Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ
- BWB-id
- BWBR0012377
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2004-07-16 t/m 2004-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012377
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-ez
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-ez/2004-07-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012377&g=2004-07-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012377&z=2026-06-06&g=2004-07-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012377/2004-07-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-ez
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Economische Zaken; b. de hoofden van dienst: de directeur-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen, de directeur-generaal van Innovatie, de directeur-generaal van Marktordening en Energie, de directeur-generaal van Ondernemingsklimaat, de directeur-generaal van Telecommunicatie- en Post, de directeur Communicatie, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Algemene Economische Politiek, de directeur Personeel, Organisatie en Informatiemanagement, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Interne Zaken, de algemeen directeur van de EVD, de directeur van de Auditdienst, de algemeen directeur van SenterNovem, de directeur van het Centraal Planbureau, de directeur van het Bureau voor de Industriële Eigendom, de inspecteur-generaal der mijnen, de directeur-hoofdinspecteur van het agentschap Telecom, de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit en de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie; c. P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget; d. BBRA: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 ; e. ARAR: Algemeen Rijksambtenarenreglement . 2004 82 29-04-2004 16-04-2004 WJZ4026510 2004 82 29-04-2004 16-04-2004 WJZ4026510 01-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het in dit besluit ten aanzien van de minister bepaalde is van overeenkomstige toepassing voor de Staatssecretaris van Economische Zaken. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op: a. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet; b. artikel 10:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet of die genoemd zijn in. 2 Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval: a. beslissingen die belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kunnen hebben; b. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van de minister; c. beslissingen waaruit belangrijke financiële consequenties voor het rijk voortvloeien, behoudens voorzover een beslissing een rechtstreeks gevolg is van de bestaande aard en omvang van de regeringsbemoeienis op economisch gebied; d. het vaststellen van ministeriële regelingen en beleidsregels; e. delegatie van bevoegdheden; f. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal is genomen; g. aangelegenheden met betrekking tot de secretaris-generaal. 3 Voorts heeft mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor: a. de Koningin en het Kabinet der Koningin; b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges; c. een minister of een staatssecretaris; d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie; e. de Raad van State, behoudens voorzover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; f. de Algemene Rekenkamer behoudens voorzover het betreft door het Bureau Economische Zaken gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; g. Kaderwet adviescolleges een adviescollege in de zin van de; h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of staatssecretaris. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bij of krachtens dit besluit verleend mandaat, volmacht en machtiging heeft geen betrekking op: a. het beslissen op een bezwaarschrift door degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen; b. aangelegenheden waarbij de gemandateerde belanghebbende is; c. andere aangelegenheden ten aanzien waarvan de gemandateerde weet of moet begrijpen dat de omstandigheden van het geval zich ertegen verzetten dat hij handelt krachtens mandaat, volmacht of machtiging. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Aan de secretaris-generaal wordt algemeen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor: a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499); b. het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de secretaris-generaal door de minister of een hoofd van dienst moeten worden vastgesteld; c. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst; d. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst: 1º ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of 2º die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, omdat zij naar het oordeel van het hoofd van dienst door de secretaris-generaal moeten worden behandeld, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moeten worden behandeld; e. Wet openbaarheid van bestuur artikel 3, tweede lid, onder a aangelegenheden op het gebied van de, voorzover niet vallend onder, of behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; f. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing en ontslag van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voorzover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt algemeen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor: a. Wet openbaarheid van bestuur artikel 3, tweede lid, onder a aangelegenheden op het gebied van de, voorzover niet vallend onder, of behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; b. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing en ontslag van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voorzover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst; c. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, voorzover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst. 2 Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onder c, behoren in ieder geval: a. het vaststellen van de organisatie en formatie van de diensten, voorzover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst; b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten; c. het vaststellen van interne circulaires; d. de P&O-aangelegenheden van het bureau SG; e. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden; f. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst; g. bijlage B bijlage A van het BBRA besluiten ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger vanofgeldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende: 1º het aanstellen in tijdelijke dienst en het beëindigen van tijdelijke aanstellingen; 2º het benoemen in en ontslaan uit kwetsbare functies; 3º artikel 34 van het ARAR het verlenen van buitengewoon verlof op basis van; 4º artikel 57 van het ARAR het opdragen van een andere functie op basis van; 5º artikel 58 van het ARAR het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van; 6º artikel 81 van het ARAR artikel 81, eerste lid, onder i, van het ARAR artikel 81, eerste lid, onder l, van het ARAR het opleggen van disciplinaire straffen op grond van, met uitzondering van het indelen in een lagere salarisschaal als bedoeld in, respectievelijk het verlenen van ontslag, als bedoeld invan ambtenaren in vaste dienst; 7º artikel 91 van het ARAR het schorsen van een ambtenaar in tijdelijke dienst op basis van; 8º artikel 92 van het ARAR het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van. 2002 117 24-06-2002 17-06-2002 WJZ02030566 2002 117 24-06-2002 17-06-2002 WJZ02030566 01-07-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich, algemeen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal, of aan een ander hoofd van dienst. 2 Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, algemeen mandaat verleend inzake de benoeming en het ontslag van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening, die zijn ingesteld in een algemeen verbindend voorschrift. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Aan de directeur-generaal van de Buitenlandse Economische Betrekkingen wordt mandaat verleend inzake de benoeming en het ontslag van leden van de Adviescommissie exportkredietverzekering opkomende markten. 2002 142 29-07-2002 26-07-2002 WJZ02037192 2002 142 29-07-2002 26-07-2002 WJZ02037192 31-07-2002 22-07-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Aan de directeur-generaal van Marktordening en Energie wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met: a. Mijnbouwwet Mijnbouwbesluit artikel 12 de, heten de Mijnbouwregeling, met uitzondering van het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen waarvoor inmandaat, volmacht en machtiging wordt verleend aan de inspecteur-generaal der mijnen; b. benoeming, schorsing en ontslag van de leden van de Mijnraad; c. benoeming, schorsing en ontslag van de leden van de Technische commissie bodembeweging; d. benoeming en ontslag van de leden van de Raad van Toezicht van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland; e. benoeming en ontslag van de bestuursleden van de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieprodukten. 2003 51 13-03-2003 10-03-2003 WJZ3000537 2003 51 13-03-2003 10-03-2003 WJZ3000537 15-03-2003 01-01-2003
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Aan de directeur-generaal van Innovatie wordt mandaat verleend inzake de benoeming en het ontslag van de leden van de Gemeenschappelijke Raadgevende Commissie. 2004 36 23-02-2004 09-02-2004 WJZ4008291 2004 36 23-02-2004 09-02-2004 WJZ4008291 25-02-2004 De wijziging is herplaatst.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van verzoeken van de Nationale ombudsman en bezwaar- en beroepsschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, met uitzondering van: a. bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden; b. artikelen 22a, tweede lid 22c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bezwaar- en beroepschriften die zijn gericht tegen beslissingen tot vaststelling van de uitnodiging tot betaling ter zake van anti-dumpingheffingen of compenserende heffingen en tot het geven van de beschikking ter zake van anti-dumpingheffingen en tot het geven van de beschikking ter zake van anti-dumpingheffingen of compenserende heffingen als bedoeld in deen; c. artikel 14 bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten die zijn gebaseerd op de artikelen, genoemd in; d. bezwaar- en beroepschriften die gericht zijn tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door de algemeen directeur SenterNovem of door hem aangewezen ambtenaren; e. bezwaar- en beroepschriften die gericht zijn tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door de directeur-hoofdinspecteur van het agentschap Telecom of door hem aangewezen ambtenaren; f. bezwaar- en beroepschriften die gericht zijn tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door de algemeen directeur van de EVD of door hem aangewezen ambtenaren. 2 Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen die het werkterrein van de hoofden van dienst van de buitendiensten betreffen. 2004 82 29-04-2004 16-04-2004 WJZ4026510 2004 82 29-04-2004 16-04-2004 WJZ4026510 01-05-2004
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 hoofdstuk IV van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 Aan de directeur Interne Zaken wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met, met uitzondering van besluiten die betrekking hebben op de medewerkers van de buitendiensten. 2 artikel 12a van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 Het in het eerste lid genoemde mandaat heeft geen betrekking op het nemen van besluiten inzake verzoeken op grond van. 2004 36 23-02-2004 09-02-2004 WJZ4008291 2004 36 23-02-2004 09-02-2004 WJZ4008291 25-02-2004 01-12-2003 De wijziging is herplaatst.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Aan de algemeen directeur van Senter-Novem, de directeur-hoofdinspecteur van het agentschap Telecom en de algemeen directeur van de EVD wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door hem of door hem aangewezen ambtenaren. 2004 82 29-04-2004 16-04-2004 WJZ4026510 2004 82 29-04-2004 16-04-2004 WJZ4026510 01-05-2004
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met: a. artikelen 50 51, derde lid 52, derde lid, van de Mijnbouwwet de,, en; b. artikelen 22 35, tweede lid 51, vijfde lid 88, tweede lid 90 91 97 99, derde en vierde lid 101 111 112 113 van het Mijnbouwbesluit de,,,,,,,,,,en; c. de Mijnbouwregeling, met uitzondering van artikel 1.2.1 en paragraaf 1.4. 2003 51 13-03-2003 10-03-2003 WJZ3000537 2003 51 13-03-2003 10-03-2003 WJZ3000537 15-03-2003 01-01-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Aan de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor: a. de P&O-aangelegenheden van de Dienst uitvoering en toezicht energie; b. artikel 14 het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, tegen besluiten die zijn gebaseerd op de artikelen genoemd in; c. artikel 14 artikel 1 Elektriciteitswet 1998 Gaswet het behandelen van bezwaar- en beroepschriften die zijn gericht tegen een besluit op grond van de ingenoemde artikelen van deof dedat vóór of op 1 januari 2001 is voorbereid door of namens de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie, en is genomen en ondertekend namens de Minister van Economische Zaken door één van de hoofden van dienst, bedoeld in; d. artikel 14 Elektriciteitswet 1998 Gaswet de voorbereiding van een beslissing op bezwaar en de behandeling van een beroepschrift, dat is gericht tegen een besluit op grond de ingenoemde artikelen van deofdat vóór 1 januari 2001 is voorbereid door of namens de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie en dat is genomen en ondertekend door de Minister van Economische Zaken. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Aan de directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met: a. artikelen 15 29, derde lid 54 68, tweede lid 70, derde lid 71, eerste lid 72, eerste lid 85, derde lid 95d, eerste lid 95e 95f, eerste lid 95i van de Elektriciteitswet 1998 de,,,,,,,,,,en; b. artikelen 2a 34 40, tweede lid 45, eerste lid 46 47, eerste lid 83 van de Gaswet de,,,,,,; c. artikel 3, eerste, tweede, derde en zesde lid van het Besluit leveringszekerheid Gaswet . 2004 131 13-07-2004 04-07-2004 WJZ4043759 2004 131 13-07-2004 04-07-2004 WJZ4043759 16-07-2004
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van: a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie; c. artikel 2, tweede lid, van het Besluit Taak FEZ . 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Het krachtens mandaat of volmacht ondertekenen van stukken geschiedt als volgt: De Minister van Economische Zaken, namens deze: (handtekening) (naam functionaris) (functie) 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 5 De secretaris-generaal kan voor de aangelegenheden, bedoeld in, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de plaatsvervangend secretaris-generaal en aan de adjunct secretaris-generaal. 2 De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor benoeming en ontslag van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 7, eerste lid artikelen 8 14 De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zijn werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in, en voorzover van toepassing voor aangelegenheden als bedoeld in detot en met, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen of aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers. 2 Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat: a. slechts ondermandaat, volmacht en machtiging kan worden verleend aan de plaatsvervanger van het hoofd van dienst; b. aan hoofden van ondergeschikte organisatieonderdelen en andere functionarissen slechts ondermandaat, volmacht en machtiging kan worden verleend voorzover het betreft: 1º het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel overeenkomstig de door de hoofden van dienst daartoe vastgestelde opleidingsplannen; 2º verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van personeel; 3º verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die de hoofden van dienst zijn aangegaan voor het aantrekken van servicekrachten; 4º het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof; 5º het accorderen van reisdeclaraties. 3 De plaatsvervangend secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging die afwijkt van het tweede lid. 2003 51 13-03-2003 10-03-2003 WJZ3000537 2003 51 13-03-2003 10-03-2003 WJZ3000537 15-03-2003
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het verlenen van ondermandaat en volmacht alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken. 2 artikelen 17 18 Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in deenwordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Personeel, Organisatie en Informatiemanagement, de directeur van de Auditdienst en de Algemene Rekenkamer. 2003 159 20-08-2003 14-08-2003 WJZ3019633 2003 159 20-08-2003 14-08-2003 WJZ3019633 22-08-2003
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De uit dit besluit voor de secretaris-generaal en de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. 2 De secretaris-generaal kan in verband met gelijktijdige afwezigheid van zowel hemzelf als zijn plaatsvervanger mandaat, volmacht en machtiging verlenen aan een directeur-generaal. 2003 51 13-03-2003 10-03-2003 WJZ3000537 2003 51 13-03-2003 10-03-2003 WJZ3000537 15-03-2003
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal. 2 In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt: De Minister van Economische Zaken, namens deze, overeenkomstig het door de minister genomen besluit: (handtekening) (naam) secretaris-generaal 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Ingetrokken worden: a. de Machtiging inzake personeelsbeheer van 12 april 1961; b. de Regeling decentralisatie personeelstaken EZ; c. de Mandaatregeling 1988; d. de Mandaatregeling inzake de benoeming van bestuursleden van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland; e. de Mandaatregeling inzake de benoeming van bestuursleden van de Stichting Centraal Orgaan Voorraad-vorming Aardolieproducten; f. de Mandaatregeling inzake de benoeming van leden van de Commissie Elektriciteitswerken; g. de Mandaatregeling inzake de goedkeuring van benoemingen van voorzitters van hoofdbedrijf- en bedrijfschappen; h. de Mandaatregeling inzake de benoeming van leden van adviescommissies, ingesteld ten behoeve van de uitvoering van subsidie-instrumenten op het taakgebied van het directoraat-generaal voor Energie. i. het Besluit ideeënmanagement EZ . 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Mijnreglement 1964 Mijnreglement continentaal plat Wijzigt het Instellingsbesluit agentschap Senter, de Regeling uitvoering vervoerplan EZ en de Regeling mandaat en instructiesen. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Uitvoeringsregeling Wob EZ Wijzigt de. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Ondermandaatregelingen die zijn vastgesteld op grond van de Mandaatregeling 1988 blijven van kracht tot zij zijn vervangen door besluiten inzake mandaat, volmacht en machtiging op grond van dit besluit, doch uiterlijk tot zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de adjunct secretaris-generaal, de hoofden van dienst en hun plaatsvervangers, en de Algemene Rekenkamer. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 april 2001. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ. 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 2001 65 02-04-2001 29-03-2001 WJZ01017959 04-04-2001 01-04-2001