Subsidieregeling beurzenprogramma DELTA
- BWB-id
- BWBR0012195
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2004-12-10 t/m 2005-12-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012195
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/subsidieregeling-beurzenprogramma-delta
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/subsidieregeling-beurzenprogramma-delta/2004-12-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012195&g=2004-12-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012195&z=2026-06-06&g=2004-12-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012195/2004-12-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/subsidieregeling-beurzenprogramma-delta
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, b. doelgebieden: Indonesië, China, Taiwan en Zuid-Afrika, c. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een instelling voor hoger onderwijs in een van de doelgebieden, d. instellingsbestuur: instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1, onder j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, e. hoger onderwijs: hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs, waaronder mede wordt verstaan het doen van promotieonderzoek, g. NESO: Netherlands Education Support Office, h. Nuffic: stichting Nuffic, Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs, i. student: iemand die hoger onderwijs volgt, j. studiejaar: tijdvak dat begint op 1 september van enig kalenderjaar en eindigt op 31 augustus daaropvolgend. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 2 — Artikel 2 Doelomschrijving#
Artikel 2 Doelomschrijving 1 De minister kan subsidie verstrekken ten behoeve van het verstrekken van beurzen aan studenten uit de doelgebieden voor het volgen van hoger onderwijs in Nederland en aan studenten uit Nederland voor het volgen van hoger onderwijs in de doelgebieden. 2 Het doel van de subsidieverstrekking is het bevorderen van institutionele samenwerking tussen instellingen en het versterken van de concurrentiepositie van Nederlandse instellingen op de internationale onderwijsmarkt. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 3 — Artikel 3 Aanpassing doelgebieden#
Artikel 3 Aanpassing doelgebieden 1 De minister kan indien nodig de doelgebieden wijzigen. 2 Het besluit tot wijziging van de doelgebieden wordt bekend gemaakt in Uitleg OCenW-Regelingen. 3 Een besluit tot wijziging als bedoeld in het tweede lid, heeft geen gevolgen voor reeds op grond van deze regeling verstrekte subsidie. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieaanvrager#
Artikel 4 Subsidieaanvrager Subsidie wordt slechts verleend aan instellingen als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 5 — Artikel 5 Vaststelling subsidieplafond#
Artikel 5 Vaststelling subsidieplafond 1 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in het kalenderjaar 2001 ƒ 3.350.000,- beschikbaar. 2 De minister stelt voor ieder volgend kalenderjaar voor 15 november voorafgaand aan dat kalenderjaar een subsidieplafond vast. 3 Het besluit tot vaststelling van het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt bekend gemaakt in Uitleg OCenW-Regelingen. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidiebedrag per subsidieontvanger#
Artikel 6 Subsidiebedrag per subsidieontvanger De subsidie wordt berekend volgens de berekening opgenomen in de bijlage bij deze regeling. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidieaanvraag en vereisten#
Artikel 7 Subsidieaanvraag en vereisten 1 Subsidie wordt op aanvraag verleend. 2 De subsidieaanvraag omvat: a. een beleidsplan voor positionering op de internationale onderwijsmarkt, in het bijzonder voor positionering op de onderwijsmarkt in een van de doelgebieden, b. een begroting, en c. een bewijs van deelname aan een NESO dan wel, indien het een NESO in oprichting betreft, een intentieverklaring tot deelname. 3 De subsidieaanvraag wordt ingediend op een formulier. Dit formulier is schriftelijk opvraagbaar bij de Nuffic, Afdeling I/NP, Postbus 29777, 2502 LT, Den Haag of telefonisch via nummer: (070) 4260260. 4 De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij de Nuffic op het in het derde lid genoemde adres. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 8 — Artikel 8 Termijn indiening#
Artikel 8 Termijn indiening De subsidieaanvraag wordt ingediend voor 1 april voorafgaand aan het studiejaar waarvoor subsidie wordt verstrekt. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 9 — Artikel 9 Beslissing op subsidieaanvraag#
Artikel 9 Beslissing op subsidieaanvraag De minister beslist voor 15 mei voorafgaand aan het studiejaar waarvoor subsidie wordt verstrekt, op de subsidieaanvraag. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 10 — Artikel 10 Criteria subsidieverlening voor het volgen van hoger onderwijs in Nederland#
Artikel 10 Criteria subsidieverlening voor het volgen van hoger onderwijs in Nederland 1 Subsidie wordt verleend ten behoeve van het verstrekken van beurzen aan studenten uit de doelgebieden voor het volgen van hoger onderwijs aan een instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. 2 Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verleend ten behoeve van studenten die: a. niet ouder zijn dan 35 jaar, b. een niet-Nederlandse vooropleiding hebben, c. ten minste drie maanden hoger onderwijs, dat is onderworpen aan het systeem van kwaliteitszorg als bedoeld in artikel 1.18 van de WHW, zullen volgen, en d. voldoen aan de algemene voorwaarden van 2.1 tot en met 2.4 en 3 van de Vreemdelingencirculaire 1994, zoals vastgesteld bij beschikking van de Staatssecretaris van Justitie op 30 december 1993 (Stcrt. 1993, 252). 3 Subsidie wordt verleend ten behoeve van beursverstrekking aan studenten uit doelgebieden waar een NESO of een NESO in oprichting is gevestigd, waaraan de subsidieaanvrager deelneemt respectievelijk waarvan hij een intentieverklaring tot deelname heeft. 4 Een met subsidie als bedoeld in het eerste lid, te verstrekken beurs bedraagt per studiejaar ten minste de omvang van het geïndexeerde collegegeld, bedoeld in artikel 7.43, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en ten hoogste € 11.344,51 (ƒ 25.000) 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 11 — Artikel 11 Criteria subsidieverlening voor het volgen van hoger onderwijs in de doelgebieden#
Artikel 11 Criteria subsidieverlening voor het volgen van hoger onderwijs in de doelgebieden 1 Onverminderd artikel 10, wordt subsidie verleend ten behoeve van het verstrekken van beurzen aan studenten van een instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs, voor het volgen van hoger onderwijs aan een instelling in een van de doelgebieden, indien: a. dit geschiedt in het kader van institutionele samenwerking, b. de subsidieaanvrager deelneemt aan of een intentieverklaring tot deelname heeft van de in het betreffende doelgebied gevestigde NESO respectievelijk NESO in oprichting, c. het daarmee gemoeide bedrag niet hoger is dan 20% van het in totaal aan de subsidieontvanger te verstrekken subsidiebedrag, en d. de desbetreffende student niet ouder is dan 35 jaar en deze ten minste drie maanden hoger onderwijs zal volgen. 2 Een met subsidie op grond van het eerste lid te verstrekken beurs bedraagt per studiejaar ten minste € 907,56 (ƒ 2000,-) en ten hoogste € 4.537,80 (ƒ 10.000,-) 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 12 — Artikel 12 Tijdvak subsidieverlening#
Artikel 12 Tijdvak subsidieverlening Subsidie wordt telkens verleend voor een studiejaar. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 13 — Artikel 13 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde#
Artikel 13 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 4 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 14 — Artikel 14 Informatieplicht subsidieontvanger#
Artikel 14 Informatieplicht subsidieontvanger De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid tot versterking van de internationale concurrentiepositie van instellingen. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 15 — Artikel 15 Tussentijdse verslaglegging#
Artikel 15 Tussentijdse verslaglegging 1 Instellingen doen voor 1 december verslag van de tot dan toe gerealiseerde beursverstrekking. Het verslag beschrijft de aard en de omvang van de beursverstrekking waarvoor subsidie is verleend, en bevat een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen alsmede, indien nodig, een op basis hiervan bijgestelde begroting. 2 Naar aanleiding van de tussentijdse verslaglegging, bedoeld in het eerste lid, kan de beslissing tot subsidieverlening worden gewijzigd. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 16 — Artikel 16 Nadere eisen gegevensverstrekking#
Artikel 16 Nadere eisen gegevensverstrekking De minister kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop de voor de uitvoering van deze regeling benodigde gegevens, bedoeld in de artikelen 7, 14, 15, eerste lid, en 18, worden aangeleverd. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 17 — Artikel 17 Aanvraag tot subsidievaststelling#
Artikel 17 Aanvraag tot subsidievaststelling 1 De subsidieontvanger dient voor 1 december van het studiejaar volgend op het studiejaar waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie. 2 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend bij de Nuffic op het in artikel 7, derde lid, genoemde adres. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 18 — Artikel 18 Verslaglegging#
Artikel 18 Verslaglegging 1 Onverminderd artikel 18 van de Wet overige OCenW-subsidies, overlegt de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende gegevens over de studenten aan wie met subsidie op grond van deze regeling een beurs is verstrekt: a. het aantal maanden dat de student met subsidie op grond van deze regeling hoger onderwijs heeft gevolgd, b. de vaste woon- of verblijfplaats van de student, c. het geslacht van de student, d. de naam en het adres van de instelling waaraan de student hoger onderwijs heeft gevolgd en de naam van de opleiding die de student heeft gevolgd, e. het met het volgen van het hoger onderwijs behaalde diploma of niveau, en f. het ten behoeve van de student ingezette subsidiebedrag. 2 Indien het verleende subsidiebedrag hoger is dan € 45.378,02 (ƒ 100.000,-) wordt de financiële verantwoording, bedoeld in artikel 18 van de Wet overige OCenW-subsidies, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 19 — Artikel 19 Voorschotten#
Artikel 19 Voorschotten De minister verleent de subsidieontvanger in september een voorschot van 40%, in december een voorschot van 20% en in februari een voorschot van 30% van het verleende subsidiebedrag. Het resterende bedrag wordt betaald na vaststelling van de subsidie, uiterlijk op 1 februari in het jaar na het studiejaar waarvoor subsidie is verleend. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 20 — Artikel 20 Taken van de Nuffic onder deze regeling#
Artikel 20 Taken van de Nuffic onder deze regeling De Nuffic heeft tot taak: a. het in naam van de minister verstrekken van de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, b. het in naam van de minister nemen van de besluiten, bedoeld in de artikelen 15, tweede lid, en 16, c. het doen van onderzoekingen naar de effecten van de mobiliteit van studenten op de internationale concurrentiepositie van de subsidieontvangers, d. het evalueren van de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 21 — Artikel 21 Informatieplicht Nuffic#
Artikel 21 Informatieplicht Nuffic 1 De Nuffic verschaft de minister desgevraagd en uit eigen beweging informatie betreffende de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 20. 2 De Nuffic doet verslag van de uitkomsten van de taak, bedoeld in artikel 20, onder d. De minister ontvangt een tussentijds evaluatieverslag voor 31 december 2003 en een eindverslag voor 31 december 2005. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 22 — Artikel 22 Onkostenvergoeding#
Artikel 22 Onkostenvergoeding 1 Voor de uitvoering van zijn taken ontvangt de Nuffic jaarlijks een vergoeding. 2 De minister stelt voor ieder volgend kalenderjaar voor 15 november voorafgaand aan dat kalenderjaar de vergoeding vast. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 23 — Artikel 23 Rekening en verantwoording#
Artikel 23 Rekening en verantwoording 1 De Nuffic legt aan de minister jaarlijks rekening en verantwoording af over de aan de taken, bedoeld in artikel 20, verbonden uitgaven en inkomsten. 2 Het afleggen van rekening en verantwoording geschiedt in de vorm van een inhoudelijk en financieel verslag. Het financiële verslag wordt voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 3 De minister ontvangt het inhoudelijke verslag voor 1 februari en het financiële verslag voor 1 april na afloop van het jaar waarop het betrekking heeft. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 24 — Artikel 24 Bekendmaking#
Artikel 24 Bekendmaking De regeling wordt met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001
Artikel 25 — Artikel 25 Inwerkingtreding#
Artikel 25 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling wordt geplaatst en vervalt op 31 december 2005, met dien verstande dat met betrekking tot de op dat tijdstip nog niet vastgestelde of uitgekeerde bedragen de regeling van toepassing blijft. 2004 20 08-12-2004 24-11-2004 IB-2004/54280 2004 20 08-12-2004 24-11-2004 IB-2004/54280 10-12-2004
Artikel 26 — Artikel 26 Citeertitel#
Artikel 26 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling beurzenprogramma DELTA. 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 2001 4 07-02-2001 26-01-2001 IB/2001/1166 10-02-2001