Investeringsregeling biologische varkenshouderij
- BWB-id
- BWBR0013021
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2007-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013021
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/investeringsregeling-biologische-varkenshouderij
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/investeringsregeling-biologische-varkenshouderij/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013021&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013021&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013021/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/investeringsregeling-biologische-varkenshouderij
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. biologische productiemethode: artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode productiemethode als bedoeld in; c. biologische varkenshouderij: het houden van varkens overeenkomstig de biologische productiemethode; d. landbouwbedrijf: geheel van productie-eenheden in Nederland bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten daarvan en daarbijbehorende landbouwgrond, uitsluitend of onder meer dienende tot de uitoefening van de landbouw; e. Stichting Skal: Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode controle-instelling belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens hetbepaalde; f. varkensrecht: artikel 1, onderdelen h en i, van de Wet herstructurering varkenshouderij varkensrechten onderscheidenlijk fokzeugenrechten als bedoeld in; g. investeringsproject: samenhangend geheel van investeringen in productiemiddelen die in een productieproces meer jaren meegaan en waarop doorgaans wordt afgeschreven; h. rechtspersoon: rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon; i. varken: big, fokzeug, mestvarken of ander varken; j. afnamecontract: juridisch afdwingbare verbintenis waarin een landbouwbedrijf met een of meerdere afnemers is overeengekomen om gedurende een periode van ten minste twee jaar een minimumaantal biologische varkens te leveren voor een prijs die ten minste niet lager is dan de bij de verbintenis vastgelegde minimumprijs; k. bedrijfsaansluitingsbevestiging: bedrijfsaansluitingsbevestiging als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Controlereglement biologische productiemethode onderscheidenlijk artikel 2, derde lid van het Controlereglement Skal-controle van de stichting Skal; l. bedrijfsaansluitingscertificaat: bedrijfsaansluitingscertificaat als bedoeld in artikel 2, achtste lid, van het Controlereglement biologische productiemethode onderscheidenlijk artikel 2, achtste lid, van het Controlereglement Skal-controle van de stichting Skal; m. economische levensvatbaarheid: artikel 8, vierde lid, onderdeel a artikel 8, vijfde lid de omstandigheid dat een onderneming solvabel, liquide en niet structureel verliesgevend is onderscheidenlijk zal zijn, hetgeen blijkt uit de verklaring onderscheidenlijk de gegevens als bedoeld in respectievelijk, en; n. handelsdocumenten: verordening (EEG) nr. 4045/89 Richtlijn 77/435/EEG alle documenten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, en artikel 3 vanvan de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lid-Staten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van(PbEG L 388); o. Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister kan ter vermindering van de belasting voor het milieu en de natuur door de varkenshouderij op grond van de volgende bepalingen een subsidie verstrekken voor de investeringen ten behoeve van de omschakeling van de varkenshouderij naar de biologische productiemethode. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De minister kan per kalenderjaar één of meer aanvraagperioden vaststellen voor subsidieaanvragen op grond van deze regeling. 2 De minister stelt voor iedere aanvraagperiode een subsidieplafond vast voor de op grond van deze regeling te verstrekken subsidies. 3 De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van de datum van ontvangst van de aanvragen door Dienst Regelingen. 4 Indien dit noodzakelijk is in verband met het bereiken van het subsidieplafond wordt door middel van loting beslist over de rangschikking van de op één dag ontvangen aanvragen. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De subsidie kan slechts worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, indien deze: a. op het tijdstip van indienen van de aanvraag tot subsidieverlening voor eigen rekening en risico: 1° als eigenaar, gerechtigde of als pachter een landbouwbedrijf exploiteert, of 2° blijkens de van kracht zijnde statuten de exploitatie van een landbouwbedrijf ten doel heeft, b. Algemene Ouderdomswet als eigenaar, gerechtigde onderscheidenlijk pachter op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening geen recht heeft op een ouderdomspensioen ingevolge de, c. als eigenaar, gerechtigde, of pachter dan wel als directeur/bedrijfsleider beschikt over voldoende agrarische vakbekwaamheid, hetgeen blijkt uit: 1° het bezit van een getuigschrift van een erkende landbouwkundige opleiding onderscheidenlijk van een opleiding van een hiermee gelijkwaardig niveau, of 2° de omstandigheid dat hij ten minste drie jaren op een landbouwbedrijf werkzaam is geweest, d. Wet milieubeheer Wet verontreiniging oppervlaktewater Meststoffenwet Wet bodembescherming Bestrijdingsmiddelenwet 1962 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Diergeneesmiddelenwet Plantenziektewet voldoet aan de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn, hetgeen betekent dat hij op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening het landbouwbedrijf uitoefent met inachtneming van de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne, hetgeen in ieder geval omvat de geldende normen bij of krachtens de, de, de, de, de, de, deen de. e. in het bezit is van een of meerdere afnamecontracten die voor het totaal aantal te produceren varkens op het landbouwbedrijf, de afzet garandeert; f. in het bezit is van een bedrijfsaansluitingsbevestiging; g. een landbouwbedrijf exploiteert waarvan de economische levensvatbaarheid op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening kan worden aangetoond. 2 Indien meer dan een natuurlijke persoon voor gezamenlijke rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteren, kan een subsidie worden verleend indien ten minste een van de natuurlijke personen die het landbouwbedrijf exploiteren op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening eigenaar, gerechtigde of pachter van dit landbouwbedrijf is en voldoet aan het bepaalde in het eerste lid. Indien meer dan een rechtspersoon voor gezamenlijke rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteert, kan een subsidie worden verleend indien tenminste een directeur/bedrijfsleider van één van de deelnemende rechtspersonen voldoet aan het eerste lid. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De subsidie wordt verleend voor investeringen in productiemiddelen: a. waarvan de aanvrager de eerste gebruiker is, en b. Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode die gericht zijn op het houden van varkens volgens de normen van de biologische productiemethode en in overeenstemming met de opgebaseerde publiekrechtelijke voorschriften van Stichting Skal. 2 Geen subsidie wordt verleend voor: a. investeringen die dienen ter vervanging van productiemiddelen die reeds het eigendom zijn van de aanvrager, b. de aankoop van varkensrechten, of c. investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, gericht op productieverhoging, waarvoor geen afnamecontract bestaat. 3 Geen subsidie wordt verleend voor investeringsprojecten met de uitvoering waarvan een aanvang is gemaakt alvorens de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd. Onder het maken van een aanvang met de uitvoering van een investering wordt in ieder geval verstaan het aangaan van verplichtingen. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende door de aanvrager gemaakte en betaalde kosten, voorzover zij noodzakelijk zijn en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de onderdelen van het investeringsproject waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft: a. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, gebaseerd op de historische aanschafprijzen, b. de kosten van de bouw van onroerende zaken, en c. de algemene kosten, met name de kosten voor architecten, ingenieurs en adviseurs en installatiekosten, tot een maximum van 12% van de onder a en b bedoelde kosten. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De subsidie bedraagt 30% van de subsidiabele kosten. 2 De subsidie bedraagt ten hoogste € 250.000,-. 3 Indien voor de subsidiabele kosten of een gedeelte daarvan reeds uit anderen hoofde een subsidie of ander geldelijk voordeel is of zal worden verleend, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat het totale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan 40% van de subsidiabele kosten. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt bij Dienst Regelingen ingediend. 2 Voor de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, maakt de aanvrager gebruik van een daartoe vastgesteld formulier. 3 Door het indienen van het aanvraagformulier verplicht de aanvrager zich tot nakoming van de daarin gestelde voorwaarden en verplichtingen en stemt hij in met een doorgifte door Stichting Skal aan Dienst Regelingen van alle gegevens betrekking hebbende op de uitoefening van de biologische productiemethode op zijn landbouwbedrijf. 4 De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van: a. een verklaring van een financierende derde waaruit blijkt dat deze de voorgenomen investeringen geheel of voor een substantieel deel zal financieren; b. een beschrijving van de economische positie van het landbouwbedrijf inhoudende een weergave van het eigen vermogen van het bedrijf, een opgave van de beschikbare liquide middelen en de schuldpositie, c. een investeringsprojectplan, inhoudende een beschrijving van de begintoestand, de doelstellingen en achtergronden van het investeringsproject, de toestand na voltooiing van het investeringsprojectplan, de activiteiten, een tijdsplanning van de activiteiten en de wijze van uitvoering; d. een gespecificeerde begroting van de beoogde investeringen en een opgave van de financieringswijze van het investeringsproject, e. in voorkomend geval, de statuten van de rechtspersoon, f. in voorkomend geval, het getuigschrift van de landbouwkundige opleiding, g. een bedrijfsaansluitingsbevestiging, h. een opgaaf van het aantal varkensrechten dat het bedrijf heeft, i. een afschrift van het afnamecontract. 5 Indien geen verklaring als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt overlegd, wordt bij de aanvraag tot subsidieverlening overlegd: a. een exploitatiebegroting en andere financiële bescheiden over de twee boekjaren volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt waaruit kan worden afgeleid dat het eigen vermogen niet minder dan 15 procent van het totale vermogen uitmaakt, nadat de investering, waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend, heeft plaatsgevonden, b. een meerjarenbegroting over een periode van 5 jaar volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt, en c. financiële gegevens, met inbegrip van een jaarrekening, waaruit dient te blijken dat de subsidieaanvrager gedurende de drie jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag niet meer dan gedurende één jaar verlies heeft geleden. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De minister geeft de beschikking tot subsidieverlening binnen vier maanden na afloop van de aanvraagperiode waarin de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend. Indien deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De subsidieverlening kan worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de financiering van het project niet toereikend zal zijn. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De subsidieontvanger voert het investeringsproject uit: a. overeenkomstig het investeringsplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft, b. in Nederland, behoudens toestemming van de minister tot gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland, c. binnen achttien maanden na de beschikking tot subsidieverlening. 2 Wijzigingen in het investeringsplan gedurende de looptijd van het investeringsproject worden aan Dienst Regelingen gemeld. De minister kan deze wijzigingen goedkeuren, tenzij het wijzigingen ten aanzien van de doelstelling van het investeringsproject betreft. 3 artikel 6 De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle kosten voor het investeringsproject kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de inonderscheiden kostensoorten. 4 De subsidieontvanger is verplicht handelsdocumenten te bewaren gedurende een periode van drie jaar nadat de beschikking tot subsidievaststelling is vastgesteld. 5 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan de minister op verzoek van de subsidieontvanger wegens gewijzigde marktomstandigheden eenmalig een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen het investeringsproject wordt uitgevoerd. 6 Een verzoek als bedoeld in het vorige lid, wordt door de subsidieontvanger met redenen omkleed en bevat in ieder geval de volgende onderdelen: a. een weergave van de marktomstandigheden waarom het investeringsproject niet binnen achttien maanden na de beschikking tot subsidieverlening kan worden uitgevoerd, b. eventuele aanpassingen in het investeringsplan, en c. een voorstel voor een termijn waarbinnen het investeringsproject alsnog wordt uitgevoerd. 7 Een termijn als bedoeld in het vijfde lid bedraagt ten hoogste 30 maanden vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De subsidieontvanger is verplicht uiterlijk binnen acht maanden nadat het investeringsproject is voltooid een bedrijfsaansluitingscertificaat voor de biologische varkenshouderij van Stichting Skal te hebben verkregen. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk binnen acht maanden na afloop van het investeringsproject ingediend bij Dienst Regelingen, op een daartoe vastgesteld formulier. 2 De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van: a. een verslag dat bestaat uit een beschrijving van de verrichte investeringen; b. indien van toepassing, een afschrift van de bouwvergunningen en andere vergunningen die zijn verkregen voor de uitvoering van het investeringsproject; c. artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek een financiële verantwoording bestaande uit een rekening alsmede een verklaring van een accountant of een accountant-administratieconsulent als bedoeld inwaaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen; d. een afschrift van het vigerende bestemmingsplan; e. een afschrift van het bedrijfsaansluitingscertificaat voor de biologische varkenshouderij afgegeven door Stichting Skal. 3 bijlage 1 bij deze regeling De accountant of accountant-administratieconsulent, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, controleert met inachtneming van het inopgenomen controleprotocol. 4 De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is belast met het toezicht op de naleving van de in deze regeling gestelde voorschriften. Zij kan daartoe gebruik maken van de diensten van de stichting Skal. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies Indien toepassing wordt gegeven aanofkunnen terug te vorderen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf de uitbetaling van het subsidiebedrag tot aan het moment van algehele voldoening. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, Algemene wet bestuursrecht vindt geen toepassing ten aanzien van de reeds uitbetaalde subsidie indien niet-nakoming van de uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen het gevolg is van: a. overlijden van de subsidieontvanger, b. overmacht, of c. Onteigeningswet onteigening of gedwongen verkoop in de zin van de, voorzover deze onteigening of gedwongen verkoop niet te voorzien was op de dag waarop de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend. 2 Een subsidieontvanger dient het beroep op een van de in het eerste lid bedoelde gevallen bij Dienst Regelingen in binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf het tijdstip waarop dit voor hem mogelijk is. Dit beroep gaat vergezeld van bewijzen. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2003 67 04-04-2003 31-03-2003 TRCJZ/2003/2734 2003 67 04-04-2003 31-03-2003 TRCJZ/2003/2734 06-04-2003
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Wijzigt deze regeling. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Deze regeling wordt aangehaald als: Investeringsregeling biologische varkenshouderij. 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 2001 229 26-11-2001 22-11-2001 TRCJZ/2001/15513 28-11-2001
Artikel 13#
artikel 13, derde lid, van de Investeringsregeling biologische varkenshouderij
Artikel 13#
tweede lid van artikel 13
Artikel 5#
Artikel 5, eerste lid
Artikel 5#
Artikel 5, tweede lid
Artikel 5#
Artikel 5, derde lid
Artikel 6#
Artikel 6
Artikel 7#
Artikel 7, derde lid
Artikel 11#
Artikel 11, eerste lid
Artikel 11#
Artikel 11, derde lid
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 12#
Artikel 12
Artikel 13#
Artikel 13, lid 2c
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid
Artikel 5#
artikel 5, tweede lid
Artikel 5#
artikel 5, derde lid
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 7#
artikel 7, derde lid
Artikel 11#
artikel 11, eerste lid
Artikel 11#
artikel 11, derde lid
Artikel 12#
artikel 12
Artikel 13#
artikel 13, lid 2c