Regeling aanvullende voorschriften besmettelijke dierziekten
- BWB-id
- BWBR0012537
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2004-12-01 t/m 2005-06-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012537
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-aanvullende-voorschriften-besmettelijke-dierziekten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-aanvullende-voorschriften-besmettelijke-dierziekten/2004-12-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012537&g=2004-12-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012537&z=2026-06-06&g=2004-12-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012537/2004-12-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-aanvullende-voorschriften-besmettelijke-dierziekten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. gebied: bijlage I een van de al dan niet met name genoemde gebieden als bedoeld inbij deze regeling; b. bijlage II: bijlage II bij deze regeling; c. Minister: Minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; d. vervoermiddel: voertuig, waaronder mede begrepen een combinatie van een voertuig met één of meer door dat voertuig voortbewogen aanhangwagens, opleggers of containers; e. vervoerseenheid: voertuig dat danwel aanhangwagen, oplegger of container die deel uitmaakt van een combinatie als bedoeld in onderdeel d; f. erkend varkensverzamelcentrum: artikel 4 van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000 verzamelcentrum, dat op grond vandoor de Minister is erkend; g. erkend runderverzamelcentrum: artikel 9b van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000 runderverzamelcentrum, dat op grond vandoor de Minister is erkend; h. vervallen; i. melkveehouderijbedrijf: bedrijf waar runderen worden gehouden voor de productie van melk; j. opfokbedrijf: bedrijf waar uitsluitend runderen, jonger dan 26 maanden, worden gehouden die zijn bestemd om te worden afgevoerd naar het melkveehouderijbedrijf van herkomst; k. UBN: Regeling identificatie en registratie van dieren 2003 UBN als bedoeld in de; l. ingeschaarde schapen: schapen, die op een bedrijf uitsluitend ter beweiding voor een beperkte periode aanwezig zijn, niet in contact komen met evenhoevigen op het bedrijf waar ze beweid worden en die zijn afgevoerd van één bedrijf, terwijl de verantwoordelijkheid voor het voeden en verzorgen van deze dieren bij de houder die deze dieren heeft afgevoerd blijft berusten en de betrokken dieren na afloop van deze periode weer afgevoerd worden naar het bedrijf van herkomst; m. beschikking (EG) nr. 2003/100: beschikking (EG) nr. 2003/100 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 13 februari 2003 tot vaststelling van minimumeisen voor fokprogramma’s ter verkrijging van resistentie tegen overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij schapen (PbEG L 41); n. verordening (EG) nr. 2160/2003 : verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU L 325); o. richtlijn nr. 2003/99/EG : richtlijn nr. 2003/99/EG Richtlijn 92/117/EEG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking vanvan de Raad (PbEU L 325). 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 01-12-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 bijlage II Vervoerseenheden die worden gebruikt voor het vervoer van mest van evenhoevigen, diervoeders of rauwe melk en gebracht worden op bedrijven of andere plaatsen waar evenhoevigen worden gehouden, zijn voorzien van een kenteken als bedoeld in, dat overeenkomt met een van de gebieden waarbinnen voornoemde bedrijven of plaatsen bezocht worden. 2 artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Destructiewet artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Destructiewet bijlage II Vervoerseenheden die worden gebruikt voor het vervoer van gestorven slachtdieren als bedoeld invoorzover afkomstig van plaatsen waar evenhoevigen worden gehouden, zijn voorzien van een kenteken als bedoeld in, dat overeenkomt met een van de gebieden waarbinnen gestorven slachtdieren als bedoeld invoorzover afkomstig van plaatsen waar evenhoevigen worden gehouden, wordt opgehaald. 3 Het is verboden vervoerseenheden die overeenkomstig het eerste lid voorzien zijn van een kenteken in een ander gebied te brengen op bedrijven of andere plaatsen waar evenhoevigen worden gehouden, met dien verstande dat de gebieden Noord 1, Noord 2, Noord 3, Zuid 1, Zuid 2 en Zuid 3 als een gebied worden aangemerkt. 4 artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Destructiewet Het is verboden met vervoerseenheden die overeenkomstig het tweede lid voorzien zijn van een kenteken in een ander gebied gestorven slachtdieren als bedoeld invoorzover afkomstig van plaatsen waar evenhoevigen worden gehouden, op te halen, met dien verstande dat de gebieden Noord 1, Noord 2, Noord 3, Zuid 1, Zuid 2 en Zuid 3 als een gebied worden aangemerkt. 5 Het kenteken, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt afgegeven door de Dienst Wegverkeer op aanvraag van de belanghebbende en na legitimatie van de bestuurder door middel van het rijbewijs en na overlegging van het kentekenbewijs of registratiebewijs van het betreffende vervoermiddel, met dien verstande dat per vervoerseenheid ten hoogste een kenteken wordt afgegeven. 6 artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 Het eerste tot en met vijfde lid, zijn uitsluitend van toepassing op vervoermiddelen ten aanzien waarvan op grond vaneen kentekenbewijs, dan wel een registratiebewijs is afgegeven, en op vervoermiddelen waarvan in het land van herkomst, indien dat niet Nederland is, een gelijkwaardig kentekenbewijs of registratiebewijs is afgegeven. 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 26-07-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 bijlage II Vervoerseenheden die worden gebruikt voor het vervoer van evenhoevigen en gebracht worden op bedrijven of andere plaatsen waar evenhoevigen worden gehouden, teneinde evenhoevigen op te halen, zijn voorzien van een kenteken als bedoeld in, dat overeenkomt met een van de gebieden waarbinnen voornoemde bedrijven of plaatsen bezocht worden. 2 Het is verboden vervoerseenheden die overeenkomstig het eerste lid voorzien zijn van een kenteken in een ander gebied te brengen, met dien verstande dat de gebieden Noord 1, Noord 2, Noord 3, Zuid 1, Zuid 2 en Zuid 3 als een gebied worden aangemerkt. 3 Het kenteken, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de Dienst Wegverkeer op aanvraag van de belanghebbende en na legitimatie van de bestuurder door middel van het rijbewijs en na overlegging van het kentekenbewijs of registratiebewijs van het betreffende vervoermiddel, met dien verstande dat per vervoerseenheid ten hoogste een kenteken wordt afgegeven. 4 artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 Het eerste, tweede en derde lid zijn uitsluitend van toepassing op vervoermiddelen ten aanzien waarvan op grond vaneen kentekenbewijs, dan wel een registratiebewijs is afgegeven, en op vervoermiddelen waarvan in het land van herkomst, indien dat niet Nederland is, een gelijkwaardig kentekenbewijs of registratiebewijs is afgegeven. 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 26-07-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2, vijfde lid artikel 3, derde lid In afwijking van, onderscheidenlijk, kan ten aanzien van een vervoerseenheid waarvoor reeds een kenteken is afgeven, aan de belanghebbende op aanvraag door de Dienst Wegverkeer een ander kenteken worden afgegeven indien: a. de vervoerseenheden zijn gereinigd en ontsmet op een door de Minister geregistreerde wasplaats overeenkomstig een door de Minister goedgekeurd hygiëneprotocol en van deze reiniging en ontsmetting een verklaring wordt afgegeven; b. artikel 2, vijfde lid artikel 3, derde lid het overeenkomstig, of, afgegeven kenteken aan de Dienst Wegverkeer wordt geretourneerd, en c. ten genoegen van de Dienst Wegverkeer is aangetoond dat de vervoerseenheid in de 72 uur voorafgaand aan de aanvraag geen bedrijf met evenhoevigen heeft bezocht. 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 26-07-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 Het buiten een gebied brengen van vervoermiddelen, die worden gebruikt voor het vervoer van evenhoevigen, mest van evenhoevigen, diervoeders of rauwe melk en die niet zijn voorzien van een krachtensafgegeven kentekenbewijs, dan wel registratiebewijs is verboden. 2 Het buiten een gebied brengen van vervoermiddelen die worden gebruikt voor het vervoer van evenhoevigen, mest van evenhoevigen, diervoeders of rauwe melk en afkomstig zijn uit een land, niet zijnde Nederland, ten aanzien waarvan in het land van herkomst geen kentekenbewijs of registratiebewijs is afgegeven, is verboden. 3 Voor de toepassing van het eerste lid worden de gebieden Noord 1, Noord 2, Noord 3, Zuid 1, Zuid 2 en Zuid 3 aangemerkt als een gebied. 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 26-07-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 2002 137 22-07-2002 19-07-2002 TRCJZ/2001/4305 24-07-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een persoon die ter uitoefening van beroep of bedrijf in contact komt met evenhoevigen dan wel een deel van een bedrijfsgebouw betreedt waarbinnen evenhoevigen verblijven: a. gebruikt bedrijfseigen kleding en schoeisel of eigen kleding, mits hij met die kleding geen ander bedrijf bezoekt waar evenhoevigen verblijven; b. reinigt en ontsmet zijn schoeisel voor het betreden en bij het verlaten van het bedrijfsgebouw, en c. gebruikt zoveel mogelijk de reeds op het bedrijf aanwezige gereedschappen. Indien de benodigde gereedschappen niet op het bedrijf aanwezig zijn, draagt de bezoeker zorg voor reiniging en ontsmetting van de gebruikte gereedschappen. 2 Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000 paragraaf 5 van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000 Onder bedrijfsgebouw, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan een bedrijfsgebouw dat deel uitmaakt van een op grond van deerkend varkensverzamelcentrum, runderverzamelcentrum, schapenverzamelcentrum of geitenverzamelcentrum dan wel, indien van toepassing, een plaats waar een tentoonstelling of keuring wordt gehouden, mits voldaan is aan. 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 01-11-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Ter voorkoming van overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij schapen en ter uitvoering van artikel 2 van beschikking (EG) nr. 2003/100 wordt medewerking gevorderd van het Productschap Vee en Vlees. 2 De in het eerste lid gevorderde medewerking bestaat uit: a. de opstelling van en het uitvoering geven aan het fokprogramma voor schapen, bedoeld in artikel 2 van beschikking (EG) nr. 2003/100, en b. het bij verordening stellen van regels ten aanzien van het fokken van schapen ter voorkoming van overdraagbare spongiforme encefalopathieën, waaronder in ieder geval wordt begrepen een verbod op het fokken met schapen die niet in het bezit zijn van een erkenning van het Productschap Vee en Vlees en het stellen van voorwaarden aan het verkrijgen van deze erkenning. 3 Uiterlijk op 1 april 2005 is het fokprogramma, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, verplicht voor schapen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van beschikking (EG) nr. 2003/100. 4 Het Productschap Vee en Vlees kan vrijstelling of ontheffing verlenen van deelname aan het fokprogramma, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, overeenkomstig bijlage I, Deel 3, van beschikking (EG) nr. 2003/100. 5 Het Productschap Vee en Vlees kan bij verordening bepalen dat bij overtreding van artikel 3, tweede lid, van de Verordening fokken van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2004 van het Productschap Vee en Vlees, tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld. 2004 176 14-09-2004 09-09-2004 TRCJZ/2004/893 2004 176 14-09-2004 09-09-2004 TRCJZ/2004/893 16-09-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 4 De TSE-resistente status van een koppel schapen als bedoeld inin samenhang met bijlage II van beschikking (EG) nr. 2003/100 kan worden erkend, indien bij de aanvraag van een erkenning aangetoond wordt dat het een koppel schapen betreft: a. dat uitsluitend bestaat uit schapen met genotype ARR/ARR of b. waarvan het nageslacht uitsluitend is verwekt door rammen met genotype ARR/ARR. 2 Ter uitvoering van het eerste lid wordt medewerking gevorderd van het Productschap Vee en Vlees. 3 De in het tweede lid bedoelde medewerking bestaat uit het verlenen van de erkenning door het Productschap Vee en Vlees. 2004 176 14-09-2004 09-09-2004 TRCJZ/2004/893 2004 176 14-09-2004 09-09-2004 TRCJZ/2004/893 16-09-2004
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 8, tweede lid, onderdeel b artikel 9, derde lid Een aanvraag voor een erkenning als bedoeld in, en, wordt ingediend bij het Productschap Vee en Vlees. 2 artikel 8, tweede lid, onderdeel b artikel 9, derde lid artikel 9, derde lid artikel 9, eerste lid Het Productschap Vee en Vlees kan een erkenning als bedoeld in, en, intrekken. Een erkenning als bedoeld in, wordt in ieder geval ingetrokken, indien bij het onderzoek, bedoeld in bijlage II, punt 2, van beschikking (EG) nr. 2003/100, een ander genotype wordt geconstateerd dan het genotype, bedoeld in. 3 artikel 8, tweede lid, onderdeel b artikel 9, derde lid Voor de behandeling van een aanvraag van een erkenning, of voor de behandeling van een aanvraag van een wijziging daarvan, en voor de instandhouding van een erkenning, bedoeld in, en, kan het Productschap Vee en Vlees een vergoeding van kosten heffen, overeenkomstig een door haar vastgesteld tarief. 4 artikel 8, tweede lid, onderdeel a Het Productschap Vee en Vlees kan voor de onderzoeken en verrichtingen die zij uitvoert in het kader van het, en andere onderzoeken of verrichtingen met betrekking tot schapen of producten of voorwerpen die dragers van smetstof kunnen zijn afkomstig van schapen, voorzover de onderzoeken of verrichtingen zijn voorgeschreven bij besluit krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, of op verzoek van betrokkene plaatsvinden, een vergoeding van kosten heffen. 5 artikel 8, eerste lid artikel 9, tweede lid De minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de in, en, gevorderde medewerking. 2004 176 14-09-2004 09-09-2004 TRCJZ/2004/893 2004 176 14-09-2004 09-09-2004 TRCJZ/2004/893 16-09-2004
Artikel 9a* — Artikel 9a*#
Artikel 9a* 1 artikel 3a van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten Ter uitvoering vanwordt medewerking gevorderd van het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees, het Productschap Diervoeder en het Productschap Zuivel. 2 richtlijn nr. 2003/99/EG De in het eerste lid gevorderde medewerking bestaat uit het stellen van regels ten behoeve van onderzoek naar de aanwezigheid van zoönosen, zoönoseverwekkers, antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en bij andere verwekkers, wanneer deze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid, overeenkomstig; 3 Het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees, het Productschap Diervoeder en het Productschap Zuivel verstrekken de minister de gegevens die zij hebben verzameld in het kader van het tweede lid. 4 Het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees, het Productschap Diervoeder en het Productschap Zuivel kunnen voor de onderzoeken of verrichtingen die de productschappen uitvoeren in het kader van het eerste en tweede lid een vergoeding van kosten heffen. 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 01-12-2004
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 artikel 3a van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten Ter uitvoering vanwordt medewerking gevorderd van het Productschap Pluimvee en Eieren. 2 De in het eerste lid gevorderde medewerking bestaat uit: a. verordening (EG) nr. 2160/2003 het stellen van regels met betrekking tot het verrichten van onderzoek ten behoeve van de monitoring van zoönosen, zoönoseverwekkers, antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en bij andere verwekkers, wanneer deze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid, ter uitvoering van de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgestelde voorschriften ter uitvoering van artikel 4; b. verordening (EG) nr. 2160/2003 het stellen van regels met betrekking tot de uitvoering van het nationale bestrijdingsprogramma zoönosen en zoönoseverwekkers, bedoeld in artikel 5 van, voorzover het gaat om: 1°. hygiënemaatregelen en vervoersbeperkingen op pluimveebedrijven en bedrijven die producten van pluimvee verwerken ter voorkoming van een besmetting met, naar aanleiding van een verdenking van een besmetting met en naar aanleiding van een besmetting met een zoönose of een zoönoseverwekker; 2°. het doen van onderzoek ten behoeve van de controle op een besmetting met een zoönose of een zoönoseverwekker; 3°. het traceren van de dieren en dierlijke producten die aanwezig zijn of zijn geweest op een pluimveebedrijf en worden verdacht van of zijn besmet met een zoönose of een zoönoseverwekker; 4°. het afvoeren, vernietigen en behandelen van de dieren en dierlijke producten die aanwezig zijn op een pluimveebedrijf en worden verdacht van of zijn besmet met een zoönose of een zoönoseverwekker; 5°. het vergoeden van de dieren en dierlijke producten, bedoeld onder 4°. c. verordening (EG) nr. 2160/2003 het stellen van regels met betrekking tot de uitvoering van de speciale bestrijdingsmethoden die de Commissie van de Europese Gemeenschappen op basis van artikel 8 vanvoorschrijft; d. het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden ter uitvoering en controle van de regels die op grond van de onderdelen a, b en c worden gesteld. 3 Het Productschap Pluimvee en Eieren verstrekt de minister de gegevens die het productschap verzamelt in het kader van het tweede lid. 4 Het Productschap Pluimvee en Eieren kan in de artikelen 2, 3, 4 en 5 van de Verordening Hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2005, de artikelen 2, 3, 4 en 6 van de Verordening Hygiënevoorschriften pluimveeverwerkende industrie (PPE) 2005 en de artikelen 2, 3, 4 en 5 van de Verordening Hygiënevoorschriften kalkoenhouderij (PPE) 2005, bepalen dat bij overtreding van deze artikelen tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld. 5 Het Productschap Pluimvee en Eieren kan personen aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de regels waarvoor, overeenkomstig het vierde lid, tuchtrechtelijke maatregelen worden gesteld. 6 Het Productschap Pluimvee en Eieren kan voor de onderzoeken of verrichtingen die het productschap uitvoert in het kader van het eerste en tweede lid een vergoeding van kosten heffen. 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 01-12-2004
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten De termijn, bedoeld inbedraagt twee jaar. 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 01-12-2004
Artikel 9d — Artikel 9d#
Artikel 9d 1 Artikel 9a artikel 9b verordening (EG) nr. 2160/2003 enzijn van toepassing vanaf het moment dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 5 vanhet nationale bestrijdingsprogramma zoönosen en zoönoseverwekkers heeft goedgekeurd. 2 Van de goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, doet de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mededeling in de Staatscourant. 3 richtlijn 2003/99/EG richtlijn 92/117/EEG Overeenkomstig artikel 15 vanzijn tot het moment van goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, de maatregelen van toepassing die zijn vastgesteld en uitgevoerd overeenkomstigvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in producten van dierlijke oorsprong teneinde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen (PbEG 1993 L 62). 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 01-12-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onverminderd het bepaalde in de Regeling handel levende dieren en levende producten is het verboden evenhoevigen, niet zijnde varkens en ingeschaarde schapen, van een bedrijf of andere plaats, niet zijnde een erkend verzamelcentrum, af te voeren indien in de periode van 21 dagen voorafgaand aan het voorgenomen vervoer op dat bedrijf of die plaats evenhoevigen zijn aangevoerd. 2 Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor de afvoer van: evenhoevigen rechtstreeks naar een slachthuis, of evenhoevigen, niet zijnde weiderunderen, als bedoeld in de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000, via een erkend verzamelcentrum naar een slachthuis, indien de af te voeren evenhoevigen direct voorafgaand aan de afvoer tenminste 21 aaneengesloten dagen op de plaats van afvoer hebben verbleven. 3 Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor de afvoer van runderen van een opfokbedrijf naar een melkveehouderijbedrijf, mits het opfokbedrijf: a. is geregistreerd door de Minister; b. uitsluitend runderen, jonger dan 26 maanden, die op ten hoogste drie verschillende bedrijven zijn geboren, en droogstaande koeien houdt. c. uitsluitend runderen afvoert naar het melkveehouderijbedrijf van herkomst of een slachthuis; d. geen andere evenhoevigen houdt dan de onder b bedoelde runderen, en e. documenten aanwezig heeft waaruit blijkt op welk bedrijf de gehouden runderen zijn geboren. 4 Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor de afvoer van runderen, jonger dan 12 maanden, en droogstaande koeien van een melkveehouderijbedrijf, naar: a. een op grond van het derde lid, onderdeel a, geregistreerd opfokbedrijf, indien deze runderen van het opfokbedrijf worden afgevoerd naar het melkveehouderijbedrijf van herkomst of een slachthuis, of b. een erkend runderverzamelcentrum. 5 Het melkveehouderijbedrijf, bedoeld in het vierde lid, is geregistreerd door de Minister. 6 Het is een bedrijf, niet zijnde een erkend varkens- of runderverzamelcentrum, waarop evenhoevigen worden gehouden verboden om op dezelfde dag evenhoevigen aan te voeren en af te voeren. 7 Het in het eerste en zesde lid bedoelde verbod alsmede de verplichting, bedoeld in het tweede lid, gelden niet voor het vervoer van meer dan licht zieke of licht gewonde evenhoevigen ter noodslachting, bedoeld in artikel 10 van het Besluit dierenvervoer 1994, en voor het vervoer van runderen, jonger dan zes maanden, van een op grond van artikel 9 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra erkend runderspermawincentrum naar een slachthuis. 8 Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat deze reeds van een bedrijf zijn afgevoerd, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e, van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het in zoverre in afwijking van het zesde lid toegestaan, deze varkens op de dag dat dit certificaat geweigerd wordt weer op het bedrijf van herkomst aan te voeren en, na gedeeltelijke lossing, de niet geloste varkens direct weer af te voeren. 9 De aanvraag voor de registratie, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onderscheidenlijk het vijfde lid, wordt bij de Voedsel en Waren Autoriteit ingediend op een daartoe ter beschikking gesteld formulier. 10 Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor a. de afvoer van runderen, schapen of geiten van een plaats waar een tentoonstelling of keuring heeft plaatsgevonden, mits voldaan is aan paragraaf 5 van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000, en b. de afvoer van evenhoevigen van een plaats, voorzover daar geen evenhoevigen bijeen zijn gebracht afkomstig van verschillende plaatsen. 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 2004 206 26-10-2004 15-10-2004 TRCJZ/2004/5006 01-11-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 26-07-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het is verboden evenhoevigen, niet zijnde runderen, varkens, schapen of geiten, afkomstig van verschillende plaatsen, voor een kortere periode dan 21 dagen bijeen te brengen op een plaats, waaronder mede wordt verstaan een vervoermiddel. 2 Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het bijeenbrengen van evenhoevigen op een slachthuis. 3 Het is verboden evenhoevigen, niet zijnde runderen, varkens, schapen, of geiten, af te voeren van een slachthuis. 2003 82 29-04-2003 25-04-2003 TRCJZ/2003/3367 2003 82 29-04-2003 25-04-2003 TRCJZ/2003/3367 01-05-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 9l van de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000 Evenhoevigen, die binnen Nederland worden gebracht, worden rechtstreeks vervoerd naar en afgeleverd op één bedrijf, waaronder worden begrepen een erkend runderverzamelcentrum of een op grond vanerkend schapen- of geitenverzamelcentrum, of één slachthuis. 2 Het eerste lid is niet van toepassing voorzover evenhoevigen rechtstreeks worden vervoerd naar een land, niet zijnde Nederland. 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 05-08-2004
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 2004 146 03-08-2004 30-07-2004 TRCJZ/2004/4592 05-08-2004
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 10, derde lid, onderdeel a artikel 10, derde lid, onderdelen b, c, d of e De registratie van een opfokbedrijf, bedoeld in, kan door de Minister worden doorgehaald, indien het opfokbedrijf niet voldoet aan. 2 artikel 10, vijfde lid artikel 10, vierde lid, onderdeel a of b De registratie van een melkveehouderijbedrijf, bedoeld in, kan door de Minister worden doorgehaald, indien het melkveehouderijbedrijf niet voldoet aan. 2001 158 17-08-2001 17-08-2001 TRCJZ/2001/12097 2001 158 17-08-2001 17-08-2001 TRCJZ/2001/12097 19-08-2001
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2001 119 25-06-2001 22-06-2001 TRCJZ/2001/9095 2001 119 25-06-2001 22-06-2001 TRCJZ/2001/9095 26-06-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b Een hygiëneprotocol dat op grond van artikel 4.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 III door of namens de Minister is goedgekeurd, geldt als een door de Minister op grond vangoedgekeurd hygiëneprotocol. 2 artikel 2, vijfde lid Een kenteken dat op grond van artikel 2.1, vijfde lid, 2.2, derde lid, of 4 van de Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 III door de Dienst Wegverkeer is afgegeven, geldt als een door de Dienst Wegverkeer op grond van, 3, derde lid, of 4 afgegeven kenteken. 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 26-07-2001
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000 Wijzigt de. 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 26-07-2001
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De Regeling compartimentering Nederland mond- en klauwzeer 2001 III wordt ingetrokken. 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 26-07-2001
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende voorschriften besmettelijke dierziekten en zoönosen. 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 01-12-2004
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Deze regeling wordt op 6 juni 2001 om 19:00 uur bekendgemaakt aan de media en treedt onmiddellijk daarna in werking. 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 2001 150 07-08-2001 27-07-2001 TRCJZ/2001/10717 26-07-2001
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikelen 17 18, tweede lid 30, eerste en derde lid 77 94, eerste lid, onderdelen i, j en k 108 108a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Deze regeling berust op de,,, enen,en. 2 artikelen 3 3a van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en besmettelijke dierziekten Deze regeling berust mede op deen. 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 2004 230 29-11-2004 25-11-2004 TRCJZ/2004/5579 01-12-2004