Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, houdende regels in verband met het tijdelijk stimuleren van innovatieve woon-, zorg- en dienstverleningscombinaties ten behoeve van het zolang mogelijk zelfstandig wonen en functioneren in de maatschappij
- BWB-id
- BWBR0011624
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2003-02-27 t/m 2003-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011624
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/tijdelijke-woonzorgstimuleringsregeling
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/tijdelijke-woonzorgstimuleringsregeling/2003-02-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011624&g=2003-02-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011624&z=2026-06-06&g=2003-02-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011624/2003-02-27
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/tijdelijke-woonzorgstimuleringsregeling
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. aanvrager: rechtspersoon zonder winstoogmerk die subsidie aanvraagt; b. innovatief: gericht op het toepassen van nieuwe technologie, nieuwe producten of nieuwe samenwerkingsvormen op het samenhangend terrein; c. project: activiteit gericht op het tot stand brengen van innovatieve elementen ten behoeve van personen die, om zelfstandig te kunnen wonen, zorg of begeleiding behoeven; d. minister: Minister van Volkshuis-vesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; e. tendersysteem: subsidieverdelingssysteem, waarbij aanvragen binnen een bepaalde periode moeten worden ingediend, waarna alle aanvragen gelijktijdig worden beoordeeld waarbij op grond van kwalitatieve criteria een rangorde voor subsidieverlening kan worden bepaald. 2 artikel 2, onder a De aanvrager van een subsidie voor de kosten, bedoeld in, vraagt subsidie aan mede namens de niet winstbeogende partijen die samenwerken aan een project. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De minister kan ten behoeve van projecten op het samenhangend terrein van wonen en zorg, waarbij ook dienstverlening een rol kan spelen, subsidie verlenen voor: a noodzakelijke, rechtstreeks aan een project toe te rekenen kosten, voorzover die kosten hoger zijn dan normale kosten van soortgelijke investeringen waarbij geen samenhang aanwezig is tussen wonen, zorg en dienstverlening (categorie ‘BC’), of b noodzakelijke kosten van kennisverzameling en kennisoverdracht inzake projecten (categorie ‘D’). 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, onder a De kosten, bedoeld in, worden gesubsidieerd tot een maximum bedrag dat niet hoger is dan € 453.800 per project. 2 artikel 2, onder b De kosten, bedoeld in, worden gesubsidieerd tot een maximum bedrag van € 113.450 per project. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Subsidie wordt geweigerd indien: a. een project naar het oordeel van de minister niet haalbaar is; b. met de uitvoering van een project begonnen is voordat de subsidieaanvraag is ingediend; c. artikel 1, tweede lid niet wordt voldaan aan; d. een project naar het oordeel van de minister niet doeltreffend en doelmatig is, of e. artikel 5, tweede lid, onder d artikel 2, onder a uit de begroting, bedoeld in, blijkt dat de kosten van een project als bedoeld in, geheel uit andere bronnen worden gefinancierd. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, onder a De subsidie voor de kosten, bedoeld in, wordt aangevraagd door middel van het als bijlage BC bij deze regeling opgenomen formulier. 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste: a. een beschrijving van de doelstelling en de activiteiten van het project; b. de wijze waarop overleg over het project heeft plaatsgevonden met betrokken partijen en tot welk resultaat dat heeft geleid; c. een beschrijving van het innovatieve element van het project; d. een gespecificeerde, voorzover mogelijk op offertes gebaseerde, begroting van de kosten van het project, waarin het gewenste subsidiebedrag en de betalingswijze van de subsidie is vermeld en tevens is aangegeven uit welke andere bronnen het project wordt gefinancierd; e. bij bouwactiviteiten tekeningen met herkenbare maatvoering; f. artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten het advies van het zorgkantoor over het project indien de subsidie is bedoeld voor een project waarbij een instelling als bedoeld inis betrokken en g. de looptijd van het project. 3 artikel 2, onder b De subsidie voor de kosten, bedoeld in, wordt aangevraagd door middel van het als bijlage D bij deze regeling opgenomen formulier. 4 De aanvraag, bedoeld in het derde lid, bevat in ieder geval informatie over de kennisverzameling en kennisoverdracht in verband met het project en de gegevens, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d en g. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 2, onder a De minister stelt periodiek een tendersysteem vast met de daarbij behorende plafonds voor de subsidie voor de kosten, bedoeld in. In het tendersysteem kan worden bepaald dat aanvragen die betrekking hebben op in dat tendersysteem genoemde thema's of doelgroepen met voorrang in aanmerking komen voor subsidie en kunnen nadere, op die thema's of doelgroepen toegespitste voorwaarden worden gesteld. Na vaststelling van het tendersysteem wordt dit in de Staatscourant bekendgemaakt. 2 artikel 2, onder b De minister stelt jaarlijks het plafond vast voor de subsidie voor de kosten, bedoeld in. Het besluit tot vaststelling van het subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekendgemaakt. 3 artikel 2, onder b Indien het plafond is bereikt voor de subsidie voor de kosten, bedoeld in, deelt de minister dit onverwijld in de Staatscourant mee. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2, onder a Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in, worden gelijktijdig beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: a. de mate waarin personen die, om zelfstandig te kunnen wonen, zorg of begeleiding behoeven, bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het project zijn betrokken; b. de mate waarin het project een innovatieve waarde heeft; c. de mate van samenwerking tussen partijen, die actief zijn op verschillende gebieden, maar in ieder geval op het gebied van wonen en zorg; d. de mate waarin sprake is van een evenwichtige kosten-batenverhouding en e. de mate waarin het project mogelijkheden biedt voor ruime toepassing en navolging van de resultaten. 2 artikel 2, onder b artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in, worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld voorzover de beschikbare middelen dit toelaten, met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtensde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen als datum van ontvangst van de subsidieaanvraag geldt. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2, onder a De minister beslist binnen vijf maanden na afloop van de in het tendersysteem genoemde indieningstermijn op een subsidieaanvraag voor de kosten, bedoeld in. 2 artikel 2, onder b Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in, worden ingediend voor 1 oktober. De minister beslist binnen vier maanden na indiening van de subsidieaanvraag. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 5, tweede lid, onder d en g De minister kan besluiten tot het ver-strekken van voorschotten op de verleende subsidie op grond van de gegevens, bedoeld in. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De aanvrager aan wie subsidie is verleend stuurt de gegevens over het verloop van het project aan het Innovatieprogramma Wonen en Zorg, in ieder geval zo vaak als het Innovatieprogramma Wonen en Zorg dit verzoekt. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De aanvrageraan wie subsidie is verleend doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister indien er zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de subsidieverstrekking, onder overlegging van de relevante stukken. 2001 65 02-04-2001 30-03-2001 MJZ2001036506 2001 65 02-04-2001 30-03-2001 MJZ2001036506 04-04-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 13, eerste lid, onder b Binnen drie maanden na de voltooiing van het project dient de aanvrager aan wie subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de minister door middel van het formulier, bedoeld in. 2 De aanvraag tot subsidievaststelling bevat ten minste: a. een prestatieverklaring; b. een bestedingsverslag en c. artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 2 een verklaring van een accountant als bedoeld inindien de subsidie voor de kosten, bedoeld in, hoger is dan € 50.000. 3 De minister kan een controle doen instellen op de projecten. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a De minister stelt de subsidie vast overeenkomstig het bedrag van de subsidieverlening. 2001 65 02-04-2001 30-03-2001 MJZ2001036506 2001 65 02-04-2001 30-03-2001 MJZ2001036506 04-04-2001
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De minister stelt een formulier vast voor: a. de subsidieaanvraag voor een project en b. de aanvraag tot subsidievaststelling. 2 De minister kan een formulier vaststellen voor: a. de begroting van een project; b. een prestatieverklaring; c. artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een controleprotocol voor een verklaring van een accountant als bedoeld inof d. het advies van het zorgkantoor. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 2 De subsidie, bedoeld in, kan worden ingetrokken indien: a. een onjuiste opgave van gegevens is gedaan en op grond van een juiste opgave van gegevens, de subsidie niet zou zijn verstrekt; b. artikel 11 artikel 12, derde lid artikel 4, onder a of d uit de omstandigheden, bedoeld in, of uit de controle, bedoeld in, blijkt dat een van de gronden, genoemd in, van toepassing is; c. artikel 12, derde lid geen medewerking wordt verleend aan de controle, bedoeld inof d. binnen één jaar nadat de subsidie is verleend niet een aanvang is gemaakt met de uitvoering van het project. 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 2003 39 25-02-2003 24-02-2002 MJZ2003012039 27-02-2003
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De minister kan artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2000 175 11-09-2000 11-09-2000 MJZ2000108106 2000 175 11-09-2000 11-09-2000 MJZ2000108106 01-10-2000
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2000 en vervalt met ingang van 1 oktober 2003. 2 Deze regeling blijft van toepassing op: subsidieverlening die plaatsvindt na 1 oktober 2003, na een subsidieaanvraag op grond van deze regeling gedaan voor die datum, en de daarop volgende subsidievaststelling, en subsidievaststelling die plaatsvindt na 1 oktober 2003 en strekt ter uitvoering van een subsidieverlening op grond van deze regeling voor die datum. 2002 166 30-08-2002 28-08-2002 MJZ2002068611 2002 166 30-08-2002 28-08-2002 MJZ2002068611 01-09-2002 Bij Stcrt. 2003/39 is in artikel II een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd (m.i.v. 27 februari 2003)
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling Deze regeling wordt aangehaald als:. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen I, II en III, die ter inzage worden gelegd bij de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, gevestigd in de Rijnstraat 8 te `s-Gravenhage. 2000 175 11-09-2000 11-09-2000 MJZ2000108106 2000 175 11-09-2000 11-09-2000 MJZ2000108106 01-10-2000