vervoermiddel worden niet tegelijkertijd verschillende diersoorten vervoerd. 2 richtlijn nr. 91/68/EEG De vervoerder van schapen en geiten voldoet aan artikel 8 quater, derde lid, van. 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 05-08-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Een vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen worden vervoerd, wordt na aankomst op de plaats van aflevering geheel gelost. 2 De eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de plaats waar evenhoevigen worden gelost, verleent alle medewerking aan de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel waarmee de evenhoevigen zijn vervoerd. 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 01-11-2004
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat deze reeds van een varkenshouderijbedrijf zijn afgevoerd, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e, van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het in zoverre in afwijking van artikel 10, eerste lid, toegestaan het vervoermiddel waarmee deze varkens vervoerd zijn, na aankomst op het varkenshouderijbedrijf van herkomst, gedeeltelijk te lossen. 2 De vervoerder draagt er in zoverre in afwijking van artikel 6, eerste lid, van deze regeling, artikel 2, eerste lid, van de regeling van 1 maart 2001 betreffende de uitbreiding van de reinigings- en ontsmettingsmaatregelen voor vervoermiddelen bestemd voor het vervoer van evenhoevigen en artikel 2.11 van de Regeling handel levende dieren en levende producten, zorg voor dat de wielen en de wielkasten van een vervoermiddel als bedoeld in het eerste lid na aankomst op het varkenshouderijbedrijf van herkomst, zo spoedig mogelijk na de lossing, maar voordat het vervoermiddel dit bedrijf weer verlaat, op de plaats van lossing worden gereinigd en ontsmet. 3 De reiniging en ontsmetting als bedoeld in het tweede lid heeft plaats door middel van een installatie die water levert van voldoende druk voor een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting. 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 23, eerste lid artikel 21, derde lid Een vervoermiddel dat kennelijk is gebruikt voor het vervoeren van een of meer evenhoevigen in een lidstaat dan wel in een derde land en leeg vanuit die lidstaat, onderscheidenlijk dat derde land, anders dan in doorvoer in Nederland wordt gebracht, wordt onmiddellijk gereinigd en ontsmet op een op grond van, geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen. De vervoerder toont binnen 24 uur na binnenkomst aan de VWA het bewijs, bedoeld in,. 2 Richtlijn 64/432/EEG Het eerste lid is niet van toepassing op een vervoermiddel waarvan de vervoerder binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland aan de VWA een bewijs zendt dat het vervoermiddel is gereinigd en ontsmet op een reinigings- en ontsmettingsplaats in de lidstaat, bedoeld in het eerste lid, welke plaats is erkend in de zin van artikel 12, eerste lid, onderdeel b, vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen. 3 Het tweede lid is niet van toepassing op een vervoermiddel dat kennelijk is gebruikt voor het anders dan in doorvoer vervoeren van één of meer evenhoevigen in Italië of in Slowakije en ongeladen vanuit één van deze gebieden in Nederland wordt gebracht. 2004 158 19-08-2004 19-08-2004 TRCJZ/2004/5140 2004 158 19-08-2004 19-08-2004 TRCJZ/2004/5140 19-08-2004
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 21, derde lid Een vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen in Nederland worden gebracht, afkomstig uit een lidstaat of een derde land, en dat wordt gelost, wordt op de plaats van lossing zo spoedig mogelijk na de lossing, tezamen met de bij het vervoermiddel behorende voorwerpen gereinigd en ontsmet. De vervoerder toont binnen 24 uur na binnenkomst aan de VWA het bewijs, bedoeld in, dat de reiniging en ontsmetting is geschied. 2 artikel 23, eerste lid artikel 23, eerste lid Een vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen in Nederland worden gebracht, afkomstig uit een lidstaat of een derde land, en dat wordt gelost op een plaats die niet beschikt over een reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in, wordt na reiniging en ontsmetting op de plaats van lossing onmiddellijk vervoerd naar een reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in, om aldaar te worden gereinigd en ontsmet. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De vervoerder van een vervoermiddel dat in een lidstaat dan wel in een derde land is gebruikt om een of meer evenhoevigen te vervoeren en leeg vanuit die lidstaat, onderscheidenlijk dat derde land, in Nederland wordt gebracht en welk vervoermiddel niet voldoet aan artikel 12, tweede lid en derde lid, brengt dit vervoermiddel niet op enige plaats, tenzij om te voldoen aan artikel 12, eerste lid. 2 richtlijn nr. 64/432/EEG richtlijn nr. 91/68/EEG richtlijn nr. 72/462/EEG richtlijn nr. 92/65/EEG Richtlijn 90/425/EEG De vervoerder van een vervoermiddel dat is geladen met een of meer evenhoevigen uit een lidstaat dan wel uit een derde land dat anders dan in doorvoer in Nederland wordt gebracht, brengt dit vervoermiddel voorafgaand aan lossen niet op een andere plaats dan de plaats van aflevering opgenomen in het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 5 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), artikel 9 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46), artikel 11 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen, geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302), onderscheidenlijk artikel 6 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, vangeldt (PbEG L 268). 2000 247 20-12-2000 18-12-2000 TRCJZ/2000/12030 2000 247 20-12-2000 18-12-2000 TRCJZ/2000/12030 22-12-2000
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Een ongeladen vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen zijn of kunnen worden vervoerd, wordt niet toegelaten op een houderij van evenhoevigen, tenzij de eigenaar of exploitant van deze houderij dan wel diens vertegenwoordiger: 1. vaststelt dat het vervoermiddel is gereinigd en ontsmet; 2. artikel 17, eerste lid vaststelt dat in het in, bedoelde, bij het betrokken vervoermiddel behorende geschrift van de reiniging en ontsmetting melding is gemaakt, dan wel dat door de vervoerder, indien het een vervoermiddel betreft waarin of waarbij ingevolge deze regeling een dergelijk geschrift niet aanwezig behoeft te zijn, de reiniging en ontsmetting op andere wijze kan worden aangetoond, en 3. artikel 22 voldoet aan. 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikelen 6 7 12 13 bijlage II De reiniging en ontsmetting, bedoeld in de,,engeschieden overeenkomstig de inbij deze regeling opgenomen voorschriften. 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 01-11-2004
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De vervoerder van een vervoermiddel waarmee evenhoevigen worden vervoerd, vermeldt in het daartoe door de Minister, per vervoerseenheid verstrekte geschrift elke datum en elk tijdstip waarop, alsmede het adres van elke plaats waar reiniging en ontsmetting van dat vervoermiddel heeft plaatsgevonden. 2 richtlijn nr. 91/68/EEG In aanvulling op het eerste lid houdt de vervoerder van een vervoermiddel waarmee schapen of geiten worden vervoerd een register bij dat voldoet aan artikel 8 quater, tweede lid, van. 3 richtlijn nr. 91/68/EEG De vervoerder van een vervoermiddel waarmee schapen of geiten worden vervoerd, overlegt aan de VWA een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8 quater, vierde lid, van. 4 artikel 23 Indien de reiniging en ontsmetting plaatsvindt op een reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in: a. wordt de vermelding van de reiniging en ontsmetting in het geschrift, bedoeld in het eerste lid, voorzien van het stempel van de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de reinigings- en ontsmettingsplaats, waarin de naam en het adres van die plaats is te lezen, alsmede van de handtekening van de persoon die namens de eigenaar of exploitant de reiniging of ontsmetting heeft verricht of daarop toezicht heeft gehouden, en b. artikel 9, eerste lid, van de Regeling dierenvervoer worden de datum en het tijdstip waarop de reiniging en ontsmetting heeft plaatsgevonden, door de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de reinigings- en ontsmettingsplaats, bijgehouden in een daartoe bestemd register, onder vermelding van de naam van de persoon die en in voorkomend geval het bedrijf dat of de organisatie die namens de eigenaar of exploitant de reiniging of ontsmetting heeft verricht of daarop toezicht heeft gehouden, alsmede van het kenteken van ieder vervoermiddel en het nummer dat is vermeld op het goedkeuringsbewijs, bedoeld in, dat bij het betrokken vervoermiddel behoort. 5 Het register, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt op de reinigings- en ontsmettingsplaats, bedoeld in het tweede lid, bewaard, voorzover het register vermeldingen bevat van reinigingen en ontsmettingen die korter dan drie jaren geleden hebben plaatsgevonden. 6 artikel 23 De eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger van de reinigings- en ontsmettingsplaats, bedoeld in, verstrekt de VWA: a. de namen van de personen en het bedrijf of de organisatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en b. een afschrift van een overeenkomstig de aanwijzingen van de Minister opgesteld geschrift, waarin is vastgelegd op welke wijze het proces van reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen op die reinigings- en ontsmettingsplaats wordt uitgevoerd. 7 bijlage II Indien de reiniging en ontsmetting plaatsvindt op een houderij van evenhoevigen wordt de vermelding van de reiniging en ontsmetting in het geschrift, bedoeld in het eerste lid, voorzien van de handtekening van de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van dat bedrijf, nadat deze de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel heeft gecontroleerd en heeft vastgesteld dat deze overeenkomstigheeft plaatsgevonden. 8 Het geschrift, bedoeld in het eerste lid, is in of bij het betreffende vervoermiddel aanwezig, zolang dat geschrift vermeldingen bevat van reinigingen en ontsmettingen die korter dan twee maanden geleden hebben plaatsgevonden. De vervoerder bewaart het geschrift vervolgens gedurende drie jaren na de datum waarop de laatste in het geschrift vermelde reiniging of ontsmetting heeft plaatsgevonden, op zijn bedrijf of onderneming. 9 De vervoerder draagt er zorg voor dat in of bij de tot zijn bedrijf of onderneming behorende vervoermiddelen tijdig en voldoende geschriften als bedoeld in het eerste lid aanwezig zijn. 10 Regeling identificatie en registratie van dieren 2003 Richtlijn 64/432/EEG Richtlijn 72/462/EEG In of bij een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens zijn vervoerd, is gedurende ten minste tien dagen na het betreffende vervoer tevens een afschrift aanwezig van het vervoersdocument, bedoeld in de, en van het gezondheidscertificaat, bedoeld invan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), dan welvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302), die de partij runderen of varkens hebben vergezeld, een en ander voorzover dit document, onderscheidenlijk certificaat, voor de betreffende runderen of varkens is voorgeschreven. 11 De vervoerder bewaart de in het achtste lid bedoelde afschriften op zijn bedrijf of onderneming gedurende drie jaren, gerekend vanaf het tijdstip waarop de afschriften op het bedrijf of de onderneming aanwezig zijn. 12 De chauffeur van een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens worden vervoerd, draagt er zorg voor dat, alvorens het vervoermiddel het Nederlands grondgebied verlaat vóór het verstrijken van de termijn, bedoeld in het achtste lid, de in het vervoermiddel aanwezige afschriften, bedoeld in dat lid, op het bedrijf of de onderneming waartoe het vervoermiddel behoort, aanwezig zijn. 13 Het geschrift, bedoeld in het eerste lid, is te allen tijde in het vervoermiddel aanwezig. 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 01-11-2004
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 01-11-2004
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Artikel 17 is van overeenkomstige toepassing op een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens zijn vervoerd, dat blijkens zijn kenteken in het buitenland thuishoort, met dien verstande dat waar in dat artikel sprake is van de vermelding van gegevens in het door de Minister verstrekte geschrift, de bedoelde gegevens ook op andere wijze mogen worden vastgelegd, mits dit geschiedt op een wijze die voor een ambtenaar als bedoeld in artikel 114, eerste lid, van de wet, controleerbaar is. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Bij een vermelding als bedoeld in artikel 17, tweede lid, wordt aangetekend dat de reiniging en ontsmetting betrekking heeft op een reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 12, onderscheidenlijk 13, is verricht. 2 Indien het vervoermiddel blijkens zijn kenteken in het buitenland thuishoort, wordt door de eigenaar of de exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, aan de vervoerder van dat vervoermiddel een reinigings- en ontsmettingsverklaring afgegeven die in het vervoermiddel wordt bewaard. 3 De eigenaar of de exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, verstrekt na afloop van de reiniging en ontsmetting aan de vervoerder een bewijs, overeenkomstig het in bijlage III bij deze regeling gevoegde model, dat de reiniging en ontsmetting is geschied. 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 2002 242 16-12-2002 11-12-2002 TRCJZ/2002/12082 01-01-2003
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De eigenaar of exploitant van een houderij van evenhoevigen, verzamelcentrum voor evenhoevigen, of slachtplaats, dan wel diens vertegenwoordiger, vermeldt in een op het bedrijf aanwezig register de datum van de aanwezigheid, het tijdstip van de laatste reiniging en ontsmetting, alsmede het kenteken en het nummer van het in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, bedoelde goedkeuringsbewijs van elk vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen zijn of worden vervoerd, waarbij: a. indien het een Nederlands vervoermiddel betreft, het tijdstip van de laatste reiniging en ontsmetting van het betrokken vervoermiddel wordt overgenomen uit het geschrift, bedoeld in artikel 17; b. indien het een leeg vervoermiddel als bedoeld in artikel 12, eerste lid, betreft dat blijkens het kenteken in het buitenland thuishoort, het tijdstip van de laatste reiniging en ontsmetting wordt overgenomen uit de verklaring, bedoeld in artikel 21; c. indien het een geladen vervoermiddel als bedoeld in artikel 13, eerste lid, betreft dat blijkens het kenteken in het buitenland thuishoort, als datum van de laatste reiniging en ontsmetting wordt overgenomen de 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a Vervallen 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 01-11-2004
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Registratie van een reinigings- en ontsmettingsplaats vindt slechts plaats, indien: a. bijlage I, deel B de plaats voldoet aan de eisen, opgenomen in, bij deze regeling, en b. de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de plaats door middel van een daartoe opgesteld document ten genoegen van de minister garandeert dat de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor evenhoevigen die op zijn bedrijf worden gebracht, op adequate wijze en in overeenstemming met deze regeling geschieden. 2 De registratie geschiedt door de minister nadat is gebleken dat aan het eerste lid is voldaan. 3 De aanvraag voor een registratie wordt schriftelijk ingediend bij de VWA. 4 Aan een reinigings- en ontsmettingsplaats die is geregistreerd, wordt een registratienummer toegekend. 5 De registratie kan door de minister worden ingetrokken, indien: a. niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor registratie; b. artikel 17, tweede lid, onderdeel b de eigenaar of exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, waaronder mede begrepen degene die op grond van, de reiniging verricht of daarop toezicht houdt, bij aankomst van een leeg vervoermiddel dat niet of onvoldoende is gereinigd, niet terstond meldt bij de Algemene Inspectiedienst; c. niet wordt gehandeld overeenkomstig hetgeen in het eerste lid, onderdeel b bedoelde document is gegarandeerd, of d. artikel 17, tweede lid, onderdeel b de eigenaar of exploitant van de reinigings- en ontsmettingsplaats dan wel diens vertegenwoordiger, waaronder mede begrepen degene die op grond van, de reiniging verricht of daarop toezicht houdt, enig ander van toepassing zijnd voorschrift van deze regeling op de reinigings- en ontsmettingsplaats niet naleeft. 6 De Minister houdt een register bij van geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaatsen dat ter inzage ligt bij de VWA. 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 01-11-2004
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a Vervallen. 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Het is verboden: a. een of meer varkens te ontvangen op een varkenshouderijbedrijf; b. een of meer varkens op een varkenshouderijbedrijf te houden, dan wel c. een of meer varkens die zich op een varkenshouderijbedrijf bevinden, ten vervoer af te staan, tenzij: 1. op het bedrijf een zodanige (erf)afsluiting aanwezig is rondom de gebouwen waar dieren worden gehouden en het bedrijfsterrein, dat een directe toegang tot deze gebouwen en dat terrein onmogelijk is; 2. in het bedrijf de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer varkens worden gehouden, door een slot afgesloten kunnen worden en bij afwezigheid van de houder afgesloten zijn; 3. op het bedrijf in de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer evenhoevigen worden gehouden, geen andere landbouwhuisdieren aanwezig zijn of kunnen komen; 4. op het bedrijf in de gebouwen waar een of meer varkens worden gehouden, deugdelijke ongediertebestrijding plaatsvindt; 5. op het bedrijf aanwezige, lege vervoermiddelen zijn gereinigd en ontsmet; 6. op het bedrijf aanwezige producten en voorwerpen die van buiten het bedrijf afkomstig zijn, zijn gereinigd en ontsmet, voorzover de aard van die producten en voorwerpen zich niet verzet tegen reiniging en ontsmetting; 7. op het bedrijf aanwezige personen gekleed zijn in bedrijfskleding en laarzen van het bedrijf; 8. bijlage V de kadaverplaatsen waarop kadavers ter destructie worden aangeboden, voldoen aan de inbij deze regeling opgenomen inrichtings- en gebruikseisen; 9. op het bedrijf tot het bedrijf behorende drijfschotten voor het verplaatsen van varkens en merktangen of slaghamers voor het aanbrengen van identificatiemerken aanwezig zijn; 10. de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, al datgene heeft gedaan wat in redelijkheid in zijn vermogen ligt om het optreden van besmettelijke dierziekten op het bedrijf te voorkomen; 11. in geval de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, varkens die verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertonen, behandelt of laat behandelen, binnen 24 uur nadat die behandeling is ingesteld, bloed is afgenomen en is ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van een besmettelijke dierziekte; 12. de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, voorzover op dat bedrijf varkens mogelijk ten gevolge van een besmettelijke dierziekte zijn gestorven, een representatief aantal van die dieren ter sectie heeft ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van klassieke varkenspest, of 13. bijlage V de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van het bedrijf eenmaal per twaalf maanden door een geaccrediteerde keuringsinstantie overeenkomstigeen bedrijfsrapport laat opstellen waaruit blijkt in hoeverre op het bedrijf wordt voldaan aan de in deze regeling gestelde voorschriften en welke voorzieningen eventueel zouden moeten worden getroffen, indien het bedrijf niet of niet volledig aan die voorschriften voldoet en de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, een exemplaar van dat bedrijfsrapport op het bedrijf bewaart. 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 01-11-2004
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Degene die ingevolge deze regeling gegevens moet bijhouden of vermelden op daartoe bestemde bescheiden, doet dit volledig, juist en naar waarheid. 2 Het bijhouden of vermelden van de in het eerste lid bedoelde gegevens geschiedt onverwijld nadat de gegevens bekend zijn bij degene die zij ingevolge deze regeling moet bijhouden of vermelden. 3 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden gedurende een jaar bewaard. 2000 247 20-12-2000 18-12-2000 TRCJZ/2000/12030 2000 247 20-12-2000 18-12-2000 TRCJZ/2000/12030 22-12-2000
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De Regeling inzake hygiëne-voorschriften besmettelijke dierziekten wordt ingetrokken. 2 artikel 17, eerste lid artikelen 6, eerste lid artikel 17, eerste lid Geschriften die ingevolge, van de in het eerste lid genoemde regeling dan wel ingevolge de, of 6a, eerste lid, van de Beschikking ontsmetting motorrijtuigen en aanhangwagens 1976 zijn verstrekt ten behoeve van het houden van aantekening van de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen, zijn geschriften als bedoeld in. 3 In afwijking van het eerste lid blijft de regeling, bedoeld in het eerste lid, van toepassing voorzover dat voor de strafrechtelijke handhaving van de daarin opgenomen bepalingen noodzakelijk is. 4 De krachtens artikel 23 van de Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten verleende registraties worden geacht te zijn verleend op grond van artikel 23 van deze regeling. 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 01-11-2002
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst 2000 247 20-12-2000 18-12-2000 TRCJZ/2000/12030 2000 247 20-12-2000 18-12-2000 TRCJZ/2000/12030 22-12-2000
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000 Deze regeling wordt aangehaald als:. 2000 247 20-12-2000 18-12-2000 TRCJZ/2000/12030 2000 247 20-12-2000 18-12-2000 TRCJZ/2000/12030 22-12-2000
Artikel 5#
artikelen 5, eerste lid
Artikel 23#
23, eerste lid, onderdeel a
Artikel A — A artikel 5, eerste lid Eisen aan de voorzieningen voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor evenhoevigen op houderijen van evenhoevigen als bedoeld in#
A artikel 5, eerste lid Eisen aan de voorzieningen voor de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen voor evenhoevigen op houderijen van evenhoevigen als bedoeld in 1 Het bedrijf is voorzien van een verharde plaats waar de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen geschiedt. 2 De verharde plaats heeft opstaande randen, dan wel is zodanig aangelegd dat water en eventueel andere vloeistoffen niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. De plaats is voorzien van een zodanige afvoer dat water en eventueel andere vloeistoffen die bij de reiniging en ontsmetting worden gebruikt, niet in het grond- of oppervlaktewater terecht kunnen komen. 3 Het bedrijf kan voldoende water leveren voor de reiniging en ontsmetting van de vervoermiddelen die een of meer evenhoevigen op dat bedrijf lossen. 4 De verharde plaats kan op zodanige wijze worden verlicht dat de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen te allen tijde onbelemmerd en naar behoren kan plaatsvinden. 5 Op het bedrijf zijn voorzieningen aanwezig waarmee ontsmettingsmiddelen kunnen worden toegepast. 6 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 Op het bedrijf zijn reinigingsmiddelen aanwezig, alsmede ontsmettingsmiddelen die voor dat doel op grond van dezijn toegelaten, in voldoende mate om te kunnen voorzien in de reiniging en ontsmetting van de vervoermiddelen die op dat bedrijf een of meer evenhoevigen lossen. 7 Op het bedrijf is een voorziening aanwezig waar de chauffeurs van de vervoermiddelen die varkens op het bedrijf lossen hun handen kunnen wassen met warm water en zeep.
Artikel 23#
artikel 23, eerste lid, onderdeel a
Artikel I — I Inrichtingseisen#
I Inrichtingseisen 1 De wasplaats is goed bereikbaar voor vervoermiddelen via verharde wegen. 2 De wasplaats is zodanig ingericht dat een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen onder alle klimatologische omstandigheden ongehinderd, met voldoende capaciteit in relatie tot de werkzaamheden op het bedrijf en ongeacht het type vervoermiddel kan plaatsvinden. 3 Het vloeroppervlak van de wasplaats bestaat uit voor water ondoordringbaar of niet-poreus materiaal, zodat al het gebruikte water rechtstreeks via de afvoer van de wasplaats op zodanige wijze kan afvloeien naar de daarvoor bestemde opvangvoorzieningen dat de wasplaats te allen tijde schoon en hygiënisch is. 4 Vloeren van de wasplaats zijn dicht en goed reinigbaar en wanden van de wasplaats zijn glad en afwasbaar. 5 Het vloeroppervlak waar de reiniging plaatsvindt heeft een helling van ten minste 3%. 6 Indien meerdere vervoermiddelen tegelijkertijd worden gereinigd en ontsmet, beschikt de wasplaats over reinigbare en ontsmetbare afscheidingsmogelijkheden waarmee de vervoermiddelen tijdens het reinigen en het ontsmetten kunnen worden gescheiden, zodat tijdens het reinigen en ontsmetten de vervoermiddelen elkaar niet kunnen bezoedelen. De afstand tussen de afscheidingen is zodanig breed dat zich tussen de afscheidingen en de vervoermiddelen genoeg ruimte bevindt om ongehinderd de buitenkant van de vervoermiddelen te reinigen en te ontsmetten. 7 De verlichting voldoet aan de wettelijke eisen voor verlichting op vergelijkbare werkplekken en is ten minste van zodanig niveau dat een effectieve reiniging en ontsmetting niet wordt belemmerd en een gedegen controle van de reiniging en ontsmetting kan plaatsvinden. 8 Op of in de directe nabijheid van de wasplaats is een vorstvrije ruimte aanwezig voor de opslag van reinigings- en ontsmettingsmiddelen. 9 Bij de wasplaats bevindt zich een overdekte ruimte waarin gebruikers en bezoekers van de wasplaats zich kunnen omkleden in door de eigenaar van de wasplaats in voldoende hoeveelheid beschikbaar gestelde beschermende kleding en laarzen en waarin zij de handen kunnen wassen met warm water en zeep. Indien het een wasplaats betreft die op een slachtplaats is gelegen, is deze ruimte niet verbonden met de reine zone van de slachtlijn. 10 De wasplaats is voorzien van een reinigingsinstallatie waarmee adequaat reinigen mogelijk is. De reinigingsinstallatie voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. ten behoeve van de reiniging en ontsmetting is, bij gelijktijdig gebruik van alle aanwezige slangen, levering mogelijk van voldoende koud water met voldoende druk om een adequate reiniging en ontsmetting te waarborgen; b. o ten behoeve van de reiniging en ontsmetting is levering mogelijk van warm water met een temperatuur van ten minste 70graden Celsius; c. per wasplaats is de druk van ten minste één slang registreerbaar. 11 De waterkwaliteit is zodanig dat goed reinigen en ontsmetten mogelijk is. 12 Op de wasplaats zijn voldoende reinigings- en ontsmettingsmiddelen beschikbaar. 13 De wasplaats is voorzien van een adequate ontsmettingsinstallatie waarmee ontsmetting overeenkomstig deze regeling mogelijk is en waarmee door verneveling of op andere wijze ontsmettingsmiddel op het gereinigde oppervlak kan worden aangebracht. 14 De spuitlans van de ontsmettingsinstallatie is aan en uit te zetten. 15 Bij elke ontsmettingsinstallatie is een voor iedereen zichtbare en toegankelijke oogspoelfles aanwezig. 16 Op de wasplaats zijn voorzieningen aanwezig om de slangen na gebruik op te hangen. 17 Elke wasplaats is voorzien van ten minste één adequaat werkend laarzenreinigings- of laarzenborstelapparaat, waarmee tevens schoeisel kan worden ontsmet. 18 De wasplaats is voorzien van watervaste voorlichtings- en instructieborden de van voldoende formaat, die betrekking hebben op de veiligheid en het gebruik van de reinigings- en ontsmettingsmiddelen.
Artikel II — II Hygiëne- en gebruikseisen#
II Hygiëne- en gebruikseisen 1 De wasplaats is tijdens de openingstijden te allen tijde functioneel en hygiënisch. Mest, strooisel en voerresten worden zo snel mogelijk van de wasplaats verwijderd. 2 Indien de hygiëne van de wasplaats daartoe aanleiding geeft, maar in ieder geval aan het einde van de werkdag, worden de wasplaats en de reinigings- en ontsmettingsvoorzieningen zelf gereinigd en ontsmet. 3 Tijdens reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden zijn de aanwezigen op de wasplaats gekleed in door het bedrijf waarvan de wasplaats deel uitmaakt, verstrekte kleding en laarzen. 4 Tijdens het reinigen en vóór het ontsmetten is het vervoermiddel zodanig opgesteld dat de laadvloer van het vervoermiddel in de lengte gemeten een hellingshoek van ten minste 3% heeft. 5 Vervoermiddelen worden in ieder geval overeenkomstig de aanwijzingen van de met het toezicht op de naleving van deze regeling belaste ambtenaren gereinigd met behulp van de op de wasplaats beschikbare reinigingsmiddelen of met warm water, indien: a. de toestand van dat vervoermiddel daartoe - in ieder geval naar het oordeel van de met de toezicht op de naleving op deze regeling belaste ambtenaar - aanleiding geeft, dan wel b. de veterinaire situatie in Nederland of in delen van Nederland daartoe naar het oordeel van de Minister aanleiding geeft en deze de reiniging van vervoermiddelen heeft gelast. 6 Na reiniging mag zich geen ophoping van water op het vervoermiddel bevinden. Gedurende periodes met vorst wordt na voltooiing van de reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden zoveel water verwijderd, dat dieren bij het oplopen zich niet kunnen bezeren door uitglijden over bevroren delen van het vervoermiddel. 7 Indien meerdere vervoermiddelen tegelijkertijd worden gereinigd en ontsmet, worden deze met de aanwezige afscheidingsmogelijkheden zodanig van elkaar afgescheiden dat de vervoermiddelen elkaar tijdens het reinigen en ontsmetten niet kunnen bezoedelen. 8 Gereinigde en ontsmette vervoermiddelen worden zodanig opgesteld dat zij op de wasplaats niet opnieuw kunnen worden bezoedeld. 9 De afscheidingen worden na gebruik gereinigd en ontsmet. 10 De reinigings- en ontsmettingsmiddelen zijn vóór en na gebruik opgeslagen in een vorstvrije ruimte. 11 Aan de ontsmettingsoplossing zijn geen andere stoffen toegevoegd. 12 Indien vervoermiddelen het terrein waarop de wasplaats zich bevindt, verlaten worden de wielen en de wielkassen bij het verlaten van het terrein gereinigd en ontsmet, tenzij de gereinigde en ontsmette vervoermiddelen vanaf de wasplaats niet meer over delen van het terrein rijden waarover ook vervoermiddelen plegen te rijden die nog niet gereinigd en ontsmet zijn. 13 De openingstijd van de wasplaats is ten minste gelijk aan de lostijden voor vee.
Artikel 16#
artikel 16
Artikel 17#
17, vijfde lid
Artikel A — A Algemeen#
A Algemeen 1 De reiniging vindt systematisch plaats in een logische volgorde van handelingen, waarbij van boven naar beneden en van binnen naar buiten wordt gewerkt. 2 De reiniging geschiedt op adequate wijze. Hieraan wordt voldoende tijd besteed.
Artikel B — B Specifiek#
B Specifiek 1 Een adequate reiniging bestaat opeenvolgend uit de volgende handelingen: a. verwijdering van aanwezig grof vuil, zoals mest, strooisel en eventuele voerresten; b. losweking van aanwezig fijner vuil of vet, bij voorkeur door het aanbrengen van een reinigingsmiddel op alle oppervlakken; c. o verwijdering van de losgeweekte vuil- en vetdeeltjes en het reinigingsmiddel door middel van afspoeling van alle oppervlakken, bij voorkeur met water met een temperatuur van ten minste 70C. 2 richtlijn 80/778/EEG Indien de reiniging plaatsvindt op een slachtplaats is het gebruikte water van drinkwaterkwaliteit overeenkomstigvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 229). 3 Alle verwijderbare voorwerpen die bij het vervoermiddel behoren, worden verwijderd en apart gereinigd. 4 Alle losse gebruiksvoorwerpen die bij het vervoermiddel behoren, alsmede eventuele matten in de cabine voor de chauffeur en eventuele bijrijders worden apart gereinigd. 5 De cabine wordt gereinigd, met inbegrip van de pedalen, de cabinevloer en de bedieningsinstrumenten die in contact komen met de chauffeur of eventuele bijrijders.
Artikel A — A Algemeen#
A Algemeen 1 De ontsmetting vindt pas plaats, nadat de reiniging op adequate wijze is geschied en alle vuil- of vetresten verwijderd zijn. 2 Vóór het aanbrengen van het ontsmettingsmiddel wordt overtollig water zoveel mogelijk verwijderd. 3 Bestrijdingsmiddelenwet 1962 De ontsmetting geschiedt met voor dat doel op grond van detoegelaten ontsmettingsmiddelen. 4 Ieder ontsmettingsmiddel dat wordt gebruikt, wordt gebruikt overeenkomstig de gebruiksaanwijzing. 5 De persoonlijke bescherming van bij de ontsmetting aanwezige personen wordt strikt in acht genomen. 6 De ontsmetting vindt systematisch plaats in een logische volgorde van handelingen, waarbij van boven naar beneden en van binnen naar buiten wordt gewerkt.
Artikel B — B Specifiek#
B Specifiek 1 richtlijn 80/778/EEG Indien de ontsmetting plaatsvindt op een slachtplaats moet het gebruikte water van drinkwaterkwaliteit zijn overeenkomstigvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 229). 2 De ontsmettingsoplossing wordt op de te ontsmetten oppervlakken aangebracht met lage druk en grove druppel, op zodanige wijze dat alle oppervlakken van het vervoermiddel worden bevochtigd. 3 Alle verwijderbare voorwerpen die bij het vervoermiddel behoren, worden verwijderd en apart ontsmet. 4 Alle losse gebruiksvoorwerpen die bij het vervoermiddel behoren, alsmede eventuele matten in de cabine voor de chauffeur en eventuele bijrijders worden apart ontsmet. 5 Na de benodigde inwerktijd worden, voorzover de gebruiksvoorschriften bij het toegepaste ontsmettingsmiddel zulks in verband met de veiligheid van mens of dier voorschrijft, de oppervlakken afgespoten met water, op zodanige wijze dat geen ontsmettingsmiddel achterblijft op oppervlakken waarmee dieren in aanraking kunnen komen of op oppervlakken van waar mogelijk achterblijvend ontsmettingsmiddel terecht kan komen op oppervlakken waarmee dieren in aanraking kunnen komen.
Artikel 24#
artikel 24, derde lid
Artikel 24#
artikel 24, onderdeel 8°
Artikel 24#
artikel 24, onderdeel 13º
Artikel 20#
artikel 20