Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot
- BWB-id
- BWBR0037026
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2004-04-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037026
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-capaciteitsbeheersing-binnenvaartvloot
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-capaciteitsbeheersing-binnenvaartvloot/2004-04-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037026&g=2004-04-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037026&z=2026-06-06&g=2004-04-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037026/2004-04-09
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-capaciteitsbeheersing-binnenvaartvloot
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 1, onderdeel f, van het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder ton: kubieke meter waterverplaatsing als bedoeld in. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De eigenaar van een in de vaart te brengen binnenschip als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening verzoekt de Minister om toezending van een aanmeldingsformulier. 2 Binnen veertien dagen na ontvangst van het aanmeldingsformulier zendt de eigenaar het door hem volledig en naar waarheid ingevulde en ondertekende formulier terug naar de Minister. Daarbij maakt de eigenaar de keuze bekend, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Raadsverordening. 3 De Minister houdt een register bij van de ingediende aanmeldingen. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De eigenaar van het binnenschip die voldoet aan een van de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening, ontvangt van de Minister daarvan een bewijs. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Aanvragen om een slooppremie als bedoeld in artikel 6 van de Raadsverordening dan wel aanmeldingen van compenserende tonnage als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Raadsverordening voor een binnenschip worden ingediend bij de Minister. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4 Bij de indiening van een aanvraag dan wel aanmelding als bedoeld inlegt de eigenaar met betrekking tot het desbetreffende binnenschip, ter vaststelling of dat binnenschip tot de actieve vloot behoort en bedrijfszeker is, de volgende bescheiden over: a. artikel 783 van boek 8 artikel 193 van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek een uittreksel uit het register, bedoeld in, onderscheidenlijk; b. artikel 1, onderdeel j, van het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978 een afschrift van de geldige meetbrief, bedoeld in; c. artikel 5, eerste lid, van de Binnenschepenwet artikel 1.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 artikel 3, tweede lid, van de Schepenwet artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de Binnenschepenwet een afschrift van het geldige certificaat van onderzoek, bedoeld in, dan wel een afschrift van het geldige certificaat van onderzoek, bedoeld in, dan wel een afschrift van het geldige certificaat afgegeven krachtens, dan wel een afschrift van het document, bedoeld in; d. bewijsstukken van minimaal tien in de periode van vierentwintig maanden voorafgaande aan de dag van indiening van de aanvraag dan wel aanmelding gemaakte reizen als bedoeld in artikel 6, derde alinea, derde gedachtestreepje, van de Raadsverordening; en e. artikel 22, onderscheidenlijk 46 van de Wet vervoer binnenvaart een afschrift van het vergunning of inschrijvingsbewijs, bedoeld in, indien verstrekt. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bij de vaststelling of aan een van de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening, is voldaan en bij de vaststelling van de slooppremie wordt een gedeelte van een ton naar boven afgerond tot een hele ton, een gedeelte van een kilowatt naar boven afgerond tot een hele kilowatt en delen van guldens onderscheidenlijk euro’s naar boven afgerond tot hele guldens onderscheidenlijk euro’s. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Ten aanzien van een binnenschip dat wordt gesloopt: a. licht de eigenaar van het binnenschip de Minister ten minste twee en zeventig uur, voordat met de daadwerkelijke sloop wordt aangevangen, daaromtrent in; b. is de eigenaar van het binnenschip niet gerechtigd om de romp van het binnenschip te vervreemden; c. artikel 7, onderdeel c, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot laat de eigenaar van het binnenschip het binnenschip slopen overeenkomstig de aanwijzingen van een ambtenaar als bedoeld in. 2 De eigenaar van een binnenschip levert na de daadwerkelijke sloop de volgende bescheiden bij de Minister in: a. artikel 7, onderdeel c, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot een door de eigenaar van het binnenschip, de sloper en een ambtenaar als bedoeld innaar waarheid ingevulde en ondertekende verklaring, dat de romp van het binnenschip onherstelbaar is verschroot of, wanneer het een duwboot betreft, dat de romp en de motor onherstelbaar zijn vernietigd; b. een door de Bewaarder der hypotheken, van het kadaster en der scheepsbewijzen afgegeven gewaarmerkt bewijs van doorhaling van de teboekstelling van het binnenschip; c. artikel 1, onderdeel j, van het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978 de meetbrief van het binnenschip als bedoeld in; d. artikel 5, eerste lid, van de Binnenschepenwet artikel 1.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 artikel 3, tweede lid, van de Schepenwet artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de Binnenschepenwet het certificaat van onderzoek, bedoeld in, dan wel het certificaat van onderzoek, bedoeld in, dan wel het certificaat afgegeven krachtens, dan wel het document, bedoeld in; en e. voor zover van toepassing met betrekking tot het desbetreffende binnenschip: 1. de verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart; 2. artikel 22 46 van de Wet vervoer binnenvaart het vergunning- of inschrijvingsbewijs, bedoeld in, onderscheidenlijk, indien verstrekt; 3. de bescheiden betreffende de stoomketels en andere onder druk staande vaten; 4. het attest betreffende de installaties voor vloeibaar gemaakte gassen; 5. de bescheiden vereist door het ADNR; 6. het vaartijdenboek; en 7. het olie-afgifteboekje. 3 In het geval de romp van een binnenschip onherstelbaar is verschroot of, wanneer het een duwboot betreft, de romp en de motor onherstelbaar zijn vernietigd in een andere lidstaat dan Nederland of in Zwitserland, is het eerste lid niet van toepassing en levert de eigenaar in afwijking van het tweede lid, onderdeel a, na de daadwerkelijke sloop een door de bevoegde autoriteit van het desbetreffende land afgegeven verklaring in omtrent de onherstelbare verschroting van de romp van het binnenschip of, wanneer het een duwboot betreft, de onherstelbare vernietiging van de romp en de motor. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De eigenaar van een binnenschip dat definitief uit de vaart is genomen in afwachting van sloop levert de volgende bescheiden bij de Minister in: a. een door hem ondertekende verklaring met de exacte gegevens van de ligplaats van het binnenschip; b. artikel 7, tweede lid, onderdeel e voor zover van toepassing de bescheiden, bedoeld in. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Artikel 7, eerste lid, tweede lid, onderdelen a, b, c en d, en het derde lid artikel 8 , is van overeenkomstige toepassing op de sloop van een binnenschip als bedoeld in. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De Minister houdt een register bij van de binnenschepen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Raadsverordening. 2 artikelen 4 tot en met 9 Dezijn van overeenkomstige toepassing op binnenschepen als bedoeld in het eerste lid. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 In het geval ter voldoening aan een van de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening, een in een andere lidstaat dan Nederland of in Zwitserland geregistreerd binnenschip is gesloopt, levert de eigenaar van het in de vaart te brengen binnenschip een door de bevoegde autoriteit van het desbetreffende land afgegeven verklaring in omtrent de vaststelling, dat aan alle vereisten met betrekking tot de sloop van een binnenschip in het kader van de oud-voor-nieuwregeling is voldaan. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 2, eerste lid bijlage 1 Het model van het aanmeldingsformulier, bedoeld in, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde. 2 artikel 3 bijlage 2 Het model van het bewijs, bedoeld in, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde. 3 artikel 4 bijlage 3 Het model van het formulier waarmee een aanvraag om een slooppremie als bedoeld inwordt ingediend wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde. 4 artikel 4 bijlage 4 Het model van het formulier waarmee aanmelding wordt gedaan van het voornemen tot sloop van een binnenschip in het kader van compenserende tonnage als bedoeld inwordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde. 5 artikel 7, tweede lid, onderdeel a bijlage 5 Het model van de verklaring, bedoeld in, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde. 6 artikel 10, eerste lid bijlage 6 Het model van het formulier waarmee binnenschepen worden aangemeld bij het register, bedoeld in, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Het is de eigenaar van een binnenschip dat in afwachting van de sloop definitief uit de vaart moet worden genomen verboden het binnenschip te gebruiken voor vervoer of opslag. 2 artikel 7, onderdeel c, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot Het is de eigenaar van een definitief uit de vaart genomen binnenschip verboden het binnenschip te verplaatsen zonder toestemming van een ambtenaar als bedoeld in. 3 artikel 1, onder 4o, van de Wet op de economische delicten Overtreding van het verbod, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, vormt een strafbaar feit in de zin van. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Wijzigt het Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Rijksverkeersinspectie. 2 Wijzigt het Privacy-reglement RVI. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De Regeling oud-voor-nieuw in Europese binnenvaart wordt ingetrokken. 2 De Sloopregeling sleep-, duw- of duwsleepboten wordt ingetrokken. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot. 2001 222 15-11-2001 05-11-2001 DGG/J-01/007374 2001 556 22-11-2001 01-11-2001 27634 23-11-2001 29-04-1999 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.