Vaststelling subsidieplafond en beleidsvoornemen subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken; Matra Politieke Partijen Programma
- BWB-id
- BWBR0011120
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- 2000-02-19 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011120
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/vaststelling-subsidieplafond-en-beleidsvoornemen-subsidi-rin-bwbr0011120
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/vaststelling-subsidieplafond-en-beleidsvoornemen-subsidi-rin-bwbr0011120/2000-02-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011120&g=2000-02-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011120&z=2026-06-06&g=2000-02-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011120/2000-02-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2000/vaststelling-subsidieplafond-en-beleidsvoornemen-subsidi-rin-bwbr0011120
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 2.1.3 2.1.4, onder f, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken Voor subsidieverlening op grond van deengeldt voor de periode 1 februari 2000 tot en met 31 december 2000 voor het Matra Politieke Partijen Programma het volgende subsidieplafond: f 2.000.000,-. 2000 34 17-02-2000 25-01-2000 DEU-089/2000 2000 34 17-02-2000 25-01-2000 DEU-089/2000 19-02-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 2.1.3 2.1.4, onder f, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken Voor subsidieverlening op grond van deengeldt voor de periode 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000 voor het Matra Politieke Partijen Programma het volgende beleidsvoornemen: 1. Het Matra Politieke Partijen Programma is onderdeel van het Matra Programma. Het Matra Programma richt zich op de ondersteuning van de overgang naar een pluriforme, democratische rechtsstaat in landen in Midden- en Oost-Europa. Het Matra Politieke Partijen Programma ondersteunt de algemene vorming en scholing van politiek kader van politieke partijen in: (a) Bulgarije, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Moldavië, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije en Tsjechië en (b) Albanië, Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Oekraïne, Rusland, de Republiek Joegoslavië (Servië-Montenegro), Bosnië-Herzegovina en Wit-Rusland. 2. Voor subsidieverlening komt in aanmerking elke rechtspersoon, die zich uitsluitend of in hoofdzaak bezig houdt met politieke vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van een in de Tweede Kamer der Staten-Generaal vertegenwoordigde politieke groepering en door die groepering als zodanig is aangewezen. 3. Een subsidie als bedoeld in het eerste lid kan ten aanzien van een land, genoemd in het eerste lid, onderdeel (a), uitsluitend worden verstrekt ten behoeve van activiteiten die het gevolg zijn van een gericht verzoek van een politieke partij in dat land. Een subsidie als bedoeld in het eerste lid kan ten aanzien van een land, genoemd in het eerste lid, onderdeel (b), uitsluitend worden verstrekt ten behoeve van activiteiten die het gevolg zijn van een gericht verzoek van een politieke partij, dan wel, vooruitlopend op de oprichting van een politieke partij, van een andere organisatie in dat land. In beide gevallen dient de politieke partij, onderscheidenlijk de andere organisatie, zich ten doel te stellen de democratische rechtsstaat te versterken, rechten van de mens te waarborgen en de vreedzame relaties met de buurlanden te bevorderen. 4. Ook uitgaven verbonden aan de kosten van salariëring (inclusief sociale lasten, pensioenverzekering en dergelijke), de inrichting en functionering van bureauruimte, de reis- en verblijfkosten van personeel dat in verband met die activiteiten in dienst wordt gehouden, en daarmee vergelijkbare uitgaven kunnen voor subsidiëring in aanmerking worden gebracht, mits deze uitgaven direct samenhangen met activiteiten ten behoeve van algemene vorming en scholing van politiek kader in de in het eerste lid van dit artikel bedoelde landen. 5. De in het vierde lid genoemde uitgaven komen voor subsidiëring in aanmerking tot een bedrag van maximaal 20% van de totale uitgaven. Bij de berekening van dit maximum dienen rechtstreekse donaties aan zusterpartijen op de totale uitgaven in mindering te worden gebracht. 6. artikel 1 De subsidie dient schriftelijk voor 1 mei te worden aangevraagd onder overlegging van een begroting en een activiteitenplan voor de ten behoeve van de ingenoemde doelstelling in het desbetreffende jaar te verrichten activiteiten. 7. Subsidieverelening geschiedt overigens in overeenstemming met de als bijlage bij dit besluit gevoegde Handleiding Subsidies Matra Politieke Partijen Programma. 2000 34 17-02-2000 25-01-2000 DEU-089/2000 2000 34 17-02-2000 25-01-2000 DEU-089/2000 19-02-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2000 34 17-02-2000 25-01-2000 DEU-089/2000 2000 34 17-02-2000 25-01-2000 DEU-089/2000 19-02-2000