Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer
- BWB-id
- BWBR0011926
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2011-07-07 t/m 2011-11-02
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011926
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-nationale-vervoerbewijzen-openbaar-vervoer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-nationale-vervoerbewijzen-openbaar-vervoer/2011-07-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011926&g=2011-07-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011926&z=2026-06-06&g=2011-07-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011926/2011-07-07
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-nationale-vervoerbewijzen-openbaar-vervoer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de minister van Verkeer en Waterstaat; b. concessieverlener: artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000 een concessieverlener als bedoeld in; c. nationaal vervoerbewijs: artikel 3 een bewijs als bedoeld in; d. dag: periode van aanvang tot einde van de dagdienst tot aanvang van de aansluitende nachtdienst; e. week: een periode van zeven aaneensluitende dagen; f. maand: een periode van een maand die aanvangt op de eerste dag van geldigheid van het nationale vervoerbewijs met dien verstande dat een periode die aanvangt op 30 of 31 januari, eindigt op de laatste dag van februari; g. jaar: een periode van een jaar ingaande op de eerste dag van geldigheid met dien verstande dat de periode die aanvangt op 29 februari, eindigt op 28 februari van het daaropvolgende jaar; h. gebied: een vervoerkundig gebied bestaande uit een of meer openbaar vervoerverbindingen; i. zonekaart: een kaart van Nederland waarop de zones voor openbaar vervoer staan aangegeven; j. zone: een volgens de zonekaart genummerd geografisch gebied in Nederland; k. zonenummer: het nummer van een zone volgens de zonekaart; l. kind: een persoon in de leeftijd van vier tot en met elf jaar; m. jeugdige: een persoon in de leeftijd van twaalf tot en met achttien jaar; n. pas 65: een door de gemeente van afgifte geautoriseerde landelijke identiteitskaart voor ouderen; o. ouderen: artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht de houders van een pas 65 of van een document als bedoeld inof van een paspoort uit een van de overige lidstaten van de Europese Unie, waaruit de leeftijd van 65 jaar of ouder blijkt; p. elektronisch vervoerbewijs: vervoerbewijs waarmee de reiziger zich na elektronische registratie toegang kan verschaffen tot het openbaar vervoer. 2006 239 07-12-2006 01-12-2006 HDJZ/S&W/2006-1685 2006 239 07-12-2006 01-12-2006 HDJZ/S&W/2006-1685 09-12-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze regeling is van toepassing op openbaar vervoer per metro, tram, bus of auto. 2 Deze regeling is niet van toepassing op: a. openbaar vervoer gedurende de nacht volgens een in een dienstregeling opgenomen nachtdienst, b. artikel 29 van de Wet personenvervoer 2000 openbaar vervoer verricht op grond van een ontheffing als bedoeld in. 2007 121 27-06-2007 21-06-2007 HDJZ/S&W/2007-793 2007 121 27-06-2007 21-06-2007 HDJZ/S&W/2007-793 01-07-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Nationale vervoerbewijzen zijn: a. artikel 13 de strippenkaart, bedoeld in; b. artikel 18 de landelijke dagkaart, bedoeld in; c. artikel 20 de zomerzwerfkaart, bedoeld in; d. artikel 22 de stedelijke dagkaart, bedoeld in; e. artikel 24 het sterabonnement, bedoeld in; f. artikel 30 het netabonnement, bedoeld in; g. artikel 33 het combinatie-abonnement, bedoeld in; h. artikel 41 de zomertoerpluskaart, bedoeld in; i. artikel 43 het OV-studentenreisrecht, bedoeld in. 2010 20337 20-12-2010 10-12-2010 VenW/BSK-2010/211447 2010 20337 20-12-2010 10-12-2010 VenW/BSK-2010/211447 01-01-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Een nationaal vervoerbewijs vermeldt de naam en vestigingsplaats van de vervoerder, alsmede welke vervoersvoorwaarden op het vervoer van toepassing zijn. 2 In plaats van de naam en vestigingsplaats van een vervoerder kunnen op een nationaal vervoerbewijs naam en adres worden vermeld van het Koninklijk Nederlands Vervoer. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage 1 De modellen van nationale vervoerbewijzen worden vastgesteld overeenkomstig de modellen die zijn opgenomen inbij deze regeling. 2 bijlage 2 De tarieven van nationale vervoerbewijzen worden vastgesteld overeenkomstig de tarieven die zijn opgenomen inbij deze regeling. 3 artikel 46, derde lid, van het Besluit personenvervoer 2000 Bij de vaststelling van tarieven kan onderscheid worden gemaakt in een voltarief en een reductietarief voor kinderen, jeugdigen, ouderen of studerenden die beschikken over een OV-studentenreisrecht, alsmede voor vervoer van fietsen en levende dieren als bedoeld in. 2010 20337 20-12-2010 10-12-2010 VenW/BSK-2010/211447 2010 20337 20-12-2010 10-12-2010 VenW/BSK-2010/211447 01-01-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De Minister kan ambtshalve of op verzoek van een concessieverlener vaststellen dat door hem aangewezen nationale vervoerbewijzen niet geldig zijn voor een gebied waarbinnen openbaar vervoer per bus wordt verricht dat: a. een gemiddelde rijsnelheid heeft van tenminste 30 kilometer per uur binnen de bebouwde kom en tenminste 60 kilometer per uur buiten de bebouwde kom; b. een reductie in reistijd kent van ten minste 20% voor ten minste 50% van de reizigers, ten opzichte van een vergelijkbare verbinding van het onderliggend buslijnennet. 2 artikel 2 De nationale vervoerbewijzen, genoemd in, zijn, met uitzondering van het OV-studentenreisrecht en een combinatie-netabonnement met de geldigheidsduur van een jaar, niet geldig voor openbaar vervoer per auto met instemming van de concessieverlener binnen een beperkt gebied met behulp van vrijwilligers, voor zover het dat gebied betreft. 3 De Minister kan ambtshalve of op verzoek van een concessieverlener vaststellen dat het OV-studentenreisrecht en het combinatie-netabonnement, bedoeld in het tweede lid, niet geldig zijn voor een gebied waarbinnen openbaar vervoer per auto als bedoeld in het tweede lid wordt verricht. 4 De Minister kan ambtshalve of op verzoek van een concessieverlener vaststellen dat door hem aangewezen nationale vervoerbewijzen niet geldig zijn voor een gebied waarbinnen het elektronisch vervoerbewijs in de plaats van de door hem aangewezen nationale vervoerbewijzen functioneert. 5 bijlage 3 Gebieden als bedoeld in het eerste, derde en vierde lid worden aangewezen overeenkomstigbij deze regeling. 2010 20337 20-12-2010 10-12-2010 VenW/BSK-2010/211447 2010 20337 20-12-2010 10-12-2010 VenW/BSK-2010/211447 01-01-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 6 Een verzoek als bedoeld inbevat ten minste: a. de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen, b. een aanduiding van de zone, de lijnen en de lijnnummers die het betreft, c. artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b artikel 6, derde lid een berekening waaruit blijkt dat aan, is voldaan, ofwel een beschrijving van het vervoer, bedoeld in, en d. de nationale vervoerbewijzen waarvoor het verzoek wordt gedaan. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Indien bij het openbaar vervoer waarop het verzoek betrekking heeft, meer concessieverleners zijn betrokken, wordt het verzoek door hen gezamenlijk gedaan. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2003 102 28-05-2003 26-05-2003 HDJZ/S&W/2003-1057 2003 102 28-05-2003 26-05-2003 HDJZ/S&W/2003-1057 01-01-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 42, tweede lid, van het Besluit personenvervoer 2000 bijlage 4 De zone-indeling, bedoeld in, wordt vastgesteld overeenkomstig de zonekaart die is opgenomen inbij deze regeling. 2 De minister kan in het belang van het openbaar vervoer of op verzoek van een concessieverlener de zone-indeling wijzigen. 3 Het verzoek bevat tenminste: a. de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen, b. een topografische kaart met schaal 1:50.000 waarop zijn aangegeven de zonegrenzen, de zonenummers en de zonenamen in zowel de beoogde als in de bestaande situatie, c. het gewenste tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging, en d. de voor de concessieverlener te verwachten financiële gevolgen van inwilliging van het verzoek. 4 De minister neemt bij een besluit over de wijziging van de zone-indeling in aanmerking: a. een logische samenhang van de zones naar grootte en ligging waarbij: 1º. de zone gemiddeld een doorsnede heeft van 4 à 4,5 kilometer, tenzij de zone zich in zijn geheel uitstrekt over een dijk, een dam of een tunnel, in welk geval de zone een lengte van 4 à 4,5 kilometer heeft; 2º. een woonkern in één zone ligt tenzij die kern een doorsnee kent van meer dan 4 à 4,5 kilometer; 3º. een waterweg uitsluitend door een zonegrens op een brug of een veer verdeeld wordt; 4º. een natuurgebied waarbinnen geen voor het openbaar verkeer toegankelijke wegen zijn gelegen, van zone-indeling kunnen worden uitgesloten. b. de mate waarin de door de reiziger te betalen vervoerprijs die door wijziging van de zone-indeling wordt verhoogd, en c. het financiële belang van het openbaar vervoer. 2002 210 31-10-2002 28-10-2002 HDJZ/S&W/2002-2562 2002 210 31-10-2002 28-10-2002 HDJZ/S&W/2002-2562 04-11-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Indien bij de zones waarop een verzoek tot wijziging van de zone-indeling betrekking heeft, meer concessieverleners zijn betrokken, wordt het verzoek door hen gezamenlijk ingediend. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 6, eerste, derde en vierde lid artikel 10, tweede lid Verzoeken als bedoeld in, en, met een gewenst tijdstip van inwerkingtreding binnen het in kolom A van onderstaande tabel genoemde tijdvak, worden uiterlijk op de in kolom B genoemde datum daaraan voorafgaand bij de Minister ingediend. A B 1 januari - 31 maart 1 september 1 april - 30 juni 1 december 1 juli - 30 september 1 maart 1 oktober - 31 december 1 juni 2006 239 07-12-2006 01-12-2006 HDJZ/S&W/2006-1685 2006 239 07-12-2006 01-12-2006 HDJZ/S&W/2006-1685 09-12-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Een strippenkaart bestaat uit een kaart met 45, 15, 8, 3 of 2 strippen. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Een strippenkaart wordt afgegeven tegen het tarief dat geldt op de dag van afgifte. 2 Een strippenkaart is geldig tot en met 12 maanden nadat de eerstvolgende tariefwijziging in werking is getreden. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Bij gebruik van een strippenkaart wordt de laatste strip van het aantal benodigde strippen afgestempeld. 2 Indien het totale aantal benodigde strippen niet op een kaart beschikbaar is, wordt de laatste strip van de kaart afgestempeld en wordt het resterend aantal benodigde strippen op een andere strippenkaart afgestempeld. 3 De cijfers en letters van de stempelafdruk duiden achtereenvolgens aan het stempelnummer, de zone waarin, de week, de dag en het tijdstip waarop de kaart is afgestempeld. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Voor elke zone waarbinnen wordt gereisd is één strip benodigd. 2 Het totaal aantal benodigde strippen per reis wordt bepaald door het aantal zones waarbinnen wordt gereisd, vermeerderd met één strip als basistarief, met dien verstande dat het maximum aantal benodigde strippen 20 strippen bedraagt. 3 Kinderen en ouderen kunnen op strippenkaarten met 2, 3 of 8 strippen tegen het voltarief voor een persoon met zijn tweeën reizen. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Na stempeling is een strippenkaart geldig op de dag, overeenkomstig de stempelafdruk, gedurende: a. één uur vanaf het op de stempelafdruk vermelde tijdstip, bij afstempeling van 2 tot en met 4 strippen; b. anderhalf uur vanaf het op de stempelafdruk vermelde tijdstip, bij afstempeling van 5 tot en met 7 strippen; c. twee uur vanaf het op de stempelafdruk vermelde tijdstip, bij afstempeling van 8 tot en met 10 strippen; d. drie uur vanaf het op de stempelafdruk vermelde tijdstip, bij afstempeling van 11 tot en met 16 strippen; e. drieënhalf uur vanaf het op de stempelafdruk vermelde tijdstip, bij afstempeling van 17 tot en met 20 strippen. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Een landelijke dagkaart bestaat uit twee verticaal met hetzelfde stempelbeeld afgestempelde strippenkaarten met 8 strippen. 2 Een landelijke dagkaart voor kinderen en ouderen bestaat uit één verticaal met hetzelfde stempelbeeld gestempelde strippenkaart met 8 strippen. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De landelijke dagkaart is geldig op de dag van afstempeling. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Een zomerzwerfkaart is een landelijke dagkaart en bestaat uit een kaart met 1 strip. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 De zomerzwerfkaart is geldig op de dag van afstempeling die is gelegen binnen de maanden juni, juli en augustus. 2003 242 15-12-2003 04-12-2003 HDJZ/S&W/2003-2616 2003 242 15-12-2003 04-12-2003 HDJZ/S&W/2003-2616 01-01-2004
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Een stedelijke dagkaart bestaat uit een strippenkaart van 8 strippen die verticaal is gestempeld met één van de volgende zonenummers: a. 5700, 5710, 5711, 5712, 5713, 5714, 5715, 5721, 5722, 5723, 5724, 5725 en 5825 in het gebied van het Regionaal Orgaan Amsterdam; b. 5300, 5310, 5311, 5314, 5315, 5316, 5319, 5321, 5322, 5324, 5326, 5327, 5329 en 5336 in het gebied van de Stadsregio Rotterdam; c. 5400, 5410, 5413, 5414, 5416 en 5419 in het gebied van het Stadsgewest Haaglanden; d. 5000, 5010, 5019, 5020, 5022, 5029, 5030, 5031, 5039, 5049, 5111, 5118, 5120, 5121, 5122, 5128, 5132, 5134, 5137, 5138, 5147, 5157, 5910, 5914, 5915, 5920, 5923, 5925, 5927, 5933, 5937 en 5939 in het gebied van het Bestuur Regio Utrecht. 2 Een stedelijke dagkaart voor kinderen en ouderen bestaat uit een strippenkaart met 8 strippen die verticaal is gestempeld op de eerste of laatste 4 strippen met een van de zonenummers, genoemd in het eerste lid. 2005 124 30-06-2005 23-06-2005 HDJZ/S&W/2005-1195 2005 124 30-06-2005 23-06-2005 HDJZ/S&W/2005-1195 01-07-2005
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De stedelijke dagkaart is geldig op de dag van afstempeling voor openbaar vervoer: a. artikel 22, eerste lid in de bij het zonenummer van de stempelafdruk behorende zone, genoemd in, en b. artikel 22, eerste lid in de bij die zone aansluitende zones met een van de zonenummers, genoemd in. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Een sterabonnement bestaat uit een abonnementskaart met een geldigheidsduur van een week, een maand of een jaar. 2 Een sterabonnement dat is afgegeven door een instelling of bedrijf op grond van een overeenkomst met de vervoerder bestaat uit een abonnementskaart die geldig is vanaf de dag van afgifte tot en met de einddatum van de overeenkomst, met een maximum van twee jaar. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Een sterabonnement wordt afgegeven tegen de prijs die geldt op de eerste dag van de geldigheidsduur. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Een sterabonnement heeft ten hoogste zes sterwaarden met dien verstande dat weekabonnementen anders dan voor kinderen, jeugdigen en ouderen een waarde van ten hoogste 3 sterwaarden kennen. 2 Een sterabonnement met: a. één sterwaarde is geldig voor het openbaar vervoer in een centrumzone; b. twee sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en één aangrenzende zone; c. drie sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en twee achtereenvolgens aangrenzende zones; d. vier sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en drie achtereenvolgens aangrenzende zones; e. vijf sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en vier achtereenvolgens aangrenzende zones; f. zes sterwaarden is geldig voor het openbaar vervoer in de centrumzone en vijf achtereenvolgens aangrenzende zones. 3 In dit artikel wordt onder aangrenzende zones verstaan zones met een gemeenschappelijke zonegrens. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Een sterabonnement is na het aanbrengen van de centrumzone en de geldigheidsduur op de abonnementskaart geldig gedurende de geldigheidsduur voor de op die abonnementskaart vermelde centrumzone en een of meer door de sterwaarde bepaalde aangrenzende zones. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a Een sterabonnement met een geldigheidsduur van een jaar kan gedurende die periode worden omgewisseld voor een jaarabonnement met een hoger aantal sterwaarden. De centrumzone kan hierbij worden gewijzigd. 2002 246 20-12-2002 13-12-2002 HDJZ/S&W/2002-3141 2002 246 20-12-2002 13-12-2002 HDJZ/S&W/2002-3141 01-01-2003
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27 Onverminderdis een sterabonnement alleen geldig in combinatie met een stamkaart. 2 Een stamkaart kan gratis worden verkregen bij de verkooppunten van nationale vervoerbewijzen. 3 Regeling eisen pasfoto’s Bij het aanvragen van een stamkaart moet een geldig legitimatiebewijs worden getoond en wordt een pasfoto overgelegd die voldoet aan de voorschriften in de. 4 Een stamkaart heeft een geldigheidsduur van 5 jaar na de datum van afgifte. 5 Het nummer van de stamkaart wordt overgenomen op de abonnementskaart. 6 Indien de geldigheid van een stamkaart eerder afloopt dan de geldigheid van een abonnementskaart, geldt tot het verlopen van de geldigheid van de abonnementskaart de oude stamkaart. 7 Een pas 65 wordt aangemerkt als een stamkaart indien de laatste 7 nummers van de pas zijn overgenomen op de abonnementskaart. 8 Dit artikel is niet van toepassing op een sterabonnement dat bestaat uit een abonnementskaart waarin een stamkaart is opgenomen. 2003 242 15-12-2003 04-12-2003 HDJZ/S&W/2003-2616 2003 242 15-12-2003 04-12-2003 HDJZ/S&W/2003-2616 01-01-2004
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Bij verlies of diefstal van een sterabonnement met een geldigheidsduur van ten minste een jaar wordt een duplicaat verstrekt na overlegging van een kopie van aangifte van vermissing. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Een netabonnement bestaat uit een abonnementskaart met een geldigheidsduur van een week, een maand of een jaar. 2 Een netabonnement dat wordt afgegeven aan de reiziger door een instelling of bedrijf op grond van een overeenkomst tussen deze en de vervoerder bestaat uit een abonnementskaart die geldig is vanaf de dag van afgifte tot en met de einddatum van de overeenkomst, met een maximum van twee jaar. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Een netabonnement is na het aanbrengen van de geldigheidsduur op de abonnementskaart, geldig voor openbaar vervoer gedurende de op die abonnementskaart vermelde geldigheidsperiode. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikelen 25 28 29 De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Onder combinatie-abonnement wordt verstaan een abonnement dat recht geeft op openbaar vervoer dat wordt verricht in aanvulling op het openbaar vervoer waarvoor nationale vervoerbewijzen niet geldig zijn. 2 Er is een combinatie-sterabonnement en een combinatie-netabonnement. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Een combinatie-sterabonnement wordt afgegeven tegen de prijs die geldt op de eerste dag van de geldigheidsduur. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Een combinatie-sterabonnement bestaat uit een abonnementskaart met een geldigheidsduur van een maand of een jaar. 2 Een combinatie-sterabonnement dat wordt afgegeven aan de reiziger door een instelling of bedrijf op grond van een overeenkomst tussen deze en de vervoerder bestaat uit een abonnementskaart die geldig is vanaf de dag van afgifte tot en met de einddatum van de overeenkomst, met een maximum van twee jaar. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Een combinatie-sterabonnement is geldig voor de op de abonnementskaart vermelde centrumzones en een of meer door de sterwaarde bepaalde aangrenzende zones, gedurende de op de abonnementskaart vermeld geldigheidsduur. 2 Een combinatie-sterabonnement kent ten hoogste drie sterwaarden. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Een combinatie-sterabonnement is geldig te zamen met: a. een gelijksoortig en gelijkgenummerde NS-trajectkaart en een gelijkgenummerde NS-stamkaart, of b. een ander gelijksoortig en gelijkgenummerd vervoerbewijs voor openbaar vervoer waarvoor een nationaal vervoerbewijs niet geldig is. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een combinatie-sterabonnement waarvan de abonnementskaart geïntegreerd is met de trajectkaart, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het vervoerbewijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Een combinatie-netabonnement heeft een geldigheidsduur van een dag, een maand of een jaar. 2 Een combinatie-netabonnement dat wordt afgegeven aan de reiziger door een instelling of bedrijf op grond van een overeenkomst tussen deze en de vervoerder bestaat uit een abonnementskaart die geldig is vanaf de dag van afgifte tot en met de einddatum van de overeenkomst, met een maximum van twee jaar. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Het combinatie-netabonnement is geldig voor openbaar vervoer gedurende de op de abonnementskaart aangegeven geldigheidsduur. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Een combinatie-netabonnement is geldig te zamen met: a. een gelijksoortige en gelijkgenummerde NS-netkaart en een gelijkgenummerd NS-stamkaart, of b. een ander gelijksoortig en gelijkgenummerd vervoerbewijs voor openbaar vervoer waarvoor een nationaal vervoerbewijs niet geldig is. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een combinatie-netabonnement waarvan de abonnementskaart geïntegreerd is met de netkaart, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het vervoerbewijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 De zomertoerpluskaart bestaat uit twee aan elkaar gehechte delen en is geldig voor openbaar vervoer dat wordt verricht in aanvulling op de NS-zomertoer. 2 De zomertoerpluskaart is verkrijgbaar gedurende een door de minister jaarlijks vast te stellen periode van het jaar. 2005 124 30-06-2005 23-06-2005 HDJZ/S&W/2005-1195 2005 124 30-06-2005 23-06-2005 HDJZ/S&W/2005-1195 01-07-2005 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 41, tweede lid De zomertoerpluskaart is geldig gedurende een op de kaart vermelde periode van zeven dagen in de periode, bedoeld in, op ten hoogste twee afgestempelde dagen. 2005 124 30-06-2005 23-06-2005 HDJZ/S&W/2005-1195 2005 124 30-06-2005 23-06-2005 HDJZ/S&W/2005-1195 01-07-2005
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Wet studiefinanciering 2000 Een OV-studentenreisrecht is een reisrecht dat aan een studerende als reisvoorziening is toegekend op grond van de. 2010 20337 20-12-2010 10-12-2010 VenW/BSK-2010/211447 2010 20337 20-12-2010 10-12-2010 VenW/BSK-2010/211447 01-01-2011
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 4.3, eerste lid van de Regeling studiefinanciering 2000 Het OV-studentenreisrecht is geldig voor openbaar vervoer overeenkomstig de artikelen 1.6 en 1.7 van de overeenkomst inzake het OV-studentenreisrecht, bedoeld in. 2010 20337 20-12-2010 10-12-2010 VenW/BSK-2010/211447 2010 20337 20-12-2010 10-12-2010 VenW/BSK-2010/211447 01-01-2011
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer Deze regeling wordt aangehaald als:. 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 2000 245 18-12-2000 12-12-2000 CDJZ/WVW/2000-1445 01-01-2001
Artikel 5#
artikel 5, eerste lid
Artikel 5#
artikel 5, tweede lid
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 6#
artikel 6, eerste lid
Artikel 6#
artikel 6, derde lid
Artikel 6#
artikel 6, vierde lid
Artikel 3#
artikel 3