Meldingsregeling milieu-investeringsaftrek 2001
- BWB-id
- BWBR0012056
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012056
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/meldingsregeling-milieu-investeringsaftrek-2001
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/meldingsregeling-milieu-investeringsaftrek-2001/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012056&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012056&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012056/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/meldingsregeling-milieu-investeringsaftrek-2001
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 3.42a, vierde en achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Deze regeling geeft uitvoering aan. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 Deze regeling verstaat onder wet:. 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3.42a, zevende lid, van de wet De aanmelding, bedoeld in, van de aangegane verplichtingen of de gemaakte voortbrengingskosten ter zake van een bedrijfsmiddel als bedoeld in de bijlage 1 van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen moet binnen een termijn van drie maanden plaats vinden. Deze termijn vangt aan: a. met betrekking tot verplichtingen: bij het aangaan van de verplichting; b. met betrekking tot voortbrengingskosten: bij de aanvang van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de kosten zijn gemaakt of, ingeval het bedrijfsmiddel ter zake waarvan de voortbrengingskosten zijn gemaakt in het kalenderkwartaal in gebruik is genomen, bij ingebruikneming van het bedrijfsmiddel. 2 artikel 3.52, eerste lid, onderdeel b, van de wet Ingevaltoepassing vindt, vangt met betrekking tot voortbrengingskosten de termijn aan bij de inwerkingtreding van de ministeriële regeling indien dat leidt tot een aanmelding op een eerder tijdstip dan op grond van het eerste lid. 2008 253 31-12-2008 17-12-2008 DB2008/705 2008 253 31-12-2008 17-12-2008 DB2008/705 01-01-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De aanmelding van de aangegane verplichtingen en de gemaakte voortbrengingskosten vindt uitsluitend plaats langs de daartoe door de Minister van Economische Zaken en Klimaat geopende elektronische weg. 2 De aanmelding wordt gedaan voor aangegane verplichtingen en gemaakte voortbrengingskosten die per melding samen ten minste € 2.500 bedragen. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 3.42a, vierde lid, van de wet Een advies als bedoeld in(milieu-advies) omvat tenminste: a een overzicht van de grond- en hulpstoffen, processen, producten en emissies, gebruikt in of voortgebracht in het in onderdeel a van dat artikellid bedoelde object; b een gespecificeerde opgave van: 1° voor de onderneming nieuwe en economisch haalbare technieken en methoden om de emissies veroorzaakt door bestaande en toekomstige activiteiten in dat object te verminderen, alsmede van de omvang van de vermindering; en 2° voor de onderneming nieuwe en economische haalbare technieken en methoden om de milieubelasting van processen of producten te verminderen; c een overzicht van de als gevolg van de uitvoering van het advies noodzakelijke organisatorische en administratieve aanpassingen in de bedrijfsvoering; en d een raming van het bedrag van de voor de uitvoering van het advies te maken investeringskosten en overige kosten en van de te verwachten baten. 2 Een milieu-advies wordt slechts in aanmerking genomen indien: a. de milieu-investering waarop het advies betrekking heeft, plaatsvindt binnen 24 maanden na het tijdstip waarop de opdracht tot het advies is verstrekt; b. de milieu-investering aanbevolen is in het advies; en c. de kosten van het advies niet tevens worden toegerekend aan andere milieu-investeringen. 3 artikel 3.46, eerste lid, onderdeel a, b en d, van de wet artikel 8, vijfde lid, onderdelen b en c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 Op een milieu-advies zijnenvan overeenkomstige toepassing. 4 Bij een gecombineerd milieu- en energie-advies wordt 50% van de totale advieskosten toegerekend aan het milieu-advies. 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 artikel 3.42a, eerste lid, van de wet De verklaring van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bedoeld in, vermeldt in welke aangewezen bedrijfsmiddelen of onderdelen is geïnvesteerd alsmede het bedrag van de investering. 2 artikelen 2 3 Het verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan bij de aanmelding, bedoeld in deen. 3 De belastingplichtige overlegt ten behoeve van het verstrekken van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Infrastructuur en Waterstaat daarom verzoekt, vergunningen, certificaten of andere voor de verklaring benodigde informatie. 2024 40369 18-12-2024 17-12-2024 IenW/BSK-2024/344716 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen E
en H, van het Belastingplan 2025 in werking treedt.
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c 1 artikel 3b De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan de inbedoelde verklaring intrekken op verzoek van de belastingplichtige, dan wel wijzigen of intrekken indien de door of namens de belastingplichtige verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn geweest dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend zouden zijn geweest. Onjuistheid of onvolledigheid van gegevens of bescheiden die de Minister van Infrastructuur en Waterstaat bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kunnen geen grond opleveren voor wijziging of intrekking van een verklaring. 2 De bevoegdheid tot het intrekken of wijzigen van een verklaring ingevolge het eerste lid vervalt door verloop van vijf jaren na de dagtekening van de verklaring. 2024 40369 18-12-2024 17-12-2024 IenW/BSK-2024/344716 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen E
en H, van het Belastingplan 2025 in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001. 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/922M 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/922M 01-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling wordt aangehaald als: Meldingsregeling milieu-investeringsaftrek 2001. 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/922M 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/922M 01-01-2001