Subsidieregeling aanpak plaatsingsproblematiek WSNS
- BWB-id
- BWBR0011758
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2000-11-18 t/m 2004-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011758
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/subsidieregeling-aanpak-plaatsingsproblematiek-wsns
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/subsidieregeling-aanpak-plaatsingsproblematiek-wsns/2000-11-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011758&g=2000-11-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011758&z=2026-06-06&g=2000-11-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011758/2000-11-18
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/subsidieregeling-aanpak-plaatsingsproblematiek-wsns
Artikel 1 — Artikel 1 Doel van de regeling#
Artikel 1 Doel van de regeling 1 Doel van deze regeling is het verminderen of voorkomen van de plaatsingstijd voor toelating van een leerling tot een speciale school voor basisonderwijs (SBAO) en het verstrekken van een kwalitatieve impuls gericht op de verbreding van de zorgcapaciteit van de scholen in een samenwerkingsverband-wsns (SWV). 2 Onder plaatsingstijd wordt verstaan de periode die is gelegen tussen het tijdstip van een verzoek om plaatsing op een SBAO van de ouders van een leerling ten aanzien van wie de permanente commissie leerlingenzorg (PCL) in het desbetreffende SWV heeft bepaald dat plaatsing op een SBAO noodzakelijk is, en het tijdstip van feitelijke plaatsing op die SBAO. 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 18-11-2000
Artikel 2 — Artikel 2 Toekenning, betaalbaarstelling en besteding subsidie#
Artikel 2 Toekenning, betaalbaarstelling en besteding subsidie 1 Aan het bestuur van de centrale dienst in een SWV dan wel, indien een SWV geen centrale dienst heeft, het bevoegd gezag van de school die daarvoor in het SWV is aangewezen, wordt een vast bedrag van f 20.000,- toegekend, vermeerderd met f 8,17 per leerling in het SWV. De subsidie wordt berekend op basis van het feitelijk aantal leerlingen in het SWV op teldatum1 oktober 1999, waarbij wordt uitgegaan van de gegevens zoals die door het bevoegd gezag of de bevoegde gezagsorganen in het SWV zijn geaccordeerd. 2 Van het toe te kennen bedrag wordt tweederde deel in december 2000 betaalbaar gesteld en het restant in april 2001. 3 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, dient te worden besteed aan maatregelen die bijdragen aan het doel, bedoeld in artikel 1, zoals opgenomen in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b. 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 18-11-2000
Artikel 3 — Artikel 3 Verplichtingen#
Artikel 3 Verplichtingen 1 Het bevoegd gezag van alle scholen in een SWV dan wel de bevoegde gezagsorganen die het bestuur vormen van de centrale dienst in een SWV zijn verplicht: a. een analyse te maken van de knel- en verbeterpunten die zich voordoen bij de plaatsing van leerlingen op de SBAO of SBAO's in het SWV en bij de uitvoering van de zorgtaken in het SWV; b. op basis van de analyse, bedoeld onder a, een plan van aanpak vast te stellen; c. zorg te dragen voor een adequate registratie van: 1°. het aantal leerlingen ten aanzien van wie de PCL in dat SWV heeft bepaald dat plaatsing op een SBAO noodzakelijk is en dat wacht op plaatsing op een SBAO in het desbetreffende SWV en, 2°. het tijdsverloop tussen het verzoek van de ouders van een leerling als bedoeld onder 1° tot plaatsing op een SBAO en de daadwerkelijke plaatsing op die SBAO en 3°. de wijze waarop die leerling gedurende de plaatsingstijd extra ondersteuning heeft ontvangen; d. de informatie te verstrekken die namens de minister door externe deskundigen wordt gevraagd ten behoeve van het door hen aan de minister uit te brengen eindrapport. 2 Het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt gevoegd bij het zorgplan voor het schooljaar 2001-2002. 3 Het bevoegd gezag of de samenwerkende bevoegde gezagsorganen, bedoeld in het eerste lid, dragen er zorg voor dat de volgende gegevens vóór 1 november 2001, respectievelijk vóór 1 november 2002 aan de inspectie van het onderwijs worden gezonden: a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder c, sub 1°, naar de toestand op 1 oktober 2001, respectievelijk op 1 oktober 2002, met inbegrip van de datum van het verzoek tot plaatsing van de ouders van de desbetreffende leerling; b. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder c, sub 2°, in de periode van inwerkingtreding van deze regeling tot 1 oktober 2001, respectievelijk in de periode van 1 oktober 2001 tot 1 oktober 2002, met inbegrip van de datum van het verzoek tot plaatsing van de ouders van de desbetreffende leerling. 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 18-11-2000
Artikel 4 — Artikel 4 Verantwoording en vaststelling subsidie#
Artikel 4 Verantwoording en vaststelling subsidie 1 De subsidie wordt verstrekt als bestemmingsbedrag. 2 Het bestuur van de centrale dienst in het SWV dan wel, indien het SWV geen centrale dienst heeft, het bevoegd gezag van de school waaraan de subsidie is toegekend, draagt zorg voor de financiële verantwoording van de besteding van de subsidie. Deze verantwoording vindt plaats gelijktijdig met de indiening van de aanvraag rijksvergoeding voor het jaar waarin de activiteiten zijn uitgevoerd, doch uiterlijk gelijktijdig met de indiening van de aanvraag rijksvergoeding voor het jaar 2002 van de desbetreffende centrale dienst of het desbetreffende bevoegd gezag. Uit de verantwoording moet blijken dat de subsidie is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling. De accountant geeft zijn oordeel dienaangaande. 3 Gelijktijdig met de vaststelling van de rijksvergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt de definitieve subsidie vastgesteld. 4 Centrale diensten die over het jaar waarin activiteiten op basis van deze regeling zijn uitgevoerd geen aanvraag rijksvergoeding indienen, zenden uiterlijk 1 november 2002 een activiteitenverslag in als bedoeld in artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede een financieel verslag waaruit blijkt dat de subsidie is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling. Indien het subsidiebedrag meer bedraagt dan f 100.000,- gaan deze verslagen vergezeld van een accountantsverklaring waaruit blijkt dat de subsidie overeenkomstig deze regeling is besteed. Deze documenten worden gezonden aan Cfi/FVE/VDE, postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer. Binnen 13 weken na ontvangst van de documenten wordt de definitieve subsidie vastgesteld. 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 18-11-2000
Artikel 5 — Artikel 5 Bekendmaking#
Artikel 5 Bekendmaking Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 18-11-2000
Artikel 6 — Artikel 6 Inwerkingtreding#
Artikel 6 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling wordt geplaatst. 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 18-11-2000
Artikel 7 — Artikel 7 Citeertitel#
Artikel 7 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling aanpak plaatsingsproblematiek WSNS. 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 2000 26 15-11-2000 03-11-2000 PO/KB/00/43490 18-11-2000