Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2001
- BWB-id
- BWBR0012554
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2005-07-20 t/m 2006-06-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012554
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-belastingdienst-fio
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-belastingdienst-fio/2005-07-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012554&g=2005-07-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012554&z=2026-06-06&g=2005-07-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012554/2005-07-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-belastingdienst-fio
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. buitengewoon opsporingsambtenaar: artikel 2 de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in; b. Belastingdienst/FIOD-ECD: de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en Economische Controledienst van het Ministerie van Financiën. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De vestigingshoofden, teamleiders en medewerkers opsporing in dienst van de Rijksbelastingdienst en werkzaam bij de Belastingdienst/FIOD-ECD zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 De akte van beëdiging van degene die direct voorafgaand aan zijn tewerkstelling bij de Belastingdienst/FIOD-ECD werkzaam was als buitengewoon opsporingsambtenaar, wordt voor de duur van zes maanden na een tewerkstelling bij de Belastingdienst/FIOD-ECD in één van de functies, genoemd in het eerste lid, geacht te zijn gebaseerd op deze regeling. 3 artikel 10 van het Besluit algemene rechtspositie politie artikel 3, eerste lid, van de Politiewet 1993 De akte van aanstelling, bedoeld in, van de ambtenaar van politie, bedoeld in, wordt voor de duur van zes maanden na de tewerkstelling bij de Belastingdienst/FIOD-ECD in één van de functies, genoemd in het eerste lid, gelijkgesteld met een akte van beëdiging. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van alle strafbare feiten. 2 De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Op grond van deze regeling kunnen maximaal 1100 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie in het arrondissement Haarlem. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen het bestuur van 's Rijks belastingen. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 3, eerste lid artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2, eerste lid De medewerkers genoemd in, kunnen gedurende de uitoefening van hun taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met: a. een korte wapenstok van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; b. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter en c. handboeien van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type. d. de pepperspray van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type. 2005 136 18-07-2005 08-07-2005 5363400 2005 136 18-07-2005 08-07-2005 5363400 20-07-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De voorzitter van het managementteam van de Belastingdienst/FIOD-ECD brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij de Belastingdienst/FIOD-ECD aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de Belastingdienst/FIOD-ECD; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten, met uitzondering van de fiscale en douanedelicten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2005 136 18-07-2005 08-07-2005 5363400 2005 136 18-07-2005 08-07-2005 5363400 20-07-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden: a. de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg een van de basisopleidingen voor de buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD heeft voltooid; b. de onder a. bedoelde basisopleidingen omvatten tenminste het niveau van de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de Minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, zijn onderworpen aan goedkeuring door de Minister van Justitie en worden afgesloten met een toets; c. de onder b bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd; d. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau blijft gehandhaafd. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten krachtens hetFIOD 1995 alsmede hetECD 1995 vastgestelde besluiten op deze regeling. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 12 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op de ingenoemde besluiten, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Ingetrokken worden: a. Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar hetFIOD 1995; b. Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar hetBelastingdienst/ECD 1995. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2001. 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 2001 117 21-06-2001 13-06-2001 5103041/501/CBK 23-06-2001