Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden
- BWB-id
- BWBR0012833
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-12-16 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012833
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-subsidi-ring-gebiedsgericht-beleid-en-reconstructie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-subsidi-ring-gebiedsgericht-beleid-en-reconstructie/2005-12-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012833&g=2005-12-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012833&z=2026-06-06&g=2005-12-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012833/2005-12-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-subsidi-ring-gebiedsgericht-beleid-en-reconstructie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de ministers: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Verkeer en Waterstaat; b. DLG: Dienst landelijk gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. bestuursovereenkomst: artikel 11, eerste lid bestuursovereenkomst als bedoeld in; d. gebiedsplan: artikel 10, eerste lid gebiedsplan als bedoeld in; e. uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan: artikel 10, eerste lid uitvoeringsprogramma als bedoeld in; f. plangebied: artikel 10, tweede lid bij de vaststelling van een gebiedsplan begrensd gebied overeenkomstig; g. reconstructieplan: artikel 11 van de Reconstructiewet concentratiegebieden reconstructieplan als bedoeld in; h. uitvoeringsprogramma behorend bij een reconstructieplan: artikel 31 van de Reconstructiewet concentratiegebieden uitvoeringsprogramma voor reconstructiegebieden als bedoeld in; i. reconstructiegebied: artikel 1 van de Reconstructiewet concentratiegebieden reconstructiegebied als bedoeld in; j. Vinac-gebied: uitbreidingslocatie als bedoeld in de Actualisering Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra, planologische kernbeslissing. k. provinciaal uitvoeringsprogramma: artikel 12, eerste lid provinciaal uitvoeringsprogramma als bedoeld in; l. uitvoeringscontract: artikel 13 uitvoeringscontract als bedoeld in; m. activiteiten: artikelen 16 tot en met 19 concreet uit te voeren werken of werkzaamheden, die passen binnen een of meerdere van de categorieën, bedoeld in de; n. verordening (EG) nr. 1257/1999 : verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L160); o. probleemgebied: artikel 1, onder l, van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer probleemgebied als bedoeld in. 2005 243 14-12-2005 06-12-2005 TRCJZ/2005/3000 2005 243 14-12-2005 06-12-2005 TRCJZ/2005/3000 16-12-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Op grond van deze regeling kunnen de ministers op aanvraag subsidie verstrekken in de kosten van activiteiten: a. die passen binnen een provinciaal uitvoeringsprogramma, een uitvoeringscontract, een gebiedsplan en uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan, ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving van plangebieden met betrekking tot landbouw, natuur, bos, landschap, openluchtrecreatie, cultuurhistorie, water of milieu, of; b. die passen binnen een provinciaal uitvoeringsprogramma, een uitvoeringscontract en een reconstructieplan en een uitvoeringsprogramma behorend bij een reconstructieplan, ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving van reconstructiegebieden met betrekking tot landbouw, natuur, bos, landschap, openluchtrecreatie, cultuurhistorie, water of milieu. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten van de activiteiten. 2 verordening (EG) nr. 1257/1999 verordening (EG) nr. 1257/1999 In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie maximaal 40%, en in probleemgebieden maximaal 50%, van de subsidiabele kosten van de activiteiten voorzover deze investeringen in landbouwbedrijven betreffen als bedoeld in artikel 7 van. Indien het gaat om investeringen in landbouwbedrijven door boeren jonger dan 40 jaar die zich als bedrijfshoofd vestigen als bedoeld in artikel 7 van, bedragen deze percentages maximaal 45% en in de probleemgebieden maximaal 55%. 3 Dit lid is nog niet in werking getreden. 4 artikelen 16 19 Voor plangebieden stellen gedeputeerde staten voor de afzonderlijke subcategorieën, als bedoeld in detot en met, de subsidiepercentages vast in het uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan, met als gemiddelde per uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan maximaal 50% van de subsidiabele kosten van de activiteiten. 5 In afwijking van het vierde lid, bedraagt het gemiddelde subsidiepecentage per uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan maximaal 60% van de subsidiabele kosten van de activiteiten, voorzover het activiteiten betreft in VINAC-gebieden. 6 artikelen 16 19 Voor reconstructiegebieden stellen gedeputeerde staten van de betreffende provincies voor de afzonderlijke subcategorieën als bedoeld in detot en metde subsidiepercentages vast in het uitvoeringsprogramma behorend bij een reconstructieplan, met als gemiddelde maximaal 50% van de subsidiabele kosten van de activiteiten. 2005 243 14-12-2005 06-12-2005 TRCJZ/2005/3000 2005 243 14-12-2005 06-12-2005 TRCJZ/2005/3000 16-12-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, tweede of derde lid artikel 3, tweede lid of derde lid Voorzover voor dezelfde activiteiten eveneens subsidie aan particulieren wordt verstrekt door andere overheidsorganen en hierdoor het totaal van de overheidsbijdrage meer zou bedragen dan 90% van de subsidiabele kosten, of in de gevallen bedoeld in, de aldaar genoemde percentages van de subsidiabele kosten, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel lager vastgesteld dat het totaal van de overheidsbijdrage die 90% respectievelijk de in, genoemde percentages niet overschrijdt. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Subsidie wordt niet verstrekt aan aanvragers ter voldoening aan verplichtingen die op grond van enig wettelijk voorschrift zijn voorgeschreven. 2 Niet subsidiabel op grond van deze regeling zijn: a. kosten waarin uit anderen hoofde vanwege de staat een bijdrage kan worden verleend; b. exploitatiekosten, waaronder begrepen de kosten van regulier beheer en onderhoud; c. kosten verbonden aan het verwerven van grond of gebouwen, tenzij de kosten noodzakelijk zijn voor het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van de uitvoering van de activiteit en de kosten redelijkerwijs niet ten laste kunnen worden gebracht van individuele ondernemers; d. artikelen 15.20 15.21 van de Wet milieubeheer kosten verbonden aan het toekennen van vergoedingen op grond van deen; e. kosten, verbonden aan het compenseren van waardeverlies van grond of gebouwen en andere kosten als gevolg van kapitaalsverliezen of inkomensverliezen, of tenzij de kosten zijn verbonden aan de realisatie van niet-agrarische doeleinden en deze kosten redelijkerwijs niet ten laste kunnen worden gebracht van individuele ondernemers; f. accountantskosten die niet voortvloeien uit activiteiten; g. de door de aanvrager van de subsidie verrekenbare BTW; h. artikel 20 kosten ten aanzien van de uitvoering van activiteiten, gemaakt voorafgaande aan de beschikking tot subsidieverlening, met uitzondering van de kosten ten aanzien van het ontwikkelen van plannen, onderzoek en voorlichting als bedoeld in; i. kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van andere overheden of van andere rechtspersonen behoren, gemaakt ter uitvoering van activiteiten. 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 12-08-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 verordening (EG) nr. 1257/1999 artikel 27, eerste lid artikel 27, tweede lid Indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens zijn verstrekt in het kader van een andere regeling ter uitvoering van hoofdstuk IX van, of indien een verleende subsidie wordt ingetrokken op grond van, of een vastgestelde subsidie wordt ingetrokken op grond van, wordt geen subsidie verleend in het kalenderjaar waarin de onjuiste aanvraag is ingediend of anderszins onjuiste gegevens zijn verstrekt. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 verordening (EG) nr. 125/1999 artikel 27, eerste lid artikel 27, tweede lid Indien de aanvrager opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt in het kader van een andere regeling ter uitvoering van hoofdstuk IX van, of indien in geval van opzet een verleende subsidie wordt ingetrokken op grond van, of een vastgestelde subsidie wordt ingetrokken of gewijzigd op grond van, wordt tevens geen subsidie verleend in het jaar volgende op het kalenderjaar waarin de onjuiste aanvraag is ingediend of anderszins onjuiste gegevens zijn verstrekt. 2 Indien de aanvrager opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening in het kader van deze regeling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt wordt geen subsidie verleend voor het jaar volgend op het kalenderjaar waarin de onjuiste aanvraag is ingediend of anderszins onjuiste gegevens zijn verstrekt. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt, na overleg met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Verkeer en Waterstaat, voor ieder begrotingsjaar voor de op basis van deze regeling te verstrekken subsidies een subsidieplafond vast. 2 De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan daarbij, na overleg met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Verkeer en Waterstaat, voor de plangebieden of de reconstructiegebieden afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen. 3 De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit maakt de besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid bekend in de Staatscourant. 4 In enig begrotingsjaar worden anavragen alleen in behandeling genomen indien voor het betreffende begrotingsjaar een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid is vastgesteld. 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 12-08-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 2, onder a Ten behoeve van de uitvoering van, wijzen gedeputeerde staten van de provincies bij besluit gebieden aan: a. die zijn gelegen binnen de gebieden zoals van rijkswege aangegeven in de bestuursovereenkomst; b. die uit het oogpunt van de beleidsterreinen landbouw, natuur, bos, landschap, openluchtrecreatie, cultuurhistorie, water en milieu waardevol en kwetsbaar zijn; en c. waarin sprake is van een samenhangende en meervoudige problematiek met betrekking tot deze beleidsterreinen waarvoor gezocht wordt naar een integrale oplossing, met inachtneming van het rijksbeleid terzake. 2 artikel 1 van de Reconstructiewet concentratiegebieden In de reconstructiegebieden als bedoeld inworden geen gebieden aangewezen als bedoeld in het eerste lid. 3 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, behoeft de instemming van de ministers. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 27-09-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9, eerste lid artikel 9, derde lid Gedeputeerde staten stellen voor elk gebied als bedoeld in, waar de ministers overeenkomstig, mee hebben ingestemd, een gebiedsplan en een uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan vast. 2 Een gebiedsplan bevat in ieder geval: a. de begrenzing van het plangebied; b. artikel 9, eerste lid een omschrijving van de in het plangebied bestaande toestand van de beleidsterreinen, bedoeld in, kwalitatief en kwantitatief weergegeven; c. artikel 9, eerste lid een omschrijving van de gewenste ontwikkeling van het plangebied ten aanzien van de beleidsterreinen, bedoeld in, in de vorm van lange termijndoelstellingen, kwalitatief en waar mogelijk kwantitatief weergegeven; d. een kaart die betrekking heeft op de in onderdeel c bedoelde omschrijving; e. artikel 9, eerste lid een omschrijving van de operationele doelstellingen ten aanzien van de beleidsterreinen, bedoeld in, voor een periode van vier jaar, kwalitatief en kwantitatief weergegeven; f. een omschrijving van de samenhang tussen de operationele doelstellingen en de lange termijndoelstellingen; g. een indicatie van de totale kosten die gemoeid zijn met de realisatie van de onder c bedoelde ontwikkeling. 3 Een uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan bevat in ieder geval: a. artikelen 16 19 artikel 3, derde lid een zo nauwkeurig mogelijke opsomming en beschrijving van voorgenomen activiteiten voor een periode van vier jaar die passen binnen een of meerdere subcategorieën bedoeld in detot en met, en een vermelding van de bij de desbetreffende subcategorieën behorende subsidiepercentages als bedoeld in; b. artikel 10, tweede lid, onder e een beschrijving van de mate waarin de activiteiten bijdragen aan het bereiken van de operationele doelstellingen, als bedoeld in; c. een fasering van de activiteiten; d. een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten en de verdeling daarvan over een periode van vier jaar, alsmede de wijze van financiering daarvan, inclusief bijdragen van andere overheden en derden. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 27-09-2001
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De ministers voeren tenminste eenmaal per jaar overleg met gedeputeerde staten van de provincies over de te bereiken beleidsdoelen en indicaties van daarvoor beschikbare middelen voor een periode van vier jaren. Het overleg is erop gericht overeenstemming te bereiken. Van overeenstemming wordt blijk gegeven bij bestuursovereenkomst. 2 De ministers voeren tenminste eenmaal per jaar met gedeputeerde staten van de provincies overleg over de bestuursovereenkomst en de realisatie daarvan. De ministers en de gedeputeerde staten kunnen daarbij besluiten tot wijziging van de te bereiken beleidsdoelen en indicaties van de daarvoor beschikbare middelen. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 27-09-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Met inachtneming van de bestuursovereenkomst stellen gedeputeerde staten een provinciaal uitvoeringsprogramma vast. 2 Het provinciaal uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks vastgesteld voor een periode van vier jaar. 3 Het provinciaal uitvoeringsprogramma bevat in ieder geval: a. de gebiedsplannen en de uitvoeringsprogramma's behorend bij een gebiedsplan; b. de reconstructieplannen en de uitvoeringsprogramma's behorende bij de reconstructieplannen; c. een beschrijving van de verhouding tussen de onder a en b genoemde documenten en de bestuursovereenkomst; d. een programma voor de monitoring en evaluatie van de uitvoering van de afzonderlijke gebiedsplannen en reconstructieplannen met betrekking tot de operationele doelstellingen en de lange termijndoelstellingen. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 27-09-2001
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De ministers en gedeputeerde staten sluiten telkens voor het tijdvak waarvoor het provinciaal uitvoeringsprogramma is vastgesteld, een uitvoeringscontract, in ieder geval ten aanzien van: a. artikel 10, tweede lid, onder e de realisatie van de operationele doelstellingen als bedoeld in; b. de bedragen die de afzonderlijke partijen ten hoogste bijdragen in de financiering van de bedoelde operationele doelstellingen; c. artikel 12, derde lid, onder d het in, bedoelde programma. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 27-09-2001
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Een provinciaal uitvoeringsprogramma kan worden gewijzigd. 2 Een wijziging van het provinciaal uitvoeringsprogramma past binnen de bestuursovereenkomst. 3 Alvorens een provinciaal uitvoeringsprogramma wordt gewijzigd, bezien de gedeputeerde staten die het aangaat of het uitvoeringscontract wijziging behoeft. In voorkomend geval plegen de gedeputeerde staten hierover overleg met de ministers. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 27-09-2001
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 12, derde lid, onder d De ministers kunnen regels vaststellen met het oog op de toepassing van. 2 artikel 12, derde lid onder d Gedeputeerde staten dienen binnen zes maanden na afloop van de periode waarvoor het provinciaal uitvoeringsprogramma is vastgesteld, een verslag in terzake van de monitoring en evaluatie als bedoeld in. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 27-09-2001
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in plangebieden en in reconstructiegebieden die tot doel hebben het herstel van hydrologische systemen met het oog op behoud, herstel of ontwikkeling van natuur, cultuurhistorie, landschap of landbouw, waar mogelijk gecombineerd met beperking van wateroverlast en bescherming van de drinkwaterwinning, en die passen in een of meerdere van de volgende subcategorieën: a. inrichtingsactiviteiten bestrijding verdroging; b. aanleg natuurlijke oevers en natte verbindingszones; c. herstel oorspronkelijke uiterlijke verschijningsvormen van watersystemen; d. terugdringing van ongezuiverde lozingen en emissies op oppervlaktewater of in de bodem door de aanleg van riolering en rioolvervangende systemen in landbouwgebieden; e. bestrijding van eutrofiëring in natuurgebieden door: – de aanleg van dammen en stuwen, – het scheiden van waterstromen, of – het aanleggen van helofyten-vijvers daar waar de problemen zijn ontstaan door diffuse lozingen en derden daarvoor niet aansprakelijk gesteld kunnen worden; f. vasthouden gebiedseigen water door: – het aanleggen van bekkens, – plaatsen van stuwen of cascades, of – werken uit te voeren gericht op het laten meanderen van beken, verondiepen en verbreden van de watergangen; g. verbeteren kwaliteit waterbodems door het uitgraven, afvoeren, opslaan of verwerken van kleinschalige, reeds lang vervuilde gronden, waarvoor een derde niet aansprakelijk gesteld kan worden. 2 De activiteiten bedoeld in het eerste lid, onderdelen e en g, worden slechts gesubsidieerd indien de eutrofiëring of vervuiling bij de bron wordt aangepakt en opgelost. 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 12-08-2004
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in plangebieden en reconstructiegebieden die tot doel hebben diversificatie van de bedrijvigheid in de landbouw en in verwante activiteiten gericht op het combineren van verscheidene activiteiten of het aanboren van alternatieve inkomstenbronnen, of die tot doel hebben vergroting van de recreatieve toegankelijkheid en de belevings- en gebruiksmogelijkheden van landbouw, natuur, bos of landschap, of die tot doel hebben herstel of ontwikkeling van landschap, cultuurhistorie of biodiversiteit, en die passen in een of meer van de volgende subcategorieën: a. ontwikkeling recreatief-toeristische of streekeigen producten op landbouwbedrijven of in bossen en vergroting van de inkomensvorming uit die producten; b. vergroting van de toegankelijkheid en belevings- en gebruiksmogelijkheden van natuur, landbouw, bos, landschap, water, cultuurhistorische of archeologische waarden, in overeenstemming met behoud, herstel of ontwikkeling van natuur en landschap; c. landschappelijke inpassing bedrijfsgebouwen of recreatieve terreinen in verband met functiewijziging; d. behoud, herstel of ontwikkeling van cultuurhistorische en archeologische waarden; e. instandhouding oude streekeigen landbouwrassen met het oog op behoud biodiversiteit, kwaliteitsverbetering landschap, openluchtrecreatie of cultuurhistorie. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 bijlage bijlage Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in plangebieden en reconstructiegebieden die tot doel hebben de vermindering van de milieubelasting en die vallen onder een of meer van de in debij deze regeling, onder hoofdstuk II, bedoelde categorieën, en indien, voor zover van toepassing, wordt voldaan aan de in debij deze regeling gestelde voorwaarden. 2 bijlage bijlage Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten in plangebieden en reconstructiegebieden die tot doel hebben het terugdringen van de verstoring door geluid, licht, stank en verkeer en die vallen onder een of meer van de in debij deze regeling, onder hoofdstuk III, bedoelde categorieën, en indien, voor zover van toepassing, wordt voldaan aan de in debij deze regeling gestelde voorwaarden. 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 12-08-2004
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 12-08-2004
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Subsidie kan worden verstrekt voor onderzoek, voorlichtingsactiviteiten en het ontwikkelen van plannen, niet zijnde reconstructieplannen, uitvoeringsprogramma's behorend bij een reconstructieplan, gebiedsplannen en uitvoeringsprogramma's behorend bij een gebiedsplan, voorzover die onderdeel zijn van een of meerdere activiteiten. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikelen 16 19 Aanvragen tot subsidieverlening uit hoofde van detot en metworden ingediend bij de directeur DLG. 2 In de aanvraag tot subsidieverlening wordt in ieder geval opgenomen: a. een verwijzing naar het desbetreffende provinciale uitvoeringsprogramma, het gebiedsplan en uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan, dan wel het desbetreffende reconstructieplan en uitvoeringsprogramma behorend bij het reconstructieplan; b. een gespecificeerde omschrijving van de voorgenomen activiteit en tijdsplanning, en; c. een gespecificeerde begroting van de kosten, alsmede een opgave van de financieringswijze, met daarbij behorende toelichting. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De subsidie-ontvanger dient een aanvraag tot subsidievaststelling in bij de directeur DLG binnen zes maanden na uitvoering van de activiteit. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De subsidie-ontvanger is verplicht de activiteiten ten behoeve waarvan subsidie is verleend binnen twee jaar na de datum van subsidieverlening te hebben uitgevoerd overeenkomstig de subsidieverlening. 2 In bijzondere gevallen kunnen de ministers op verzoek van de aanvrager bij de aanvraag tot subsidieverlening, de in het eerste lid bedoelde termijn op voorhand verlengen met maximaal twee jaar. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht Bij de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de subsidie-ontvanger verplichtingen als bedoeld inworden opgelegd. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 verordening (EG) nr. 4045/1989 Richtlijn 77/435/EEG De subsidie-ontvanger is verplicht een overzichtelijke en deugdelijke administratie te voeren ten aanzien van de activiteit waar de subsidieverlening betrekking op heeft en deze te bewaren gedurende tenminste drie jaren na datum van de subsidievaststelling overeenkomstig artikel 4 vanvan de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van(PbEG L388). 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De ministers verstrekken op aanvraag voorschotten met inachtneming van de stand van de werkzaamheden, tot een totaal van ten hoogste tachtig procent van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximum subsidiebedrag. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 verordening (EG) nr. 1257/1999 Een beschikking tot subsidieverlening wordt ingetrokken indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt in het kader van een andere regeling ter uitvoering van hoofdstuk IX van. 2 verordening (EG) nr. 1257/1999 Een beschikking tot subsidievaststelling wordt ingetrokken indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste informatie heeft verstrekt in het kader van een andere regeling ter uitvoering van hoofdstuk IX van. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Indien de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling is ingetrokken of ten nadele van de subsidie-ontvanger is gewijzigd, betaalt de aanvrager de door hem ontvangen subsidiebedragen en voorschotten terug op eerste vordering van de ministers vermeerderd met de wettelijke rente over de periode van de datum van uitbetaling van de subsidie tot het tijdstip van voldoening. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 verordening (EG) nr. 1257/1999 artikel 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap Voorzover de activiteit niet voor cofinanciering van de Europese Unie in aanmerking komt op grond van, kan de subsidieverlening of de subsidievaststelling worden ingetrokken of ten nadele van de subsidie-ontvanger gewijzigd worden indien het verstrekken van de subsidie een met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steunmaatregel is in de zin van. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 250 28-12-2001 TRCJZ/2001/17497 30-12-2001
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De ministers kunnen aan de provincies subsidie verstrekken ter bestrijding van de volgende kosten: a. de kosten, verbonden aan het opstellen en voorbereiden van een reconstructieplan, een gebiedsplan en een uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan; b. de kosten van monitoring en evaluatie van een gebiedsplan; c. de kosten, verbonden aan de begeleiding en uitvoering van het uitvoeringsprogramma behorend bij een gebiedsplan; d. de kosten van monitoring en evaluatie van een reconstructieplan. 2 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten. 3 De subsidie op grond van het eerste lid, onderdeel a, wordt verstrekt voor ten hoogste twee jaren. 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 12-08-2004
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 30 Aanvragen tot subsidieverlening uit hoofde vanworden ingediend bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2 Aanvragen tot subsidievaststelling worden ingediend bij de directeur DLG binnen zes maanden na verloop van de termijn waarvoor de subsidie is verleend. 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 12-08-2004
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast de daartoe door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen medewerkers van DLG. 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 2004 151 10-08-2004 03-08-2004 TRCJZ/2004/4245 12-08-2004
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De Regeling gebiedsgerichte bestrijding van verdroging wordt ingetrokken. 2 Op subsidies verleend op grond van de in het eerste lid bedoelde regeling blijft die regeling van toepassing. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 27-09-2001
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2 artikelen 2 8 16 29 In afwijking van het eerste lid treden detot en metentot en metin werking op een nader door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te bepalen tijdstip. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 27-09-2001
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring gebiedsgericht beleid en reconstructie concentratiegebieden. 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 2001 185 25-09-2001 20-09-2001 TRCJZ/2001/5511 27-09-2001
Artikel 18#
artikel 18
Artikel 18#
artikel 18, eerste lid
Artikel 18#
artikel 18, tweede lid