Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001
- BWB-id
- BWBR0012035
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012035
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/uitvoeringsregeling-willekeurige-afschrijving-2001
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/uitvoeringsregeling-willekeurige-afschrijving-2001/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012035&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012035&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012035/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/uitvoeringsregeling-willekeurige-afschrijving-2001
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 3.31 3.34 3.36 3.38 3.52 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Deze regeling geeft uitvoering aan de,,,en. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 Deze regeling verstaat onder wet:. 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 01-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3.31, eerste lid, van de wet artikel 3.36, eerste lid, van de wet Met betrekking tot milieu-bedrijfsmiddelen als bedoeld in, is willekeurige afschrijving alleen mogelijk indien de aanmelding van de aangegane verplichtingen of gemaakte voortbrengingskosten, bedoeld inplaatsvindt binnen een termijn van drie maanden. 2 De in het eerste lid bedoelde termijn vangt aan: a. met betrekking tot verplichtingen: bij het aangaan van de verplichting; b. met betrekking tot voortbrengingskosten: bij de aanvang van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de kosten zijn gemaakt of, ingeval het bedrijfsmiddel ter zake waarvan de voortbrengingskosten zijn gemaakt in het kalenderkwartaal in gebruik is genomen, bij de ingebruikneming van het bedrijfsmiddel. 3 artikel 3.52, eerste lid, onderdeel a, van de wet Ingevaltoepassing vindt, vangt met betrekking tot voortbrengingskosten de termijn aan bij de inwerkingtreding van de ministeriële regeling indien dat leidt tot een aanmelding op een eerder tijdstip dan op grond van het eerste lid. 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 3.31, vierde lid, van de wet artikel 2 De termijn bedoeld inwaarbinnen het verzoek ter zake van een bedrijfsmiddel dat bestemd is om te worden gebruikt buiten Nederland, moet zijn ingediend, wordt gesteld op de ingestelde termijn. Bij dit verzoek worden tevens de aangegane verplichtingen of de gemaakte voortbrengingskosten ter zake van het bedrijfsmiddel aangemeld. 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De aanmelding van de aangegane verplichtingen en de gemaakte voortbrengingskosten vindt uitsluitend plaats langs de daartoe door de Minister van Economische Zaken en Klimaat geopende elektronische weg. 2 De aanmelding wordt gedaan voor aangegane verplichtingen en gemaakte voortbrengingskosten die per melding samen ten minste € 2.500 bedragen. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3.42a, zevende lid, van de wet artikel 3.36, eerste lid, van de wet Met betrekking tot milieubedrijfsmiddelen die op grond vanworden aangemeld voor de milieu-investeringsaftrek en waarop de belastingplichtige tevens willekeurig wil afschrijven, kan de aanmelding voor willekeurige afschrijving, bedoeld in, worden opgenomen in de aanmelding voor de milieu-investeringsaftrek. 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 3.31, eerste lid, van de wet De verklaring van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bedoeld in, vermeldt in welke aangewezen bedrijfsmiddelen of onderdelen is geïnvesteerd alsmede het bedrag van de investering. 2 artikelen 2 4 Het verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan bij de aanmelding, bedoeld in deen. 3 De belastingplichtige overlegt ten behoeve van het verstrekken van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Infrastructuur en Waterstaat daarom verzoekt, vergunningen, certificaten of andere voor het verstrekken van de verklaring benodigde informatie. 2024 40369 18-12-2024 17-12-2024 IenW/BSK-2024/344716 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen E
en H, van het Belastingplan 2025 in werking treedt.
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b 1 artikel 5a De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan de inbedoelde verklaring intrekken op verzoek van de belastingplichtige, dan wel wijzigen of intrekken indien de door of namens de belastingplichtige verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn geweest dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend zouden zijn geweest. Onjuistheid of onvolledigheid van gegevens of bescheiden die de Minister van Infrastructuur en Waterstaat bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kunnen geen grond opleveren voor wijziging of intrekking van een verklaring. 2 De bevoegdheid tot het intrekken of wijzigen van een verklaring ingevolge het eerste lid vervalt door verloop van vijf jaren na de dagtekening van de verklaring. 2024 40369 18-12-2024 17-12-2024 IenW/BSK-2024/344716 2024 434 23-12-2024 18-12-2024 36602 01-01-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen E
en H, van het Belastingplan 2025 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2004 249 24-12-2004 16-12-2004 WDB2004/756M 2004 249 24-12-2004 16-12-2004 WDB2004/756M 01-01-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3.34, tweede lid, in verbinding met het derde lid, van de wet artikel 3.76, derde lid, van de wet Als andere aangewezen bedrijfsmiddelen als bedoeld in, worden aangewezen: bedrijfsmiddelen voor zover de belastingplichtige ter zake verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in een kalenderjaar waarover bij hem de verhoogde zelfstandigenaftrek als bedoeld invan toepassing is. 2 artikel 3.76, eerste lid, van de wet Voor de toepassing van het eerste lid worden bedrijfsmiddelen voor zover de belastingplichtige ter zake verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in een kalenderjaar en bij hem de zelfstandigenaftrek, bedoeld inin dat jaar niet van toepassing is en dat onmiddellijk voorafgaat aan een kalenderjaar waarin bij hem de verhoogde zelfstandigenaftrek van toepassing is, mede gerekend tot de bedrijfsmiddelen van het laatstgenoemde kalenderjaar. 3 Het eerste lid is slechts van toepassing op bedrijfsmiddelen waarvan de aanschaffings- of voortbrengingskosten worden gemaakt in het kader van een onderneming waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet. 4 artikelen 3.43, tweede lid artikel 3.45, eerste, tweede en vijfde lid artikel 3.46 van de wet Voor de toepassing van dit artikel zijn de,, envan overeenkomstige toepassing. 2011 11029 22-06-2011 16-06-2011 DV 2011/283M 2011 11029 22-06-2011 16-06-2011 DV 2011/283M 01-07-2011 01-12-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7 artikel 3.41, tweede lid, van de wet Op de aanschaffings- of voortbrengingskosten, bedoeld in, kan willekeurig worden afgeschreven voor zover het gezamenlijke bedrag van die kosten in het kalenderjaar niet uitgaat boven het in de tabel vanopgenomen maximum bedrag waarover kleinschaligheidsinvesteringsaftrek kan worden verkregen. De eerste volzin vindt geen toepassing op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen waarop uit andere hoofde willekeurig wordt afgeschreven. 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 01-01-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 3.38 van de wet De periode bedoeld inwordt gesteld op vijf jaar, aanvangende met het begin van het kalenderjaar waarin de verplichtingen zijn aangegaan of de voortbrengingskosten zijn gemaakt. 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 01-01-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 3.34, tweede lid, van de wet artikel 3.22, vierde lid en vijfde lid, van de wet Als andere aangewezen bedrijfsmiddelen als bedoeld inworden voorts aangewezen: schepen die door de belastingplichtige worden geëxploiteerd op een wijze als bedoeld in. 2008 246 18-12-2008 10-12-2008 DB2008/697M 2008 246 18-12-2008 10-12-2008 DB2008/697M 01-01-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 10 3.22, vierde lid en vijfde lid, van de wet artikel 3.30, eerste lid, van de wet De willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddelen als bedoeld inbedraagt per kalenderjaar ten hoogste 20% van de af te schrijven aanschaffings- of voortbrengingskosten. De willekeurige afschrijving kan slechts worden toegepast voor zover de berekening van de winst uit zeescheepvaart bedoeld inzonder die afschrijving tot een positief bedrag leidt. Indien de afschrijving - willekeurig of op grond van- in een jaar minder bedraagt dan het bedrag dat op grond van de eerste volzin ten hoogste willekeurig kan worden afgeschreven, wordt het verschil toegevoegd aan het bedrag dat in het volgende jaar ten hoogste willekeurig kan worden afgeschreven. 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 01-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 10 artikel 3.38 van de wet Met betrekking tot bedrijfsmiddelen als bedoeld inwordt de periode, bedoeld in, gesteld op tien jaar, aanvangende met het begin van het kalenderjaar waarin de verplichtingen zijn aangegaan of de voortbrengingingskosten zijn gemaakt. 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 2000 250 27-12-2000 19-12-2000 01-01-2001
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 3.34, tweede lid, van de wet Als andere aangewezen bedrijfsmiddelen als bedoeld in, worden voorts aangewezen: bedrijfsmiddelen die niet eerder in gebruik zijn genomen, voor zover de belastingplichtige ter zake van de aanschaffing verplichtingen is aangegaan of ter zake van de voortbrenging voortbrengingskosten heeft gemaakt in het kalenderjaar 2023, en het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2026 door hem in gebruik wordt genomen. 2 Tot de bedrijfsmiddelen, bedoeld in het eerste lid, behoren niet: a. gebouwen; b. schepen; c. vliegtuigen; d. artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wegenverkeerswet 1994 bromfietsen als bedoeld in; e. artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 motorrijwielen als bedoeld in; f. artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 2 personenauto’s als bedoeld in, die niet zijn bestemd voor het beroepsvervoer over de weg, en met uitzondering van personenauto’s waarvan uit het kentekenregister blijkt dat de CO-uitstoot 0 gram per kilometer is; g. immateriële activa; h. dieren; i. voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen en paden, daaronder begrepen de in die wegen en paden liggende bruggen, viaducten, duikers en tunnels; j. bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om – direct of indirect – hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden, uitgezonderd bedrijfsmiddelen die zijn bestemd om voor korte duur te worden verhuurd aan opeenvolgende huurders; k. bedrijfsmiddelen waarop uit anderen hoofde willekeurig wordt afgeschreven. 3 De datum van 1 januari 2026, waarvoor de ingebruikneming van het bedrijfsmiddel dient plaats te vinden, wordt verschoven, indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat de ingebruikneming door bijzondere omstandigheden is vertraagd. De verschuiving bedraagt zoveel dagen als door die omstandigheden wordt gerechtvaardigd. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 13 Voor zover de belastingplichtige ter zake van de aanschaffing of voortbrenging van aangewezen bedrijfsmiddelen als bedoeld inverplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt in het kalenderjaar 2023 kan eenmalig ten hoogste 50% van de af te schrijven aanschaffings- of voortbrengingskosten willekeurig worden afgeschreven in het jaar waarin de verplichtingen zijn aangegaan of de voortbrengingskosten zijn gemaakt. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 3.38 van de wet artikel 13 Voor de toepassing vaneindigt de periode waarin het bedrijfsmiddel moet voldoen aan de voorwaarden vanop 31 december 2025. Ingeval met betrekking tot het bedrijfsmiddel artikel 13, derde lid, toepassing vindt, wordt de periode verlengd met het aantal dagen van de verschuiving, bedoeld in artikel 13, derde lid. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001. 2001 158 17-08-2001 13-08-2001 2001 158 17-08-2001 13-08-2001 19-08-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving 2001. 2001 158 17-08-2001 13-08-2001 2001 158 17-08-2001 13-08-2001 19-08-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.