Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende de implementatie van richtlijn 1999/36/EG
- BWB-id
- BWBR0011832
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2009-02-19 t/m 2011-06-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0011832
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-vervoerbare-drukapparatuur
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-vervoerbare-drukapparatuur/2009-02-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0011832&g=2009-02-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0011832&z=2026-06-06&g=2009-02-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0011832/2009-02-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/regeling-vervoerbare-drukapparatuur
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. richtlijn: richtlijn 1999/36/EG van de Raad van 29 april 1999 betreffende vervoerbare drukapparatuur (PbEG L 138); b. vervoerbare drukapparatuur: vervoerbare drukapparatuur als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de richtlijn, te onderscheiden in recipiënten en tanks als bedoeld in randnummer 1.2.1 van het ADR; c. Commissie: Commissie van de Europese Gemeenschappen; d. aangemelde instantie: artikel 9 instantie, bedoeld in; e. erkende instantie: artikel 12 instantie, bedoeld in; f. overeenstemmingsbeoordeling: artikel 4, eerste lid beoordeling als bedoeld in; g. hernieuwde overeenstemmingsbeoordeling: artikel 7 hernieuwde overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in; h. ADR: Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route, Genève 1957 (Trb. 1959, 81); i. RID: Règlement concernant le transport international ferroviaire des marchandises dangereuses (Trb. 1993, 15); j. richtlijn 84/525/EEG: richtlijn 84/525/EEG van de Raad van 17 september 1984 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake naadloze stalen gasflessen (PbEG L 300); k. richtlijn 84/526/EEG: richtlijn 84/526/EEG van de Raad van 17 september 1984 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake naadloze gasflessen van niet-gelegeerd aluminium en van een aluminiumlegering (PbEG L 300); l. richtlijn 84/527/EEG: richtlijn 84/527/EEG van de Raad van 17 september 1984 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake gelaste gasflessen van ongelegeerd staal (PbEG L 300). m. richtlijn 94/55/EG: richtlijn 94/55/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 november 1994 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (PbEG L 319); n. richtlijn 96/49/EG: richtlijn 96/49/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1996 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor (PbEG L 235); o. richtlijn 97/23/EG: richtlijn 97/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 mei 1997 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende drukapparatuur (PbEG L 181); p. Minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat. 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 28-05-2004 01-07-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het vervoer met een voertuig over de weg of per spoor van gevaarlijke stoffen in vervoerbare drukapparatuur die niet voldoet aan deze regeling is verboden. 2 Behoudens het derde lid is zonder nadere beperking toegestaan het gebruik van vervoerbare drukapparatuur die: a. een markering draagt als bedoeld in artikel 10 van de richtlijn; of b. richtlijnen 84/525/EEG 84/526/EEG 84/527/EEG een gasfles betreft die is voorzien van de markering van overeenstemming, bedoeld in de,of. 3 De Minister kan het in de handel brengen, vervoeren of gebruiken van vervoerbare drukapparatuur verbieden, indien naar zijn oordeel het vervoer of gebruik ervan de gezondheid of veiligheid van mensen, huisdieren of goederen in gevaar dreigt te brengen. De Minister doet daarvan onverwijld mededeling aan de Commissie. 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 01-07-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 richtlijn 94/55/EG richtlijn 96/49/EG Deze regeling is niet van toepassing op vervoerbare drukapparatuur die uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer van gevaarlijke goederen tussen het grondgebied van de Gemeenschap en het grondgebied van derde landen overeenkomstig de artikelen 6, eerste lid, en 7 vanof de artikelen 6, eerste lid, en 7, eerste en tweede lid, van. 2 Deze regeling laat onverlet voorschriften met betrekking tot de voorzieningen voor aansluiting op andere apparatuur en de kleurencodes die van toepassing zijn op vervoerbare drukapparatuur. 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 01-07-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Vervoerbare drukapparatuur alsmede de bijbehorende kranen en andere toebehoren worden slechts voor het eerst in de handel gebracht of in bedrijf gesteld, indien een aangemelde instantie heeft vastgesteld aan de hand van de procedures, bedoeld in bijlage IV, deel 1, en bijlage V bij de richtlijn, dat deze voldoet aan het ADR of het RID (overeenstemmingsbeoordeling). 2 Vervoerbare drukapparatuur die voldoet aan het eerste lid, wordt voorzien van een markering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de richtlijn. 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 01-07-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 In afwijking vanworden kranen en andere toebehoren die rechtstreeks dienen voor de veiligheid van vervoerbare drukapparatuur, in het bijzonder veiligheidskleppen, kranen voor het vullen en het legen, en kranen op flessen, onderworpen aan een overeenstemmingsbeoordeling van een niveau dat gelijk is aan of hoger dan het niveau voor de recipiënt of de tank waarop zij zijn gemonteerd. 2 Richtlijn 97/23/EG Richtlijn 97/23/EG Indien het ADR of het RID geen specifieke technische bepalingen bevatten voor de kranen en toebehoren, bedoeld in het eerste lid, voldoen deze kranen en toebehoren aan de eisen vanen worden onderworpen aan een overeenstemmingsbeoordeling van categorie II, III of IV als bedoeld in artikel 10 van, afhankelijk van de vraag of de recipiënt of de tank valt onder categorie 1, 2 of 3 als bedoeld in bijlage V bij de richtlijn. 3 Richtlijn 97/23/EG Op de kranen en andere toebehoren, bedoeld in het eerste lid, wordt de in bijlage VII of de in bijlage VI bijbedoelde markering aangebracht. Deze markering hoeft niet vergezeld te gaan van het identificatienummer van de aangemelde instantie die de overeenstemmingsbeoordeling van de kranen en ander toebehoren gebruikt voor het vervoer, heeft uitgevoerd. 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 01-07-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 4 5 In afwijking van deenmag vervoerbare drukapparatuur waarvan een erkende instantie heeft vastgesteld dat deze voldoet aan het ADR of het RID, overeenkomstig zijn bestemming uitsluitend binnen Nederland in de handel worden gebracht, vervoerd of in gebruik worden genomen. 2 De erkende instantie past voor de in het eerste lid bedoelde overeenstemmingsbeoordeling de procedures toe, bedoeld in bijlage IV, deel I, modulen A1, C1, F en G bij de richtlijn. 3 De vervoerbare drukapparatuur die ingevolge dit artikel is beoordeeld, krijgt geen markering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de richtlijn. 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 01-07-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Van vervoerbare drukapparatuur die ten tijde van de inwerkingtreding van deze regeling reeds in gebruik was genomen, kan een aangemelde instantie vaststellen dat deze voldoet aan het ADR of het RID aan de hand van de procedure, bedoeld in bijlage IV, deel II, bij de richtlijn (hernieuwde overeenstemmingsbeoordeling). 2 Voorzover de hernieuwde overeenstemmingsbeoordeling recipiënten betreft, met inbegrip van kranen en andere toebehoren, kan deze door een erkende instantie worden uitgevoerd, indien de betrokken vervoerbare drukapparatuur in serie is gefabriceerd en een aangemelde instantie heeft vastgesteld dat het betrokken type voldoet aan het ADR of het RID. 3 De vervoerbare drukapparatuur die voldoet aan het eerste of tweede lid, wordt voorzien van een markering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de richtlijn. 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 01-07-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De in het ADR en het RID bedoelde periodieke keuring van recipiënten, met inbegrip van kranen en ander voor het vervoer gebruikt toebehoren, wordt aan de hand van de procedures van bijlage IV, deel III, bij de richtlijn uitgevoerd door een aangemelde of erkende instantie. 2 De periodieke keuring van tanks, met inbegrip van kranen en ander voor het vervoer gebruikt toebehoren, wordt aan de hand van de procedures van bijlage IV, deel III, module 1, uitgevoerd door een aangemelde instantie of aan de hand van de procedures van bijlage IV, deel III, module 2, door een erkende instantie die is erkend voor de uitvoering van de periodieke keuring van de tanks en die handelt onder toezicht van een aangemelde instantie. 3 Vervoerbare drukapparatuur uit andere lidstaten van de Europese Unie kan in Nederland aan een periodieke keuring worden onderworpen. 4 richtlijnen 84/525/EEG 84/526/EEG 84/527/EEG Op gasflessen die onder het toepassingsgebied van de,envallen, wordt bij de eerste periodieke keuring die overeenkomstig deze regeling wordt verricht, het identificatienummer aangebracht, voorafgegaan door de markering, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de richtlijn. 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 01-07-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 10 10a artikel 8, eerste lid De Minister kan besluiten een instantie die voldoet aan deenbij de Commissie aan te melden, voor het verrichten van activiteiten als bedoeld in, eerste alinea, van de richtlijn. 2 Na de aanmelding wijst de Minister de aangemelde instantie aan voor het verrichten van activiteiten, bedoeld in het eerste lid, en deelt de instantie haar identificatienummer mee. 3 De Minister doet van zijn aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, mededeling aan de Commissie en de overige lidstaten onder vermelding van het identificatienummer. 4 bijlage 1 De aangewezen instantie, bedoeld in het tweede lid, wordt opgenomen inbij deze regeling. 2006 31 13-02-2006 08-02-2006 HDJZ/I&O/2006-148 2006 31 13-02-2006 08-02-2006 HDJZ/I&O/2006-148 15-02-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 Een instantie die met toepassing vanwenst te worden aangemeld, overlegt daartoe aan de Minister: a. een bewijs van rechtspersoonlijkheid; b. een verklaring waarin de instantie ten genoegen van de Minister aantoont dat zij voldoet aan de bijlagen I en II bij de richtlijn; c. een bewijs van gevestigd zijn in de Europese Gemeenschap; d. een verklaring van een verzekeraar, dat de instantie verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid voor ten minste € 5.000.000 per gebeurtenis en voor ten minste € 10.000.000 per jaar. 2 Het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op de Dienst Wegverkeer. 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 28-05-2004
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a artikel 9 artikel 10, eerste lid Een instantie die met toepassing vanwenst te worden aangemeld, verstrekt de Minister desgevraagd alle informatie over en bewijzen van haar naleving van de criteria van de bijlagen I en II bij de Richtlijn, die de Minister ter aanvulling op, nodig acht. 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 28-05-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10 In ieder geval besluit de Minister tot het intrekken van een aanmelding, indien de instantie niet voldoet aan, en doet daarvan onverwijld mededeling aan de Commissie en de overige lidstaten. 2 Een intrekking kan voorwaardelijk geschieden; de Minister kan daarbij nadere voorwaarden of beperkingen opleggen. 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 01-07-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikelen 9, tweede en derde lid 10 10a 11 artikel 10, eerste lid, onderdeel b artikel 10a De Minister kan een instantie erkennen. De,,enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat inen inin plaats van ‘II’ wordt gelezen: III 2 Een erkende instantie werkt uitsluitend voor de organisatie waarvan zij deel uitmaakt. 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 28-05-2004
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Het is verboden: a. markeringen aan te brengen die misleidend kunnen zijn wat de betekenis of grafische voorstelling betreft, dan wel anderszins niet in overeenstemming zijn met deze regeling; of b. de leesbaarheid of zichtbaarheid van de in artikel 10, eerste lid, van de richtlijn, bedoelde markeringen aan te tasten. 2 Indien naar het oordeel van de Minister de markering in strijd met de richtlijn of deze regeling is aangebracht, kan hij verbieden de betrokken vervoerbare drukapparatuur in de handel te brengen, te vervoeren of te gebruiken. 3 De Minister doet van toepassing van het tweede lid onverwijld mededeling aan de Commissie en de overige lidstaten. 4 Alvorens toepassing te geven aan het tweede lid, kan de Minister de eigenaar, de fabrikant of zijn gemachtigde verplichten de apparatuur in overeenstemming te brengen met de voorschriften inzake markering. 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 01-07-2001
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Tot 1 juli 2003 mag: a. vervoerbare drukapparatuur die voldoet aan de regelgeving die van kracht is op 1 juli 2001, in de handel worden gebracht en in bedrijf worden gesteld; b. vóór 1 juli 2001 in de handel gebrachte vervoerbare drukapparatuur in bedrijf worden gesteld. 2 Tot 1 juli 2005 is deze regeling niet van toepassing op drukvaten en flessenbatterijen als bedoeld in randnummer 1.2.1 van het ADR. 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 28-05-2004 01-07-2001
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2001. 2 richtlijnen 84/525/EEG 84/526/EEG 84/527/EEG 94/55/EG 96/49/EG 97/23/EG Een wijziging van de richtlijn alsmede van de,,,,ofgaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 2004 98 26-05-2004 18-05-2004 HDJZ/BIM/2004-1106 28-05-2004
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervoerbare drukapparatuur. 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 2000 232 29-11-2000 27-11-2000 DGG/J-00/006958 01-07-2001
Artikel 9#
artikel 9, vierde lid