Tijdelijke stimuleringsregeling algemeen maatschappelijk werk
- BWB-id
- BWBR0011279
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011279
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/tijdelijke-stimuleringsregeling-algemeen-maatschappelijk-wer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/tijdelijke-stimuleringsregeling-algemeen-maatschappelijk-wer/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011279&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011279&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011279/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/tijdelijke-stimuleringsregeling-algemeen-maatschappelijk-wer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. het besluit: Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid het; b. de Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; c. algemeen maatschappelijk werk: voorziening voor hulp bij het oplossen van problemen in het persoonlijk of maatschappelijk functioneren, die zonder voorwaarden vooraf toegankelijk is voor alle burgers; d. fte: arbeidsplaats van een uitvoerend algemeen maatschappelijk werker, overeenkomend met de in de voor het algemeen maatschappelijk werk geldende collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen jaarlijkse arbeidsduur voor een voltijdbaan. 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 09-04-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Aan een gemeente kan voor de jaren 2000 tot en met 2003 één uitkering worden verstrekt ten behoeve van door de gemeente gerealiseerde fte’s. 2 Tot door de gemeente gerealiseerde fte’s worden gerekend: a. de in de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2003 met gemeentelijk subsidie tot stand gebrachte uitbreiding van het aantal gesubsidieerde fte’s; b. een met gemeentelijk subsidie tot stand gebrachte uitbreiding van het aantal gesubsidieerde fte’s of met gemeentelijk subsidie uitgevoerde activiteiten als bedoeld in het derde lid, voor zover die gemeente in die periode een aantal fte’s subsidieert in een verhouding van in ieder geval 1 per 6000 inwoners. 3 Tot de in het tweede lid, onder b, bedoelde activiteiten worden gerekend activiteiten ter versterking van het functioneren van het algemeen maatschappelijk werk. 4 Onverminderd het vijfde lid bedraagt de uitkering: a. voor elke fte waarmee het aantal gesubsidieerde fte’s, overeenkomstig het tweede lid, onder a, wordt uitgebreid: € 122.520,66; b. de door de gemeente verstrekte subsidies, bedoeld in het tweede lid, onder b. 5 De uitkering voor een gemeente bedraagt ten hoogste het product van het aantal inwoners dat de gemeente op 31 december 2003 zal hebben ingevolge de Primos Prognose 1999 en vier maal het bedrag dat ontstaat door deling van het voor het verlenen van uitkeringen beschikbare bedrag en de som van het aantal inwoners van alle gemeenten ingevolge eerder genoemde prognose. 2001 214 05-11-2001 04-10-2001 DWJZ-U-2218980 2001 214 05-11-2001 04-10-2001 DWJZ-U-2218980 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De aanvraag van een uitkering wordt uiterlijk vóór 1 juli 2000 ingediend. Voor de aanvraag van een uitkering wordt gebruik gemaakt van een door de Minister vastgesteld aanvraagformulier. 2 artikel 2, tweede lid, onder a Indien de som van de aangevraagde uitkeringen lager is dan het voor de uitkeringen beschikbare bedrag, kan de Minister de maximum uitkering voor een gemeente verhogen doch slechts in de in, bedoelde kosten. 3 artikel 2, vierde lid, onder a Indien een gemeente in aanmerking wil komen voor een verhoging doet zij daarvan op de aanvraag mededeling onder vermelding van het bedrag van de verhoging, met inachtneming van, omgerekend naar het aantal fte’s van de gewenste verhoging. 4 artikel 2, vijfde lid De verhoging bedraagt het gevraagde aantal tenzij de som van de aangevraagde uitkeringen vermeerderd met de som van de aangevraagde verhogingen hoger is dan het voor de uitkeringen beschikbare bedrag. In dat geval bedraagt de verhoging voor een gemeente niet meer dan het voor de betrokken gemeente overeenkomstig, geldende maximum, omgerekend naar het aantal fte’s gedeeld door de som van het maximum aantal van alle gemeenten die een verhoging aanvragen vermenigvuldigt met het aantal fte’s dat voor de verhoging beschikbaar is. 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 09-04-2000
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De Minister verstrekt de volgende voorschotten op een verleende uitkering: a. in 2000: in september 9/48 deel van de verleende uitkering en vervolgens iedere maand 1/48 deel daarvan; b. in 2001, 2002 en 2003: iedere maand 1/48 deel van de verleende uitkering. 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 09-04-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3, derde en vierde lid Indien op grond van tussentijds door de gemeenten op verzoek van de Minister verstrekte informatie blijkt dat de uitkeringen voor een aanzienlijk deel niet zullen worden besteed, worden aanvragen van gemeenten die een grotere uitbreiding kunnen realiseren in behandeling genomen. Daartoe zal de Minister tegelijkertijd met het verzoek aan de gemeenten om aan te geven in hoeverre zij de uitkering zullen besteden, gemeenten in de gelegenheid stellen een verhoging aan te vragen. Bij de beslissing is, van overeenkomstige toepassing. 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 09-04-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 50 Voor de verantwoording, bedoeld invan het besluit, worden gegevens verstrekt op een door de Minister vastgesteld verantwoordingsformulier. 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 09-04-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De Minister kan de uitkering wijzigen in verband met wijziging van indeling van gemeenten of grenscorrecties. 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 09-04-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de financiële verantwoording en vaststelling van op grond van die regeling verleende uitkeringen. 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 09-04-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling algemeen maatschappelijk werk. 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 2000 70 07-04-2000 04-04-2000 GVM/MO2059108 09-04-2000