Regeling handelwijze bij vervreemding
- BWB-id
- BWBR0012190
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2003-09-20 t/m 2007-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012190
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-handelwijze-bij-vervreemding
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-handelwijze-bij-vervreemding/2003-09-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012190&g=2003-09-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012190&z=2026-06-06&g=2003-09-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012190/2003-09-20
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-handelwijze-bij-vervreemding
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; b. DLG: dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; c. bureau beheer landbouwgronden: artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer bureau bedoeld in; d. Staatsbosbeheer: artikel 2 van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer organisatie bedoeld in; e. land: artikel 1 van de Wet agrarisch grondverkeer land bedoeld in; f. verwerving: verwerving van het recht van eigendom of het recht van erfpacht indien het erfpachtrecht door de bloot eigenaar wordt gekocht van de erfpachter; g. vervreemding: vervreemding van het recht van eigendom of verlenen van het recht van erfpacht; h. verkoper: iedere natuurlijke of rechtspersoon die land vervreemdt aan bureau beheer landbouwgronden; i. koper: iedere natuurlijke of rechtspersoon die land verwerft van bureau beheer landbouwgronden; j. doorlevering: de verwerving van een onroerende zaak van een verkoper en directe vervreemding van die zaak; k. landinrichtingsproject: artikel 13 van de Landinrichtingswet project van herinrichting, ruilverkaveling en aanpassingsinrichting, bedoeld in; l. natuurgebied: natuurgebied bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zoals het krachtens die regeling nader door de provincie is begrensd; m. randstadgroenstructuurproject: project waarvan het werkgebied is weergegeven op kaart 3 van het Structuurschema Groene Ruimte, deel 4, planologische kernbeslissing; n. strategisch groenproject: project waarvan het werkgebied is aangegeven op kaart 1 van het Structuurschema Groene Ruimte, deel 4, planologische kernbeslissing; o. bufferzone: zone zoals aangegeven op de kaart bufferzones van de Vierde nota over de ruimtelijke ordening Extra, deel 4, planologische kernbeslissing; p. uiterwaarden: uiterwaarden bedoeld in de samenwerkingsafspraak 1999-2015 LNV-V&W; q. landinrichtingsplan: artikel 73 van de Landinrichtingswet plan bedoeld in; r. aanpassingsplan: artikel 102 van de Landinrichtingswet plan bedoeld in; s. herinrichtingsplan: artikel 16, eerste lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën plan bedoeld in; t. plan van voorzieningen: artikel 40 van de Reconstructiewet Midden-Delfland plan bedoeld in; u. begrenzingenplan: artikel 131 van de Landinrichtingswet plan bedoeld in; v. landschapsplan: artikel 69 van de Reconstructiewet Midden-Delfland plan bedoeld in; w. inventarisatieplan: artikel 72 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën plan bedoeld in; x. reconstructieplan: artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden plan als bedoeld in; y. reservaat: gebied dat als reservaat is aangeduid in een begrenzingenplan, landschapsplan of inventarisatieplan; z. verordening (EG) nr. 1257/1999: verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L160); aa. cofinanciering: geldmiddelen verstrekt door de Commissie van de Europese Gemeenschappen. 2003 180 18-09-2003 15-09-2003 TRCJZ/2003/5425 2003 180 18-09-2003 15-09-2003 TRCJZ/2003/5425 20-09-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 verordening (EG) nr. 1257/1999 Bureau beheer landbouwgronden handelt volgens het bepaalde in deze regeling, voorzover de doorlevering voor cofinanciering in aanmerking komt op grond van, bij: a. de doorlevering van land aan Staatsbosbeheer of b. de verwerving van land voor doorlevering aan derden ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van natuurgebieden of reservaten in de volgende gebieden: landinrichtingsprojecten op grond van het vastgestelde landinrichtingsplan, aanpassingsplan, herinrichtingsplan, plan van voorzieningen, begrenzingenplan, landschapsplan, inventarisatieplan of reconstructieplan; strategische groenprojecten; randstadgroenstructuurprojecten; bufferzones; uiterwaarden. 2 De doorlevering of verwerving met cofinanciering door bureau beheer landbouwgronden behoeft goedkeuring van de minister. 2003 180 18-09-2003 15-09-2003 TRCJZ/2003/5425 2003 180 18-09-2003 15-09-2003 TRCJZ/2003/5425 20-09-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Bureau beheer landbouwgronden maakt in de administratie onderscheid tussen kosten die voor cofinanciering in aanmerking komen en overige kosten. 2 De kosten welke voor cofinanciering in aanmerking komen zijn: a. het aankoopbedrag; b. het kadastraal recht en het registratierecht; c. veiling- of notariskosten; d. overdrachtsbelasting of schenkingsrecht voorzover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend; e. het bedrag ter betaling van een afkoopsom van de landinrichtingsrente voorzover die rust op het doorgeleverde of verworven terrein. 3 Kosten welke niet voor cofinanciering in aanmerking komen zijn: a. kosten verbonden aan het compenseren van waardeverlies van land of gebouwen en andere kosten als gevolg van kapitaalverliezen of inkomensverliezen; b. accountantskosten; c. de verrekenbare BTW; d. kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van andere overheden of van andere rechtspersonen behoren; e. kosten gemaakt voor de verwerving door betaling van een bedrag aan de verkoper voor het nakomen van verplichtingen welke de verkoper heeft op grond van enig wettelijk voorschrift; f. kosten van verwerving welke uitgaan boven de normaal gangbare marktprijs voor dat land; g. kosten gemaakt voor de verwerving van terreinen, welke door bureau beheer landbouwgronden zijn aangekocht van het Rijk. 4 Kosten welke voor subsidiëring in aanmerking zijn genomen op grond van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, komen niet voor een vergoeding met cofinanciering in aanmerking; 5 Voorzover subsidies, die uit anderen hoofde van overheidswege worden verstrekt, leiden tot een vergoeding van meer dan 100% van de kosten van verwerving, worden die subsidies in mindering gebracht op de vergoeding, welke met cofinanciering wordt verstrekt. 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 01-02-2001 01-01-2000 Werkt, met uitzondering van artikel 4, terug tot 1 januari 2001.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Bureau beheer landbouwgronden levert grond slechts door indien, in de notariële akte tot doorlevering of vervreemding van het desbetreffende land, welke in de openbare registers wordt ingeschreven, de koper en bureau beheer landbouwgronden overeenkomen: a. dat de koper de verplichting heeft het desbetreffende land niet te gebruiken of te doen gebruiken voor landbouw, woningbouw, bedrijventerrein of infrastructurele werken en overigens datgene na te laten wat de ontwikkeling van de natuur op het desbetreffende land in gevaar brengt of verstoort; b. dat de verplichting, bedoeld onder a, zal overgaan op degenen die het land onder bijzondere titel zullen verkrijgen; c. dat aan de verplichting, bedoeld onder a, mede gebonden zullen zijn degenen die van de koper of diens rechtsopvolgers een recht tot gebruik van het land zullen verkrijgen en d. dat het toezicht op de naleving van deze voorwaarden kan worden uitgeoefend door iedere daartoe aangewezen medewerker door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 01-02-2001 Werkt, met uitzondering van artikel 4, terug tot 1 januari 2001.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 verordening (EEG) nr. 4045/89 Richtlijn 77/435/EEG Bureau beheer landbouwgronden draagt zorg voor een overzichtelijke en deugdelijke administratie ten aanzien van de activiteiten inzake de uitvoering van de koopovereenkomst en bewaart alle documenten waaronder afschriften van de notariële akten en koopcontracten gedurende ten minste 3 jaren na datum van de vervreemding, conform artikel 4 vanvan de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lid-Staten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van(PbEG L388). 2 verordening (EEG) nr. 4045/89 Richtlijn 77/435/EEG Bureau beheer landbouwgronden komt met de kopers en rechtsopvolgers overeen dat een overzichtelijke en deugdelijke administratie ten aanzien van de activiteiten inzake de uitvoering van de koopovereenkomst wordt gevoerd en dat alle documenten waaronder afschriften van de notariële akten en koopcontracten worden bewaard gedurende ten minste 3 jaren na de datum van de vervreemding, conform artikel 4 vanvan de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lid-Staten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van(PbEG L388). 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 01-02-2001 01-01-2000 Werkt, met uitzondering van artikel 4, terug tot 1 januari 2001.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn alle daartoe aangewezen medewerkers van de Directie Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij belast. 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 01-02-2001 01-01-2000 Werkt, met uitzondering van artikel 4, terug tot 1 januari 2001.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 verordening (EG) nr. 1257/1999 Bureau beheer landbouwgronden draagt er zorg voor dat een burgerlijke rechtsvordering tot nakoming, ontbinding of schadevergoeding wordt ingesteld tegen de koper of diens rechtsopvolgers wanneer de koper of diens rechtsopvolgers door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling hebben ingediend of ernstig nalatig of opzettelijk anderszins onjuiste gegevens hebben verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van devoor het betreffende kalenderjaar. 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 01-02-2001 01-01-2000 Werkt, met uitzondering van artikel 4, terug tot 1 januari 2001.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 verordening (EG) nr. 1257/1999 artikel 7 Bureau beheer landbouwgronden vervreemdt geen land, dat verworven is met cofinanciering, aan een koper indien de koper of diens rechtsopvolgers door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling hebben ingediend of ernstig nalatig of opzettelijk anderszins onjuiste gegevens hebben verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van devoor het betreffende kalenderjaar, of indien tegen hem of diens rechtsopvolgers een burgerlijke rechtsvordering, als bedoeld in, is ingesteld voor het betreffende kalenderjaar. 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 01-02-2001 01-01-2000 Werkt, met uitzondering van artikel 4, terug tot 1 januari 2001.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 verordening (EG) nr. 1257/1999 artikel 7 Indien de koper of diens rechtsopvolgers opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling hebben ingediend of opzettelijk anderszins foute gegevens hebben verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van de, of indien in geval van opzet een burgerlijke rechtsvordering tegen hem of diens rechtsopvolgers is ingesteld, als bedoeld in, vervreemdt bureau beheer landbouwgronden geen land, dat verworven is met cofinanciering, aan een koper of diens rechtsopvolgers in het daaropvolgende jaar. 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 01-02-2001 01-01-2000 Werkt, met uitzondering van artikel 4, terug tot 1 januari 2001.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Indien de koper of diens rechtsopvolgers in een jaar opzettelijk onjuiste of foute gegevens hebben verstrekt, wordt in het daaropvolgende jaar aan die koper of diens rechtsopvolgers geen land vervreemd door bureau beheer landbouwgronden, dat verworven is met cofinanciering. 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 01-02-2001 01-01-2000 Werkt, met uitzondering van artikel 4, terug tot 1 januari 2001.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt, met uitzondering van, terug tot 1 januari 2000. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling handelwijze bij vervreemding. 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 2001 21 30-01-2001 26-01-2001 TRCJZ/2000/12474 01-02-2001 01-01-2000 Werkt, met uitzondering van artikel 4, terug tot 1 januari 2001.