Regeling specifieke uitkering Incodelta Zuid-Nederland
- BWB-id
- BWBR0013068
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2002-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013068
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-specifieke-uitkering-incodelta-zuid-nederland
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-specifieke-uitkering-incodelta-zuid-nederland/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013068&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013068&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013068/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-specifieke-uitkering-incodelta-zuid-nederland
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Verkeer en Waterstaat; b. Incodelta Zuid-Nederland: project van de zuidelijke provincies, gericht op efficiënt, duurzaam en veilig goederenvervoer, de stimulering van daarmee samenhangende economische activiteiten en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, met een looptijd van 1 oktober 2001 tot en met 31 december 2003; c. zuidelijke provincies: provincies Limburg, Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland; d. deelproject: concreet project opgestart als onderdeel van Incodelta Zuid-Nederland; e. eigen bijdrage: door de zuidelijke provincies te leveren financiële bijdrage aan Incodelta Zuid-Nederland. 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 12-12-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Aan de zuidelijke provincies wordt een specifieke uitkering verstrekt voor de uitvoering van Incodelta Zuid-Nederland, de communicatie hierover en de instandhouding van de projectorganisatie. 2 Ten aanzien van Incodelta Zuid-Nederland wordt door de zuidelijke provincies duidelijk gemaakt op welke wijze en op welke termijn het een bijdrage levert aan de realisatie van een of meer van de beleidsdoelstellingen voor goederenvervoer gebaseerd op het Nationaal Verkeers- en Vervoersplan, te weten: a. duurzaam goederenvervoer, waaronder tevens wordt verstaan de verbeterde kwaliteit van de leefomgeving in de zuidelijke provincies; b. veilig goederenvervoer, waaronder in ieder geval wordt verstaan externe veiligheid en verkeersveiligheid; c. efficiënt werkend goederenvervoersysteem, waaronder wordt verstaan logistieke efficiency en gezonde vervoerssectoren; d. versterking netwerk goederenvervoer, waaronder in ieder geval wordt verstaan het functioneren van knooppunten en de kwaliteit van verbindingen. 3 De deelprojecten passen binnen een of meer van de volgende thema's: a. investeringen in vervoersmodaliteiten; b. innovaties met betrekking tot goederenvervoer; c. logistieke bedrijventerreinen waarvan het belang dat van de provincie waarin zij zich bevinden overstijgt; d. verantwoorde ruimtelijke inpassing van goederenvervoer en daaraan gerelateerde bedrijvigheid; e. samenwerking tussen overheden, relevante maatschappelijke organisaties en bedrijven betrokken bij het goederenvervoer in de zuidelijke provincies. 4 De zuidelijke provincies dragen zorg voor een maximale betrokkenheid in Incodelta Zuid-Nederland van: a. gemeenten en kaderwetgebieden uit het betreffende gebied; b. maatschappelijke organisaties; c. het bedrijfsleven. 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 12-12-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De uitkering ten behoeve van Incodelta Zuid-Nederland door de minister bedraagt maximaal € 673.110,40. 2 De zuidelijke provincies leveren een eigen bijdrage ter grootte van € 839.493,40. 3 De provincie Limburg is belast met het financieel beheer van de aanwending van de uitkering. 4 Artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c. 5 Alleen uitgaven die zijn verricht na publicatie van deze regeling in de Staatscourant komen in aanmerking voor een vergoeding krachtens deze regeling. 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Binnen vier weken na de bekendmaking van deze regeling wordt op grond van aantoonbare kasbehoefte een maximumvoorschot betaald ter grootte van f 1.188.000,-. 2 De betaling van het voorschot vindt plaats aan de provincie Limburg en wordt overgemaakt aan deze provincie. 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 12-12-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De provincie Limburg legt aan de minister over: a. artikel 2, eerste lid voor 15 maart 2002 een mededeling inhoudende dat de verstrekte uitkering overeenkomstig de begroting wordt bestemd voor activiteiten als bedoeld in; b. artikel 2, eerste lid voor 15 maart 2004 een inhoudelijk verslag over de tijdens de loopduur van Incodelta Zuid-Nederland uitgevoerde activiteiten als bedoeld in; c. artikel 2, eerste lid voor 15 maart 2004 een financiële verantwoording over de tijdens de loopduur van Incodelta Zuid-Nederland gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in. 2 De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bevat in elk geval: a. een weergave van de kosten per uitgevoerde activiteit; b. artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet een weergave van de informatie die zal worden opgenomen in het verslag bedoeld in. 3 artikel 2, eerste lid De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt voorzien van een accountantsverklaring over de gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in. 4 De in het derde lid bedoelde accountantsverklaring wordt vastgesteld aan de hand van een door de minister vast te stellen controleprotocol. 5 De minister stelt de uitkering vast voor 15 juli 2004. 6 artikelen 4:46, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel c 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht De, enzijn van overeenkomstige toepassing. 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 12-12-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De uitkering wordt overeenkomstig de vaststelling betaald, onder verrekening van het betaalde voorschot. 2 De uitkering wordt binnen vier weken na de vaststelling betaald. 3 De betaling vindt plaats aan de provincie Limburg en wordt overgemaakt aan deze provincie. 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 12-12-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht In geval van terugvordering als bedoeld inwordt het onverschuldigde bedrag dan wel voorschot binnen 8 weken na de vaststelling van de uitkering, wijziging of intrekking daarvan terugbetaald. 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 12-12-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het in artikel 3, eerste lid, genoemde bedrag van ‘f 1.483.340,-' wordt met ingang van 1 januari 2002 vervangen door: € 673.110,40. 2 Het in artikel 3, tweede lid, genoemde bedrag van ‘f 1.850.000,-' wordt met ingang van 1 januari 2002 vervangen door: € 839.493,40. 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 12-12-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 12-12-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering Incodelta Zuid-Nederland. 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 2001 239 10-12-2001 03-12-2001 DGG-J/01/006303 12-12-2001