Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO
- BWB-id
- BWBR0011500
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2017-10-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011500
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-vordering-contante-waarde-periodieke-verstrekkingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-vordering-contante-waarde-periodieke-verstrekkingen/2017-10-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011500&g=2017-10-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011500&z=2026-06-06&g=2017-10-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011500/2017-10-27
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/regeling-vordering-contante-waarde-periodieke-verstrekkingen
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO: de; b. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet WIA: de; c. artikel 90, tweede lid, van de WAO artikel 99, tweede lid, van de Wet WIA de contante waarde: de contante waarde van de periodieke verstrekkingen, bedoeld inen; d. artikel 21, eerste lid, van de WAO hoofdstuk 6 van de Wet WIA hoofdstuk 7 van de Wet WIA de loondervingsuitkering: de loondervingsuitkering, bedoeld in, de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld inen de loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in; e. artikel 21, eerste lid, van de WAO de vervolguitkering: de vervolguitkering, bedoeld in artikel 61, vierde lid, van de Wet WIA en de loonaanvullingsuitkering, bedoeld in; f. de uitkering: de loondervingsuitkering en de vervolguitkering tezamen. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/AL/05/102177 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/AL/05/102177 29-12-2005
Artikel 2 — Artikel 2 Geconsolideerde toestand van de arbeidsongeschiktheid#
Artikel 2 Geconsolideerde toestand van de arbeidsongeschiktheid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan in overeenstemming met de tot schadevergoeding verplichte derde eerst tot vordering van de contante waarde overgaan, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van oordeel is dat ten aanzien van de verzekerde met betrekking tot de mate van zijn arbeidsongeschiktheid een geconsolideerde toestand is ingetreden. 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 2002 37 21-02-2002 18-02-2002 W&I/SIU/2002/6475 23-02-2002 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3 Berekening contante waarde#
Artikel 3 Berekening contante waarde De contante waarde wordt berekend op basis van de formule: òf, indien de factor L gelijk is aan de factor r: waarbij: A = de contante waarde; m = het aantal maanden waarover de uitkering maximaal zal kunnen worden verstrekt; L m= het aantal maanden waarover de loondervingsuitkering maximaal zal kunnen worden verstrekt; c = een correctie op de periode waarover de uitkering wordt verstrekt, op grond van de kans op overlijden en op grond van zogenoemde individuele omstandigheden; L c= een correctie op de periode waarover de loondervingsuitkering wordt verstrekt, op grond van de kans op overlijden en op grond van zogenoemde individuele omstandigheden; V hoofdstuk 6 van de WAO U= het bedrag van de vervolguitkering per maand en de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering met dien verstand dat bij de bepaling van de contante waarde van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in, deze factor op 0 wordt gesteld; L U= het bedrag van de loondervingsuitkering per maand en de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering; artikel 14 van de WAO artikel 13 van de Wet WIA L = het gemiddeld stijgingspercentage van het dagloon, bedoeld inof, over een periode van een maand; r = het interestpercentage per maand. V L V L L A = 1,02 * (U* (1-c) * m + (U- U) * (1 - c) * m) 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/AL/05/102177 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/AL/05/102177 29-12-2005
Artikel 4 — Artikel 4 Berekening factoren#
Artikel 4 Berekening factoren 1 V artikel 3 De factor U, bedoeld in, wordt als volgt berekend: a. de som van de vervolguitkering per dag wordt verhoogd met de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering op de dag voorafgaande aan het tijdstip van de vaststelling van de contante waarde; b. het onder a verkregen bedrag wordt voor de herleiding op maandbasis vermenigvuldigd met de factor 21,75. 2 L artikel 3 De factor U, bedoeld in, wordt als volgt berekend: a. de som van de loondervingsuitkering per dag wordt verhoogd met de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering op de dag voorafgaande aan het tijdstip van de vaststelling van de contante waarde; b. het onder a verkregen bedrag wordt voor de herleiding op maandbasis vermenigvuldigd met de factor 21,75. 3 artikel 3 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet De factor m, bedoeld in, is gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen het tijdstip waarop de vervolguitkering van de verzekerde zou worden beëindigd wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inen het begin van de periode waarover wordt afgekocht. 4 artikel 3 artikel 21a van de WAO artikel 59 127, eerste lid, van de Wet WIA De factor mL, bedoeld in, is gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen het tijdstip waarop de loondervingsuitkering van de verzekerde zou worden beëindigd wegens de afloop van de inofofbedoelde periode en het begin van de periode waarover wordt afgekocht. 5 artikel 3 De factor c en de factor cL, bedoeld in, worden per geval door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de tot schadevergoeding verplichte derde in onderling overleg vastgesteld, onverminderd de bevoegdheid van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om met assuradeuren of groepen van assuradeuren hieromtrent gezamenlijke regelingen te treffen. 6 artikel 3 De factor L, bedoeld in, wordt jaarlijks in de maand december vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de duur van het volgende boekjaar, waarbij het gemiddelde stijgingspercentage per maand wordt berekend over de aan de maand december voorafgaande periode van vier jaar. 7 artikel 3 De factor r, bedoeld in, wordt jaarlijks in de maand december vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de duur van het volgende boekjaar en is gelijk aan het gemiddeld effectief rendement over de voorafgaande maand november van de vijf staatsleningen met de langste gemiddeld resterende looptijd waarvan publicatie geschiedt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De factor r wordt voor deze formule herleid naar maanden. 2017 60678 26-10-2017 18-10-2017 2017-0000165489 2017 60678 26-10-2017 18-10-2017 2017-0000165489 27-10-2017 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5 Afronding#
Artikel 5 Afronding L L Bij de toepassing van deze regeling worden de factor (1-c)m en de factor (1-c)mafgerond op een decimaal achter de komma en wel zodanig, dat bij een tweede decimaal van vijf of meer een afronding naar boven plaatsvindt en dat overige tweede decimalen niet in aanmerking worden genomen. 2000 137 19-07-2000 14-07-2000 SV/AVF/2000/39949 2000 137 19-07-2000 14-07-2000 SV/AVF/2000/39949 21-07-2000
Artikel 6 — Artikel 6 Afronding#
Artikel 6 Afronding De factor wordt afgerond op zes decimalen achter de komma en wel zodanig dat bij een zevende decimaal van vijf of meer een afronding naar boven plaatsvindt en dat overige zevende decimalen niet in aanmerking worden genomen. l + L l + r 2000 137 19-07-2000 14-07-2000 SV/AVF/2000/39949 2000 137 19-07-2000 14-07-2000 SV/AVF/2000/39949 21-07-2000
Artikel 7 — Artikel 7 Intrekking regeling van 29 december 1980#
Artikel 7 Intrekking regeling van 29 december 1980 De regeling van de Minister van Sociale Zaken van 29 december 1980, nr. 56453, houdende regels met betrekking tot vordering van de contante waarde van de periodieke uitkeringen (Stcrt. 253) wordt ingetrokken. 2000 137 19-07-2000 14-07-2000 SV/AVF/2000/39949 2000 137 19-07-2000 14-07-2000 SV/AVF/2000/39949 21-07-2000
Artikel 8 — Artikel 8 Overgangsrecht#
Artikel 8 Overgangsrecht artikel 2 Op vorderingen als bedoeld in, waartoe voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling voor het eerst is overgegaan, is de regeling van de Minister van Sociale Zaken van 29 december 1980, nr. 56453, houdende regels met betrekking tot vordering van de contante waarde van de periodieke uitkeringen (Stcrt. 253), zoals die luidde voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing. 2000 137 19-07-2000 14-07-2000 SV/AVF/2000/39949 2000 137 19-07-2000 14-07-2000 SV/AVF/2000/39949 21-07-2000
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding#
Artikel 9 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2000 137 19-07-2000 14-07-2000 SV/AVF/2000/39949 2000 137 19-07-2000 14-07-2000 SV/AVF/2000/39949 21-07-2000
Artikel 10 — Artikel 10 Citeertitel#
Artikel 10 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO en Wet WIA. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/AL/05/102177 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/AL/05/102177 29-12-2005