Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML
- BWB-id
- BWBR0024312
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-07-01 t/m 2008-10-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0024312
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-bijzondere-bevoegdverklaringen-aml
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-bijzondere-bevoegdverklaringen-aml/2005-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0024312&g=2005-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0024312&z=2026-06-06&g=2005-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0024312/2005-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-bijzondere-bevoegdverklaringen-aml
Artikel 1 — Artikel 1 Bijzondere bevoegdverklaringen voor vliegtuigen en helikopters#
Artikel 1 Bijzondere bevoegdverklaringen voor vliegtuigen en helikopters 1 De minister kan de volgende bijzondere bevoegdverklaringen afgeven voor onderhoud aan vliegtuigen met een maximum startmassa tot 5700 kg en helikopters met een maximum startmassa tot 2730 kg: AB voor werkzaamheden aan vliegtuigen en helikopters en de voortstuwingsinstallatie hiervan, van een klasse volgens het tweede lid, met uitzondering van de werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring C(E)F of DG vereist is, maar inclusief de werkzaamheden die op de AML zijn vermeld; CF voor werkzaamheden aan instrumenten zonder elektronische hulpapparatuur en elektrische installaties; CEF voor werkzaamheden aan instrumenten zonder elektronische hulpapparatuur, klimaatregeling en elektrische installaties; DG voor werkzaamheden aan automatische vluchtgeleidingssystemen en communicatie-, navigatie- en identificatie- installaties. 2 De klassen, bij de bijzondere bevoegdverklaring AB, zijn: 1Z vliegtuigen zonder drukcabine met één zuigermotor; 1T vliegtuigen zonder drukcabine met één turbinemotor; 2Z vliegtuigen met drukcabine of meerdere zuigermotoren, van een type dat op de AML is vermeld; 2T vliegtuigen met drukcabine of meerdere turbinemotoren, van een type dat op de AML is vermeld; 3Z helikopters met zuigermotoren, van een type dat op de AML is vermeld; 3T helikopters met turbinemotoren, van een type dat op de AML is vermeld. 3 De werkzaamheden, die bij de bijzondere bevoegdverklaring AB op de AML kunnen worden vermeld, zijn: – het controleren en compenseren van direct afleesbare magnetische kompassen. 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 01-11-2001 01-10-2001
Artikel 2 — Artikel 2 Bijzondere bevoegdverklaringen (motor)zweefvliegtuigen#
Artikel 2 Bijzondere bevoegdverklaringen (motor)zweefvliegtuigen 1 De minister kan de volgende bijzondere bevoegdverklaringen afgeven voor onderhoud aan (motor)zweefvliegtuigen: A voor werkzaamheden aan (motor)zweefvliegtuigen, met uitzondering van de werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring B of C vereist is, maar inclusief de werkzaamheden die op de AML zijn vermeld; B voor werkzaamheden aan de voortstuwingsinstallatie; C voor werkzaamheden aan elektrische en elektronische installaties. 2 De werkzaamheden, die bij de bijzondere bevoegdverklaring A op de AML kunnen worden vermeld, zijn: – het controleren en compenseren van direct afleesbare magnetische kompassen. 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 01-11-2001 01-10-2001
Artikel 3 — Artikel 3 Geldigheidsduur#
Artikel 3 Geldigheidsduur artikel 1 2 De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring, bedoeld inen, bedraagt ten hoogste twee jaren en kan vervolgens telkens met twee jaren worden verlengd. 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 01-11-2001 01-10-2001
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvullende bevoegdheden#
Artikel 4 Aanvullende bevoegdheden 1 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring B vereist is. 2 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z en B vereist zijn. 3 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2T, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB1T vereist is. 4 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een type vliegtuig zonder drukcabine met een niet intrekbaar onderstel, is bevoegd werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine met een niet intrekbaar onderstel. 5 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een type vliegtuig zonder drukcabine met een intrekbaar onderstel, is bevoegd werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine. 6 De houder van een AML met de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z voor een meermotorig vliegtuig met drukcabine, is bevoegd werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring AB2Z vereist is, te verrichten aan alle vliegtuigen van de klasse 2Z van dezelfde fabrikant en alle overige vliegtuigen van de klasse 2Z zonder drukcabine. 7 artikel 1 artikel 2, eerste lid De houder van een AML met een bijzondere bevoegdverklaring als bedoeld inof, mits voorzien van een bijzondere bevoegdverklaring A en B dan wel C, is bevoegd dezelfde werkzaamheden, als waartoe de desbetreffende bijzondere bevoegdverklaring strekt, te verrichten aan een MLA. 8 artikel 1 artikel 2, eerste lid artikel 4, tweede lid, van de Regeling MLA’s De houder van een AML met een bijzondere bevoegdverklaring AB als bedoeld inof met de bijzondere bevoegdverklaringen A en B, bedoeld in, is bevoegd tot het mede ondertekenen van de verklaring als bedoeld in. 2005 59 24-03-2005 18-03-2005 HDJZ/LUV/2005-803 2005 59 24-03-2005 18-03-2005 HDJZ/LUV/2005-803 01-07-2005
Artikel 5 — Artikel 5 Eisen voor afgifte bijzondere bevoegdverklaring#
Artikel 5 Eisen voor afgifte bijzondere bevoegdverklaring 1 Een bijzondere bevoegdverklaring wordt afgegeven, nadat de aanvrager heeft aangetoond te voldoen aan de eisen inzake basiskennis, typekennis en ervaring voor afgifte van die bijzondere bevoegdverklaring. Deze eisen zijn opgenomen in het onderstaande schema: Basiskennis De aanvrager toont aan voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, dat het examen voor de bijzondere bevoegdverklaring niet langer dan drie jaar geleden met voldoende resultaat is afgelegd of niet langer dan drie jaar geleden een erkende opleiding voor de bijzondere bevoegdverklaring met voldoende resultaat is gevolgd. Typekennis De aanvrager toont aan voor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, AB2T, AB3Z of AB3T, dat een door de minister geaccepteerde cursus m.b.t. het type luchtvaartuig met inbegrip van de voortstuwingsinstallatie, waarvoor de aanvraag wordt ingediend, met voldoende resultaat is gevolgd. Wanneer een cursus niet meer bestaat of reeds een aantal typecursussen met voldoende resultaat zijn gevolgd, kan de aanvrager voldoende kennis m.b.t. het type luchtvaartuig (incl. de motor) aantonen door met voldoende resultaat een examen af te leggen. Ervaring De aanvrager toont aan a. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, dat in de drie jaren, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, tenminste twee jaren ervaring is verkregen met betrekking tot de werkzaamheden waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring is vereist; b. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB2Z, AB2T, AB3Z of AB3T, dat in het jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag tenminste zes maanden ervaring is verkregen met betrekking tot het type luchtvaartuig waarvoor de aanvraag wordt ingediend; c. voor de bijzondere bevoegdverklaring AB1Z, AB1T, AB2Z, AB2T, AB3Z, AB3T, CF, CEF, DG, A, B of C, de werkzaamheden, bedoeld onder a en b, zijn verricht onder toezicht van een bevoegde persoon of erkende onderhoudsorganisatie. Wanneer de aanvrager in deze drie jaren een – tevens op de praktijk gerichte – erkende opleiding voor de bijzondere bevoegdverklaring met voldoende resultaat heeft gevolgd, bedraagt de onder a genoemde ervaring 1 jaar. 2 Wanneer de aanvrager reeds houder is van een AML, zijn in afwijking van het eerste lid, de eisen inzake ervaring van toepassing volgens de onderstaande tabel. 3 artikel 1, derde lid artikel 2, tweede lid De werkzaamheden, bedoeld in, en, worden op de AML vermeld, nadat de aanvrager heeft aangetoond te voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in het onderstaande schema: Werkzaamheden Eisen Het controleren en compenseren van direct afleesbare magnetische kompassen De aanvrager toont aan, dat hij of zij een door de minister geaccepteerde training m.b.t. het controleren en compenseren van direct afleesbare magnetische kompassen met voldoende resultaat heeft gevolgd 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 01-11-2001 01-10-2001
Artikel 6 — Artikel 6 Verlenging bijzondere bevoegdverklaring#
Artikel 6 Verlenging bijzondere bevoegdverklaring 1 De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring wordt op aanvraag van de houder verlengd, nadat is aangetoond dat de aanvrager in de twee jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, ten minste zes maanden ervaring heeft verkregen met het onderhoud waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring vereist is. 2 Een aanvraag voor verlenging wordt niet eerder dan twee maanden voor de vervaldatum van de bijzondere bevoegdheid ingediend. 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 01-11-2001 01-10-2001
Artikel 7 — Artikel 7 Wederafgifte bijzondere bevoegdverklaring#
Artikel 7 Wederafgifte bijzondere bevoegdverklaring Een bijzondere bevoegdverklaring waarvan de geldigheidsduur langer dan twee maanden is verstreken, wordt wederafgegeven, nadat is aangetoond dat de aanvrager in de twee jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, ten minste zes maanden ervaring heeft verkregen met het onderhoud waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring vereist is onder de voorwaarde dat de ervaring na de vervaldatum van de bijzondere bevoegdverklaring is verkregen onder toezicht van een bevoegde persoon of erkende onderhoudsorganisatie. 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 01-11-2001 01-10-2001
Artikel 8 — Artikel 8 Overgangsbepaling#
Artikel 8 Overgangsbepaling 1 Een bewijs van bevoegdheid als grondwerktuigkundige dat is afgegeven voor de datum waarop deze regeling in werking treedt, blijft geldig tot de op het bewijs van bevoegdheid vermelde vervaldatum. 2 Een bewijs van bevoegdheid als zweefvliegtechnicus dat is afgegeven voor de datum waarop deze regeling in werking treedt, blijft geldig tot de op het bewijs van bevoegdheid vermelde vervaldatum. 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 01-11-2001 01-10-2001
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding#
Artikel 9 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2001 en werkt terug tot en met 1 oktober 2001. 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 01-11-2001 01-10-2001
Artikel 10 — Artikel 10 Slotbepaling#
Artikel 10 Slotbepaling Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML. 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 2001 208 26-10-2001 25-10-2001 DGL/01.421094 01-11-2001 01-10-2001