Regeling Leonardo da Vinci-II
- BWB-id
- BWBR0011773
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2010-01-01 t/m 2010-05-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011773
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-leonardo-da-vinci-ii
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-leonardo-da-vinci-ii/2010-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011773&g=2010-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011773&z=2026-06-06&g=2010-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011773/2010-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-leonardo-da-vinci-ii
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: a. de Bepalingen: de "Bepalingen betreffende de verantwoordelijkheden van de lidstaten en de Commissie voor wat betreft de nationale agentschappen in het kader van de algemene richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van de tweede fase van het programma "Leonardo da Vinci" (CLII/27A/99-NI-Def); b. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen; c. CINOP: het Centrum voor innovatie van opleidingen te 's-Hertogenbosch; d. NUFFIC: de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs; e. Leonardo da Vinci-besluit: het Besluit van 26 april 1999 tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding "Leonardo da Vinci" (1999/382/EG); f. Leonardo da Vinci-II: de tweede fase van het actieprogramma voor de ontwikkeling van een beleid van de Europese gemeenschap inzake beroepsopleiding "Leonardo da Vinci", bedoeld in artikel 1 van het Leonardo da Vinci-besluit; g. werkprogramma: het werkprogramma, bedoeld in artikel 3.3 van de Bepalingen. h. Awb: de Algemene wet bestuursrecht. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 2 — Artikel 2 Nationaal agentschap Leonardo da Vinci-II#
Artikel 2 Nationaal agentschap Leonardo da Vinci-II 1 Het CINOP wordt aangewezen als Nationaal Agentschap Leonardo da Vinci-II. 2 Het CINOP draagt zorg voor de uitvoering van Leonardo da Vinci-II in Nederland. 3 Het CINOP verricht de taken voor het nationale agentschap, zoals omschreven in bijlage II van de Bepalingen en aanvullende documenten, waarbij in geval van twijfel of verschil van interpretatie de originele Franse tekst van die taakomschrijving doorslaggevend is. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 3 — Artikel 3 Samenwerking met NUFFIC#
Artikel 3 Samenwerking met NUFFIC 1 Het CINOP werkt ter uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 2 samen met de NUFFIC en sluit daartoe met de NUFFIC een overeenkomst, waarin de taakverdeling en de verdeling van de middelen worden vastgelegd. Het CINOP legt daarbij voor zover nodig de verplichtingen voortvloeiend uit deze regeling, waaronder in ieder geval die bedoeld in artikel 12, op aan de NUFFIC. 2 Het CINOP legt de overeenkomst bedoeld in het eerste lid ter goedkeuring voor aan de minister. De goedkeuring is verkregen wanneer de minister niet binnen zes weken na ontvangst van de overeenkomst aan het CINOP te kennen geeft dat goedkeuring is onthouden. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 4 — Artikel 4 Van toepassing zijnde bepalingen van de Awb#
Artikel 4 Van toepassing zijnde bepalingen van de Awb Op de subsidie bedoeld in deze regeling is Titel 4.2, met inbegrip van afdeling 4.2.8, van de Awb van overeenkomstige toepassing. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 5 — Artikel 5 Procedures met betrekking tot de indiening van voorstellen voor Leonardo da Vinci-II#
Artikel 5 Procedures met betrekking tot de indiening van voorstellen voor Leonardo da Vinci-II Aan het CINOP wordt overeenkomstig afdeling 10.1.1 van de AWB de bevoegdheid tot het vaststellen van de procedures en voorzieningen met betrekking tot de indiening van de voorstellen, bedoeld in het Leonardo da Vinci-besluit, bijlage I, deel III, punt 1 (procedure A) en 2 (procedure B), gemandateerd. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 6 — Artikel 6 Mandaat van besluiten#
Artikel 6 Mandaat van besluiten 1 Aan de coördinator mobiliteit van het Nationaal Agentschap wordt, overeenkomstig afdeling 10.1.1 van de Awb, mandaat verleend tot het nemen van besluiten, als bedoeld in artikel 5.1, onder b en c, van de Bepalingen. 2 Aan de programmaleider Nationaal Agentschap van het CINOP wordt, overeenkomstig afdeling 10.1.1 van de Awb, mandaat verleend tot het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten, als bedoeld in artikel 5.1, onder b en c, van de Bepalingen. 2003 31 17-12-2003 01-12-2003 BVE/BDenI-2003/51123 2003 31 17-12-2003 01-12-2003 BVE/BDenI-2003/51123 20-12-2003
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieverlening#
Artikel 7 Subsidieverlening 1 Aan het CINOP wordt subsidie per boekjaar verleend voor de taken bedoeld in artikel 2. 2 Als boekjaar geldt het kalenderjaar, tenzij de minister anders beslist. 3 De subsidie wordt eerst verleend nadat de Europese commissie het werkprogramma en de daarbij behorende begroting heeft goedgekeurd en bedraagt minimaal een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat de Europese Commissie aan CINOP ter beschikking stelt. 4 De subsidie omvat eventueel verschuldigde belasting toegevoegde waarde over privaatrechtelijke overeenkomsten van CINOP met derden betreffende de uitvoering van taken door derden. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidieaanvraag#
Artikel 8 Subsidieaanvraag 1 De subsidie wordt op aanvraag verleend. 2 De subsidieaanvraag gaat vergezeld van het werkprogramma en de bijbehorende begroting. 3 De subsidieaanvraag wordt ingediend voor 1 januari voorafgaande aan het boekjaar waarvoor zij is bestemd. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 9 — Artikel 9 Begrotingsvoorbehoud#
Artikel 9 Begrotingsvoorbehoud Subsidieverlening geschiedt onder voorbehoud van het beschikbaar stellen van middelen door de begrotingswetgever. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 10 — Artikel 10 Voorschotten#
Artikel 10 Voorschotten De minister verleent het CINOP jaarlijks een voorschot tot ten hoogste 80% van het subsidiebedrag. De minister kan een voorschot verstrekken na ontvangst van het werkprogramma en de begroting. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 11 — Artikel 11 Goedkeuring werkprogramma en overeenkomst met de Europese Commissie#
Artikel 11 Goedkeuring werkprogramma en overeenkomst met de Europese Commissie 1 Het werkprogramma wordt pas aan de Europese Commissie overgelegd na goedkeuring van de minister. 2 Het CINOP behoeft voor het aangaan van de overeenkomst bedoeld in artikel 3.2 van de Bepalingen de goedkeuring van de minister. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 12 — Artikel 12 Voorafgaande instemming met activiteiten#
Artikel 12 Voorafgaande instemming met activiteiten Het CINOP behoeft de instemming van de minister voor het indienen van projectvoorstellen en voor het deelnemen als partner in een project in het kader van Leonardo da Vinci-II. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 13 — Artikel 13 Verslag van activiteiten#
Artikel 13 Verslag van activiteiten 1 Het CINOP biedt uiterlijk 1 juni van ieder jaar de minister een verslag van activiteiten aan over het voorgaande begrotingsperiode. 2 Het verslag van activiteiten bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten. 3 De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van het werkprogramma, met dien verstande dat richtlijnen van de Europese commissie ter zake worden gevolgd. 4 Het verslag bevat in elk geval een gespecificeerd overzicht van de werkzaamheden verricht door het CINOP, de NUFFIC en derden en geeft inzicht in de voortgang van de werkzaamheden. 5 Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het werkprogramma, en de feitelijke realisatie. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 14 — Artikel 14 Financiële verantwoording#
Artikel 14 Financiële verantwoording 1 Het CINOP biedt uiterlijk 1 juni van ieder jaar de minister een financieel verslag aan over de voorgaande begrotingsperiode. 2 Het financiële verslag bevat een overzicht van alle baten, lasten en rentebaten met betrekking tot de uitvoering van Leonardo da Vinci-II. Het financiële verslag dient eveneens te worden opgenomen in een afzonderlijke bijlage behorende bij het financiële verslag van het CINOP bedoeld in artikel 8 van de Wet subsidiëring onderwijsondersteunende activiteiten. 3 Het financiële verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 4 De verklaring van de accountant bevat tevens een oordeel over de naleving van de subsidievoorwaarden door het CINOP. 5 De minister kan nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van de verklaring van de accountant. 6 In het geval dat, blijkens het financiële verslag, de kosten in enig jaar lager zijn dan het betaalde voorschot, beslist de minister hoe het teveel betaalde verrekend wordt. 7 Rente wordt bij de vaststelling van de subsidie verevend tenzij de minister op voorstel van het CINOP anders beslist. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 15 — Artikel 15 Verstrekken van inlichtingen; verschaffen van toegang#
Artikel 15 Verstrekken van inlichtingen; verschaffen van toegang 1 Het CINOP verstrekt de minister of door hem aangewezen personen de gevraagde inlichtingen die deze in het kader van uitvoering van dit besluit nodig acht. 2 Het CINOP draagt er zorg voor dat de minister of door hem aangewezen personen volledige inzage hebben in alle gevraagde bescheiden, inclusief privaatrechtelijke contracten met onderaannemers. 3 Het CINOP verleent de minister of door hem aangewezen personen toegang tot de door haar in het kader van de subsidie gebruikte plaatsen. 4 Het CINOP stelt de minister onverwijld in kennis van na de aanvraag opgekomen of bekend geworden feiten of omstandigheden die redelijkerwijs van belang zijn voor de vaststelling van de subsidie. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 16 — Artikel 16 Overeenkomsten met contractanten#
Artikel 16 Overeenkomsten met contractanten 1 Bij het aangaan van een overeenkomst als bedoeld in artikel 7.3 van de Bepalingen, bedingt CINOP dat de wederpartij bij het niet, niet tijdig of niet volledig nakomen van de verplichtingen van de overeenkomst de bedragen die in het kader van de overeenkomst aan de wederpartij ter beschikking zijn gesteld, volledig en direct opeisbaar zijn. 2 CINOP is gehouden om alle redelijke inspanningen te verrichten gericht op nakoming van de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, dan wel, indien is vast komen te staan dat nakoming niet mogelijk is, gericht op terugvordering van de bedragen die in het kader van de overeenkomst aan de wederpartij ter beschikking zijn gesteld. 3 CINOP draagt zorg voor de verkrijging van een accountantsverklaring ter zake van de rechtmatigheid en de juistheid van de uitgaven voor het programma Leonardo da Vinci-II. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 17 — Artikel 17 Inwerkingtreding#
Artikel 17 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2000. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 18 — Artikel 18 Bekendmaking#
Artikel 18 Bekendmaking Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000
Artikel 19 — Artikel 19 Citeertitel#
Artikel 19 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Leonardo da Vinci-II. 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 2000 27 22-11-2000 10-11-2000 BVE/B/2000/26099 25-11-2000 01-02-2000