Vaststellingregeling bedragen Regeling toezichtskosten Wet toezicht effectenverkeer 1995 voor 2001
- BWB-id
- BWBR0012376
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2003-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012376
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/vaststellingregeling-bedragen-regeling-toezichtskosten-wet-t
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/vaststellingregeling-bedragen-regeling-toezichtskosten-wet-t/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012376&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012376&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012376/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/vaststellingregeling-bedragen-regeling-toezichtskosten-wet-t
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Regeling toezichtskosten Wet toezicht effectenverkeer 1995 In deze regeling wordt verstaan onder de Regeling toezichtskosten: de. 2001 64 30-03-2001 28-03-2001 FM2001/494-M 2001 64 30-03-2001 28-03-2001 FM2001/494-M 01-04-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De bedragen bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling toezichtskosten, worden als volgt vastgesteld: a. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet: € 1.415,79; b. aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet: € 707,90; c. aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 7, vierde of zesde lid, van de wet: € 11.798,29; d. artikel 10 van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995 indien meer dan twee personen, bedoeld in, ter toetsing worden voorgedragen wordt het bedrag vermeld onder c vermeerderd met € 1.887,75 voor elke extra ter toetsing voorgedragen bestuurslid; e. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van de wet: € 943,86 met dien verstande dat maximaal 10 verklaringen van geen bezwaar in rekening worden gebracht indien een wijziging plaatsvindt in een groep, als bedoeld in artikel 1, onder g, van de wet die aanleiding geeft tot het gelijktijdig aanvragen van meerdere verklaringen van geen bezwaar; f. indien het voor het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, van de wet, noodzakelijk is om meer dan één persoon te toetsen op betrouwbaarheid wordt het bedrag vermeld onder e vermeerderd met € 943,86 voor elke extra toetsing, met dien verstande dat niet meer dan 10 toetsingen in rekening worden gebracht; g. aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, van de wet, in verband met het vergroten van een gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na de afgifte van een verklaring van geen bezwaar voor het houden of verwerven van een gekwalificeerde deelneming: € 471,93; h. uitbreiding van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet: € 1.887,73. 2 artikel 4, tweede lid Het bedrag bedoeld in, wordt vastgesteld op: € 1.887,73. 3 artikel 4, derde lid Het bedrag bedoeld in, wordt vastgesteld op: € 235,97. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 5, eerste en tweede lid De percentages, bedoeld in, worden voorlopig vastgesteld op: 0,4525. 2 artikel 5, eerste en tweede lid De minimumbedragen, bedoeld in, worden vastgesteld op: € 4.719,31. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De bedragen bedoeld in artikel 5, derde lid, van de Regeling toezichtskosten worden als volgt vastgesteld: a. artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 voor kredietinstellingen die op grond vanin Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen wordt het percentage voorlopig vastgesteld op: 0,4525 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op: € 4.719,31; b. artikel 38 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in afwijking van onderdeel a wordt voor kredietinstellingen die op grond vanin Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen en die onder adequaat toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit in hun land van herkomst, het percentage voorlopig vastgesteld op: 0,22625 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op: € 2.359,66; c. voor andere kredietinstellingen en financiële instellingen wordt het percentage voorlopig vastgesteld op: 0,22625 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op: € 2.359,66. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De bedragen bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Regeling toezichtskosten worden als volgt vastgesteld: a. voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen met een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, wordt het percentage voorlopig vastgesteld op: 0,4525 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op: € 4.719,31; b. in afwijking van onderdeel a wordt voor niet in Nederland gevestigde effecteninstellingen met een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, en die onder adequaat toezicht staan van een toezichthoudende autoriteit in hun land van herkomst, het percentage vastgesteld op: 0,22625 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op: € 2.359,66; c. voor effecteninstellingen bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder i of j van de wet, wordt het percentage vastgesteld op: 0,22625 en wordt het minimumbedrag vastgesteld op: € 2359,66. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De bedragen bedoeld in artikel 5, zesde lid, van de Regeling toezichtskosten, worden als volgt vastgesteld voor de houders van een effectenbeurs aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 22, eerste lid van de Wet toezicht effectenverkeer is verleend: a. Euronext Amsterdam N.V., of haar rechtsopvolger, voor de door haar gehouden effectenbeurzen: € 1.840.532,56; b. AEX-Agrarische Termijnmarkt NV, of haar rechtsopvolger, voor de door haar gehouden effectenbeurs: € 127.893,-; c. voor de houders van een effectenbeurs aan wie voor 1 januari 2001 een ontheffing als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet is verleend: € 16.989,53; d. voor andere houders van een effectenbeurs wordt een bedrag in rekening gebracht op grond van een tarief van € 141,80 per uur. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 01-01-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het bedrag bedoeld in artikel 5, zevende lid, van de Regeling toezichtskosten wordt vastgesteld als volgt: a. voor natuurlijke en rechtspersonen als bedoeld in artikel 12 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995: € 165,18; b. voor natuurlijke en rechtspersonen als bedoeld in artikel 14 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995: € 566,32; c. voor particuliere participatiemaatschappijen als bedoeld in artikel 15 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995: € 2.359,66. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Het bedrag bedoeld in artikel 5, achtste lid, van de Regeling toezichtskosten, wordt vastgesteld als volgt: a. voor beleggingsmaatschappijen met veranderlijk kapitaal, bedoeld in artikel 76a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek: € 2.359,66; b. voor andere dan de onder a genoemde uitgevende instellingen: € 4483,35. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 01-01-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Het uurtarief bedoeld in artikel 9 van de Regeling toezichtskosten wordt vastgesteld op € 141,80. 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 2001 214 05-11-2001 10-10-2001 WJB20011084M 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2001. 2001 64 30-03-2001 28-03-2001 FM2001/494-M 2001 64 30-03-2001 28-03-2001 FM2001/494-M 01-04-2001