Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001
- BWB-id
- BWBR0012054
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012054
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/uitvoeringsregeling-energie-investeringsaftrek-2001
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/uitvoeringsregeling-energie-investeringsaftrek-2001/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012054&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012054&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012054/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/uitvoeringsregeling-energie-investeringsaftrek-2001
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: – minister: de Minister van Klimaat en Groene Groei; – wet: Wet inkomstenbelasting 2001 . 2024 41718 30-12-2024 14-12-2024 WJZ/94337168 2024 41718 30-12-2024 14-12-2024 WJZ/94337168 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3.42, tweede lid, van de wet bijlage Als energie-investeringen als bedoeld inworden aangewezen de investeringen in bedrijfsmiddelen of in onderdelen daarvan, opgenomen in debij deze regeling, mits het bedrijfsmiddel of het onderdeel in overeenstemming is met de bestemming voor zover aangegeven in de bijlage, niet eerder is gebruikt en bestaat uit de in die bijlage genoemde bestanddelen en de locatie waarop het bedrijfsmiddel in gebruik wordt genomen bekend is, en: a. artikel 1, met uitzondering van onderdeel D, subonderdeel 1.1.E., van die bijlage artikel 3.42, zesde lid, van de wet Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie voor zover sprake is van een investering in een of meerdere voorzieningen als bedoeld in, voor zover voor die investering ten tijde van de aanmelding, bedoeld in, geen subsidie op grond van hetis verleend op een aanvraag die na 31 december 2013 is ingediend; b. artikel 1, onderdeel D, onder 1.1.E., van die bijlage artikel 3.42, zesde lid, van de wet Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie voor zover sprake is van een investering in een of meerdere voorzieningen als bedoeld in, voor zover aan de belastingplichtige voor deze investering ten tijde van de aanmelding, bedoeld in, subsidie op grond van hetis verleend op een aanvraag die tussen 1 januari 2016 en 31 december 2020 is ingediend; c. artikel 1 van die bijlage artikel 3.42, zesde lid, van de wet titel 4.5 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies voor zover sprake is van een investering in een of meerdere voorzieningen als bedoeld in, voor zover voor deze investering ten tijde van de aanmelding, bedoeld in, geen subsidie op grond vanis verleend; d. artikel 1 van die bijlage artikel 3.42, zesde lid, van de wet Subsidieregeling opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse voor zover sprake is van een investering in een of meerdere voorzieningen als bedoeld in, voor zover voor deze investering ten tijde van de aanmelding, bedoeld in, geen subsidie op grond van deof op grond van deis verleend; e. artikel 1 van die bijlage artikel 3.42, zesde lid, van de wet titel 5.2 5.3 van de Regeling Europese EZ, LVVN- en KGG-subsidies 2021 voor zover sprake is van een investering in een of meerdere voorzieningen als bedoeld in, voor zover voor deze investering ten tijde van de aanmelding, bedoeld in, geen subsidie op grond vanenis verleend. 2025 43281 29-12-2025 11-12-2025 WJZ/102264865 2025 43281 29-12-2025 11-12-2025 WJZ/102264865 01-01-2026
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 3.42, zesde lid, van de wet artikel 2 De aanmelding bedoeld invan de aangegane verplichtingen of de gemaakte voortbrengingskosten ter zake van een investering als bedoeld inmoet binnen een termijn van drie maanden plaats vinden. Deze termijn vangt aan: a. met betrekking tot verplichtingen: bij het aangaan van de verplichtingen; b. met betrekking tot voortbrengingskosten: bij de aanvang van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de kosten zijn gemaakt of, indien het bedrijfsmiddel of onderdeel ter zake waarvan de kosten zijn gemaakt in het kalenderkwartaal in gebruik is genomen, bij de ingebruikneming van het bedrijfsmiddel respectievelijk het onderdeel. 2 artikel 3.52, eerste lid, onderdeel b, van de wet Indienvan toepassing is, vangt met betrekking tot voortbrengingskosten de termijn aan bij de inwerkingtreding van de ministeriële regeling indien dat leidt tot een aanmelding op een eerder tijdstip dan op grond van het eerste lid. 2023 34947 29-12-2023 28-12-2023 WJZ/43351823 2023 34947 29-12-2023 28-12-2023 WJZ/43351823 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De aanmelding van de aangegane verplichtingen en de gemaakte voortbrengingskosten vindt uitsluitend plaats langs de daartoe door de minister geopende elektronische weg. 2 De aanmelding wordt gedaan voor aangegane verplichtingen en gemaakte voortbrengingskosten die per melding samen ten minste € 2.500 bedragen. 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3.42, eerste lid, van de wet De verklaring van de minister, bedoeld invermeldt in welke aangewezen bedrijfsmiddelen of onderdelen is geïnvesteerd alsmede het bedrag van de uitgaven ter zake. 2 artikelen 3 4 Het verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan bij de aanmelding bedoeld in deen. 3 De belastingplichtige legt ten behoeve van het verstrekken van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de minister daarom verzoekt, een berekening van de energiebesparing over. 2023 34947 29-12-2023 28-12-2023 WJZ/43351823 2023 34947 29-12-2023 28-12-2023 WJZ/43351823 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 De minister kan de inbedoelde verklaring intrekken op verzoek van de belastingplichtige, dan wel wijzigen of intrekken indien de te harer verkrijging verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn geweest dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend zouden zijn geweest. Onjuistheid of onvolledigheid van gegevens of bescheiden die de minister bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond opleveren voor wijziging of intrekking van een verklaring. 2 De bevoegdheid tot het intrekken of wijzigen van een verklaring ingevolge het eerste lid vervalt door verloop van vijf jaren na de dagtekening van de verklaring. 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 01-01-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 bijlage Indien in desprake is van meetvoorschriften of tests, of van verklaringen of certificaten, worden bedrijfsmiddelen die getoetst zijn met gelijkwaardige meetvoorschriften of tests, respectievelijk voorzien zijn van gelijkwaardige verklaringen of certificaten, gelijkgesteld met de aangewezen bedrijfsmiddelen. Deze meetvoorschriften, tests, verklaringen of certificaten moeten zijn opgesteld, respectievelijk verstrekt worden door daartoe geaccrediteerde instellingen of instituten. 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 2018 71789 21-12-2018 14-12-2018 WJZ/18291582 01-01-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001. 2002 28 08-02-2002 05-02-2002 WDB02/060I 2002 28 08-02-2002 05-02-2002 WDB02/060I 10-02-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001. 2002 28 08-02-2002 05-02-2002 WDB02/060I 2002 28 08-02-2002 05-02-2002 WDB02/060I 10-02-2002
Artikel 2#
artikel 2