Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek Nederlandse Antillen en Aruba 2001
- BWB-id
- BWBR0012058
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2010-10-10 t/m 2010-12-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012058
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/uitvoeringsregeling-willekeurige-afschrijving-en-investering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/uitvoeringsregeling-willekeurige-afschrijving-en-investering/2010-10-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012058&g=2010-10-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012058&z=2026-06-06&g=2010-10-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012058/2010-10-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/uitvoeringsregeling-willekeurige-afschrijving-en-investering
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 3.42 3.42a 3.52 10.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Deze regeling geeft uitvoering aan de,,en. 2 Wet inkomstenbelasting 2001 Deze regeling verstaat onder wet:. 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Investeringen in bedrijfsmiddelen die worden toegerekend aan het vermogen van een vaste inrichting die gelegen is in de Nederlandse Antillen of Aruba komen slechts in aanmerking voor kleinschaligheidsinvesteringsaftrek als bedoeld in artikel 3.41, eerste lid, van de wet indien de belastingplichtige met betrekking tot die vaste inrichting in de Nederlandse Antillen of Aruba zonder keuzemogelijkheid, zonder ervan te zijn vrijgesteld en zonder toepassing van een bijzonder regime, is onderworpen aan een aldaar geheven belasting naar de winst. 2 Bij de in artikel 3.41, eerste lid, van de wet bedoelde keuze wordt aangegeven tot welke bedragen de investeringen betrekking hebben op bedrijfsmiddelen die worden toegerekend aan het vermogen van een vaste inrichting die gelegen is in de Nederlandse Antillen of Aruba. 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/918M 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/918M 01-01-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3.42, tweede lid, van de wet bijlage I bij de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 3 Met betrekking tot investeringen in bedrijfsmiddelen die worden toegerekend aan het vermogen van een vaste inrichting die gelegen is in de Nederlandse Antillen of Aruba, worden als energie-investeringen als bedoeld inaangewezen: de investeringen in bedrijfsmiddelen of in onderdelen daarvan, opgenomen inmet dien verstande dat voor investeringen in categorie B, apparatuur en processen, een energiebesparingsnorm van ten minste 0,3 Nmaardgasequivalenten per jaar per geïnvesteerde € 0,45 geldt, mits: a. bijlage bijlage het bedrijfsmiddel of het onderdeel in overeenstemming is met de bestemming voor zover aangegeven in die, niet eerder is gebruikt en bestaat uit de in diegenoemde bestanddelen; en b. artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 3.42, zesde lid, van de wet – voor zover een vergunning voor het bouwen noodzakelijk is – door het bevoegde gezag voor het bedrijfsmiddel of onderdeel daarvan een bouwvergunning of omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld inis afgegeven ten tijde van de aanmelding, bedoeld in; c. artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 3.42, zesde lid, van de wet – voor zover het bedrijfsmiddel of het onderdeel uitsluitend bestemd is voor toepassing in of bij een nieuw op te richten opstand van een glastuinbouwbedrijf en een vergunning voor het bouwen daarvan noodzakelijk is, – door het bevoegde gezag voor die opstand een bouwvergunning of omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld inis afgegeven ten tijde van de aanmelding, bedoeld in; d. artikel 3.42, zesde lid, van de wet artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht – voor zover voor het bedrijfsmiddel ten behoeve van het aanwenden of toepassen van duurzame energie een milieuvergunning of soortgelijke vergunning noodzakelijk is – de belastingplichtige ten tijde van de aanmelding, bedoeld in, houder is van een door het bevoegde gezag voor dat bedrijfsmiddel afgegeven milieuvergunning, omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld inof vergelijkbare vergunning. 2 De in het eerste lid bedoelde investeringen in bedrijfsmiddelen komen slechts in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek indien de belastingplichtige met betrekking tot de vaste inrichting waaraan deze bedrijfsmiddelen worden toegerekend, in de Nederlandse Antillen of Aruba zonder keuzemogelijkheid, zonder ervan te zijn vrijgesteld en zonder toepassing van een bijzonder regime, is onderworpen aan een aldaar geheven belasting naar de winst. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 De aanmelding, bedoeld in artikel 3.42, zesde lid, van de wet, van de aangegane verplichtingen of de gemaakte voortbrengingskosten ter zake van investeringen in bedrijfsmiddelen als bedoeld invindt plaats binnen een termijn van drie maanden. Deze termijn vangt aan: a. met betrekking tot verplichtingen: bij het aangaan van de verplichtingen; b. met betrekking tot voortbrengingskosten: bij de aanvang van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de kosten zijn gemaakt of, indien het bedrijfsmiddel of het onderdeel ter zake waarvan de kosten zijn gemaakt in het kalenderkwartaal in gebruik is genomen, bij de ingebruikneming van het bedrijfsmiddel respectievelijk het onderdeel. 2 Indien artikel 3.52, eerste lid, onderdeel b, van de wet toepassing vindt, vangt met betrekking tot voortbrengingskosten de termijn aan bij de inwerkingtreding van de ministeriële regeling indien dat leidt tot een aanmelding op een eerder tijdstip dan op grond van het eerste lid. 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/918M 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/918M 01-01-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De aanmelding van de aangegane verplichtingen en de gemaakte voortbrengingskosten geschiedt door middel van het door de inspecteur uitgereikte of toegezonden formulier. Terzake wordt een ontvangstbewijs afgegeven. 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 7 artikel 3.42, eerste lid, van de wet De aanmelding van investeringen in bedrijfsmiddelen als bedoeld inwordt aangemerkt als een verzoek om een verklaring van de Minister van Economische Zaken als bedoeld in. 2 De verklaring van de Minister van Economische Zaken, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in welke aangewezen bedrijfsmiddelen of onderdelen is geïnvesteerd alsmede het bedrag van de uitgaven terzake. 3 De belastingplichtige legt ten behoeve van het verstrekken van een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken daarom verzoekt, een berekening van de energiebesparing over. 4 artikel 7, eerste lid, onderdeel b respectievelijk onderdeel c De belastingplichtige legt ten behoeve van het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken daarom verzoekt, een kopie van de afgegeven bouwvergunning of omgevingsvergunning over indien, van toepassing is. 5 artikel 7, onderdeel d De belastingplichtige legt ten behoeve van het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring als bedoeld in het eerste lid, indien de Minister van Economische Zaken daarom verzoekt, een kopie van de afgegeven milieuvergunning, omgevingsvergunning of vergelijkbare vergunning over indien, van toepassing is. 6 artikel 7, onderdelen b, c en d De Minister van Economische Zaken neemt een verzoek om een verklaring niet in behandeling indien niet is voldaan aan. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10 De Minister van Economische Zaken kan de inbedoelde verklaring wijzigen of intrekken indien de door of namens belastingplichtige verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn geweest dat op het verzoek een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend zouden zijn geweest. Onjuistheid of onvolledigheid van gegevens of bescheiden die de Minister van Economische Zaken bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond opleveren voor wijziging of intrekking van een verklaring. 2 De bevoegdheid tot het intrekken of wijzigen van een verklaring op grond van het eerste lid vervalt door verloop van vijf jaren na de dagtekening van de verklaring. 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/918M 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/918M 01-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 3.42a, tweede lid, van de wet Met betrekking tot investeringen in bedrijfsmiddelen die worden toegerekend aan het vermogen van een vaste inrichting die gelegen is in de Nederlandse Antillen of Aruba, worden als milieu-investeringen als bedoeld inaangewezen: de investeringen in bedrijfsmiddelen of in onderdelen daarvan, opgenomen in bijlage 1 van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen, mits het bedrijfsmiddel of het onderdeel in overeenstemming is met de bestemming voorzover aangegeven in die bijlage, niet eerder is gebruikt en bestaat uit de in die bijlage genoemde bestanddelen. 2 artikel 3.42a, vierde lid, van de wet artikel 3a van de Meldingsregeling milieu-investeringsaftrek 2001 Met betrekking tot een advies als bedoeld in(milieu-advies) isvan toepassing. 3 De in het eerste lid bedoelde investeringen in bedrijfsmiddelen komen slechts in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek indien de belastingplichtige met betrekking tot de vaste inrichting waaraan deze bedrijfsmiddelen worden toegerekend, in de Nederlandse Antillen of Aruba zonder keuzemogelijkheid, zonder ervan te zijn vrijgesteld en zonder toepassing van een bijzonder regime, is onderworpen aan een aldaar geheven belasting naar de winst. 2008 253 31-12-2008 17-12-2008 DB2008/705 2008 253 31-12-2008 17-12-2008 DB2008/705 01-01-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12 De aanmelding, bedoeld in artikel 3.42a, zevende lid, van de wet, van de aangegane verplichtingen of de gemaakte voortbrengingskosten ter zake van investeringen in bedrijfsmiddelen als bedoeld invindt plaats binnen een termijn van drie maanden. Deze termijn vangt aan: a. met betrekking tot verplichtingen: bij het aangaan van de verplichtingen; b. met betrekking tot voortbrengingskosten: bij de aanvang van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de kosten zijn gemaakt of, indien het bedrijfsmiddel of het onderdeel ter zake waarvan de kosten zijn gemaakt in het kalenderkwartaal in gebruik is genomen, bij de ingebruikneming van het bedrijfsmiddel respectievelijk het onderdeel. 2 Indien artikel 3.52, eerste lid, onderdeel b, van de wet toepassing vindt, vangt met betrekking tot voortbrengingskosten de termijn aan bij de inwerkingtreding van de ministeriële regeling indien dat leidt tot een aanmelding op een eerder tijdstip dan op grond van het eerste lid. 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De aanmelding van de aangegane verplichtingen en de gemaakte voortbrengingskosten geschiedt door middel van het door de inspecteur uitgereikte of toegezonden formulier. Terzake wordt een ontvangstbewijs afgegeven. 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 hoofdstuk VIII afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen De artikelen 3.40 tot en met 3.44 van de wet in verbinding met artikel 10.10, eerste en tweede lid, van de wet zijn slechts van toepassing indien de belastingplichtige uiterlijk bij het doen van de aangifte over het jaar waarin de investering is gedaan doch desgevraagd eerder, er schriftelijk mee instemt dat de verplichtingen, bedoeld in,ook gelden ten behoeve van de controle op de naleving van de voorschriften in deze regeling op het grondgebied van de Nederlandse Antillen of Aruba en wel jegens de inspecteur en iedere op de voet vanaangewezen andere ambtenaar van de rijksbelastingdienst. 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 2002 248 24-12-2002 19-12-2002 WDB02/498M 01-01-2003
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001. 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/918M 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/918M 01-01-2001
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek Nederlandse Antillen en Aruba 2001. 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/918M 2000 250 27-12-2000 20-12-2000 WDB00/918M 01-01-2001