Tijdelijke regeling uitkering kwaliteitsverbetering indicatiestelling
- BWB-id
- BWBR0012353
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2003-07-09 t/m 2004-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012353
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/tijdelijke-regeling-uitkering-kwaliteitsverbetering-indicati
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/tijdelijke-regeling-uitkering-kwaliteitsverbetering-indicati/2003-07-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012353&g=2003-07-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012353&z=2026-06-06&g=2003-07-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012353/2003-07-09
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/tijdelijke-regeling-uitkering-kwaliteitsverbetering-indicati
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten indicatieorgaan: een indicatieorgaan als bedoeld in; c. artikel 1, onder c, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering zorgkantoorregio: werkgebied van een verbindingskantoor als bedoeld in; d. artikel 2 uitkering: uitkering als bedoeld in; e. artikel 7a aanvullende uitkering: een uitkering als bedoeld in. 2001 223 16-11-2001 15-11-2001 PP/AWBZ/2233324 2001 223 16-11-2001 15-11-2001 PP/AWBZ/2233324 17-11-2001 15-11-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De minister kan aan een gemeente voor de periode van 18 januari 2001 tot 1 september 2003 een uitkering verstrekken als bijdrage in de kosten van het opstellen en realiseren van een activiteitenplan dat tot doel heeft de verbetering van de kwaliteit van de indicatiestelling alsmede de verbetering van de bedrijfsvoering door indicatieorganen. 2 artikel 4, tweede lid Indien een indicatieorgaan werkzaam is ten behoeve van de inwoners van meerdere gemeenten, wordt de uitkering, bedoeld in het eerste lid, verstrekt aan de overeenkomstig, daartoe aangewezen gemeente. 2003 127 07-07-2003 01-07-2003 AWBZ/2390517 2003 127 07-07-2003 01-07-2003 AWBZ/2390517 09-07-2003 01-01-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 bijlage 1 bijlage 1 De uitkering bestaat uit het inbij deze regeling voor de desbetreffende gemeente genoemde bedrag. Indien een indicatieorgaan werkzaam is ten behoeve van de inwoners van meerdere gemeenten, bestaat de uitkering uit de som van de inbij deze regeling opgenomen bedragen voor de gemeenten die tot het werkgebied van het indicatieorgaan behoren. 2 artikel 4, eerste lid artikel 11 Indien niet namens alle gemeenten een mededeling als bedoeld in, is gedaan, dan wel een uitkering aan een gemeente in 2001 ambtshalve op nihil is gesteld, kan de minister de gelden die ten gevolge daarvan niet worden verstrekt, toevoegen aan uitkeringen van een of meer gemeenten ter oplossing van de op grond vangemelde knelpunten die naar het oordeel van de minister de hoogste prioriteit hebben. 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 01-04-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 bijlage 2 Indien gemeenten een uitkering wensen, delen zij dat uiterlijk 13 april 2001 mee aan de minister door middel van een volledig ingevuld en ondertekend formulier, waarvan het model alsbij deze regeling is gevoegd. 2 artikel 2, tweede lid In het geval, bedoeld in, wordt de mededeling ingediend door alle gemeenten die tot het werkgebied van het betrokken indicatieorgaan behoren, tezamen, en wordt in de mededeling een verklaring van die gemeenten opgenomen, waarin één gemeente ten behoeve van deze regeling wordt aangewezen als gemeente waaraan de uitkering wordt verstrekt en die zorg draagt voor de indiening van de in deze regeling genoemde stukken. 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 01-04-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4, eerste lid artikel 3, eerste lid Indien een mededeling als bedoeld in, is ontvangen, verstrekt de minister de volgende voorschotten: in mei 2001, juli 2001 en september 2001 onderscheidenlijk 50%, 25% en 25% van het overeenkomstig, berekende bedrag. 2 artikel 3, tweede lid In het geval bedoeld in, verleent de minister zo spoedig mogelijk een voorschot van 100% van het bedrag waarmee de uitkering wordt verhoogd. 3 De minister deelt uiterlijk 4 mei 2001 de hoogte mee van de op grond van het eerste lid te bevoorschotten bedragen. In het geval, bedoeld in het tweede lid, deelt de minister zo spoedig mogelijk het bedrag van de verhoging mee. 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 01-04-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4, eerste, onderscheidenlijk tweede lid artikel 7 De gemeente, bedoeld in, dient uiterlijk 30 juni 2001 bij de minister een activiteitenplan in dat voldoet aan de inbedoelde eisen. 2 De minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde termijn, indien de gemeente aantoont dat die termijn ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet haalbaar is. 3 artikel 7 Indien niet tijdig een activiteitenplan wordt ingediend dat voldoet aan de inbedoelde eisen, stelt de minister de uitkering ambtshalve vast op nihil en vordert hij de verstrekte voorschotten terug van de (coördinerende) gemeente. 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 01-04-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 In het activiteitenplan wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijnen de volgende resultaten zullen worden bereikt: a. het realiseren van een zodanige omvang van het werkgebied dat verantwoorde indicatiestelling gewaarborgd is; b. Wet voorzieningen gehandicapten het integreren van de advisering voor voorzieningen in het kader van de; c. het afstoten van werkzaamheden die behoren tot de verantwoordelijkheden van zorgverzekeraars en zorgaanbieders; d. een doelmatige interne bedrijfsvoering van een indicatieorgaan; e. afstemming met zorgverzekeraars ten aanzien van registratie van gegevens; f. voorzieningen om de inbreng van door patiënten- en consumentenorganisaties aangewezen leden van indicatieorganen te ondersteunen. 2 Een werkgebied wordt, tenzij de zorgkantoorregio slechts één gemeente beslaat, geacht te voldoen aan het eerste lid, onder a, indien in de zorgkantoorregio niet meer dan twee indicatieorganen werkzaam zijn die elk een evenwichtig deel van de zorgkantoorregio beslaan. 3 Indien de betrokken gemeenten van oordeel zijn dat ten aanzien van het indicatieorgaan reeds is voldaan aan één of meerdere van de in het eerste lid genoemde doelstellingen, wordt zulks gemotiveerd aangegeven in het activiteitenplan. Indien de minister dit oordeel niet deelt, worden de gemeenten in de gelegenheid gesteld, binnen een door de minister daartoe gestelde termijn, het activiteitenplan ter zake aan te passen. 4 bijlage 3 Het activiteitenplan wordt opgesteld overeenkomstig het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 01-04-2001
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 artikel 2, eerste lid De minister kan voor de periode van 18 januari 2001 tot 1 september 2003 een aanvullende uitkering verstrekken als bijdrage in de kosten van het realiseren van het activiteitenplan, bedoeld in, alsmede als bijdrage in de kosten van het verbeteren van de bedrijfsvoering door een indicatieorgaan. 2 De aanvullende uitkering wordt in ieder geval gebruikt om: a. Wet voorzieningen gehandicapten te bevorderen dat de advisering over voorzieningen in het kader van devoor 1 september 2003 is geïntegreerd, of b. te voorkomen dat het aantal afgegeven indicaties gedurende perioden waarin medewerkers van een indicatieorgaan een opleiding volgen, daalt. 3 bijlage 4 Indien een indicatieorgaan slechts werkzaam is ten behoeve van de inwoners van één gemeente, wordt de aanvullende uitkering aan die gemeente verstrekt. De aanvullende uitkering bestaat uit het inbij deze regeling voor de betrokken gemeente bepaalde bedrag. 4 artikel 4, tweede lid bijlage 4 Indien een indicatieorgaan werkzaam is ten behoeve van de inwoners van meerdere gemeenten, wordt de aanvullende uitkering verstrekt aan de overeenkomstig, aangewezen gemeente. De aanvullende uitkering bestaat uit de som van de inbij deze regeling opgenomen bedragen voor de gemeenten die tot het werkgebied van het indicatieorgaan behoren. 2003 127 07-07-2003 01-07-2003 AWBZ/2390517 2003 127 07-07-2003 01-07-2003 AWBZ/2390517 09-07-2003 01-01-2003
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b 1 De aanvullende uitkering wordt slechts verstrekt indien de gemeente deze voor 27 november 2001 bij de minister heeft aangevraagd. 2 artikel 7a Aan gemeenten die de aanvullende uitkering tijdig hebben aangevraagd, verstrekt de minister voor 7 december 2001 een voorschot van 100% van de inbedoelde uitkering. 3 De minister geeft uiterlijk 1 februari 2002 een beschikking omtrent subsidieverlening. 2001 223 16-11-2001 15-11-2001 PP/AWBZ/2233324 2001 223 16-11-2001 15-11-2001 PP/AWBZ/2233324 17-11-2001 15-11-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De gemeente dient vóór 15 juli 2002 bij de minister een verslag in omtrent de voortgang bij de realisering van het activiteitenplan. 2002 42 28-02-2002 27-02-2002 PP/AWBZ/2260406 2002 42 28-02-2002 27-02-2002 PP/AWBZ/2260406 02-03-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Vóór 1 januari 2004 legt een gemeente waaraan een uitkering dan wel een uitkering en een aanvullende uitkering zijn verstrekt een verantwoording over waaruit blijkt in hoeverre de uitkering dan wel de uitkering en de aanvullende uitkering vóór 1 september 2003 zijn besteed aan de activiteiten waarvoor deze zijn bestemd. 2 artikel 7a, tweede lid De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een inhoudelijk verslag, waarbij inzicht wordt gegeven in de aard, duur en omvang van de in het kader van deze regeling verrichte activiteiten. Indien een aanvullende uitkering is verleend, wordt in de verantwoording afzonderlijk ingegaan op de wijze waarop en de mate waarin die uitkering is gebruikt voor het bereiken van de in, beschreven doelen. Indien het activiteitenplan nog niet geheel is uitgevoerd, wordt, voorzover de in het plan opgenomen termijnen zijn overschreden, onderbouwd aangegeven aan welke omstandigheden dit te wijten is en op welke termijn het activiteitenplan alsnog zal worden uitgevoerd. 3 artikel 3 artikel 3 artikel 7a artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Indien de overeenkomstigberekende uitkering, dan wel de som van de overeenkomstigberekende uitkering en de overeenkomstigberekende aanvullende uitkering meer bedroeg dan € 57 000 is de in het eerste lid bedoelde verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in. 4 De minister kan nadere regels stellen voor de inrichting van de verantwoording en de verklaring. 2003 127 07-07-2003 01-07-2003 AWBZ/2390517 2003 127 07-07-2003 01-07-2003 AWBZ/2390517 09-07-2003 01-01-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht De minister stelt de uitkering en de aanvullende uitkering vast binnen vier maanden na ontvangst van de verantwoording, doch uiterlijk op 30 april 2004.is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 3 artikel 7a De uitkering respectievelijk aanvullende uitkering wordt vastgesteld overeenkomstigrespectievelijk. 3 De uitkering of de aanvullende uitkering kan in afwijking van het tweede lid lager worden vastgesteld indien: a. niet is voldaan aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen; b. artikel 3 artikel 7a, eerste lid de uitkering respectievelijk aanvullende uitkering niet geheel is besteed aan de activiteiten bedoeld inrespectievelijk; c. artikel 7a, tweede lid de aanvullende uitkering in het geheel niet is besteed aan de activiteiten, bedoeld in; d. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking zou hebben geleid. 4 Indien de verantwoording niet tijdig wordt ingediend, wordt de uitkering of de aanvullende uitkering ambtshalve vastgesteld. 5 Te veel verstrekte voorschotten worden teruggevorderd. 2003 127 07-07-2003 01-07-2003 AWBZ/2390517 2003 127 07-07-2003 01-07-2003 AWBZ/2390517 09-07-2003 01-01-2003
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 3, eerste lid Indien een gemeente in verband met eventuele bijzondere knelpunten bij het bewerkstelligen van de verbetering van de bedrijfsvoering en van de kwaliteit van de indicatiestelling door het betrokken indicatieorgaan in aanmerking wenst te komen voor een hogere uitkering, dan de overeenkomstig, berekende uitkering, doet de (coördinerende) gemeente vóór 1 september 2001 schriftelijk melding aan de minister van die knelpunten en de in verband daarmee benodigde extra middelen. 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 01-04-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De gemeente waaraan een uitkering, een aanvullende uitkering of een voorschot op een uitkering of op een aanvullende uitkering is verstrekt, verstrekt aan de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen op diens verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen op verzoek schriftelijk verstrekt. Ook anderszins wordt zoveel mogelijk medewerking verleend, teneinde de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen in staat te stellen hun taak op juiste wijze te vervullen. 2 De (coördinerende) gemeente doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing met betrekking tot de uitkering of de aanvullende uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. 2001 223 16-11-2001 15-11-2001 PP/AWBZ/2233324 2001 223 16-11-2001 15-11-2001 PP/AWBZ/2233324 17-11-2001 15-11-2001
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2004, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op de op grond van deze regeling verstrekte uitkeringen. 2003 127 07-07-2003 01-07-2003 AWBZ/2390517 2003 127 07-07-2003 01-07-2003 AWBZ/2390517 09-07-2003 01-01-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling uitkering kwaliteitsverbetering indicatiestelling. 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 2001 64 30-03-2001 22-03-2001 PBO/WIZ/2166305 01-04-2001
Artikel 2#
artikel 2
Artikel 7a#
artikel 7a