Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende regels over aanvraag, afgifte, wijziging, overdracht, schorsing en intrekking van een type-certificaat dan wel een aanvullend type-certificaat en de daarvoor benodigde vluchten
- BWB-id
- BWBR0012874
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-05-01 t/m 2009-03-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012874
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-type-certificatie-luchtwaardigheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-type-certificatie-luchtwaardigheid/2005-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012874&g=2005-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012874&z=2026-06-06&g=2005-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012874/2005-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-type-certificatie-luchtwaardigheid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De minister neemt een aanvraag voor een type-certificaat door een JAA-persoon in behandeling wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen van JAR 21.13. 2 bijlage 1 Een aanvraag voor een type-certificaat door een JAA-persoon wordt ingediend overeenkomstig JAR 21.15, middels een volledig ingevuld formulier volgens. 3 artikel 5 van het Besluit luchtwaardigheid De aanvrager, zijnde een JAA-persoon, toont voor de afgifte van een type-certificaat conform JAR 21.20, JAR 21.31, JAR 21.33 en JAR 21.35 aan, dat het product waarvoor het type-certificaat is aangevraagd, voldoet aan de van toepassing zijnde eisen uit. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een aanvraag door een JAA persoon voor een type-certificaat voor een luchtvaartuig waarop JAR 25 of JAR 29 van toepassing is, is conform JAR 21.17 c vijf jaar geldig. 2 Een aanvraag door een JAA-persoon voor een type-certificaat voor een luchtvaartuig waarop andere dan in het eerste lid genoemde JAR's van toepassing zijn, is conform JAR 21.17c drie jaar geldig. 3 De minister kan de periode van geldigheid van een aanvraag op verzoek van de aanvrager zijnde een JAA-persoon overeenkomstig JAR 21.17 c verlengen. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De minister neemt een aanvraag voor een type-certificaat door een niet JAA-persoon in behandeling wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen van JAR 21.N13. 2 bijlage 1 Een aanvraag voor een type-certificaat door een niet JAA-persoon wordt schriftelijk ingediend bij de minister overeenkomstig JAR 21.N15, middels een behoorlijk ingevuld formulier volgens. 3 artikel 5 van het Besluit luchtwaardigheid De aanvrager, zijnde een niet JAA-persoon, toont voor de afgifte van een type-certificaat conform JAR 21.N20, JAR 21.N31, JAR 21.N33 en JAR 21.N35 aan, dat het product waarvoor het type-certificaat is aangevraagd, voldoet aan de van toepassing zijnde eisen uit. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage 2 Het model van het type-certificaat is overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2 De afgifte van een type-certificaat wordt op door de minister te bepalen wijze bekend gesteld. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De minister neemt een aanvraag voor een ingrijpende wijziging van een type-certificaat door een JAA-persoon in behandeling wanneer deze JAA-persoon de houder van het type-certificaat is en de voorgestelde wijziging van het type-ontwerp naar het oordeel van de minister niet een geheel nieuw onderzoek vereist zoals bedoeld in JAR 21.19. 2 Een aanvraag voor een wijziging van een type-certificaat wordt door een JAA-persoon ingediend overeenkomstig JAR 21.93. 3 De aanvrager, zijnde een JAA-persoon, toont voor de goedkeuring van een ingrijpende wijziging van een type-certificaat conform JAR 21.97 aan, dat het gewijzigde product voldoet aan de eisen van JAR 21.101 en van ICAO Annex 16, Vol. I. 4 De aanvrager, zijnde een JAA-persoon, toont voor de goedkeuring van een geringe wijziging van een type-certificaat aan, dat het gewijzigde product voldoet aan de eisen van JAR 21.101 en van ICAO Annex 16, Vol. I. 2005 85 03-05-2005 26-04-2005 HDJZ/LUV/2005-1077 2005 85 03-05-2005 26-04-2005 HDJZ/LUV/2005-1077 01-05-2005 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Treedt in werking met betrekking tot luchtvaartuigen met een
maximum startmassa van ten hoogste 8.618 kg. Treedt met betrekking tot luchtvaartuigen met een maximum
startmassa van meer dan 8.618 kg in werking met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De minister neemt een aanvraag voor een ingrijpende wijziging van een type-certificaat door een niet JAA-persoon in behandeling wanneer deze de houder van het type-certificaat is en voldoet aan JAR 21.N92 en de voorgestelde wijziging van het typeontwerp naar het oordeel van de Minister niet een geheel nieuw onderzoek vereist zoals bedoeld in JAR 21.N19. 2 Een aanvraag voor een ingrijpende wijziging van een type-certificaat wordt door een niet JAA-persoon ingediend overeenkomstig JAR 21.N93. 3 De aanvrager, zijnde een niet JAA-persoon, toont voor de goedkeuring van een ingrijpende wijziging van een type-certificaat conform JAR 21.N97 aan, dat het gewijzigde product voldoet aan de eisen van JAR 21.N101 en van ICAO Annex 16, Vol. I. 2005 85 03-05-2005 26-04-2005 HDJZ/LUV/2005-1077 2005 85 03-05-2005 26-04-2005 HDJZ/LUV/2005-1077 01-05-2005 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Treedt in werking met betrekking tot luchtvaartuigen met een
maximum startmassa van ten hoogste 8.618 kg. Treedt met betrekking tot luchtvaartuigen met een maximum
startmassa van meer dan 8.618 kg in werking met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De minister neemt een aanvraag voor een aanvullend type-certificaat door een JAA-persoon in behandeling wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen van JAR 21.112. 2 Een aanvraag voor een aanvullend type-certificaat wordt door een JAA-persoon ingediend overeenkomstig JAR 21.113. 3 De aanvrager, zijnde een JAA-persoon, toont voor de afgifte van een aanvullend type-certificaat conform JAR 21.97 aan, dat het gewijzigde product voldoet aan de eisen van JAR 21.101 en van ICAO Annex 16, Vol. I. 2005 85 03-05-2005 26-04-2005 HDJZ/LUV/2005-1077 2005 85 03-05-2005 26-04-2005 HDJZ/LUV/2005-1077 01-05-2005 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Treedt in werking met betrekking tot luchtvaartuigen met een
maximum startmassa van ten hoogste 8.618 kg. Treedt met betrekking tot luchtvaartuigen met een maximum
startmassa van meer dan 8.618 kg in werking met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De minister neemt een aanvraag voor een aanvullend type-certificaat door een niet JAA-persoon in behandeling wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen van JAR 21.N112. 2 Een aanvraag voor een aanvullend type-certificaat wordt door een niet JAA-persoon ingediend overeenkomstig JAR 21.N113. 3 De aanvrager, zijnde een niet JAA-persoon, toont voor de afgifte van een aanvullend type-certificaat conform JAR 21.N97 aan, dat het gewijzigde product voldoet aan de eisen van JAR 21.N101 en van ICAO Annex 16, Vol. I. 2005 85 03-05-2005 26-04-2005 HDJZ/LUV/2005-1077 2005 85 03-05-2005 26-04-2005 HDJZ/LUV/2005-1077 01-05-2005 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Treedt in werking met betrekking tot luchtvaartuigen met een
maximum startmassa van ten hoogste 8.618 kg. Treedt met betrekking tot luchtvaartuigen met een maximum
startmassa van meer dan 8.618 kg in werking met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 bijlage 3 Het model van het aanvullend type-certificaat is overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2 De afgifte van een aanvullend type-certificaat wordt op door de minister te bepalen wijze bekend gesteld. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De houder van een type-certificaat dan wel een aanvullend type-certificaat kan de minister verzoeken een andere JAA-persoon of niet JAA-persoon aan te wijzen als houder van het type-certificaat dan wel het aanvullend type-certificaat. 2 De minister wijst het verzoek toe als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de nieuwe houder zich schriftelijk bereid verklaart om het houderschap te vervullen; b. de oorspronkelijke houder verklaart alle ontwerp- en productiegevens en de rechten daarop onvoorwaardelijk aan de nieuwe houder over te dragen; c. indien de nieuwe houder in een JAA land is gevestigd, is artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit luchtwaardigheid van toepassing; d. indien de nieuwe houder niet in een JAA land is gevestigd, is artikel 6, eerste lid, onder a, b, en d van het Besluit luchtwaardigheid van toepassing; e. de nieuwe houder verklaart, dat voldaan zal worden aan de eisen gesteld in het `Document van overdracht van type-certificaat' dan wel `Document van overdracht van aanvullend type-certificaat' zoals bedoeld in het derde lid en aan de verplichtingen die voortvloeien uit ICAO Annex 8. f. de vergoeding conform het tarief terzake is voldaan. 3 De overdracht van een type-certificaat dan wel een aanvullend type-certificaat wordt vastgelegd in een `Document van overdracht van type-certificaat' dan wel `Document van overdracht van aanvullend type-certificaat', waarin tenminste wordt vermeld: a. de naam en het adres van de nieuwe houder van het type-certificaat dan wel het aanvullend type-certificaat; b. voor een niet in Nederland gevestigde houder van een type-certificaat, de goedkeuring van de bevoegde autoriteit van de overdracht van het type-certificaat; c. de eventuele voorwaarden waaronder de bevoegde autoriteit de overdracht heeft geaccepteerd; d. de DOA van de nieuwe houder; e. alle eventuele aanvullende voorwaarden die onze minister nodig acht; f. de verklaring van de nieuwe houder, dat voldaan zal worden aan de eisen gesteld in het `Document van overdracht van type-certificaat' dan wel `Document van overdracht van aanvullend type-certificaat', aan de verplichtingen die voortvloeien uit ICAO Annex 8 en van ICAO Annex 16, Vol. I. 2005 85 03-05-2005 26-04-2005 HDJZ/LUV/2005-1077 2005 85 03-05-2005 26-04-2005 HDJZ/LUV/2005-1077 01-05-2005 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Treedt in werking met betrekking tot luchtvaartuigen met een
maximum startmassa van ten hoogste 8.618 kg. Treedt met betrekking tot luchtvaartuigen met een maximum
startmassa van meer dan 8.618 kg in werking met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Schorsing van een type-certificaat dan wel een aanvullend type-certificaat wordt bij aangetekende brief aan de houder medegedeeld. 2 De houder van het type-certificaat dan wel een aanvullend type-certificaat is verplicht het type-certificaat dan wel een aanvullend type-certificaat zo spoedig mogelijk aan de minister te zenden. 3 Om een schorsing op te heffen toont de houder aan, dat de redenen, die tot schorsing hebben geleid, zijn vervallen. 4 Na de opheffing van de schorsing, anders dan door intrekking, wordt aan de betrokkene het type-certificaat dan wel aanvullend type-certificaat terrruggezonden. 5 De schorsing en de opheffing van de schorsing wordt op door de minister te bepalen wijze bekend gesteld. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Intrekking van een type-certificaat dan wel een aanvullend type-certificaat wordt bij aangetekende brief aan de houder medegedeeld. 2 De houder van het type-certificaat dan wel een aanvullend type-certificaat is verplicht het type-certificaat dan wel een aanvullend type-certificaat zo spoedig mogelijk aan de minister te zenden. 3 De intrekking wordt op door de minister te bepalen wijze bekend gesteld. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 2 4 artikel 6 7 artikel 8 9 De minister vermeldt overeenkomstig JAR 21.17, 21.114 en 21.93, in de certificatie basis de van toepassing zijnde eisen, waaraan een product moet voldoen waarvoor de aanvraag voor een type-certificaat volgensof, een gewijzigd type-certificaat volgensof, of een aanvullend type-certificaat volgensof, in behandeling is genomen. 2 artikelen 2 4 6 7 8 9 De aanvrager geeft aan te voldoen aan de gestelde eisen in de certificatie basis en de daarvoor benodigde bewijsvoering te zullen leveren ten behoeve van het derde lid van het van toepassing zijnde,,,,, of. 3 artikel 4 artikel 7 artikel 9 Bij een aanvraag als bedoeld in,envan deze regeling, zal aan de autoriteit van het land van export worden verzocht de geleverde bewijsvoering te accepteren of te onderzoeken op relevantie of medewerking te verlenen aan de toetsing van de bewijsvoering. 4 De aanvrager legt in de lijst van bewijsvoering vast, op welke wijze de bewijsvoering geleverd is, en met welke middelen deze onderbouwd is. Deze bewijsvoering wordt in de volgende categorieën ingedeeld: 5 De lijst van bewijsvoering legt voor ieder artikel van alle van toepassing zijnde eisen vast: a. het middel van bewijsvoering, b. de referentie naar het document waarin de resultaten of bevindingen van de bewijsvoering is vastgelegd en c. de referentie van de acceptatie van die vastlegging. De lijst van bewijsvoering wordt opgenomen in de certificatie basis. 6 Indien de aanvraag een niet eerder toegepaste bewijsvoeringsmethode omvat, dient de aanvrager overeenstemming met de minister bereikt te hebben, alvorens deze methode toegepast mag worden. De acceptatie door de minister wordt vastgelegd in een wijze van interpretatie en opgenomen in de certificatie basis. 7 De aanvrager kan een verzoek indienen ter dispensatie van één of meer gestelde eisen in de certificatie basis. De minister kan dit accepteren als daartoe gegronde redenen voor bestaan. Deze acceptatie wordt vastgelegd in een dispensatie van eis en opgenomen in de certificatie basis. 8 De aanvrager kan een verzoek indienen om aan een gestelde eis op andere maar equivalente wijze te voldoen. De minister kan dit accepteren als daartoe gegronde redenen voor bestaan. Deze acceptatie wordt vastgelegd in een equivalente eis en opgenomen in de certificatie basis. 9 artikel 2 4 6 7 8 9 De aanvrager heeft voldaan aan het gestelde in het derde lid van het relevante,,,,, ofindien: a. aan alle eisen in de certificatie basis voldaan is, b. de lijst van bewijsvoering volledig is, c. artikel 4 7 9 bij een aanvraag als bedoeld in,, ofvan deze regeling, de autoriteit van het land van export een verklaring heeft afgegeven, dat de geleverde bewijsvoering in overeenstemming is met de certificatie basis, d. de aanvrager heeft verklaard dat voldaan is aan de eisen gesteld in de certificatie basis, en dat hem geen eigenschappen van zijn product bekend zijn, die de veiligheid in gevaar brengen Soort Bewijsvoering Middelen van Bewijsvoering Gerelateerde Documenten Technische beoordeling MBO : Verklaring van bewijs- voering referentie naar typ-ontwerp documenten keuze van methoden en factoren definities Type-ontwerp documenten Afgegeven verklaringen MB1 : Ontwerp Beschouwing Beschrijvingen, Tekeningen MB2 : Berekening/Analyse Onderbouwingsrapporten MB3 : Veiligheidsbeschouwing Veiligheidsanalyse Testen MB4 : Laboratorium test Test programma's Test rapporten Test interpretaties MB5 : Grondtesten op verge- lijkbare produkt MB6 : Testvlucht MB8 : Simulatie Inspecties MB7 : Ontwerp Inspectie Inspectierapporten Kwalificatie van uitrus- tingsstukken MB9 : Kwalificatie van uitrus- tingsstukken Noot: De kwalificatie van uitrus- ting kan alle bovenstaande middelen van bewijsvoering omvatten 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Voor het uitvoeren van vluchten ter verkrijging van een type-certificaat, een wijziging van een type-certificaat, of een aanvullend type-certificaat wordt door de aanvrager toestemming gevraagd. 2 De aanvrager van de toestemming als bedoeld in het eerste lid krijgt toestemming van de minister wanneer de aanvrager voldoet aan de eisen gesteld in JAR 21.33. 3 Deze toestemming als bedoeld in het tweede lid wordt voor de aanvrager van een type-certificaat, een ingrijpende wijziging van een type certificaat of een aanvullend type-certificaat in verband met een ingrijpende wijziging van het type-ontwerp waarvoor meer dan enkele vluchten nodig zijn, gegeven in de vorm van een speciaal BvL. 4 artikel 3.8 van de Wet luchtvaart Deze toestemming wordt voor de aanvrager van geringe wijziging van een type certificaat of een aanvullend type-certificaat in verband met een geringe wijziging van het type-ontwerp waarvoor slechts enkele vluchten nodig zijn, gegeven in de vorm van een ontheffing ex. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 oktober 2001. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling type-certificatie luchtwaardigheid. 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 2001 198 12-10-2001 08-10-2001 DGL/01.421077 15-10-2001