Voorschrift Vreemdelingen 2000
- BWB-id
- BWBR0012002
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-05-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012002
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/voorschrift-vreemdelingen-2000
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/voorschrift-vreemdelingen-2000/2026-05-21
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012002&g=2026-05-21
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012002&z=2026-06-06&g=2026-05-21
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012002/2026-05-21
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/voorschrift-vreemdelingen-2000
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: vervolging: vervolging als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. de BRP: de basisregistratie personen; ernstige schade: richtlijn 2011/95/EU daden als bedoeld in artikel 15 vanvan het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking) (PbEU 2011 L 337); EVRM: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; het Besluit: het Vreemdelingenbesluit 2000; Terugtrekkingsakkoord: Akkoord van 12 november 2019 inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PbEU 2019, CI 384); 2024 10759 03-04-2024 25-03-2024 5302206 2024 10759 03-04-2024 25-03-2024 5302206 03-04-2024 01-04-2024 De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 artikelen 4.7 4.8 Ter uitvoering van een verdrag waarbij de grenscontrole is verlegd naar de buitengrenzen, wordt onder 'Nederland' in deenmede verstaan het grondgebied van andere bij dat verdrag aangesloten landen waarover de werking van dat verdrag zich uitstrekt. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 1.3 — Artikel 1.3#
Artikel 1.3 Voorzover uit een wettelijk voorschrift niet anders voortvloeit, worden de bevoegdheden genoemd in deze regeling uitgeoefend namens de Minister. Bij de uitoefening van deze bevoegdheden worden de algemene en bijzondere aanwijzingen van de Minister in acht genomen. 2007 144 30-07-2007 12-07-2007 5493138/07 2007 144 30-07-2007 12-07-2007 5493138/07 01-08-2007
Artikel 1.4 — Artikel 1.4#
Artikel 1.4 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor arbeid als kennismigrant, voor een overplaatsing binnen een onderneming of voor arbeid als houder van een Europese blauwe kaart draagt er zorg voor dat de vreemdeling bij de werving en selectie op de hoogte wordt gesteld van de relevante regelgeving. 2024 20721 03-07-2024 20-06-2024 5446013 2024 20721 03-07-2024 20-06-2024 5446013 04-07-2024
Artikel 1.5 — Artikel 1.5#
Artikel 1.5 De referent van een vreemdeling die in het kader van uitwisseling als au pair in Nederland verblijft of wil verblijven draagt er zorg voor dat: a. op zorgvuldige wijze wordt bemiddeld tussen de vreemdeling en het gastgezin; b. het gastgezin op zorgvuldige wijze wordt geselecteerd; c. indien hij op de hoogte is of vermoedens heeft van misbruik van een vreemdeling door een gastgezin plaatsing bij dit gastgezin achterwege blijft; d. het gastgezin en de vreemdeling bij de werving en selectie op de hoogte worden gesteld van de relevante regelgeving; e. hij zich ervan vergewist dat zowel het gastgezin als de vreemdeling zich aan de verplichtingen houden; f. hij zich vergewist van het welzijn en welbevinden van de vreemdeling gedurende het verblijf van de vreemdeling in het gastgezin; g. de vreemdeling zich te allen tijde kan wenden tot de referent met vragen en klachten; h. hij de vreemdeling op de hoogte stelt van het bestaan en de werking van het Meldpunt Misbruik au pairs, en i. hij bij kennis of een redelijk vermoeden van onregelmatigheden, misstanden of misbruik en bij meldingen hiervan passende maatregelen treft. 2021 27584 31-05-2021 26-05-2021 3341012 2021 27584 31-05-2021 26-05-2021 3341012 01-06-2021
Artikel 1.6 — Artikel 1.6#
Artikel 1.6 De referent van een vreemdeling die in het kader van uitwisseling als uitwisselingsjongere, niet zijnde een au pair, in Nederland verblijft of wil verblijven draagt er zorg voor dat: a. indien sprake is van verblijf in een gastgezin er op zorgvuldige wijze wordt bemiddeld tussen de vreemdeling en het gastgezin; b. de vreemdeling en, indien sprake is van verblijf in een gastgezin het gastgezin op zorgvuldige wijze wordt geselecteerd; c. indien hij op de hoogte is of vermoedens heeft van misbruik van een vreemdeling door een gastgezin plaatsing in dit gastgezin achterwege blijft; d. het gastgezin en de vreemdeling bij de werving en selectie op de hoogte worden gesteld van de relevante regelgeving; e. hij zich ervan vergewist dat de vreemdeling zich aan de verplichtingen houdt; f. hij zich vergewist van het welzijn en welbevinden van de vreemdeling gedurende zijn verblijf; g. de vreemdeling zich te allen tijde kan wenden tot de referent met vragen en klachten, en h. hij bij kennis of een redelijk vermoeden van misbruik of misstanden en bij meldingen hiervan passende maatregelen treft. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 1.7 — Artikel 1.7#
Artikel 1.7 Vervallen 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 01-01-2014
Artikel 1.8 — Artikel 1.8#
Artikel 1.8 De referent van een vreemdeling die in Nederland wil verblijven voor studie in het hoger onderwijs draagt er zorg voor dat alleen studenten worden geworven die toelaatbaar tot de opleiding zijn en dat de vreemdeling bij de werving en selectie op de hoogte wordt gesteld van de relevante regelgeving. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 1.9 — Artikel 1.9#
Artikel 1.9 1 artikel 2c van de Wet Handelsregisterwet 2007 artikel 2 van die wet Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor studie, kan ook als referent optreden de krachtensals referent erkende onderwijsinstelling, waaraan de vreemdeling voortgezet onderwijs volgt of wil volgen, die, voor zover op grond van devereist, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in, en die: a. door de Internationale Baccalaureaat Organisatie geaccrediteerd is; b. het Internationale Baccalaureaat diplomaprogramma aanbiedt, en c. deel uitmaakt van een internationale organisatie, waarbij een uitwisseling van leerlingen over de wereld plaatsvindt en het land van plaatsing wordt bepaald door landelijke comités van deze internationale organisatie, of die zijn leerlingen in een internaat plaatst. 2 artikel 2c van de Wet Handelsregisterwet 2007 artikel 2 van de wet Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven voor studie, kan ook als referent optreden de krachtensals referent erkende onderwijsinstelling, waaraan de vreemdeling middelbaar beroepsonderwijs volgt of wil volgen die, voor zover op grond van devereist, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in, en die is aangesloten bij de Gedragscode internationale student middelbaar beroepsonderwijs niveau 4 en is opgenomen in het daarbij behorende register. 2017 17314 23-03-2017 20-03-2017 2055393 2017 17314 23-03-2017 20-03-2017 2055393 24-03-2017
Artikel 1.10 — Artikel 1.10#
Artikel 1.10 Als referent van een vreemdeling die arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verricht of wil verrrichten kan slechts optreden: a. een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie met rechtspersoonlijkheid, of b. een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie die deel uitmaakt van een organisatie die rechtspersoonlijkheid heeft. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 1.11 — Artikel 1.11#
Artikel 1.11 1 Ter zake van de afdoening van een aanvraag om de erkenning als referent is de aanvrager een bedrag van € 5.080 verschuldigd. 2 In afwijking van het eerste lid is de aanvrager ter zake van de afdoening van een aanvraag om de erkenning als referent een bedrag van € 2.539 verschuldigd, indien: a. de aanvraag verband houdt met uitwisseling; b. de aanvraag verband houdt met arbeid en de aanvrager een onderneming met ten hoogste 50 medewerkers of een onderneming van een concern met ten hoogste 50 medewerkers betreft, of c. artikel 1.13, tweede lid, onderdeel b tot en met d het een aanvraag om erkenning met toepassing van, betreft. 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026
Artikel 1.12 — Artikel 1.12#
Artikel 1.12 Handelsregisterwet 2007 artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 De aanvrager om erkenning als referent die niet op grond van deinschrijvingsplichtig is en niet is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in, verstrekt bij de aanvraag de naam, de voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, de nationaliteit, het burgerservicenummer en de functie van iedere bestuurder van de onderneming of rechtspersoon. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 1.13 — Artikel 1.13#
Artikel 1.13 1 artikel 1.1.12 van de Leidraad Invordering 2008 De aanvrager om erkenning als referent legt bij de aanvraag een verklaring van betalingsgedrag als bedoeld inover, die op de datum van de aanvraag niet ouder is dan drie maanden. 2 In afwijking van het eerste lid verstrekt de aanvrager een ondernemingsplan indien de onderneming nog geen anderhalf jaar bestaat of nog geen anderhalf jaar bedrijfsactiviteiten heeft verricht, tenzij: a. artikel 1.1.12 van de Leidraad Invordering de aanvrager een onderneming of rechtspersoon betreft die het volledige eigendom met volledige zeggenschap is van een onderneming of rechtspersoon die indien deze onderneming of rechtspersoon zelf de aanvraag indient niet verplicht is een ondernemingsplan ingevolge dit artikel over te leggen, in welk geval de aanvrager een verklaring van betalingsgedrag als bedoeld invan de onderneming of rechtspersoon waarvan het volledig eigendom is over legt; b. de aanvrager een onderneming of rechtspersoon betreft die voortkomt uit een fusie tussen twee ondernemingen of rechtspersonen die beide direct voorafgaand aan de aanvraag om erkenning zijn erkend als referent; c. de aanvrager een onderneming of rechtspersoon betreft die volledig is overgenomen door een onderneming of rechtspersoon die direct voorafgaand aan de aanvraag om erkenning zelf als referent is erkend; d. sprake is van een aanvraag om erkenning als referent vanwege een wijziging in de rechtsvorm van de onderneming of rechtspersoon van een erkend referent en uit de notariële akte blijkt dat: 1°. de aard van de ondernemingsactiviteiten niet is uitgebreid, en 2°. de zeggenschap in de nieuwe onderneming of rechtspersoon gelijk blijft; of e. de aanvrager een uitwisselingsorganisatie in het kader van uitwisseling van au pairs die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte betreft. 3 Indien de aanvrager een vestiging van een onderneming betreft die onderdeel uitmaakt van een buitenlandse onderneming, kan de aanvrager, in afwijking van het eerste en tweede lid, de continuïteit en solvabiliteit aantonen door een verklaring van bekendheid van de Netherlands Foreign Investment Agency van het Ministerie van Economische Zaken over te leggen. 4 Indien er naar het oordeel van de Minister of de Minister van Economische Zaken twijfel bestaat of de continuïteit en solvabiliteit voldoende zijn gewaarborgd verstrekt de aanvrager, in afwijking van het eerste, tweede en derde lid: a. in het geval de aanvrager een onderneming betreft die nog geen anderhalf jaar bestaat of nog geen anderhalf jaar bedrijfsactiviteiten heeft verricht een ondernemingsplan; b. in het geval de aanvrager een onderneming betreft die langer dan anderhalf jaar maar korter dan drie jaar bestaat of langer dan anderhalf jaar maar korter dan drie jaar bedrijfsactiviteiten heeft verricht een ondernemingsplan en de beschikbare, door een onafhankelijke partij geverifieerde jaarrekeningen en geverifieerde exploitatieprognoses en liquiditeitsprognoses voor de komende twee jaar inclusief toelichting op de uitgangspunten; c. in het geval de aanvrager een onderneming betreft die langer dan drie jaar bestaat of langer dan drie jaar bedrijfsactiviteiten heeft verricht, door een onafhankelijke partij geverifieerde jaarrekeningen van de afgelopen drie jaren en geverifieerde exploitatieprognoses en liquiditeitsprognoses voor de komende twee jaar inclusief toelichting op de uitgangspunten. 5 Voor de beoordeling of de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming voldoende zijn gewaarborgd, worden de bewijsmiddelen, bedoeld in het tweede en vierde lid, ter advisering voorgelegd aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 6 Indien de aanvrager om erkenning als referent in het kader van uitwisseling van au pairs een uitwisselingsorganisatie betreft die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte, is een verklaring die vergelijkbaar is met de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vereist, voor zover die in de betreffende lidstaat verkrijgbaar is. Indien een vergelijkbare verklaring niet verkrijgbaar is, toont de aanvrager op andere wijze de continuïteit en solvabiliteit aan. 2019 18085 29-03-2019 27-03-2019 2541976 2019 18085 29-03-2019 27-03-2019 2541976 01-04-2019
Artikel 1.14 — Artikel 1.14#
Artikel 1.14 artikel 1, aanhef en onder c en d, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs Een onderneming die zich bezighoudt met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten of payrolling, bedoeld inwordt alleen erkend als referent indien de onderneming is opgenomen in het register van de Stichting normering arbeid. 2021 42404 30-09-2021 28-09-2021 3544631 2021 42404 30-09-2021 28-09-2021 3544631 01-10-2021
Artikel 1.15 — Artikel 1.15#
Artikel 1.15 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens De aanvrager om erkenning als referent legt desgevraagd een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens deover. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 1.15a — Artikel 1.15a#
Artikel 1.15a De erkenning als referent kan worden ingetrokken indien: a. artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 er in de afgelopen drie jaar ten behoeve van een vreemdeling geen machtiging tot voorlopig verblijf of een verblijfsvergunning als bedoeld inis verleend, en b. er geen vreemdeling is waarvoor de referent als erkend referent optreedt. 2016 16780 31-03-2016 29-03-2016 746977 2016 16780 31-03-2016 29-03-2016 746977 01-04-2016
Artikel 1.16 — Artikel 1.16#
Artikel 1.16 1 artikel 2d, eerste lid 2t, eerste lid, onder a, van de Wet bijlage 20 Als administraties, bedoeld in, en, zijn aangewezen de administraties vermeld in kolom A vanbij deze regeling. 2 artikel 2d, derde lid 2t, vierde lid, van de Wet bijlage 20 Als gegevens en bescheiden, bedoeld in, en, zijn aangewezen de gegevens en bescheiden vermeld in kolom B vanbij deze regeling. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 1.17 — Artikel 1.17#
Artikel 1.17 1 Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een terugkeervisum is de vreemdeling een bedrag van € 197 verschuldigd. 2 artikel 1, eerste lid, van de Wet betreffende de positie van Molukkers In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling die valt onder, geen leges verschuldigd. 3 In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling die valt onder artikel 41, eerste lid, van het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de op 12 september 2963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1971,70) of artikel 6, 7 of 13 van het Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, een bedrag van € 57 verschuldigd. 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 1 artikel 2.2, eerste lid, van het Besluit Als luchthavens, bedoeld in, zijn aangewezen: a. bijlage 1 de luchthavens die zijn opgenomen inbij deze regeling, en b. Besluit Vracht- en overige vluchten de luchthavens, vanaf welke vluchten vertrekken voor het vervoer van personen in het ongeregeld vervoer, als bedoeld in hetvan de Minister van Infrastructuur en Milieu, met uitzondering van de vluchten die door onze Minister door tussenkomst van de Minister van Infrastructuur en Milieu van de verplichting tot het maken van een afbeelding zijn ontheven. 2 artikel 2.2 van het Besluit De Minister kan bepalen dat de verplichtingen ingevolgevoor één of meer vervoerders vanaf één of meer van de in het eerste lid, onder a, genoemde luchthavens tijdelijk worden opgeschort. 3 artikel 2.2 van het Besluit De Minister kan bepalen dat de verplichtingen ingevolgevan toepassing zijn op één of meer vervoerders door wiens tussenkomst de aanvoer van niet- of onvoldoende gedocumenteerde vreemdelingen op korte termijn vanaf een bepaalde, niet in het eerste lid, onder a, genoemde luchthaven aanzienlijk is toegenomen. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 2.1a — Artikel 2.1a#
Artikel 2.1a 1 artikel 2.2a, eerste lid, van het Besluit De vervoerder, bedoeld in, verzamelt de passagiersgegevens, bedoeld in artikel 2.2a, derde lid, van het Besluit, ten aanzien van alle passagiers die hij naar een luchthaven in Nederland vervoert vanaf een luchthaven die niet in de Europese Unie of een land dat betrokken is bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis gelegen is. 2 De vervoerder zendt de krachtens het eerste lid verzamelde passagiersgegevens elektronisch, voor het einde van de instapcontroles aan de ambtenaar belast met de grensbewaking aan het door die ambtenaar aangegeven adres. 3 De ingevolge het tweede lid te zenden gegevens worden verzonden in een bericht met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST). 2016 33783 24-06-2016 21-06-2016 772769 2016 33783 24-06-2016 21-06-2016 772769 01-07-2016
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 artikel 2.3, derde lid, onder a, van het Besluit bijlage 2 Als de staten, bedoeld in, zijn aangewezen de staten, vermeld inbij deze regeling. 2007 54 16-03-2007 09-03-2007 INDUIT07-22 2007 54 16-03-2007 09-03-2007 INDUIT07-22 18-03-2007
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 artikel 2.3, derde lid, onder b, van het Besluit bijlage 3 Als de categorieën vreemdelingen, bedoeld inzijn aangewezen de vreemdelingen die behoren tot een van de categorieën, opgenomen inbij deze regeling, voor zover de vreemdeling: a. voldoet aan de voor hem gestelde voorwaarden, en b. zich naar Nederland begeeft voor een tijdsduur of doel als aangegeven bij die categorie. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 12-06-2008
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 artikel 2.4, derde lid, van het Besluit bijlage 4 Als de vliegvelden in Nederland, bedoeld in, zijn aangewezen de vliegvelden, vermeld inbij deze regeling. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 Vervallen 2007 144 30-07-2007 12-07-2007 5493138/07 2007 144 30-07-2007 12-07-2007 5493138/07 01-08-2007
Artikel 2.6 — Artikel 2.6#
Artikel 2.6 1 artikel 2.4, vijfde lid, van het Besluit artikel 2.4, tweede/vijfde lid, Vreemdelingenbesluit De aantekening, bedoeld in, luidt: 'Toegang tot het Beneluxgebied verleend van (datum) tot (datum),(inreisstempel en handtekening van ambtenaar die toegang verleent)'. 2 artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit bijlage 5 Het model van de afzonderlijke verklaring, waaruit het verlenen van toegang op grond vanblijkt, is opgenomen inbij deze regeling. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 12-06-2008
Artikel 2.7 — Artikel 2.7#
Artikel 2.7 Vervallen 2007 144 30-07-2007 12-07-2007 5493138/07 2007 144 30-07-2007 12-07-2007 5493138/07 01-08-2007
Artikel 2.8 — Artikel 2.8#
Artikel 2.8 Vervallen 2007 144 30-07-2007 12-07-2007 5493138/07 2007 144 30-07-2007 12-07-2007 5493138/07 01-08-2007
Artikel 2.9 — Artikel 2.9#
Artikel 2.9 artikel 2.11, derde lid, van het Besluit Voor de ondertekening door een daartoe solvabele derde van de garantverklaring, bedoeld in, wordt bij het verlenen van toegang aan: a. bijlage 6a bijlage 6b een zeeman of meerdere zeelieden gebruik gemaakt van het model, dat alsonderscheidenlijk alsbij deze regeling is gevoegd; b. bijlage 6c een andere vreemdeling gebruik gemaakt van het model, dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 2.10 — Artikel 2.10#
Artikel 2.10 1 artikel 46, eerste lid, onder a en b 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet artikel 2m, derde en vierde lid, van de Wet De ambtenaren, bedoeld in, dan wel, zijn bevoegd een machtiging tot voorlopig verblijf dan wel terugkeervisum in te trekken dan wel te annuleren op de gronden en in de gevallen, bedoeld in. 2 artikel 6, eerste lid, van de Wet artikel 6a van de Wet De ambtenaren belast met de grensbewaking zijn bevoegd de vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd, de maatregel, bedoeld in, op te leggen dan wel deze in overeenstemming metvoort te zetten. 3 artikel 6a van de Wet De bevoegde ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst kunnen besluiten de maatregel, bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, voort te zetten in overeenstemming met. 4 artikel 6, eerste en tweede lid, van de Wet De oplegging of opheffing van de maatregel, bedoeld in, met toepassing van artikel 6, zesde lid, van de Wet vindt plaats door de bevoegde ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 20-07-2015
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 artikel 8, onder a tot en met d, van de Wet Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en schriftelijke verklaringen, waarbij het vastgestelde model van dat document of die schriftelijke verklaring wordt aangegeven: a. artikel 8, onder a, van de Wet artikel 3.4, derde lid, van het Besluit bijlage 7a bijlage 7a2 bijlage 7a3 voor vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in: het document I van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd of een schriftelijke verklaring, waaruit volgt dat een onderdaan van het Verenigd Koninkrijk of zijn familielid hier een tijdelijk verblijfsrecht op grond vangeniet, dat alsenbij deze regeling is gevoegd; b. artikel 8, onder b, van de Wet voor vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in: bijlage 7b artikel 20 van de Wet het document II van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd indien de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in; c. artikel 8, onder c, van de Wet bijlage 7c voor vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in: het document III van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd; d. artikel 8, onder d, van de Wet voor vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in: bijlage 7d artikel 33 van de Wet het document IV van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd indien de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in, en e. artikel 8, onder b en d, van de Wet artikel 45a van de Wet bijlage 7d2 voor vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in: het document V van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd indien de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen als bedoeld in. 2 artikel 14 van de Wet De beperking waaronder de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in, wordt verleend, wordt vermeld op het document of de schriftelijke verklaring, bedoeld in het eerste lid, onder a. 3 Op het document, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden onder de rubriek ‘opmerkingen’ de volgende opmerkingen vermeld: a. indien Nederland aan de houder van de Europese blauwe kaart internationale bescherming heeft verleend: ‘Internationale bescherming verleend door Nederland op [datum]’; b. indien de houder van de Europese blauwe kaart in een andere lidstaat internationale bescherming geniet: ‘Internationale bescherming verleend door [naam van de lidstaat] op [datum]’; c. artikel 3.30b, derde lid, onder b, van het Besluit indien de Europese blauwe kaart wordt verleend op basis van hogere beroepsvaardigheden in overige beroepen, als bedoeld in: ‘Beroepen die niet in bijlage I zijn opgenomen’. 4 Voor zover van toepassing, wordt op het document, bedoeld in het eerste lid, onder e, onder de rubriek ‘opmerkingen’ vermeld ‘voormalig houder van een Europese blauwe kaart’. 5 Op het document of de schriftelijke verklaring, bedoeld in het eerste lid, onder b, c, d en e, wordt de aantekening gesteld ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’. Op het document of de schriftelijke verklaring, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt de aantekening gesteld: a. ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’; b. ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’; c. ‘TWV vereist voor arbeid van bijkomende aard, andere arbeid in loondienst niet toegestaan’; d. ‘Arbeid toegestaan mits TWV is verleend’; e. ‘TWV vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’; f. ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend’; g. ‘Arbeid als kennismigrant en zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV’; h. ‘Arbeid als houder van de Europese blauwe kaart en zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV’; i. ‘Arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV’; j. Arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV; k. ‘Arbeid toegestaan, TWV alleen gedurende eerste 12 maanden vereist’; l. ‘Arbeid niet toegestaan’; m. ‘arbeid toegestaan conform aanvullend document’; n. ‘arbeid wegens overplaatsing binnen een onderneming en arbeid als zelfstandige toegestaan, andere arbeid toegestaan met TWV;’ o. ‘TWV niet vereist voor incidentele arbeid in het kader van WHP/WHS, andere arbeid niet toegestaan’; p. arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist. 6 artikel 3.4, derde lid, van het Besluit De aantekening, bedoeld inluidt: ‘beroep op algemene middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht’. 7 artikel 4.21, eerste lid, onder a, van het Besluit artikel 8, onder a tot en met d, van de Wet artikel 8, onder a, van de Wet De documenten, bedoeld in het eerste lid, zijn ingevolgetevens vastgesteld als document ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie van vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in. Voor de schriftelijke verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt dat deze enkel in combinatie met een geldig grensoverschrijdend document wordt beschouwd als document ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie van vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in. 8 bijlage 7l Als aanvullend document is aangewezen het document van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2024 20721 03-07-2024 20-06-2024 5446013 2024 20721 03-07-2024 20-06-2024 5446013 04-07-2024
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 1 artikel 8, onder e, van de Wet Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen, waarbij het vastgestelde model van dat document of die verklaring wordt aangegeven: a. artikel 9, eerste lid, van de Wet bijlage 7h voor gemeenschapsonderdanen, die als grensarbeider, als werkzoekende grensarbeider, of hangende hun aanvraag om afgifte van een document als bedoeld inwaaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, verblijven: de sticker Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd; b. bijlage 7e2 7e3 7e4 7e5 voor vreemdelingen die hun rechtmatig verblijf ontlenen aan het Terugtrekkingsakkoord: de documenten ‘Terugtrekkingsakkoord’ van de modellen die als,,enbij deze regeling zijn gevoegd, en; c. bijlage 7e6 7e7 7e8 7e9 voor de overige gemeenschapsonderdanen: het document EU/EER van de modellen die als,,enbij deze regeling is gevoegd. 2 Op de documenten en verklaringen, bedoeld in het eerste lid, wordt de aantekening gesteld: ‘arbeid toegestaan; tewerkstellingsvergunning niet vereist’. 3 Op de documenten en verklaringen, bedoeld in het eerste lid, kan de aantekening worden gesteld: a. ‘een beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’, of b. ‘een meer dan aanvullend beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. 4 artikel 4.21, eerste lid, onder b, van het Besluit artikel 8, onder e, van de Wet De documenten, bedoeld in het eerste lid, onder b en d, zijn ingevolgetevens vastgesteld als document ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie van vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in. 2023 9856 29-03-2023 27-03-2022 4554227 2023 9856 29-03-2023 27-03-2022 4554227 01-04-2023
Artikel 3.2a — Artikel 3.2a#
Artikel 3.2a Vervallen 2019 70092 19-12-2019 16-12-2019 2771730 2019 70092 19-12-2019 16-12-2019 2771730 01-01-2020
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 1 artikel 8, onder f tot en met h, van de Wet Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen, waarbij het vastgestelde model van dat document of die verklaring wordt aangegeven: a. artikelen 28 33 van de Wet bijlage 7f voor vreemdelingen die in afwachting zijn van een besluit of een rechterlijke beslissing omtrent een verblijfsvergunning als bedoeld in deen: het document W van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd; b. artikel 14 van de Wet artikel 8, aanhef en onder f, g of h van de Wet artikel 28 van de Wet bijlage 7f2 voor vreemdelingen die in afwachting zijn van een besluit of rechterlijke uitspraak omtrent een aanvraag tot verlening, verlenging van de geldigheidsduur of wijziging van een verblijfsvergunning als bedoeld inen die rechtmatig verblijf als bedoeld inhebben en in het verleden een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning als bedoeld inhebben ingediend: het document W2 van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd; c. artikel 8, aanhef en onder f of h, van de Wet, artikel 1 van de Wet bijlage 7f3 bijlage 7h2 voor vreemdelingen die hun rechtmatig verblijf als bedoeld inontlenen aan tijdelijke bescherming in de zin van: het document O van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd of de sticker Verblijfsaantekeningen Tijdelijke bescherming van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd; d. bijlage 7g voor vreemdelingen die in afwachting zijn van de beslissing op een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de gecombineerde vergunning: de sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd, voorzien van de aantekening, bedoeld in het derde lid; e. artikelen 14 20 van de Wet artikel 8, aanhef en onder f, g of h van de Wet bijlage 7f2 voor overige vreemdelingen die in afwachting zijn van een besluit of een rechterlijke uitspraak omtrent een aanvraag tot verlening, verlenging van de geldigheidsduur of wijziging van een verblijfsvergunning als bedoeld in deenen die rechtmatig verblijf als bedoeld inhebben en waarbij naar oordeel van de Minister sprake is van zeer bijzondere omstandigheden: het document W2 van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd; f. artikel 8, onder f of g, van de Wet bijlage 7g voor overige vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in: de sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd, voorzien van de aantekening, bedoeld in het vierde lid, en g. artikel 8, onder h, van de Wet bijlage 7i voor overige vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in: de sticker Verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd, voorzien van de aantekening, bedoeld in het vijfde lid; h. artikel 8, aanhef en onder m, van de Wet bijlage 7f2 voor vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in: het document W2 van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 artikel 4.21, eerste lid, onder c en d, van het Besluit Het document, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c, d en e, zijn ingevolgetevens vastgesteld als geldend document ter vaststelling van de identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie van vreemdelingen. 3 artikel 14 Vw 2000 De aantekening, bedoeld in het eerste lid, onder d, luidt: ‘verlenging aangevraagd voor een verblijfsvergunning op grond vanop (datum). TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend. Geldig tot (datum), tenzij voor deze datum op voormelde aanvraag is beslist’. 4 artikel 14 20 33 45a Vw 2000 De aantekening, bedoeld in het eerste lid, onder f, luidt: 'aanvraag ingediend/verlenging aangevraagd voor een verblijfsvergunning op grond van///op (datum). arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel/niet vereist. Geldig tot (datum), tenzij voor deze datum op voormelde aanvraag is beslist'. 5 De aantekening, bedoeld in het eerste lid, onder g, luidt: 'bezwaarschrift ingediend of beroep rechtbank ingediend op (datum). Arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel/niet vereist. Geldig tot (datum), tenzij voor deze datum op voormeld bezwaar/beroep is beslist.' 6 artikel 8, onder m, van de Wet De aantekening bedoeld in het eerste lid, onder h, luidt: ‘verblijf als bedoeld in. Arbeid niet toegestaan. Geldig tot (datum).’ 7 De aantekening, bedoeld in het derde lid, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie maanden. Indien de geldigheidsduur van de aantekening verstrijkt voordat een beslissing op de aanvraag is genomen, kan de desbetreffende aantekening wederom worden gesteld met een geldigheidsduur van ten hoogste drie maanden. Indien afwijzend is beslist, wordt de aantekening ‘vervallen’ geplaatst. 8 De aantekeningen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, hebben een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. Indien de geldigheidsduur van de aantekening verstrijkt voordat een beslissing is genomen op de aanvraag, onderscheidenlijk het bezwaar of beroep, kan de desbetreffende aantekening wederom worden gesteld met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. Indien afwijzend is beslist, wordt de aantekening 'vervallen' geplaatst. 2022 19358 20-07-2022 18-07-2022 4095825 2022 19358 20-07-2022 18-07-2022 4095825 21-07-2022
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 1 artikel 8, onder i, van de Wet bijlage 7g Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, is aangewezen de Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd, voorzien van de aantekening, bedoeld in het tweede lid. 2 artikel 12 Vw 2000 De tekst van de aantekening, bedoeld in het eerste lid, luidt: 'aangemeld op (datum) voor verblijf op grond vantot (datum). arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingvergunning wel/niet vereist'. Indien het betreft een vreemdeling die naar Nederland is gekomen om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, wordt de aantekening omtrent aanmelding aangevuld met 'voor verblijf als zeeman tot (datum)'. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 12-06-2008
Artikel 3.5 — Artikel 3.5#
Artikel 3.5 artikel 8, onder j, van de Wet Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen, waarbij het vastgestelde model van dat document of die verklaring wordt aangegeven: a. artikel 4.29, derde lid, van het Besluit in de gevallen, bedoeld in: het document W2 van het model dat als bijlage 7f2 bij deze regeling is gevoegd; b. bijlage 7g artikel 8, onder j, Vw 2000 in de overige gevallen: de Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd, voorzien van de aantekening 'verblijf als bedoeld intot (datum). Arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel/niet vereist'. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 12-06-2008
Artikel 3.6 — Artikel 3.6#
Artikel 3.6 artikel 8, onder k, van de Wet Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in, blijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen: a. artikel 4.21, eerste lid onder d, van het Besluit bijlage 7f2 in het geval, bedoeld in: het document W2 van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd; b. bijlage 7g artikel 8, onder k, Vw 2000 in de overige gevallen: de Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd, voorzien van de aantekening “verblijf als bedoeld intot (datum). Arbeid wel/niet toegestaan; tewerkstellingsvergunning wel/niet vereist”. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 12-06-2008
Artikel 3.7 — Artikel 3.7#
Artikel 3.7 1 artikel 8, onder l, van de Wet Als document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, zijn aangewezen de volgende documenten en verklaringen, waarbij het vastgestelde model van dat document of die verklaring wordt aangegeven: a. artikel 8, onder b, c, of d, van de Wet bijlage 7a voor vreemdelingen die niet tevens rechtmatig verblijf als bedoeld inhebben: het document I van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd; b. artikel 8, onder b, c dan wel d, van de Wet bijlage 7b bijlagen 7c 7d voor vreemdelingen die tevens rechtmatig verblijf als bedoeld inhebben: het document II, III respectievelijk IV van de modellen die als, respectievelijkenbij deze regeling zijn gevoegd. 2 Artikel 3.1, tweede tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 12-06-2008
Artikel 3.8 — Artikel 3.8#
Artikel 3.8 1 bijlagen 7g 7h 7h2 7i De stickers van de modellen die als,,enbij deze regeling zijn gevoegd, worden geplaatst: a. in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, of b. artikel 4.29, derde lid, van het Besluit bijlage 8 in de gevallen, aangewezen in: op het afzonderlijk inlegblad van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2 Op de stickers, bedoeld in het eerste lid, wordt aangetekend: a. het V-nummer; b. het paspoortnummer. 2022 19358 20-07-2022 18-07-2022 4095825 2022 19358 20-07-2022 18-07-2022 4095825 21-07-2022
Artikel 3.9 — Artikel 3.9#
Artikel 3.9 1 artikel 8, onder a, b, d, e, f, g artikel 14 – alsmede i, l en m van de Wet Documenten of schriftelijke verklaringen waaruit het rechtmatig verblijf op grond van– laatstgenoemde twee onderdelen voor zover sprake is van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning bedoeld inblijkt, worden verstrekt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst. 2 artikel 8, onder c, f, g artikelen 28 33 – alsmede j en k van de Wet Documenten of schriftelijke verklaringen waaruit het rechtmatig verblijf op grond van– laatstgenoemde twee onderdelen voor zover sprake is van een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning bedoeld in deenblijkt, worden verstrekt door de korpschef. 3 artikel 8, onder a, f of g, van de Wet artikel 14 van de Wet artikel 3.4, eerste lid, onder p, van het Besluit In afwijking van het eerste lid worden documenten of schriftelijke verklaringen waaruit het rechtmatig verblijf op grond van– voor zover sprake is van een aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning als bedoeld in, voor een verblijfsdoel als bedoeld inin het kader van mensenhandel of eergerelateerd geweld – blijkt, verstrekt door de korpschef. 2014 9172 26-03-2014 21-03-2014 493532 2014 9172 26-03-2014 21-03-2014 493532 29-03-2014
Artikel 3.9a — Artikel 3.9a#
Artikel 3.9a 1 artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit Als vreemdelingen, bedoeld in, zijn aangewezen vreemdelingen die: a. de Oekraïense nationaliteit hebben en die na 26 november 2021 Oekraïne zijn ontvlucht of die in de periode van 27 november 2021 tot en met 23 februari 2022 naar het grondgebied van de Europese Unie zijn gereisd; b. de Oekraïense nationaliteit hebben en die kunnen aantonen dat zij in de periode vóór 27 november 2021 feitelijk al in Nederland verbleven; of c. beschikken over een op 23 februari 2022 geldige Oekraïense permanente verblijfsvergunning en ten aanzien van wie: 1°. aannemelijk is dat zij Oekraïne na 26 november 2021 hebben verlaten; en 2°. niet is gebleken dat zij na 23 februari 2022 naar het land van herkomst zijn teruggekeerd. 2 Artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, van het Besluit , is van overeenkomstige toepassing op familieleden van vreemdelingen als bedoeld in het eerste lid. 2022 22623 25-08-2022 17-08-2022 4123685 2022 22623 25-08-2022 17-08-2022 4123685 26-08-2022 04-03-2022 Artikel II van Stcrt. 2023/7194 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2022 22623 25-08-2022 17-08-2022 4123685 2022 22623 25-08-2022 17-08-2022 4123685 26-08-2022 19-07-2022
Artikel 3.10 — Artikel 3.10#
Artikel 3.10 1 artikel 3.71a, tweede lid, onder c, van het Besluit De vreemdeling die een beroep doet open daarbij medische omstandigheden aanvoert, overlegt een verklaring van het model dat als bijlage 19 bij deze regeling is gevoegd, dat is ingevuld en ondertekend door een door het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aangewezen arts. De verklaring mag niet ouder zijn dan zes maanden bij de indiening van de aanvraag. 2 De kosten van een consult bij een door het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aangewezen arts of deskundige zoals bedoeld in het eerste lid, komen voor rekening van de vreemdeling. 3 bijlage 19 De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt aan de aangewezen arts aangeboden met de inopgenomen begeleidende brief en het in bijlage 19 opgenomen ingevulde registratieformulier. 2016 64198 25-11-2016 21-11-2016 2013387 2016 64198 25-11-2016 21-11-2016 2013387 26-11-2016
Artikel 3.11 — Artikel 3.11#
Artikel 3.11 1 artikel 3.98a, derde en zesde lid, van het Besluit De examenprogramma’s, bedoeld in, die zijn opgenomen in het zelfstudiepakket Naar Nederland, zijn verkrijgbaar bij alle erkende boekhandels en via internetboekhandels. 2 De adviesprijs van het zelfstudiepakket bedraagt € 26,20. 2019 18085 29-03-2019 27-03-2019 2541976 2019 18085 29-03-2019 27-03-2019 2541976 01-04-2019
Artikel 3.12 — Artikel 3.12#
Artikel 3.12 artikel 3.98b, tweede lid, van het Besluit De kosten, bedoeld inbedragen € 150 en worden voldaan door storting of overschrijving van het verschuldigde bedrag in Euro op een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen bankrekening. 2016 9931 24-02-2016 19-02-2016 736437 2016 86 24-02-2016 17-02-2016 25-02-2016 09-07-2015 Treedt in werking op het moment dat artikel I, onderdeel W, van
het Wijzigingsbesluit Vreemdelingenbesluit 2000 (uitbreiding
zoekjaar voor vreemdelingen die zijn afgestudeerd of
wetenschappelijk onderzoek hebben verricht, enz.) (Stb. 2016/86) in
werking treedt.
Artikel 3.13 — Artikel 3.13#
Artikel 3.13 artikel 16, derde lid, van de Wet De vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit die lager onderwijs in de Nederlandse taal, als bedoeld in, heeft gevolgd, overlegt: a. een schooldiploma of getuigschrift behaald in Suriname voor 25 november 1975 waaruit blijkt dat tenminste de lagere school in de Nederlandse taal is afgerond en een verklaring van het Centraal Bureau Burgerzaken voorzien van een apostille waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van afronding van deze school woonachtig is geweest in Suriname; b. een door het Surinaamse Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling afgegeven schooldiploma of getuigschrift, behaald in Suriname na 25 november 1975, waaruit blijkt dat tenminste de lagere school in de Nederlandse taal is afgerond, dan wel een verklaring van het Examenbureau van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling waaruit dit blijkt. Het diploma, het getuigschrift of de verklaring dient te zijn voorzien van een apostille; c. een in Nederland gehaald diploma hoger dan dat van het lager onderwijs; d. een historisch overzicht uit het Vestigingsregister te Den Haag waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van de afronding van de lagere school, op de leeftijd van elf dan wel twaalf of dertien jaar, woonachtig is geweest in Nederland; of e. een afschrift uit de BRP waaruit blijkt dat de vreemdeling ten tijde van de afronding van de lagere school, op de leeftijd van elf dan wel twaalf of dertien jaar, woonachtig is geweest in Nederland. 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 06-01-2014
Artikel 3.14 — Artikel 3.14#
Artikel 3.14 Vervallen 2004 69 08-04-2004 05-04-2004 INDUIT04-2098(AUB) 2004 69 08-04-2004 05-04-2004 INDUIT04-2098(AUB) 13-04-2004
Artikel 3.15 — Artikel 3.15#
Artikel 3.15 Vervallen 2004 69 08-04-2004 05-04-2004 INDUIT04-2098(AUB) 2004 69 08-04-2004 05-04-2004 INDUIT04-2098(AUB) 13-04-2004
Artikel 3.16 — Artikel 3.16#
Artikel 3.16 1 artikel 3.80a, tweede lid, onder e artikel 3.96a, tweede lid, onder e, van het Besluit artikel 5, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering 2021 artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering Wet inburgering 2021 Bij een beroep op, ofoverlegt de aanvrager de beschikking, waarbij ontheffing van de inburgeringsplicht op grond vanof, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop dein werking treedt is verleend. 2 artikel 3.80a, derde lid artikel 3.96a, derde lid, van het Besluit artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit inburgering 2021 artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering Besluit inburgering 2021 Bij een beroep op, ofoverlegt de aanvrager de deskundigenverklaring als bedoeld inof het advies als bedoeld in, zoals dat besluit luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van het, dat niet ouder is dan zes maanden. 3 artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering Wet inburgering 2021 artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet Ter zake van de door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap afgenomen toets of de vreemdeling het leervermogen heeft om het examen, bedoeld in, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deof een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in, te behalen, is de vreemdeling aan DUO een bedrag van € 150 verschuldigd. 4 Ter zake van het advies, bedoeld in het tweede lid, is de vreemdeling aan de door de Minister voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onafhankelijk medisch adviseur een bedrag van € 240,79 verschuldigd. 2022 8974 31-03-2022 29-03-2022 3917470 2022 8974 31-03-2022 29-03-2022 3917470 01-04-2022 01-01-2022 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 3.16a — Artikel 3.16a#
Artikel 3.16a artikel 3.4, vierde lid, van het Besluit Als categorie vreemdelingen, bedoeld in, is aangewezen vreemdelingen met het verblijfsdoel verblijf in het kader van de pilot huisvesting Akense niet-EU studenten. 2019 24697 30-04-2019 26-04-2019 2570168 2019 24697 30-04-2019 26-04-2019 2570168 01-05-2019
Artikel 3.16b — Artikel 3.16b#
Artikel 3.16b 1 artikel 3.4, vierde lid, van het Besluit Gelet opkan de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden verleend onder de beperking grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk aan de vreemdeling die: a. op grond van een geldige arbeidsovereenkomst of aanstelling in dienst is bij de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk; en b. grenscontroles verricht ten behoeve van het rechtstreekse treinverkeer op het traject tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. 2 Het verblijfsrecht is tijdelijk. 3 De verblijfsvergunning wordt verleend voor de duur van de arbeidsovereenkomst of aanstelling en ten hoogste voor vijf jaar. De verblijfsvergunning is niet verlengbaar na vijf jaar. 4 artikel 3.14 van het Besluit artikel 3.13, eerste lid, van het Besluit Aan de gezinsleden van de vreemdeling, bedoeld in, kan een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden verleend, bedoeld in. 2024 19127 12-06-2024 11-06-2024 5503307 2024 19127 12-06-2024 11-06-2024 5503307 13-06-2024 01-02-2024
Artikel 3.16c — Artikel 3.16c#
Artikel 3.16c 1 artikel 3.4, vierde lid, van het Besluit artikel 1 van de Rijkswet nationaliteit zeeschepen Als categorie vreemdelingen, bedoeld in, zijn aangewezen vreemdelingen met het verblijfsdoel schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van het bij de aanvraag opgegeven zeeschip, als bedoeld in. 2 artikel 4.5, aanhef en onder b, van het Besluit Wet arbeid vreemdelingen 2022 Het eerste lid is uitsluitend van toepassing op de vreemdeling, als bedoeld inuitvoering, die: a. beschikt over een geldige arbeidsovereenkomst, waarmee een bruto inkomen wordt verworven dat ten minste gelijk is aan de standaardbeloning van een volmatroos, zoals bedoeld in Voorschrift 2.2, Leidraad B2.2.4, van het Maritiem arbeidsverdrag, 2006; b. op grond van de arbeidsovereenkomst gedurende het verblijf aan boord van het bij de aanvraag opgegeven zeeschip in een Nederlandse zeehaven recht heeft op kosteloze accommodatie en kosteloos levensonderhoud van de scheepsbeheerder; c. in het bezit is van een geldig monsterboekje dat ten minste in de Engelse taal is gesteld en is afgegeven door of namens de bevoegde autoriteit van het land van herkomst of van een ander land; en d. gedurende zes maanden direct voorafgaande aan de verlening van de verblijfsvergunning in Nederland geen schepelingendienst heeft verricht op basis van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van het bij de aanvraag opgegeven zeeschip. 3 Het verblijfsrecht is tijdelijk. 4 artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet De inbedoelde middelen van bestaan zijn in ieder geval voldoende, indien de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b. 5 De verblijfsvergunning wordt verleend voor de duur van de arbeidsovereenkomst en ten hoogste voor de duur van 11 maanden. De verblijfsvergunning is niet verlengbaar na 11 maanden. 2025 43026 24-12-2025 22-12-2025 6908992 2025 43026 24-12-2025 22-12-2025 6908992 01-04-2026
Artikel 3.17 — Artikel 3.17#
Artikel 3.17 artikel 3.6c, eerste lid, van het Besluit De situatie waarin wordt voldaan aan de voorwaarden voor de overgangsregeling van de Terugtrekkingsregeling wordt aangewezen als geval, bedoeld in. 2020 7023 31-01-2020 30-01-2020 2808842 2020 7023 31-01-2020 30-01-2020 2808842 31-01-2020
Artikel 3.17a — Artikel 3.17a#
Artikel 3.17a Vervallen 2019 24697 30-04-2019 26-04-2019 2570168 2019 24697 30-04-2019 26-04-2019 2570168 01-05-2019
Artikel 3.18 — Artikel 3.18#
Artikel 3.18 artikelen 3.21 3.23, vierde lid, onder c 3.24a, eerste lid, onder c 3.30c, tweede lid, onder d 3.33, tweede lid, onder c 3.79, tweede lid, van het Besluit Als de landen, bedoeld in de,,,,en, zijn aangewezen: a. de staten die partij zijn bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; b. de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; c. Australië, Canada, Israël, Japan, Monaco, Nieuw Zeeland, Suriname, de Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland, en d. de overige staten die op de landenlijst van de Commissie Praktische Tuberculosebestrijding zijn uitgezonderd van de binnenkomstscreening op tuberculose. 2023 9856 29-03-2023 27-03-2022 4554227 2023 9856 29-03-2023 27-03-2022 4554227 01-04-2023
Artikel 3.18a — Artikel 3.18a#
Artikel 3.18a Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.18b — Artikel 3.18b#
Artikel 3.18b Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.18c — Artikel 3.18c#
Artikel 3.18c Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.19 — Artikel 3.19#
Artikel 3.19 1 artikel 4, onderdeel a, van de Participatiewet artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet artikel 16 van de Wet financiering sociale verzekeringen artikelen 8, eerste lid, onder a 14, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 15 van die wet Voor alleenstaanden in de zin vanen alleenstaande ouders in de zin van artikel 4, onderdeel b, van de Participatiewet zijn de inbedoelde middelen van bestaan in ieder geval voldoende, indien de som van het loon, bedoeld in, uit arbeid in loondienst, het bruto inkomen uit een inkomensvervangende uitkering krachtens een socialeverzekeringswet waarvoor premies zijn afgedragen, de bruto-winst uit arbeid als zelfstandige en het inkomen uit eigen vermogen ten minste gelijk is aan 70 procent van het minimumloon, bedoeld in de, en, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in. 2 artikel 3.74, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit Voor degene die het verblijf in Nederland financiert van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van uitwisseling, voor zover de vreemdeling als au pair verblijft of wil verblijven of van medische behandeling, zijn de middelen van bestaan in ieder geval voldoende, indien de in het eerste lid bedoelde som ten minste gelijk is aan het in het eerste lid ofbedoelde bedrag voor de categorie waartoe die persoon behoort, aangevuld met 50 procent van het in het eerste lid bedoelde minimumloon. 3 Wet op de Studiefinanciering 2000 artikel 3.74, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit Voor degene die het verblijf in Nederland financiert van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie, zijn de middelen van bestaan voldoende, indien de in het eerste lid bedoelde som ten minste gelijk is aan het normbedrag voor uitwonende studenten, bedoeld in de, aangevuld met het eerste lid ofbedoelde bedrag voor de categorie waartoe de persoon behoort die het verblijf financiert. 4 artikel 3.74, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit Voor degene die het verblijf in Nederland financiert van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van medische behandeling en van zijn gezinsleden, zijn de middelen van bestaan in ieder geval voldoende, indien de in het eerste lid bedoelde som ten minste gelijk is aan het in het eerste lid ofbedoelde bedrag voor de categorie waartoe die persoon behoort, aangevuld met: a. 90 procent van het in het eerste lid bedoelde minimumloon in het geval dat hij het verblijf van de vreemdeling die alleenstaande ouder is financiert of b. 100 procent in het geval dat de derde het verblijf van een gezin financiert. 2015 18302 30-06-2015 26-06-2015 657292 2015 18302 30-06-2015 26-06-2015 657292 01-07-2015
Artikel 3.20 — Artikel 3.20#
Artikel 3.20 1 Middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige zijn eerst duurzaam, indien zij gedurende ten minste anderhalf jaar zijn verworven en nog een jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. 2 artikel 14 van de Wet Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvraag strekt tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld inonder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige. 3 artikel 14 van de Wet artikel 3.30, zesde lid, van het Besluit Indien de aanvraag strekt tot het verlengen van een verblijfsvergunning als bedoeld inonder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige, in het geval deze vergunning direct volgt op een vergunning die is verleend in het kader van, geldt dat middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige tevens als duurzaam worden aangemerkt, wanneer de Minister beoordeelt dat de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming voldoende is gewaarborgd. Voor deze beoordeling wordt advies gevraagd aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 2025 11576 09-04-2025 08-04-2025 6239297 2025 11576 09-04-2025 08-04-2025 6239297 10-04-2025
Artikel 3.20a — Artikel 3.20a#
Artikel 3.20a 1 artikel 3.30, eerste lid, onder a, van het Besluit bijlage 8a Bij de beoordeling van het wezenlijk Nederlands belang, bedoeld inbetrekt de Minister het advies van de Minister van Economische Zaken. De Minister van Economische Zaken baseert zijn advies op het puntenstelsel dat is opgenomen inbij deze regeling. 2 Met de arbeid als zelfstandige is een wezenlijk Nederlands belang gediend, indien aan de vreemdeling met toepassing van het puntenstelsel, bedoeld in het eerste lid, ten minste 30 punten worden toegekend voor elk van de drie navolgende criteria: diens persoonlijke ervaring, diens ondernemingsplan als voor diens toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie. 3 In afwijking van het tweede lid geldt dat met de arbeid als zelfstandige tevens een wezenlijk Nederlands belang is gediend, indien aan de vreemdeling met toepassing van het puntenstel, bedoeld in het eerste lid, minder dan 30 punten worden toegekend voor diens toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie en ten minste 45 punten worden toegekend voor diens persoonlijke ervaring en ten minste 45 punten voor diens ondernemingsplan. 4 bijlage 8aa Het puntenstelsel is niet van toepassing op vreemdelingen met de nationaliteit van de Republiek Turkije die zelfstandig een beroep of bedrijf uitoefenen. De toetsingscriteria waar de vreemdeling met de nationaliteit van de Republiek Turkije die zelfstandig een beroep of bedrijf uitoefent aan moet voldoen zijn opgenomen inbij deze regeling. 5 bijlage 8aaa In afwijking van het eerste tot en met derde lid, betrekt de Minister bij de beoordeling van het wezenlijk Nederlands belang bij de arbeid als zelfstandig kunstenaar het advies van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap baseert zijn advies op het beoordelingskader dat is opgenomen inbij deze regeling. 2024 38461 29-11-2024 21-11-2024 5542273 2024 38461 29-11-2024 21-11-2024 5542273 30-11-2024
Artikel 3.20b — Artikel 3.20b#
Artikel 3.20b 1 artikel 3.30, zesde lid, van het Besluit bijlage 8b Verblijf in het kader van arbeid als zelfstandige als bedoeld in, is mogelijk indien de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister beschikt over een betrouwbare deskundige begeleider en voldoet aan artikel 3.30, zesde lid, van het Besluit. De beoordeling geschiedt aan de hand vanbij deze regeling. 2 Het verblijf kan door de vreemdeling of een persoon of rechtspersoon gezamenlijk worden bekostigd. 3 Indien het verblijf middels periodieke betalingen wordt bekostigd, zijn middelen van bestaan slechts duurzaam, indien naar het oordeel van Onze Minister voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de periodieke geldstroom. 4 Middelen van bestaan zijn duurzaam, indien deze op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar of zoveel korter als het voorgenomen verblijf in Nederland zal duren, beschikbaar zijn. 5 artikel 3.19, eerste lid Middelen van bestaan zijn eveneens duurzaam, indien op een ten name van de vreemdeling gestelde bankrekening in Nederland, dan wel op de bankrekening van de begeleider, een bedrag beschikbaar is, gelijk aan het maandelijkse normbedrag, bedoeld in, vermenigvuldigd met twaalf, of zoveel minder als het voorgenomen verblijf in Nederland zal duren. 6 De verblijfsvergunning kan worden afgewezen indien de vreemdeling en de begeleider van elkaar bloedverwant zijn tot en met de derde graad. 2014 36739 18-12-2014 11-12-2014 593764 2014 36739 18-12-2014 11-12-2014 593764 01-01-2015
Artikel 3.20c — Artikel 3.20c#
Artikel 3.20c Middelen van bestaan zijn duurzaam, indien deze op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar of zoveel korter als het voorgenomen verblijf in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming zal duren, beschikbaar zijn. 2016 64198 25-11-2016 21-11-2016 2013387 2016 64198 25-11-2016 21-11-2016 2013387 29-11-2016
Artikel 3.20d — Artikel 3.20d#
Artikel 3.20d Een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 kan worden verleend indien de vreemdeling een gastovereenkomst heeft gesloten met de referent, en daarin is opgenomen: a. de titel of het doel van de onderzoeksactiviteit of het onderzoeksgebied; b. een verklaring van de vreemdeling dat hij zal trachten de onderzoeksactiviteit volledig uit te voeren; c. een verklaring van de onderzoeksinstelling dat zij de vreemdeling ontvangt met het oog op de voltooiing van het onderzoek; d. de begindatum en de einddatum of de geschatte duur van de onderzoeksactiviteit; e. informatie over de voorgenomen mobiliteit in een of meerdere tweede lidstaten, indien die mobiliteit op het moment van de aanvraag in de eerste lidstaat bekend is; f. informatie over de rechtsbetrekking tussen de onderzoeksinstelling en de vreemdeling; g. informatie over de arbeidsvoorwaarden van de vreemdeling. 2018 26646 16-05-2018 26-04-2018 2255930 2018 26646 16-05-2018 26-04-2018 2255930 23-05-2018
Artikel 3.20e — Artikel 3.20e#
Artikel 3.20e 1 artikel 2.7, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 Onder geldige medewerkersparticipatie als bedoeld inwordt verstaan: a) aandelen in de onderneming ter grootte van: 1°. minimaal 1% van het geplaatste kapitaal van de onderneming op datum van het sluiten van de participatieovereenkomst; of 2°. een aandelenbelang dat een financiële waarde vertegenwoordigt van minimaal € 65.000 op datum van het sluiten van de participatieovereenkomst. b) certificaten van aandelen ter grootte van: 1°. minimaal 1% van het geplaatste kapitaal van de onderneming; of 2°. die een financiële waarde vertegenwoordigen van minimaal € 65.000 op datum van het sluiten van de participatieovereenkomst. c) aandelenopties die recht geven om, tegen een vooraf bij het tekenen van de participatieovereenkomst bepaalde prijs: 1°. aandelen ter grootte van minimaal 1% van het aandelenkapitaal in de onderneming, te verkrijgen; of 2°. Een aantal aandelen te verkrijgen dat gezamenlijk een aandelenbelang vertegenwoordigt met een financiële waarde van minimaal € 65.000 op datum van het sluiten van de participatieovereenkomst, na aftrek van de vooraf bepaalde prijs. 2 Aan het recht om het minimale percentage aan aandelen, bedoeld in het eerste lid, te verkrijgen of wanneer deze onvoorwaardelijk worden, mogen geen individuele prestatievoorwaarden verbonden zijn. 3 De eventueel overeengekomen periode waarin de medewerkersparticipatie onvoorwaardelijk wordt, valt binnen de termijn van drie jaar nadat de arbeidsovereenkomst in werking is getreden. 4 artikel 2.7, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 bijlage 8c Onze Minister van Justitie en Veiligheid beoordeelt of een onderneming startend en innovatief is met schaalbare bedrijfsactiviteiten aan de hand van het toetsingskader, bedoeld indat is opgenomen in de bij deze regeling behorende. Voor deze beoordeling wordt advies gevraagd aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 2025 11576 09-04-2025 08-04-2025 6239297 2025 11576 09-04-2025 08-04-2025 6239297 10-04-2025
Artikel 3.21 — Artikel 3.21#
Artikel 3.21 artikel 3.41, eerste lid, onder c, van het Besluit Als opleiding of studie, bedoeld inzijn aangewezen: a. opleidingen die worden verzorgd in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken; b. Wet op het specifiek cultuurbeleid opleidingsactiviteiten in het kader van de, en c. een opleiding aan een Academie voor Bouwkunst waarbij werkervaring en studie worden gecombineerd. 2015 18302 30-06-2015 26-06-2015 657292 2015 18302 30-06-2015 26-06-2015 657292 01-07-2015
Artikel 3.22 — Artikel 3.22#
Artikel 3.22 1 In het kader van studie wordt onder voldoende middelen van bestaan verstaan: a. artikel 3.74, tweede lid, van het Besluit indien de vreemdeling of een buiten Nederland gevestigde persoon of rechtspersoon de studie en het verblijf bekostigt: een netto-inkomen als bedoeld in, of b. artikel 3.74, eerste lid, van het Besluit indien een in Nederland gevestigde persoon of rechtspersoon de studie en het verblijf van de vreemdeling bekostigt: een netto-inkomen als bedoeld in, aangevuld met het in artikel 3.74, tweede lid, van het Besluit bedoelde bedrag. 2 artikel 3.75 van het Besluit Indien de studie en het verblijf middels periodieke betalingen worden bekostigd, zijn middelen van bestaan in afwijking vanslechts duurzaam, indien naar het oordeel van Onze Minister voldoende zekerheid is verschaft over het ongestoorde verloop van de periodieke geldstroom. 3 Middelen van bestaan zijn duurzaam, indien deze op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, voor een jaar of zoveel korter als de voorgenomen studie in Nederland zal duren, beschikbaar zijn. 4 Middelen van bestaan zijn eveneens duurzaam, indien op een ten name van de vreemdeling gestelde bankrekening in Nederland, dan wel op de bankrekening van de onderwijsinstelling waar de student zich heeft ingeschreven, een bedrag beschikbaar is, gelijk aan het maandelijkse normbedrag, bedoeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met twaalf of zoveel minder als het aantal maanden dat de voorgenomen studie in Nederland zal duren. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.23 — Artikel 3.23#
Artikel 3.23 artikel 3.42, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit Als buitenlandse onderwijsinstelling, bedoeld in, zijn aangewezen de onderwijsinstellingen die in de top 200 van ten minste twee van afzonderlijke uitgevers afkomstige algemene ranglijsten of beschikbare ranglijsten per faculteit en vakgebied vermeld staan van: a. de Times Higher Education World University Rankings; b. de QS World University Rankings; c. de Academic Ranking of World Universities. 2021 27584 31-05-2021 26-05-2021 3341012 2021 27584 31-05-2021 26-05-2021 3341012 01-07-2021
Artikel 3.24 — Artikel 3.24#
Artikel 3.24 1 Verblijf in het kader van uitwisseling is mogelijk indien de vreemdeling minimaal achttien jaar is en indien: a. de vreemdeling die als au pair in Nederland verblijft of wil verblijven jonger dan zesentwintig jaar is, of b. de vreemdeling die niet als au pair in Nederland verblijft of wil verblijven jonger dan eenendertig jaar is. 2 In afwijking van het eerste lid is verblijf mogelijk als de vreemdeling tussen de vijftien en achttien jaar is, voor zover: a. de vreemdeling niet als au pair in Nederland verblijft of wil verblijven, en b. de mogelijkheid daartoe is opgenomen in het culturele uitwisselingsprogramma. 3 artikel 3.43, eerste lid, onder a, van het Besluit In een uitwisselingsprogramma, als bedoeld in, wordt in ieder geval opgenomen: a. op welke wijze de vreemdeling gedurende het tijdelijk verblijf in Nederland kennis maakt met de Nederlandse samenleving en cultuur; b. de wijze waarop de referent invulling geeft aan de zorgplicht; c. de aard en omvang van de werkzaamheden die de vreemdeling gaat verrichten; d. indien het een uitwisselingsprogramma voor au pairs betreft, dat de au pair en het gastgezin de dagindeling overeenkomen; e. bijlage 10a indien het een uitwisselingsprogramma voor au pairs betreft, dat de au pair en het gastgezin de bewustverklaring ondertekenen. De bewustverklaring is opgenomen invan deze regeling; f. indien het een uitwisselingsprogramma voor au pairs betreft, dat de au pair ongehuwd is, en g. indien het een uitwisselingsprogramma voor au pairs betreft, dat de au pair geen kinderen of pleegkinderen heeft. 4 Vervallen. 5 Een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met uitwisseling in het kader van Europees Vrijwilligerswerk kan worden verleend indien de vreemdeling een overeenkomst heeft gesloten met de referent, en daarin is opgenomen: 1°. een beschrijving van het vrijwilligersprogramma; 2°. de duur van het vrijwilligerswerk; 3°. de voorwaarden voor plaatsing en voor het toezicht op het vrijwilligerswerk; 4°. het aantal uren dat de vreemdeling aan het vrijwilligerswerk moet besteden; 5°. de beschikbare middelen ter dekking van de kosten van levensonderhoud en onderkomen van de vreemdeling en een minimumbedrag aan zakgeld voor de duur van het verblijf, en 6°. indien van toepassing, de opleiding die de vreemdeling zal ontvangen om hem te helpen bij het verrichten van zijn vrijwilligerswerk. 2022 26124 30-09-2022 29-09-2022 4203683 2022 26124 30-09-2022 29-09-2022 4203683 01-10-2022
Artikel 3.24a — Artikel 3.24a#
Artikel 3.24a artikel 14 van de Wet artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet De aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld inin het kader van uitwisseling, ten behoeve van een uitwisselingsjongere, niet zijnde een au pair, wordt niet op grond vanafgewezen indien de uitwisselingsjongere in zijn eigen levensonderhoud voorziet. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.24aa — Artikel 3.24aa#
Artikel 3.24aa 1 artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, van het Besluit Als categorieën vreemdelingen, bedoeld in, zijn aangewezen vreemdelingen met het volgende verblijfsdoel: a. Remigratiewet verblijf in het kader van remigratie op grond van de; b. verblijf in het kader van verwesterde schoolgaande minderjarige vrouwen voor vreemdelingen met de Afghaanse nationaliteit; c. verblijf in het kader van plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996; d. verblijf als vreemdeling die zich in de terminale fase van een ziekte bevindt; e. verblijf op basis van de duurzaamheids- en proportionaliteitsbeoordeling van vreemdelingen aan wie artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen; f. verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel; g. verblijf in het kader van beschermde getuige in het beschermingsprogramma van de politie; h. verblijf als mensenrechtenverdediger. 2 artikel 3.51, vierde lid, van het Besluit Als categorieën vreemdelingen, bedoeld in, zijn aangewezen vreemdelingen met het volgende verblijfdoel: a. artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, d en e van de Rijkswet op het Nederlanderschap verblijf als oud-Nederlander in het kader van; b. verblijf in het kader van de Afsluitingsregeling Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen; c. verblijf wegens bijzondere individuele omstandigheden na verblijf als familie- of gezinslid; d. verblijf na verblijf als slachtoffer van mensenhandel die hiervan geen aangifte kan of wil doen; e. verblijf na verblijf als slachtoffer van (dreigend) eergerelateerd geweld of van (dreigend) huiselijk geweld; f. verblijf na verblijf als slachtoffer of slachtoffer-aangever van mensenhandel; g. verblijf na verblijf als getuige aangever van mensenhandel; h. verblijf in het kader van de uitoefening van het privéleven, bedoeld in artikel 8 EVRM; i. verblijf in het kader van plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996; j. verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel; k. verblijf in het kader van beschermde getuige in het beschermingsprogramma van de politie; 1. verblijf van gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ verleend na verblijf in het kader van medische behandeling; m. vervallen. 2025 29509 03-09-2025 25-08-2025 6447370 2025 29509 03-09-2025 25-08-2025 6447370 04-09-2025 01-01-2024
Artikel 3.24b — Artikel 3.24b#
Artikel 3.24b artikel 3.75, eerste lid, van het Besluit In aanvulling op, zijn in het kader van verblijf als familie- of gezinslid middelen van bestaan verkregen uit arbeid in loondienst eveneens duurzaam, indien op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven een aaneengesloten periode van een jaar voldoende middelen van bestaan uit arbeid in loondienst zijn verworven en de middelen van bestaan nog zes maanden beschikbaar zijn. 2017 17314 23-03-2017 20-03-2017 2055393 2017 17314 23-03-2017 20-03-2017 2055393 24-03-2017 21-09-2016
Artikel 3.25 — Artikel 3.25#
Artikel 3.25 artikel 3.77, elfde lid artikel 3.86, achttiende lid, van het Besluit bijlage 12 Het model van de antecedentenverklaring, bedoeld in, en, is opgenomen inbij deze regeling. 2018 36223 29-06-2018 25-06-2018 2294133 2018 36223 29-06-2018 25-06-2018 2294133 01-07-2018
Artikel 3.25a — Artikel 3.25a#
Artikel 3.25a Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.26 — Artikel 3.26#
Artikel 3.26 1 artikel 3.99, eerste lid, van het Besluit De door de vreemdeling ingediende aanvraag, bedoeld in, wordt ingediend door tussenkomst van de erkende referent. 2 artikel 3.14 van het Besluit De erkende referent kan de aanvraag indienen ten behoeve van een gezinslid als bedoeld in. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.26a — Artikel 3.26a#
Artikel 3.26a Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.27 — Artikel 3.27#
Artikel 3.27 Vervallen 2004 69 08-04-2004 05-04-2004 INDUIT04-2098(AUB) 2004 69 08-04-2004 05-04-2004 INDUIT04-2098(AUB) 13-04-2004
Artikel 3.28 — Artikel 3.28#
Artikel 3.28 Vervallen 2004 69 08-04-2004 05-04-2004 INDUIT04-2098(AUB) 2004 69 08-04-2004 05-04-2004 INDUIT04-2098(AUB) 13-04-2004
Artikel 3.29 — Artikel 3.29#
Artikel 3.29 Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.30 — Artikel 3.30#
Artikel 3.30 Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.31 — Artikel 3.31#
Artikel 3.31 Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.32 — Artikel 3.32#
Artikel 3.32 Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.33 — Artikel 3.33#
Artikel 3.33 artikelen 14 20 van de Wet Bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in deen, verklaart de vreemdeling of de wettelijk vertegenwoordiger ermee bekend te zijn dat de verblijfsrechtelijke gegevens via de koppelingen tussen de vreemdelingenadministratie en de BRP worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens voor de beoordeling van voorzieningen nodig hebben. 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 06-01-2014
Artikel 3.33a — Artikel 3.33a#
Artikel 3.33a artikelen 3.99a 3.102b van het Besluit Deenzijn niet van toepassing op de vreemdeling: a. wiens vrijheid rechtens is ontnomen; b. die door de Minister is geïnformeerd over de datum van de vlucht ter fine van zijn verwijdering; c. artikelen 44a 62b van de Wet tegen wie de Minister het overdrachtsbesluit, bedoeld in deen, heeft uitgevaardigd en die in afwachting is van de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat. 2014 8975 27-03-2014 21-03-2014 497422 2014 8975 27-03-2014 21-03-2014 497422 01-04-2014
Artikel 3.33b — Artikel 3.33b#
Artikel 3.33b Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.33c — Artikel 3.33c#
Artikel 3.33c Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.33d — Artikel 3.33d#
Artikel 3.33d Vervallen 2007 182 20-09-2007 14-09-2007 5505825/07 2007 182 20-09-2007 14-09-2007 5505825/07 22-09-2007 Artikel II van Wijzigingsregeling Voorschrift Vreemdelingen 2000 (overneming taken van gemeente door IND), Stcrt. 2007/182, bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3.34 — Artikel 3.34#
Artikel 3.34 artikel 14 van de Wet Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen of wijzigen onderscheidenlijk verlengen van een verblijfsvergunning als bedoeld in, is de vreemdeling die niet in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf geldig voor het doel waar verblijf voor wordt gevraagd, voor een verblijfsdoel als bedoeld in kolom I, het daarachter vermelde bedrag in kolom II onderscheidenlijk kolom III verschuldigd. I. Verblijfsdoel II. Verlening of wijziging III. Verlenging a. ‘verblijf als familie- of gezinslid’ € 254 € 254 b. ‘verblijf als economisch niet- actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling’ 2.810 € 254, of als vermogende vreemdeling: € 1.406 € 254, of als vermogende vreemdeling: € c. ‘arbeid als zelfstandige’ € 423 € 423 d. ‘arbeid als kennismigrant’ € 423 € 423 e. ‘verblijf als houder van de Europese blauwe kaart’ € 423 € 423 f. ‘seizoenarbeid’ € 254 € 254 g. ‘overplaatsing binnen een onderneming’ € 423 € 423 h. ‘arbeid in loondienst’ € 423 € 423 i. ‘grensoverschrijdende dienstverlening’ € 85 € 85 richtlijn 2016/801/EU j. ‘wetenschappelijk onderzoek in de zin van’ € 254 € 254 k. ‘lerend werken’ € 423 € 423 l. ‘arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel’ € 0 € 0 m. ‘studie’ € 254 € 254 n. ‘het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’ € 254 niet van toepassing o. ‘uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag’ € 423 € 423 p. ‘medische behandeling’ artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in€ 0, overige € 1.337 artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in€ 0, overige € 466 q. ‘tijdelijke humanitaire gronden’ In het kader van ‘buiten schuld’, met uitzondering van amv’s € 423, overige € 0 In het kader van ‘buiten schuld’, met uitzondering van amv’s € 423, overige € 0 artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap r. ‘het afwachten van een verzoek op grond van’ € 254 € 254 s. ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ artikel 3.24aa, tweede lid, onderdeel k In het kader van€ 0, overige € 254 artikel 3.24aa, tweede lid, onderdeel k In het kader van€ 0, in het kader van de regeling langdurig verblijvende kinderen € 214, overige € 254 t. ’grenswachter van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk’ € 423 € 423 u. ’schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van het bij de aanvraag opgegeven zeeschip’ € 423 Niet van toepassing v. alle overige verblijfsdoelen € 254 € 254 2025 43026 24-12-2025 22-12-2025 6908992 2025 43026 24-12-2025 22-12-2025 6908992 01-04-2026
Artikel 3.34a — Artikel 3.34a#
Artikel 3.34a artikel 3.34 In afwijking vangeldt voor de navolgende categorieën vreemdelingen als bedoeld in kolom I, het daarachter vermelde bedrag in kolom II onderscheidenlijk kolom III. I. Categorie II. Verlening of wijziging III. Verlenging a. ‘verblijf als familie- of gezinslid’ indien het een kind betreft die verblijf vraagt bij een ouder € 254 € 254 b. gezinslid van een houder van een EU- verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen welk gezinslid het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ aanvraagt € 254 € 254 artikel 14 van de Wet c. houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in een andere lidstaat of een gezinslid daarvan die een verblijfsvergunning als bedoeld inaanvraagt € 254 € 254 d. vreemdeling die valt onder artikel 41, eerste lid, van het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1971, 70) of artikel 6, 7 of 13 van het Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie € 85 € 85 artikel 8 van de Remigratiewet e. vreemdeling die in aanmerking komt voor de terugkeeroptie op grond van € 85 € 85 f. vreemdeling met de nationaliteit van Argentinië, Australië, Canada, Hong Kong, Nieuw Zeeland dan wel Zuid-Korea die het verblijfsdoel ‘uitwisseling’ aanvraagt, in het kader van het Working Holiday Scheme of het Working Holiday Programme € 85 niet van toepassing g. vreemdeling met de nationaliteit van Canada die het verblijfsdoel ‘lerend werken’ aanvraagt, in het kader van het Young Workers Exchange Programme € 85 € 85 h. vreemdeling die werkzaamheden als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van het op 7 juni 2007 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland (Trb. 2007, 25) verricht en het verblijfsdoel ‘arbeid in loondienst’ aanvraagt € 85 € 85 i. vreemdeling die met het oog op de voorlaatste alinea van de brief van 21 december 2007 van de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verenigde Naties, behorend bij het op 21 december 2007 te New York tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciale Tribunaal voor Libanon (Trb. 2007, 228), het verblijfsdoel ‘arbeid in loondienst’ aanvraagt € 85 € 85 j. vreemdeling die het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ aanvraagt en die om vrijstelling van leges verzoekt, daarbij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 EVRM en aantoont niet te kunnen beschikken over middelen om aan de legesverplichting te kunnen voldoen € 0 € 0 artikel 14 van de Wet artikel 3.4, eerste lid, van het Besluit k. vreemdeling die blijkens een schriftelijke verklaring van de Minister in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als bedoeld in, voor een verblijfsdoel verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden of met een ander verblijfsdoel dan genoemd in € 0 niet van toepassing artikel 3.48, eerste lid, onder g l. minderjarig kind dat een aanvraag indient voor ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij een vreemdeling die verblijf heeft gekregen of heeft aangevraagd voor het verblijfsdoel ‘tijdelijke humanitaire gronden’, tenzij die verblijfsvergunning is verleend op grond van, of 3.48, tweede lid, onder a, van het Besluit € 0 € 0 artikel van 14 van de Wet m. vreemdeling in aanmerking komt voor verlenging van de verblijfsvergunning als bedoeld in, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid voor verblijf bij een vreemdeling aan wie in het kader van dreigend eergerelateerd geweld, slachtoffer mensenhandel of huiselijk geweld, een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden is verleend niet van toepassing € 0 n. de broer en zus die een aanvraag indienen voor ‘verblijf als familie- en gezinslid’ bij een vreemdeling die verblijf heeft gekregen of heeft aangevraagd voor het verblijfsdoel ‘tijdelijke humanitaire gronden’ in het kader van het beleid voor de Afghaanse vreemdeling die een verwesterde, schoolgaande en minderjarige vrouw is € 0 € 0 artikel 3.101, tweede lid, van het Besluit o. vreemdeling die een aanvraag indient in het geval, bedoeld in € 0 niet van toepassing p. vreemdeling waaraan een verblijfsvergunning is verleend in het kader van verblijf als gezinslid van een militair verbonden aan een hier te lande gevestigd internationaal militair hoofdkwartier (Joint Force Command- headquarters) onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ € 254 € 0 artikel 3.51, derde lid, van het Besluiten artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder j q. vreemdeling die een verblijfsvergunning als bedoeld in, in verband met gezagsbeëindiging aanvraagt € 0 € 0 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026
Artikel 3.34b — Artikel 3.34b#
Artikel 3.34b artikel 3.34 3.34a In aanvulling openkan de Minister in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken bepalen dat de vastgestelde leges niet zijn verschuldigd in het belang van de internationale betrekkingen. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt. 2013 14569 31-05-2013 28-05-2013 391564 2013 14569 31-05-2013 28-05-2013 391564 01-06-2013
Artikel 3.34c — Artikel 3.34c#
Artikel 3.34c 1 artikel 3.34 3.34a artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder j artikel 14 van de Wet artikel 3.51, derde lid, van het Besluit In afwijking vanenis de vreemdeling geen leges verschuldigd ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning als bedoeld in, onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden op grond vanen, in verband met een gezagsbeëindiging. 2 artikel 3.34 3.34a artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f artikel 14 van de Wet artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, van het Besluit artikel 3.51, derde lid, van het Besluit In afwijking vanenis de vreemdeling voor een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning als bedoeld in, onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden op grond vanen, in verband met een ondertoezichtstelling, in een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden op grond vanen artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder j, in verband met een ondertoezichtstelling, een bedrag van € 85 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.34d — Artikel 3.34d#
Artikel 3.34d artikel 3.34 artikel 14 van de Wet In afwijking vanis de vreemdeling geen leges verschuldigd ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning als bedoeld in, indien: a. deze aanvraag gelijktijdig is ontvangen met een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning, tenzij deze aanvragen zijn ontvangen een jaar of langer voordat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning afloopt; b. artikel 20 van de Wet deze aanvraag gelijktijdig is ontvangen met een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in, tenzij deze aanvragen zijn ontvangen een jaar of langer voordat de geldigheidsduur van de vergunning afloopt. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.34e — Artikel 3.34e#
Artikel 3.34e Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.34f — Artikel 3.34f#
Artikel 3.34f Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.34g — Artikel 3.34g#
Artikel 3.34g 1 artikel 20 van de Wet Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld inof een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, is de vreemdeling een bedrag van € 254 verschuldigd. 2 artikel 20 van de Wet In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling van Turkse nationaliteit aan wie het verrichten van arbeid is toegestaan ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld inof een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, een bedrag van € 85 verschuldigd. 3 artikel 20 van de Wet In afwijking van het eerste lid is het toegelaten gezinslid van een vreemdeling als bedoeld in het tweede lid, ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld inof een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, een bedrag van € 85 verschuldigd. 4 artikel 4.22, tweede lid, van het Besluit artikel 8, onder b en e, van de Wet Ter zake van de afgifte ter uitvoering van, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, is de vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd. 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026
Artikel 3.34h — Artikel 3.34h#
Artikel 3.34h 1 Ter zake van de afdoening van een aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument, is de vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd. 2 artikel 3.34g, derde en vierde lid artikel 20 van de Wet Onverminderd, is de vreemdeling die valt onder artikel 41, eerste lid, van het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1971, 70) of artikel 6, 7 of 13 van het Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in, een bedrag van € 85 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.34ha — Artikel 3.34ha#
Artikel 3.34ha 1 Ter zake van de afdoening van een aanvraag om toetsing aan het terugtrekkingsakkoord en afgifte van het daaraan verbonden verblijfsdocument, is de vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd. 2 artikel 8.17 van het Besluit In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling geen leges verschuldigd ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 19 van het terugtrekkingsakkoord indien de vreemdeling die deze aanvraag indient reeds in het bezit is van een document, waaruit het verblijfsrecht als bedoeld inblijkt. 3 Ter zake van de afdoening van een aanvraag om toetsing aan zijn rechten als grensarbeider uit hoofde van titel II van het terugtrekkingsakkoord en afgifte van het daaraan verbonden document, bedoeld in artikel 26 van het terugtrekkingsakkoord, is de vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.34i — Artikel 3.34i#
Artikel 3.34i Vervallen 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.34j — Artikel 3.34j#
Artikel 3.34j 1 artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit artikel 8, onder a, van de Wet Ter zake van de afgifte ter uitvoering van, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt of ter zake van de afgifte van een vervangend document ter correctie van naar het oordeel van de Minister gedateerde of onjuiste gegevens, is de vreemdeling een bedrag van € 171 verschuldigd. 2 artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit artikel 8, onder b, van de Wet Ter zake van de afgifte ter uitvoering van, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt of ter zake van de afgifte van een vervangend document ter correctie van naar het oordeel van de Minister gedateerde of onjuiste gegevens, is de vreemdeling een bedrag van € 171 verschuldigd. 3 artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit artikel 8, onder e, van de Wet Ter zake van de afgifte ter uitvoering van, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt of ter zake van de afgifte van een vervangend document ter correctie van naar het oordeel van de Minister gedateerde of onjuiste gegevens, is de vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd. 4 In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd ter zake van de afgifte van een vervangend document: a. artikel 8, onder a, van de Wet waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, voor zover de vreemdeling van Turkse nationaliteit is en de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige; b. artikel 8, onder b, van de Wet artikel 14 van de Wet waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt voor zover de vreemdeling van Turkse nationaliteit is en de vreemdeling direct voorafgaande aan de aanvraag houder is van een verblijfsvergunning als bedoeld inonder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige; c. artikel 8, onder a, b of l, van de Wet waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt voor zover de vreemdeling van Turkse nationaliteit is en het verrichten van arbeid is toegestaan; d. artikel 8, onder a, b of l, van de Wet waaruit het rechtmatig verblijf bedoeld inblijkt, voor zover de vreemdeling het gezinslid is van een vreemdeling als bedoeld in onderdeel c. 5 artikel 8, onder a, van de Wet In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling een bedrag van € 171 verschuldigd ter zake van de afgifte van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, voor zover de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.34ja — Artikel 3.34ja#
Artikel 3.34ja artikel 3.34a, rij d tot en met g artikelen 3.34g, tweede tot en met het vijfde lid 3.34h, eerste en tweede lid 3.34ha, eerste en tweede lid 3.34j, derde en vierde lid In afwijking van de tarieftabel in, en de,,, en, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 46 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.34jb — Artikel 3.34jb#
Artikel 3.34jb artikel 3.34, rij a artikel 3.34a, rij a tot en met c artikelen 3.34c, tweede lid 3.34g, eerste lid 3.34j, tweede en vijfde lid In afwijking van de tarieftabel in, de tarieftabel in, en de,, en, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.34k — Artikel 3.34k#
Artikel 3.34k 1 artikel 8, onder a of b, van de Wet Ter zake van de afgifte van een document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, aan de minderjarige vreemdeling die voor de eerste keer een zelfstandig verblijfsdocument aanvraagt, is de vreemdeling een bedrag van € 138 verschuldigd. 2 artikel 8, onder e, van de Wet Ter zake van de afgifte van een document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 46 verschuldigd. 3 artikel 3.34j, vierde lid, onderdeel c In afwijking van het eerste lid is de minderjarige vreemdeling die het gezinslid is van een vreemdeling als bedoeld ineen bedrag van € 46 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.34l — Artikel 3.34l#
Artikel 3.34l 1 artikel 24a, eerste lid, onder a, van de Wet bijlage 21 Als administraties, bedoeld in, zijn aangewezen de administraties vermeld in kolom A vanbij deze regeling. 2 artikel 24a, vierde lid, van de Wet bijlage 21 Als gegevens en bescheiden, bedoeld in, zijn aangewezen de gegevens en bescheiden vermeld in kolom B vanbij deze regeling. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.34m — Artikel 3.34m#
Artikel 3.34m artikel 24a, tweede lid, van de Wet Indien de referent de eigen verklaring, bedoeld in, niet kan afleggen, legt hij voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, de gegevens en bescheiden over op basis waarvan de Minister kan vaststellen of aan de voorwaarden wordt voldaan. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 3.35 — Artikel 3.35#
Artikel 3.35 Vervallen 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 20-07-2015
Artikel 3.36 — Artikel 3.36#
Artikel 3.36 1 Daden van vervolging in de zin van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag moeten: a. zo ernstig van aard zijn of zo vaak voorkomen dat zij een ernstige schending vormen van de grondrechten van de mens, met name de rechten ten aanzien waarvan geen afwijking mogelijk is uit hoofde van artikel 15, tweede lid, van het EVRM; of b. een samenstel zijn van verschillende maatregelen, waaronder mensenrechtenschendingen, die voldoende ernstig zijn om iemand op een soortgelijke wijze te treffen als omschreven onder a. 2 Daden van vervolging in de zin van het eerste lid kunnen onder meer de vorm aannemen van: a. daden van lichamelijk of geestelijk geweld, inclusief seksueel geweld; b. wettelijke, administratieve, politiële of gerechtelijke maatregelen die op zichzelf discriminerend zijn of op discriminerende wijze worden uitgevoerd; c. onevenredige of discriminerende vervolging of bestraffing; d. ontneming van de toegang tot rechtsmiddelen, waardoor een onevenredig zware of discriminerende straf wordt opgelegd; e. vervolging of bestraffing wegens de weigering militaire dienst te vervullen tijdens een conflict, wanneer het vervullen van militaire dienst strafbare feiten of handelingen inhoudt die onder de uitsluitingsclausule van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag vallen; f. daden van genderspecifieke of kindspecifieke aard. 3 Er moet een verband zijn tussen enerzijds de gronden voor vervolging genoemd in artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag en anderzijds de daden, bedoeld in het eerste lid, die als vervolging worden aangemerkt of het ontbreken van bescherming tegen dergelijke daden. 2013 27196 30-09-2013 24-09-2013 480838 2013 27196 30-09-2013 24-09-2013 480838 01-10-2013
Artikel 3.37 — Artikel 3.37#
Artikel 3.37 1 Bij de beoordeling van de gronden van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag wordt rekening gehouden met de volgende elementen: a. het begrip «ras» omvat met name de aspecten huidskleur, afkomst of het behoren tot een bepaalde etnische groep; b. het begrip «godsdienst» omvat met name theïstische, niet-theïstische en atheïstische geloofsovertuigingen, het deelnemen aan of het zich onthouden van formele erediensten in de particuliere of openbare sfeer, hetzij alleen of in gemeenschap met anderen, andere religieuze activiteiten of uitingen, dan wel vormen van persoonlijk of gemeenschappelijk gedrag die op een godsdienstige overtuiging zijn gebaseerd of daardoor worden bepaald; c. het begrip «nationaliteit» is niet beperkt tot staatsburgerschap of het ontbreken daarvan, maar omvat met name ook het behoren tot een groep die wordt bepaald door haar culturele, etnische of linguïstische identiteit, door een gemeenschappelijke geografische of politieke oorsprong of door verwantschap met de bevolking van een andere staat; d. een groep wordt geacht een specifieke sociale groep te vormen als met name: 1°. leden van de groep een aangeboren kenmerk vertonen of een gemeenschappelijke achtergrond hebben die niet gewijzigd kan worden, of een kenmerk of geloof delen dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven, en 2°. de groep in het betrokken land een eigen identiteit heeft, omdat zij in haar directe omgeving als afwijkend wordt beschouwd; Afhankelijk van de omstandigheden in het land van herkomst kan een specifieke sociale groep een groep zijn die als gemeenschappelijk kenmerk seksuele gerichtheid heeft. Seksuele gerichtheid omvat geen handelingen die volgens het nationale recht van de lidstaten als strafbaar worden beschouwd. Wanneer moet worden vastgesteld of iemand tot een bepaalde sociale groep behoort of wanneer een kenmerk van een dergelijke groep wordt geïdentificeerd, wordt er terdege rekening gehouden met genderaspecten, waaronder genderidentiteit; e. artikel 3.37a het begrip «politieke overtuiging» houdt met name in dat de vreemdeling een opvatting, gedachte of mening heeft betreffende een aangelegenheid die verband houdt met de ingenoemde potentiële actoren en hun beleid of methoden, ongeacht of de vreemdeling zich in zijn handelen door deze opvatting, gedachte of mening heeft laten leiden. 2 Bij de beoordeling of de vrees van de vreemdeling voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag gegrond is, doet het niet ter zake of de vreemdeling in werkelijkheid de raciale, godsdienstige, nationale, sociale of politieke kenmerken vertoont die aanleiding geven tot de vervolging indien deze kenmerken hem door de actor van de vervolging worden toegeschreven. 2013 27196 30-09-2013 24-09-2013 480838 2013 27196 30-09-2013 24-09-2013 480838 01-10-2013
Artikel 3.37a — Artikel 3.37a#
Artikel 3.37a Actoren van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, dan wel van ernstige schade kunnen onder meer zijn: a. de staat; b. partijen of organisaties die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen; c. artikel 3.37c niet-overheidsactoren, indien kan worden aangetoond dat de actoren als bedoeld onder a en b, inclusief internationale organisaties, geen bescherming als bedoeld inkunnen of willen bieden tegen vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag, dan wel tegen ernstige schade. 2013 27196 30-09-2013 24-09-2013 480838 2013 27196 30-09-2013 24-09-2013 480838 01-10-2013 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 3.37b — Artikel 3.37b#
Artikel 3.37b 1 Een gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico op ernstige schade kan gegrond zijn op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden nadat de vreemdeling het land van herkomst heeft verlaten. 2 Een gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico op ernstige schade kan gegrond zijn op activiteiten van de vreemdeling sedert hij het land van herkomst heeft verlaten, met name wanneer wordt vastgesteld dat de betrokken activiteiten de uitdrukking en de voortzetting vormen van overtuigingen of strekkingen die de betrokkene in het land van herkomst aanhing. 2013 27196 30-09-2013 24-09-2013 480838 2013 27196 30-09-2013 24-09-2013 480838 01-10-2013
Artikel 3.37c — Artikel 3.37c#
Artikel 3.37c 1 Bescherming tegen vervolging, dan wel tegen ernstige schade kan alleen worden geboden door: mits zij bereid en in staat zijn bescherming te bieden overeenkomstig het tweede lid. a. de staat, of b. partijen of organisaties, met inbegrip van internationale organisaties, die de staat of een aanzienlijk deel van zijn grondgebied beheersen, 2 Bescherming tegen vervolging of ernstige schade moet doeltreffend en van niet-tijdelijke aard zijn. In het algemeen wordt dergelijke bescherming geboden wanneer de actoren als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, redelijke maatregelen tot voorkoming van vervolging of ernstige schade treffen, onder andere door de instelling van een doeltreffend juridisch systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing van handelingen die vervolging of ernstige schade vormen, en wanneer de verzoeker toegang tot een dergelijke bescherming heeft. 2013 27196 30-09-2013 24-09-2013 480838 27196 12-12-2013 2013 27196 30-09-2013 24-09-2013 480838 01-10-2013
Artikel 3.37d — Artikel 3.37d#
Artikel 3.37d 1 artikel 29, eerste lid, onder a of b, van de Wet artikel 28 van die wet Bij de beoordeling of een vreemdeling op grond vanin aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld ingeldt dat een vreemdeling geen behoefte heeft aan bescherming, indien hij in een deel van het land van herkomst: en hij op een veilige en wettige manier kan reizen naar en zich toegang verschaffen tot dat deel van het land, en redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij er zich vestigt. a. geen gegronde vrees heeft voor vervolging of geen reëel risico op ernstige schade loopt; of b. artikel 3.37c toegang heeft tot bescherming als bedoeld integen vervolging of tegen ernstige schade, 2 artikel 31 van de Wet Bij de beoordeling of de vreemdeling een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt, of toegang heeft tot bescherming tegen vervolging of tegen ernstige schade in een deel van het land van herkomst overeenkomstig het eerste lid, wordt rekening gehouden met de algemene omstandigheden in dat deel van het land en met de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling in overeenstemming met. Daartoe wordt ervoor gezorgd dat wordt beschikt over nauwkeurige en actuele informatie uit relevante bronnen, zoals de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken. 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 20-07-2015
Artikel 3.37e — Artikel 3.37e#
Artikel 3.37e 1 artikel 30a, eerste lid, onder c, van de Wet De beoordeling of een derde land een veilig derde land is, als bedoeld in, dient te stoelen op een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de UNHCR, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties. 2 De Minister onderzoekt de situatie in derde landen die zijn aangemerkt als veilige derde landen regelmatig opnieuw. 3 artikel 28 van de Wet artikel 30a, eerste lid, onder c, van de Wet Bij de beoordeling of de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in, niet-ontvankelijk wordt verklaard op grond van, worden betrokken de verklaringen van de vreemdeling inhoudende dat: a. hij in het derde land zal worden blootgesteld aan vervolging of ernstige schade; b. de band tussen hem en het derde land niet zodanig is dat het voor hem redelijk zou zijn naar dat land te gaan. 4 artikel 3.106a, derde lid, van het Besluit Eerder verblijf, als bedoeld inwordt in ieder geval aangenomen indien uit objectieve feiten of omstandigheden blijkt dat de vreemdeling in het land van herkomst niet de intentie had om naar Nederland te reizen. 5 artikel 30a, eerste lid, onder c, van de Wet Bij de uitvoering van een uitsluitend opgebaseerde beslissing, wordt aan de vreemdeling een document verschaft waarin de autoriteiten van het derde land in de taal van dat land ervan in kennis gesteld worden dat de asielaanvraag niet inhoudelijk is onderzocht. 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 20-07-2015
Artikel 3.37f — Artikel 3.37f#
Artikel 3.37f 1 artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Wet Een land wordt als veilig land van herkomst beschouwd als bedoeld in, wanneer op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging, noch van foltering of onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, noch van bedreiging door willekeurig geweld in het kader van een internationaal of intern gewapend conflict. 2 Bij de beoordeling of een land als veilig land van herkomst wordt beschouwd, wordt onder meer rekening gehouden met de mate waarin bescherming wordt geboden tegen vervolging of mishandeling door middel van: a. de desbetreffende wetten en andere voorschriften van het betrokken land en de wijze waarop die worden toegepast; b. de naleving van de rechten en vrijheden die zijn neergelegd in het EVRM en/of het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en/of het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering, in het bijzonder de rechten waarop geen afwijkingen uit hoofde van artikel 15, lid 2, van het EVRM zijn toegestaan; c. de naleving van het beginsel van non-refoulement overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag; d. het beschikbaar zijn van een systeem van daadwerkelijke rechtsmiddelen tegen schendingen van voornoemde rechten en vrijheden. 3 artikel 3.105ba, eerste lid, van het Besluit bijlage 13 Met inachtneming van het eerste en het tweede lid zijn als veilige landen van herkomst als bedoeld inaangewezen de landen die zijn opgenomen inbij deze regeling. 4 Een land kan als veilig land van herkomst worden aangewezen met een uitzondering voor: a. één of meer groepen; b. een deel van het grondgebied. 2021 42404 30-09-2021 28-09-2021 3544631 2021 42404 30-09-2021 28-09-2021 3544631 01-10-2021
Artikel 3.37g — Artikel 3.37g#
Artikel 3.37g artikel 29, eerste lid, onder a of b, van de Wet artikel 32, eerste lid, onder c, van de Wet Bij de beoordeling of een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van, wordt ingetrokken op grond van, of de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur ervan wordt afgewezen op die grond, wordt in aanmerking genomen of de wijziging van de omstandigheden een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft om de gegronde vrees voor vervolging dan wel het reële risico op ernstige schade weg te nemen. De rechtsgrond voor verlening van de desbetreffende verblijfsvergunning heeft niet opgehouden te bestaan indien de vreemdeling dwingende redenen kan aanvoeren die voorvloeien uit vroegere vervolging dan wel uit vroegere ernstige schade, om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, of, in het geval van een staatloze, van het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfsplaats had. 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 20-07-2015 Voorheen art. 3.37e.
Artikel 3.38 — Artikel 3.38#
Artikel 3.38 Vervallen 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 01-01-2014
Artikel 3.39 — Artikel 3.39#
Artikel 3.39 Vervallen 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 01-01-2014
Artikel 3.40 — Artikel 3.40#
Artikel 3.40 Vervallen 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 01-01-2014
Artikel 3.41 — Artikel 3.41#
Artikel 3.41 artikelen 28 33 van de Wet Bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in deen, verklaart de vreemdeling of de wettelijk vertegenwoordiger ermee bekend te zijn dat de verblijfsrechtelijke gegevens via de koppelingen tussen het IND-informatiesysteem en de BRP worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens voor de beoordeling van voorzieningen nodig hebben. 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 06-01-2014
Artikel 3.42 — Artikel 3.42#
Artikel 3.42 artikel 3.110, eerste en tweede lid, van het Besluit artikel 3, tweede en derde lid, van de Algemene termijnenwet Voor de termijnen, genoemd in, tellen mee de met algemeen erkende feestdagen gelijkgestelde dagen, bedoeld in, met uitzondering van 14 april 2017. 2017 24305 26-04-2017 24-04-2017 2070510 2017 24305 26-04-2017 24-04-2017 2070510 27-04-2017
Artikel 3.42a — Artikel 3.42a#
Artikel 3.42a Vervallen 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 01-01-2014
Artikel 3.43 — Artikel 3.43#
Artikel 3.43 Vervallen 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 01-01-2014
Artikel 3.43a — Artikel 3.43a#
Artikel 3.43a Vervallen 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 20-07-2015
Artikel 3.43b — Artikel 3.43b#
Artikel 3.43b 1 artikel 33 van de Wet Ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in, is de vreemdeling een bedrag van € 254 verschuldigd. 2 artikel 33 van de Wet In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling van Turkse nationaliteit ter zake van de afdoening van een verblijfsvergunning als bedoeld in, een bedrag van € 85 verschuldigd. 3 De leges, bedoeld in het eerste lid, worden door de vreemdeling door middel van een in opdracht van de IND toegezonden acceptgirokaart voldaan. 4 artikel 4.22, tweede lid, van het Besluit artikel 8, onder c en d, van de Wet Ter zake van de afgifte ter uitvoering van, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, is de vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd. 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026
Artikel 3.43c — Artikel 3.43c#
Artikel 3.43c 1 artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit artikel 8, onder c, van de Wet Ter zake van de afgifte ter uitvoering van, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt of ter zake van de afgifte van een vervangend document ter correctie van naar het oordeel van de Minister gedateerde of onjuiste gegevens, is de vreemdeling een bedrag van € 171 verschuldigd. 2 artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit artikel 8, onder d, van de Wet Ter zake van de afgifte ter uitvoering van, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt of ter zake van de afgifte van een vervangend document ter correctie van naar het oordeel van de Minister gedateerde of onjuiste gegevens, is de vreemdeling een bedrag van € 171 verschuldigd. 3 artikel 8, onder c of d, van de Wet In afwijking van het eerste en tweede lid is de vreemdeling van Turkse nationaliteit ter zake van de afgifte van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, een bedrag van € 85 verschuldigd. 4 artikel 8, onder c of d, van de Wet In afwijking van het eerste en tweede lid is de vreemdeling die het gezinslid is van een vreemdeling als bedoeld in het derde lid ter zake van de afgifte van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, een bedrag van € 85 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.43d — Artikel 3.43d#
Artikel 3.43d artikelen 3.43b, tweede en vierde lid 3.43c, derde en vierde lid In afwijking van deen, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 46 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.43e — Artikel 3.43e#
Artikel 3.43e artikelen 3.43b, eerste lid 3.43c, eerste en tweede lid In afwijking van de, en, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.44 — Artikel 3.44#
Artikel 3.44 Vervallen 2021 32590 23-06-2021 17-06-2021 3357924 2021 32590 23-06-2021 17-06-2021 3357924 25-06-2021
Artikel 3.45 — Artikel 3.45#
Artikel 3.45 Hoofdstuk 3, Afdeling 5, Paragraaf 2 van het Besluit De persoon die de inbedoelde gehoren afneemt, draagt geen militair uniform of politie-uniform. 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 20-07-2015
Artikel 3.45a — Artikel 3.45a#
Artikel 3.45a 1 Hoofdstuk 3, Afdeling 5, Paragraaf 2 van het Besluit Van minderjarige vreemdelingen kunnen de inbedoelde gehoren worden afgenomen indien zij: a. niet alleenstaand zijn en de leeftijd van vijftien jaar hebben bereikt; b. niet alleenstaand en tussen de twaalf en vijftien jaar zijn en zij dan wel hun wettelijk vertegenwoordiger hebben verzocht om te worden gehoord of indien er naar het oordeel van Onze Minister een goede reden is om hen te horen; c. alleenstaand zijn en de leeftijd van zes jaar hebben bereikt. 2 De gehoren van minderjarige vreemdelingen worden afgenomen op een kindvriendelijke manier. 3 De gehoren van de in het eerste lid, onder a en b, bedoelde vreemdelingen worden afgenomen door personen die zijn opgeleid om rekening te houden met de behoeften van minderjarige vreemdelingen. 4 De gehoren van de in het eerste lid, onder c, bedoelde vreemdelingen worden afgenomen door personen die zijn opgeleid om rekening te houden met de behoeften van alleenstaande minderjarige vreemdelingen, zoveel mogelijk in aanwezigheid van hun voogd en, totdat zij de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt, in een kindvriendelijke hoorruimte. 2021 32590 23-06-2021 17-06-2021 3357924 2021 32590 23-06-2021 17-06-2021 3357924 25-06-2021
Artikel 3.45b — Artikel 3.45b#
Artikel 3.45b 1 artikel 28 van de Wet artikel 30c, eerste lid, onder a, van de Wet De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in, kan met toepassing vanbuiten behandeling worden gesteld, nadat de vreemdeling twee keer in de gelegenheid is gesteld om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag en heeft verzuimd die informatie te verstrekken. 2 artikel 30c, eerste lid, onder b en c, van de Wet De termijn van twee weken, bedoeld in, vangt aan met ingang van de dag na die waarop bekend is geworden dat de vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor onderscheidenlijk is verdwenen of zonder toestemming van de Minister is vertrokken. 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 24-10-2025 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.46 — Artikel 3.46#
Artikel 3.46 artikel 3.122 van het Besluit artikel 28 van de Wet De inbedoelde informatie wordt verschaft door het verzenden dan wel uitreiken van een brochure aan de vreemdeling tegelijk met, dan wel zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de beschikking waarin de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inwordt ingewilligd. 2008 97 23-05-2008 08-05-2008 5540499/08 2008 97 23-05-2008 08-05-2008 5540499/08 25-05-2008
Artikel 3.47 — Artikel 3.47#
Artikel 3.47 artikelen 28 33 van de Wet Indien de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in deen, wordt ingetrokken, wordt daarvan een aantekening gemaakt in het dossier van de vreemdeling. 2007 240 11-12-2007 07-12-2007 5521298/07 2007 511 18-12-2007 10-12-2007 19-12-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Vreemdelingenwet 2000 (implementatie richtlijn nr. 2005/85/EG betreffende minimumnormen procedures in lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus) (Stb. 2007/450) in werking treedt.
Artikel 3.48 — Artikel 3.48#
Artikel 3.48 1 artikel 3.107a, tweede lid, onder e, van het Besluit artikel 5, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering 2021 artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering Wet inburgering 2021 Bij een beroep opoverlegt de aanvrager de beschikking, waarbij ontheffing van de inburgeringsplicht op grond vanof, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop dein werking treedt is verleend. 2 artikel 3.107a, derde lid, van het Besluit artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit inburgering 2021 artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering Besluit inburgering 2021 Bij een beroep opoverlegt de aanvrager de deskundigenverklaring als bedoeld inof het advies als bedoeld in, zoals dat besluit luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van het, dat niet ouder is dan zes maanden. 3 derde en vierde lid van artikel 3.16 Hetzijn van overeenkomstige toepassing. 2022 8974 31-03-2022 29-03-2022 3917470 2022 8974 31-03-2022 29-03-2022 3917470 01-04-2022 01-01-2022 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 3.49 — Artikel 3.49#
Artikel 3.49 artikel 3.1, tweede lid, onder e, van het Besluit Duidelijke aanwijzingen dat de vreemdeling de eerste opvolgende asielaanvraag heeft ingediend louter teneinde de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen of te verhinderen als bedoeld in, zijn in ieder geval dat: a. de vreemdeling bekend is met de datum waarop hij wordt uitgezet en de aanvraag indient kort voorafgaand aan zijn uitzetting terwijl: 1° hij voldoende mogelijkheid heeft gehad om de aanvraag eerder in te dienen, maar hij daarvan geen gebruikt heeft gemaakt; 2° hij de aanvraag niet heeft onderbouwd; 3° de argumenten of bewijzen die hij heeft voorgelegd, evident niet relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag of evident niet kunnen leiden tot inwilliging van de aanvraag; of 4° hij zijn eerder afgelegde verklaringen essentieel wijzigt of aanvult; b. de vreemdeling eerst na aanhouding of een periode van feitelijk verblijf te kennen geeft dat hij een aanvraag wil indienen, en er duidelijke aanwijzingen zijn dat hij daarvoor niet de bedoeling had zich uit vrije wil bij de autoriteiten te melden en een aanvraag te doen. 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 20-07-2015
Artikel 3.50 — Artikel 3.50#
Artikel 3.50 Artikel 3.118b van het Besluit is niet van toepassing op de vreemdeling: a. aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen; b. die aannemelijk heeft gemaakt dat hij na afwijzing van de eerdere aanvraag is teruggekeerd naar het land van herkomst; c. die door de Minister is geïnformeerd over de datum van de vlucht ter fine van zijn verwijdering, of d. artikel 28 van de Wet artikel 30 van de Wet artikel 30a, eerste lid, onder a, b, c of e, van de Wet wiens eerdere aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inniet in behandeling is genomen op grond vanof niet-ontvankelijk is verklaard op grond vanen: 1°. deze afwijzingsgrond niet meer van toepassing is; of 2°. de vreemdeling na afwijzing van de eerdere aanvraag vrijwillig is teruggekeerd naar of overgedragen is aan het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 20-07-2015
Artikel 3.51 — Artikel 3.51#
Artikel 3.51 1 artikel 4.22, eerste lid, van het Besluit artikel 8, onder b en d, van de Wet Ter zake van de afgifte ter uitvoering van, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, is de vreemdeling een bedrag van € 171 verschuldigd. 2 In afwijking van het eerste lid is de vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd ter zake van de afgifte van een vervangend document: a. artikel 8, onder b, van de Wet artikel 14 van de Wet waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt voor zover de vreemdeling van Turkse nationaliteit is en de vreemdeling direct voorafgaande aan de aanvraag houder is van een verblijfsvergunning als bedoeld inonder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid als zelfstandige; b. artikel 8, onder b, van de Wet waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt voor zover de vreemdeling van Turkse nationaliteit is en het verrichten van arbeid is toegestaan; c. artikel 8, onder b, van de Wet waaruit het rechtmatig verblijf bedoeld inblijkt, voor zover de vreemdeling het gezinslid is van een vreemdeling als bedoeld in onderdeel b; d. artikel 8, onder d, van de Wet waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt voor zover de vreemdeling van Turkse nationaliteit is of het gezinslid is van een dergelijke vreemdeling. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.52 — Artikel 3.52#
Artikel 3.52 artikel 4.22, tweede lid, van het Besluit artikel 8, onder b en d, van de Wet Ter zake van de afgifte ter uitvoering van, van een vervangend document waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld inblijkt, is de vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.52a — Artikel 3.52a#
Artikel 3.52a artikelen 3.51, tweede lid 3.52 In afwijking van deen, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 46 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.52b — Artikel 3.52b#
Artikel 3.52b artikel 3.51, eerste lid In afwijking van, is de minderjarige vreemdeling een bedrag van € 85 verschuldigd. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 3.53 — Artikel 3.53#
Artikel 3.53 artikel 45a van de Wet Bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in, verklaart de vreemdeling of de wettelijk vertegenwoordiger ermee bekend te zijn dat de verblijfsrechtelijke gegevens via de koppelingen tussen het IND-informatiesysteem en de BRP worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens voor de beoordeling van voorzieningen nodig hebben. 2014 9172 26-03-2014 21-03-2014 493532 2014 9172 26-03-2014 21-03-2014 493532 29-03-2014
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 1 Met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen zijn belast: a. artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012 artikel 142 Wetboek van Strafvordering Wet de ambtenaren van politie, bedoeld in, die tevens buitengewoon opsporingsambtenaar zijn als bedoeld inen die ingevolge een akte en proces-verbaal van beëdiging van de Minister van Veiligheid en Justitie zijn belast met opsporing van een of meer strafbare feiten ingevolge de; b. de ambtenaren, bedoeld onder a, die zijn belast met de opsporing van andere dan de in dat onderdeel bedoelde strafbare feiten; c. de ambtenaren van de Dienst Terugkeer en Vertrek die de functie hebben van senior medewerker behandelen en ontwikkelen of medewerker behandelen en ontwikkelen; d. artikel 2 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Vervoer en Ondersteuning 2024 de ambtenaren van de Dienst Vervoer en Ondersteuning die tevens zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar in de zin van; e. de ambtenaren van de directie Regulier Verblijf en Nederlanderschap en de directie Dienstverlenen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst in de functie van: artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wet artikel 21, eerste lid, onder a, van de Wet artikel 45b, tweede lid, onder c, van de Wet artikel 8.12, eerste lid, van het Besluit artikel 8.15, vijfde lid, van het Besluit 8.16, eerste lid, van het Besluit voor zover het toezicht betrekking heeft op de naleving van de voorwaarden inzake het beschikken over voldoende duurzame middelen van bestaan als bedoeld in,,en, alsmede op de naleving van de voorwaarden als bedoeld in,,, en op de naleving van de voorwaarden als bedoeld in de artikelen 6 en 7 van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije; 1. medewerker of senior medewerker behandelen en ontwikkelen; 2. medewerker verwerken en behandelen; 3. (senior) inspecteur/medewerker toezicht; 4. operationeel manager; en 5. manager, f. de ambtenaren van de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers die de functie hebben van medewerker verwerken en behandelen. 2 artikel 106a, derde lid, van de Wet De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder b, beschikken uitsluitend over de bevoegdheden, genoemd in. 3 artikelen 5:15 tot en met 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 50 50a 52 van de Wet artikelen 4.23 4.45 van het Besluit De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder c, beschikken uitsluitend over de bevoegdheden, genoemd in de, en de bevoegdheden, genoemd in de,enen deen. 4 artikelen 5:15 tot en met 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 50 50a 106a, derde lid, van de Wet artikel 1, onder e, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers artikel 2 van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne artikelen 44a, eerste lid, aanhef en onder b 45, eerste lid, aanhef en onder d 53 van de Wet De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder d, beschikken uitsluitend over de bevoegdheden, genoemd in de, en de bevoegdheden, genoemd in de,en. Indien het een woning betreft gelegen op een opvangvoorziening, als bedoeld in, een opvangvoorziening, als bedoeld in, dan wel een andere locatie onder beheer van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, beschikken deze ambtenaren daarnaast over de bevoegdheden, genoemd in de,, en. 5 artikelen 5:15 tot en met 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 55 van de Wet De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder f, beschikken uitsluitend over de bevoegdheden, genoemd in, en de bevoegdheden, genoemd in. 2026 17229 20-05-2026 11-05-2026 7304051 2026 17229 20-05-2026 11-05-2026 7304051 21-05-2026
Artikel 4.1a — Artikel 4.1a#
Artikel 4.1a 1 Met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten zijn belast: a. de inspecteurs arbeidsmarktfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie, en b. de ambtenaren van de directie Regulier Verblijf en Nederlanderschap en de directie Dienstverlenen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst in de functie van: 1. medewerker of senior medewerker behandelen en ontwikkelen; 2. medewerker verwerken en behandelen; 3. (senior) inspecteur/medewerker toezicht; 4. operationeel manager; en 5. manager. 2 bijlage 12a Bij de uitoefening van zijn taak draagt de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, een legitimatiebewijs als opgenomen in, bij zich. 2025 6656 26-02-2025 24-02-2025 6188324 2025 6656 26-02-2025 24-02-2025 6188324 01-03-2025
Artikel 4.1b — Artikel 4.1b#
Artikel 4.1b artikel 2, onder a en c, van de Politiewet 2012 Met het toezicht op de naleving en de uitvoering van de Schengengrenscode en de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking zijn tevens belast de daartoe door de korpschef aangewezen ambtenaren van politie als bedoeld indie met inachtneming van artikel 16, eerste lid, van de Schengengrenscode voldoende zijn opgeleid. Deze aanwijzing geldt voor een periode van ten hoogste zes maanden en kan telkenmale worden verlengd met ten hoogste zes maanden. 2016 52045 30-09-2016 27-09-2016 803092 2016 52045 30-09-2016 27-09-2016 803092 01-10-2016
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 1 bijlage 4 bijlage 4 Als de plaatsen waar grensdoorlaatposten zijn gevestigd, zijn aangewezen de plaatsen vermeld in kolom A vanbij deze regeling. Personencontrole in het kader van de grensbewaking kan worden uitgevoerd op de locaties, vermeld in kolom B vanbij deze regeling. 2 bijlage 4 De grensdoorlaatposten, bedoeld in het eerste lid, zijn voor het inreizen en uitreizen van personen opengesteld gedurende de tijden, vermeld in kolom C vanbij deze regeling. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 4.2a — Artikel 4.2a#
Artikel 4.2a 1 De grenscontrole vindt plaats na de tijdige kennisgeving van de afvaart. De tijdige kennisgeving van afvaart, bedoeld in punt 3.1.5. van bijlage VI van de Schengengrenscode, wordt gedaan tenminste drie uur en ten hoogste drie dagen voor het moment waarop het schip de buitengrens van het Schengengebied daadwerkelijk zal overschrijden. 2 In onvoorziene en uitzonderlijke situaties of indien het schip zich korter dan drie uur bevindt bij de grensdoorlaatpost waar de kennisgeving moet plaatsvinden, wordt de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid gedaan op een zodanig tijdstip dat de met de bediening van de grensdoorlaatpost belaste ambtenaar in staat is de door hem uit te oefenen personencontrole uit te voeren. 2020 67940 23-12-2020 17-12-2020 3141161 2020 67940 23-12-2020 17-12-2020 3141161 01-01-2021
Artikel 4.2b — Artikel 4.2b#
Artikel 4.2b De gezagvoerder verstrekt de in punt 2.3.1. van Bijlage VI van de Schengengrenscode bedoelde 'algemene verklaring' (general declaration) tenminste twee uur voor vertrek langs digitale weg aan de grenswachters. 2021 36374 21-07-2021 16-07-2021 3430911 2021 36374 21-07-2021 16-07-2021 3430911 22-07-2021
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 artikel 4.9, onder a, van het Besluit Het teken, bedoeld in, is een blauw flikkerlicht. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Modellen bemanningslijst/passagierslijst zeeschip#
Artikel 4.4 Modellen bemanningslijst/passagierslijst zeeschip 1 artikel 4.11, eerste lid onder a, van het Besluit bijlage 14a 14b Het model van de bemanningslijst, bedoeld inis opgenomen inenbij deze regeling. Op de bemanningslijst worden de gegevens verstrekt omtrent de familienaam, voornamen, rang, nationaliteit, geboortedatum en geboorteplaats, van zowel de gezagvoerder als van alle bij het binnenvaren van Nederland aan boord aanwezige personen die deel uitmaken van de bemanning en als zodanig op de monsterrol voorkomen. 2 artikel 4.11, eerste lid onder b, van het Besluit bijlage 14c 14d Voor schepen die zijn gecertificeerd voor het vervoer van ten hoogste twaalf passagiers wordt de schriftelijke opgave, bedoeld in, verstrekt met het model van de passagierslijst, opgenomen inenbij deze regeling. 2004 92 14-05-2004 27-04-2004 INDUIT04-2334(AUB) 2004 92 14-05-2004 27-04-2004 INDUIT04-2334(AUB) 16-05-2004
Artikel 4.4a — Artikel 4.4a#
Artikel 4.4a 1 artikel 4.11 van het Besluit artikel 4.4 De gezagvoerder, scheepsagent, of een ander door de gezagvoerder naar behoren gemachtigd persoon van een zeeschip of ander schip, daaronder begrepen schepen die vanuit Nederlandse havens veerverbindingen met havens in derde landen verzorgen, zendt de inenbedoelde gegevens elektronisch aan het hoofd van de grensdoorlaatpost via een elektronisch platform waarvoor de autoriteit belast met grenstoezicht het Nederlandse Maritiem Single Window heeft aangewezen. 2 De gegevens worden, onverminderd specifieke bepalingen betreffende aanmelding opgenomen in andere toepasselijke wet- en regelgeving, door de gezagvoerder, scheepsagent of een andere, door de gezagvoerder naar behoren gemachtigd persoon, verstuurd aan het hoofd van de grensdoorlaatpost: a) uiterlijk vierentwintig uur voor aankomst in de haven, of b) uiterlijk op het tijdstip waarop het schip de vorige haven verlaat, indien de reisduur minder dan vierentwintig uur bedraagt, of c) indien de aanloophaven nog niet bekend is of tijdens de reis wordt gewijzigd, zodra deze informatie bekend is. 3 De gegevens worden verzonden in een bericht met de structuur Extensible Markup Language (XML). 4 artikel 4.12 van het Besluit De gezagvoerder, scheepsagent, of een ander door de gezagvoerder naar behoren gemachtigd persoon ontvangt van het hoofd van de grensdoorlaatpost via een elektronisch platform, waarvoor de autoriteit belast met grenstoezicht het Nederlandse Maritiem Single Window heeft aangewezen, een automatische elektronische ontvangstbevestiging als bedoeld in, van de informatie die hij verstrekt heeft. 2018 17763 30-03-2018 27-03-2018 2229215 2018 17763 30-03-2018 27-03-2018 2229215 01-04-2018
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 1 artikel 4.15, eerste lid, onder a, van het Besluit bijlage 15 Het model van de bemanningslijst, bedoeld in, is opgenomen inbij deze regeling. 2 artikel 4.15, eerste lid, onder a, van het Besluit bijlage 16 Het model van de passagierslijst, bedoeld in, is opgenomen inbij deze regeling. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 1 artikelen 4.24, eerste lid, onder d 4.26 van het Besluit De aantekening, bedoeld in de, en, luidt: 'aanmelden binnen drie dagen bij de korpschef te (plaats), (datum waarop de aantekening wordt gesteld, handtekening en stempel)'. 2 bijlage 3 onder I Het opleggen van een verplichting tot aanmelding bij de korpschef aan een vreemdeling, aan wie een bijzonder doorlaatbewijs als bedoeld inbij deze regeling is afgegeven, geschiedt door in dat document achter de woorden 'zich melden binnen drie dagen na afgifte van dit doorlaatbewijs bij' aan te tekenen: 'de korpschef te (plaats)'. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 1 artikelen 4.24, eerste lid, onder f, 4.27 van het Besluit De aantekening, bedoeld in deen, luidt: 'toegang geweigerd (datum) (handtekening en stempel)'. 2 De aantekening, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangevuld met een aantekening omtrent de grond waarop de weigering van toegang tot Nederland berust. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 1 artikelen 4.24, eerste lid, onder g 4.28 van het Besluit De aantekening, bedoeld in de, en, luidt: 'vertrokken/uitgezet verwijderd op (datum) (handtekening en stempel)'. 2 De aantekening, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangevuld met een aantekening omtrent de reden van de verwijdering uit Nederland. 2007 144 30-07-2007 12-07-2007 5493138/07 2007 144 30-07-2007 12-07-2007 5493138/07 01-08-2007
Artikel 4.9 — Artikel 4.9#
Artikel 4.9 artikel 4.29 van het Besluit bijlage 7j Voor het stellen van aantekeningen in de reis- en identiteitspapieren van de vreemdeling, bedoeld in, wordt gebruik gemaakt van het model dat alsbij deze regeling is gevoegd. 2004 69 08-04-2004 05-04-2004 INDUIT04-2098(AUB) 2004 69 08-04-2004 05-04-2004 INDUIT04-2098(AUB) 13-04-2004
Artikel 4.10 — Artikel 4.10#
Artikel 4.10 artikel 4.29 van het Besluit artikelen 4.39 4.47 tot en met 4.51 van het Besluit luidt De aantekening, bedoeld in, omtrent het voldoen aan een verplichting tot aanmelding of vervoeging bij een korpschef ingevolge de,: 'Aangemeld op (datum)'. Indien het betreft een vreemdeling die naar Nederland is gekomen om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, wordt de aantekening aangevuld met de zinsnede 'voor verblijf als zeeman tot (datum)'. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 4.11 — Artikel 4.11#
Artikel 4.11 1 In de reis- en identiteitspapieren van een vreemdeling wiens uitzetting gedurende enige tijd achterwege blijft, wordt een aantekening gesteld, luidende: 'vertrek voor (datum)'. 2 In de reis- en identiteitspapieren van een vreemdeling wiens uitzetting achterwege blijft hangende de beslissing op een door hem ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wordt de aantekening: 'verzoek voorlopige voorziening ingediend (datum). Arbeid is wel/niet toegestaan. Een tewerkstellingsvergunning is wel/niet verplicht. Geldig tot (datum), tenzij voor deze datum op voormeld verzoek is beslist' gesteld. Tevens worden aangetekend het V-nummer en het paspoortnummer. 3 De aantekening, bedoeld in het tweede lid, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. Indien de geldigheidsduur van de aantekening is verstreken voordat een beslissing is genomen op het verzoek om een voorlopige voorziening, kan de desbetreffende aantekening wederom worden gesteld met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. Indien afwijzend is beslist, wordt de aantekening 'vervallen' geplaatst. 4 bijlage 7k Voor de aantekeningen, bedoeld in het tweede lid, wordt gebruik gemaakt van de Sticker Aantekening Voorlopige Voorziening, waarvan het model alsbij deze regeling is gevoegd. 2005 82 28-04-2005 INDUit05-2597 2005 82 28-04-2005 INDUit05-2597 01-05-2005
Artikel 4.12 — Artikel 4.12#
Artikel 4.12 artikel 4.29, eerste lid, onder b, van het Besluit De aantekening omtrent verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland, bedoeld in, luidt: 'verhuisd op (datum)'. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 4.12a — Artikel 4.12a#
Artikel 4.12a artikel 4.46, tweede lid, van het Besluit artikel 3.18 Als de landen, bedoeld in, zijn aangewezen de landen, bedoeld in. 2015 46381 21-12-2015 16-12-2015 712292 2016 86 24-02-2016 17-02-2016 01-03-2016 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit
Vreemdelingenbesluit 2000, enz. (uitbreiding zoekjaar voor
vreemdelingen die zijn afgestudeerd of wetenschappelijk onderzoek
hebben verricht, enz.) in werking treedt.
Artikel 4.13 — Artikel 4.13#
Artikel 4.13 artikel 4.51 van het Besluit De korpschef is bevoegd om met toepassing van: a. artikel 4.51 van het Besluit ontheffing te verlenen van de verplichting tot periodieke aanmelding, bedoeld in, en b. artikel 4.51, tweede lid, van het Besluit de termijn van een week, genoemd in, te verkorten of te verlengen. 2011 24010 30-12-2011 23-12-2011 2011-2000589459 2011 24010 30-12-2011 23-12-2011 2011-2000589459 31-12-2011
Artikel 4.14 — Artikel 4.14#
Artikel 4.14 1 artikel 4.51, tweede lid, van het Besluit De aantekening omtrent de ontheffing met toepassing vanvan de verplichting tot wekelijkse aanmelding, luidt: 'ontheffing verleend van de verplichting tot wekelijkse aanmelding onder de volgende beperking(en) en/of voorschrift(en) (beperkingen/voorschriften) (datum)'. 2 artikel 4.51, tweede lid, van het Besluit artikel 4.51 Vreemdelingenbesluit 2000 Indien met toepassing vaneen andere dan een wekelijkse termijn voor periodieke aanmelding is gesteld, wordt de aantekening gesteld 'Verplichting tot periodieke aanmelding krachtens', aangevuld met de periode van aanmelding en eventuele bijzonderheden. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 4.15 — Artikel 4.15#
Artikel 4.15 1 artikel 54, derde lid, van de Wet Indien met toepassing vaneen individuele verplichting tot periodieke aanmelding is opgelegd, wordt de aantekening gesteld 'Verplichting tot periodieke aanmelding krachtens artikel 54, derde lid, Vreemdelingenwet 2000', aangevuld met de periode van aanmelding en eventuele bijzonderheden. 2 artikel 54, derde lid, van de Wet Indien de verplichting, bedoeld in, wordt opgeheven, wordt de aantekening gesteld: 'Verplichting tot periodieke aanmelding opgeheven op (datum)'. 2015 32655 29-09-2015 28-09-2015 684421 2015 32655 29-09-2015 28-09-2015 684421 01-10-2015 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 4.15a — Artikel 4.15a#
Artikel 4.15a 1 artikel 4.52 van het Besluit Aan de verplichting op grond van, om het verblijfsdocument in te leveren, wordt voldaan door inlevering in persoon door de vreemdeling, diens referent of gemachtigde bij een loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst of door verzending per post naar een door de Immigratie- en Naturalisatiedienst bepaald postadres. 2 Indien de vreemdeling een nieuw verblijfsdocument in persoon komt afhalen bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, kan aan de verplichting om het verblijfsdocument in te leveren uitsluitend worden voldaan door inlevering in persoon door de vreemdeling, bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. 3 Indien de vreemdeling gebruikmaakt van terugkeerfaciliteiten, kan aan de verplichting om het verblijfsdocument in te leveren uitsluitend worden voldaan door inlevering in persoon door de vreemdeling, bij het loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. 2013 14569 31-05-2013 28-05-2013 391564 2013 14569 31-05-2013 28-05-2013 391564 01-06-2013
Artikel 4.16 — Artikel 4.16#
Artikel 4.16 1 De korpschef, de Commandant der Koninklijke marechaussee, alsmede de daartoe bevoegde ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn bevoegd om a. artikel 8, onder f, van de Wet de plaats aan te wijzen waar de vreemdeling met rechtmatig verblijf als bedoeld in, zich in verband met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag om een verblijfsvergunning dient op te houden; en b. artikel 55, eerste lid, van de Wet aanwijzingen als bedoeld in, te geven. 2 artikel 4.38 van het Besluit De korpschef of de Commandant der Koninklijke marechaussee is bevoegd om de verstrekking van gegevens, bedoeld in, te vorderen. 3 Een vordering als bedoeld in het tweede lid wordt niet bij algemene bekendmaking gedaan dan na goedkeuring van, en volgens voorschrift te geven door, de Minister. 2019 53386 30-09-2019 25-09-2019 2707238 2019 53386 30-09-2019 25-09-2019 2707238 01-10-2019
Artikel 4.17 — Artikel 4.17#
Artikel 4.17 1 De inlichtingen, bedoeld in deze paragraaf, worden binnen vier weken door de vreemdeling, diens wettelijk vertegenwoordiger, diens referent of diens gewezen referent verstrekt, voor zover hij daarvan kennis heeft of kan hebben, in een door de Minister ter beschikking gesteld formulier. 2 In de verklaring wordt in ieder geval melding gemaakt van: a. het feit waarover hij inlichtingen dient te verstrekken; b. de personalia van de vreemdeling waarop de inlichtingen betrekking hebben; c. de relevante feiten en omstandigheden; d. vanaf wanneer de wijziging of omstandigheden zich voordoen of voordeden. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 4.18 — Artikel 4.18#
Artikel 4.18 1 De referent verstrekt inlichtingen over de vreemdeling wiens referent hij is indien: a. de vreemdeling niet langer in Nederland verblijft en deze wijziging niet tijdig is gemeld bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de vreemdeling als ingezetene is ingeschreven; b. de vreemdeling geen overkomst naar Nederland meer wenst. 2 De erkende referent geeft kennis van het feit dat: a. artikel 2 van het Handelsregisterwet een uitschrijving van de onderneming, organisatie of rechtspersoon in het handelsregister, als bedoeld in, heeft plaatsgevonden; b. een surseance van betaling of faillissement van de onderneming, organisatie, natuurlijke of rechtspersoon is uitgesproken of aangevraagd; c. de onderneming, organisatie of rechtspersoon is beëindigd; d. er geen aansluiting meer is bij een voor erkenning als referent verplicht gestelde gedragscode; e. artikel 1, aanhef en onder c en d, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs de registratie in het register van de Stichting normering arbeid wordt beëindigd, indien de erkende referent een onderneming is die zich bezighoudt met het ter beschikking stellen van arbeidskrachten of payrolling, bedoeld in. 2023 17724 28-06-2023 20-06-2023 4704858 2023 17724 28-06-2023 20-06-2023 4704858 01-07-2023
Artikel 4.19 — Artikel 4.19#
Artikel 4.19 1 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van uitwisseling verstrekt inlichtingen over de vreemdeling wiens referent hij is indien: a. artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 3 tot en met 5, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 de tussen het gastgezin en de au pair overeengekomen dagindeling niet wordt nageleefd of zodanig is gewijzigd dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in; b. Wet arbeid vreemdelingen de vreemdeling arbeid in strijd met deverricht; c. de vreemdeling bij een ander gastgezin gaat verblijven; d. de vreemdeling, niet zijnde een au pair, werkzaamheden verricht welke niet vallen binnen de kaders van het door de Minister goedgekeurde uitwisselingsprogramma; e. de samenstelling van het gastgezin wijzigt; f. het gastgezin waarin de au pair verblijft niet langer zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; g. de vreemdeling, niet zijnde een au pair, niet langer in zijn levensonderhoud kan voorzien; h. de vreemdeling niet langer in het gastgezin verblijft; i. de vreemdeling niet langer deelneemt aan het uitwisselingsprogramma; j. hij weet of redelijkerwijs vermoedt dat er sprake is van onregelmatigheden, misstanden of misbruik. 2 De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over de nakoming van zijn verplichtingen als referent indien hij: a. niet meer kan voldoen aan een zorgvuldige werving en selectie van de uitwisselingsjongeren of gastgezinnen; b. niet meer kan voldoen aan het toezicht op de naleving van de tussen het gastgezin en de au pair overeengekomen dagindeling; c. niet meer kan voldoen aan het toezicht op de activiteiten die de uitwisselingsjongere onderneemt. 3 De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over diens positie als referent indien hij voornemens is het uitwisselingsprogramma te wijzigen. 4 De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over diens positie als referent, indien en voor zover van toepassing, een wijziging optreedt in de accreditatie door het Nederlands Jeugdinstituut. 2021 50595 23-12-2021 20-12-2021 3685375 2021 50595 23-12-2021 20-12-2021 3685375 01-01-2022
Artikel 4.20 — Artikel 4.20#
Artikel 4.20 1 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie aan het hoger onderwijs verstrekt inlichtingen over de vreemdeling wiens referent hij is indien: a. de vreemdeling niet meer voltijds aan de instelling studeert; b. de vreemdeling zijn opleiding voortijdig heeft gestopt of voor de geplande einddatum heeft afgerond; c. de vreemdeling aan de onderwijsinstelling komt studeren en al in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning voor studie aan het hoger onderwijs; d. de accreditatie van de opleiding die de vreemdeling volgt, is vervallen; e. er sprake is van onvoldoende studievoortgang als bedoeld in artikel 6.5 van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs; f. de vreemdeling aan het begin van een nieuw studiejaar niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; g. de vreemdeling, die onder een uniaal of multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen of onder een overeenkomst tussen twee of meer instellingen voor hoger onderwijs valt, voornemens is gebruik te maken van uitgaande mobiliteit. 2 De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over de nakoming van zijn verplichtingen als referent indien de zorgplicht niet wordt nagekomen. 3 De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over zijn positie als referent indien: a. de hoger onderwijsinstelling niet meer geregistreerd is bij de registerbeheerder van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs; b. er geen opleiding meer wordt verzorgd in het kader van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken; c. Wet op het specifiek cultuurbeleid er geen opleidingsactiviteiten meer worden gefaciliteerd in het kader van de. 4 artikel 3.3, vijfde lid, van het Besluit artikel 4.47, vierde lid, van het Besluit Indien de vreemdeling naar Nederland is gekomen voor een verblijf op grond vandoet de erkend referent, na machtiging daartoe door de vreemdeling, schriftelijk de aanmelding als bedoeld in. De erkend referent verstrekt dezelfde bescheiden en gegevens als bij een aanvraag voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met studie. Tevens meldt de referent in het kader van welk uniaal of multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen, of welke overeenkomst tussen twee of meer instellingen voor het hoger onderwijs, de mobiliteit plaatsvindt. 2023 9856 29-03-2023 27-03-2022 4554227 2023 9856 29-03-2023 27-03-2022 4554227 01-04-2023
Artikel 4.21 — Artikel 4.21#
Artikel 4.21 1 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie aan het voortgezet of beroepsonderwijs, verstrekt inlichtingen indien: a. de vreemdeling niet meer voltijds onderwijs volgt bij de instelling; b. de vreemdeling zijn opleiding voortijdig heeft gestopt of voor de geplande einddatum heeft afgerond; c. de vreemdeling aan het begin van een nieuw studiejaar niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. 2 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van het volgen van het Internationaal Baccalaureaat diplomaprogramma, verstrekt inlichtingen over zijn positie als referent indien hij: a. niet langer door de Internationale Baccalaureaat Organisatie geaccrediteerd is; b. geen deel meer uitmaakt van een internationale organisatie, waarbij een uitwisseling van leerlingen over de wereld plaatsvindt en het land van plaatsing wordt bepaald door landelijke comités van deze internationale organisatie of deze internationale organisatie zijn leerlingen niet langer in een internaat plaatst. 3 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van het volgen van een studie aan het middelbaar beroepsonderwijs niveau 4, verstrekt inlichtingen over zijn positie als referent indien: a. de vreemdeling niet meer voltijds onderwijs volgt bij de instelling; b. de vreemdeling zijn opleiding voortijdig heeft gestopt of voor de geplande einddatum heeft afgerond. 2022 8974 31-03-2022 29-03-2022 3917470 2022 8974 31-03-2022 29-03-2022 3917470 01-04-2022
Artikel 4.22 — Artikel 4.22#
Artikel 4.22 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van seizoenarbeid, lerend werken of arbeid in loondienst verstrekt inlichtingen indien: a. de vreemdeling niet meer bij de referent werkzaam is; b. de vreemdeling niet meer zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; c. de vreemdeling andere werkzaamheden gaat verrichten. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 4.23 — Artikel 4.23#
Artikel 4.23 1 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van arbeid als kennismigrant of als houder van de Europese blauwe kaart, verstrekt inlichtingen indien: a. de vreemdeling niet meer bij de referent werkzaam is; b. artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1 en 2, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 de vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van arbeid als kennismigrant, niet meer aan het looncriterium, bedoeld in, voldoet of, indien het looncriterium niet van toepassing is, de vreemdeling niet meer zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt; c. artikel 2.2, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 de vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven als houder van de Europese blauwe kaart, niet meer aan het looncriterium, bedoeld in, voldoet; d. de vreemdeling, die een beroep in de individuele gezondsheidszorg verricht of wil verrichten waarvoor registratie verplicht is, niet of niet meer in het Beroepen Individuele Gezondheidszorg register is geregistreerd; e. artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 5 van die wet Richtlijn 2021/1883/EU artikel 3.30b, derde lid, van het Besluit de vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verbijven als houder van de Europese blauwe kaart, een gereguleerd beroep in de zin vanuitoefent en niet meer beschikt over een erkenning van de beroepskwalificaties in de zin van, dan wel, voor zover hij een niet-gereguleerd beroep uitoefent, niet meer beschikt over voor dat beroep of de desbetreffende sector benodigde getuigschriften van hoger onderwijs in de zin van artikel 2, onder 8, vanof relevante hogere beroepsvaardigheden, als bedoeld in; f. de vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven als houder van de Europese blauwe kaart, arbeid verricht of gaat verrichten die niet voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgelegd uit hoofde van het toepasselijke recht, in collectieve overeenkomsten of door praktijken in de relevante beroepssectoren voor hooggekwalificeerde banen. 2 De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over de nakoming van zijn verplichtingen als referent indien hij niet meer kan voldoen aan een zorgvuldige werving en selectie van de vreemdeling. 2024 20721 03-07-2024 20-06-2024 5446013 2024 20721 03-07-2024 20-06-2024 5446013 04-07-2024
Artikel 4.23a — Artikel 4.23a#
Artikel 4.23a 1 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, verstrekt inlichtingen indien: a. de vreemdeling niet meer bij de referent of de buiten de Europese Unie gevestigde onderneming werkzaam is; b. de vreemdeling niet langer een functie vervult die voldoet aan de definitie van leidinggevende, specialist of trainee-werknemer in de zin van artikel 3, onder e, f of g, van richtlijn 2014/66/EU; c. de vreemdeling niet langer in Nederland verblijft voor een overplaatsing binnen een onderneming; d. de vreemdeling geen arbeidsplaats meer vervult waarvan de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden ten minste op het niveau dat wettelijk vereist is en in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is, liggen; e. de vreemdeling, die een beroep in de individuele gezondheidszorg verricht of wil verrichten waarvoor registratie verplicht is, niet of niet meer in het Beroepen Individuele Gezondheidszorg register is geregistreerd; f. artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 5 van die wet de vreemdeling een gereglementeerd beroep in de zin vanuitoefent en niet meer beschikt over een erkenning van de beroepskwalificaties in de zin van. 2 De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over diens positie als referent indien de referent niet langer behoort tot dezelfde onderneming of tot dezelfde groep van ondernemingen als de buiten het grondgebied van de Europese Unie gevestigde onderneming, als bedoeld in artikel 3, onder l, van richtlijn 2014/66/EU. 2022 19358 20-07-2022 18-07-2022 4095825 2022 19358 20-07-2022 18-07-2022 4095825 21-07-2022
Artikel 4.24 — Artikel 4.24#
Artikel 4.24 1 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, verstrekt inlichtingen indien: a. de vreemdeling geen onderzoek meer verricht bij de referent; b. de vreemdeling niet langer aan de onderzoeksinstelling is verbonden; c. de vreemdeling niet langer zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; d. de vreemdeling voornemens is gebruik te maken van uitgaande mobiliteit en in het kader van welk uniaal of multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen, of welke overeenkomst tussen twee of meer instellingen voor het hoger onderwijs, de mobiliteit plaatsvindt; e. de vreemdeling, die een beroep in de individuele gezondheidszorg verricht of wil verrichten waarvoor registratie verplicht is, niet of niet meer in het Beroepen Individuele Gezondheidszorg register is geregistreerd. 2 De referent, bedoeld in het eerste lid, verstrekt inlichtingen over diens positie als referent indien: a. bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek hij geen publieke onderzoeksinstelling die is opgenomen in demeer is; b. artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 hij geen onderzoeksinstelling als bedoeld inmeer is; c. hij niet meer als particuliere onderzoeksinstelling in het National Academic Research and Collaborations Information System is opgenomen; d. artikel 1, eerste lid, onderdeel q, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen de verklaring betreffende Speur- en Ontwikkelingswerk, bedoeld in, is ingetrokken. 3 artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit artikel 4.47, vierde lid, van het Besluit Indien de vreemdeling naar Nederland is gekomen voor een verblijf op grond vandoet de erkend referent, na machtiging daartoe door de vreemdeling, schriftelijk de aanmelding als bedoeld in. De erkend referent verstrekt dezelfde bescheiden en gegevens als bij een aanvraag voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801. 2022 19358 20-07-2022 18-07-2022 4095825 2022 19358 20-07-2022 18-07-2022 4095825 21-07-2022
Artikel 4.25 — Artikel 4.25#
Artikel 4.25 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven als familie- of gezinslid, verstrekt inlichtingen indien: a. de gezinsband met de vreemdeling is verbroken; b. de vreemdeling en de referent niet meer samenwonen en deze wijziging niet tijdig is gemeld bij het betreffende college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de vreemdeling als ingezetene is ingeschreven. 2015 46381 21-12-2015 16-12-2015 712292 2015 46381 21-12-2015 16-12-2015 712292 01-01-2016
Artikel 4.26 — Artikel 4.26#
Artikel 4.26 De vreemdeling die in Nederland verblijft in het kader van uitwisseling, studie, seizoenarbeid, lerend werken, arbeid in loondienst, arbeid als kennismigrant, als houder van de Europese blauwe kaart of in het kader van onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, verstrekt inlichtingen indien hij van uitwisselings- of au pairorganisatie, onderwijsinstelling of werkgever wijzigt. 2018 26646 16-05-2018 26-04-2018 2255930 2018 26646 16-05-2018 26-04-2018 2255930 23-05-2018
Artikel 4.27 — Artikel 4.27#
Artikel 4.27 De referent, met uitzondering van de referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft als familie- of gezinslid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is, het woonadres van de vreemdeling in de administratie op. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 4.28 — Artikel 4.28#
Artikel 4.28 1 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van uitwisseling, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. de tussen de au pair en gastgezin overeengekomen dagindeling; b. de naam en het adres van de hoofdpersonen van alle gastgezinnen waarbij de vreemdeling verblijft of heeft verbleven, de periode waarin de vreemdeling bij deze gastgezinnen heeft verbleven en de gezinssamenstelling van deze gastgezinnen; c. bewijsmiddelen waaruit blijkt dat het gastgezin, voor zover het een gastgezin van een au pair betreft, zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende duurzame middelen van bestaan; d. de door het gastgezin en au pair ondertekende bewustverklaring; e. de overeenkomst bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a, van richtlijn (EU) 2016/801, indien de vreemdeling Europees Vrijwilligerswerk gaat verrichten; f. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in; g. een gelegaliseerd en vertaald uittreksel (ongehuwdverklaring) uit de burgerlijke stand van het land van herkomst. 2 De referent, bedoeld in het eerste lid, neemt met betrekking tot de nakoming van zijn verplichtingen als referent in de administratie op: a. een overzicht, voorzien van data en handelingen, van de meldingen van de vreemdeling aan de referent over het gastgezin en de gevolgen die hij daaraan heeft verbonden; b. een overzicht van de inspanningen, voorzien van data en handelingen, die de referent heeft gepleegd opdat de au pair en het gastgezin de overeengekomen afspraken in de dagindeling nakomen; c. een overzicht, voorzien van data en handelingen, waaruit blijkt op welke wijze de referent opgetreden heeft bij problemen, misstanden, misbruik of noodsituatie; d. een overzicht van de inspanningen, voorzien van data en handelingen, die de referent heeft gepleegd om zich te vergewissen van het welzijn en welbevinden van de vreemdeling. 3 De referent, bedoeld in het eerste lid, neemt met betrekking tot zijn positie als referent in de administratie het door de Minister goedgekeurde uitwisselingsprogramma op. 2024 38462 04-12-2024 03-12-2024 5892375 2024 38462 04-12-2024 03-12-2024 5892375 01-01-2025
Artikel 4.29 — Artikel 4.29#
Artikel 4.29 1 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie aan het hoger onderwijs, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. de voorlopige en de definitieve inschrijving van de student aan de onderwijsinstelling, zowel van het eerste inschrijvingsjaar als van de opvolgende jaren waarin de onderwijsinstelling de vreemdeling als student inschrijft of als het een uitwisselingstudent betreft een verklaring van registratie; b. een registratie van de studievoortgang van de vreemdeling; c. een registratie van de vreemdeling die onvoldoende studievoortgang boekt vanwege een persoonlijke omstandigheid, alsmede het feit dat er geen afmelding bij de Minister heeft plaatsgevonden als bedoeld in artikel 6.5 van de Gedragscode internationale student hoger onderwijs; d. de bewijsstukken die ten grondslag hebben gelegen aan de eigen verklaring bij de aanvraag om toelating van de vreemdeling, waarin de instelling stelt dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; e. de eigen verklaring of eigen verklaringen waarin de vreemdeling na toelating jaarlijks verklaart zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan; f. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in. 2 De referent, bedoeld in het eerste lid, neemt met betrekking tot de nakoming van zijn verplichtingen als referent bewijsstukken waaruit voldoende blijkt dat de student toelaatbaar tot de opleiding is gebleken, in de administratie op. 2023 9856 29-03-2023 27-03-2022 4554227 2023 9856 29-03-2023 27-03-2022 4554227 01-04-2023
Artikel 4.30 — Artikel 4.30#
Artikel 4.30 1 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie aan het voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. een bewijs van inschrijving van de vreemdeling aan de onderwijsinstelling; b. een registratie van de studievoortgang van de vreemdeling; c. een bewijsstuk waaruit blijkt dat Nederland het meest aangewezen land is; d. een bewijsstuk waaruit blijkt dat de vreemdeling een positieve bijdrage kan leveren aan zijn land; e. de bewijsstukken die ten grondslag hebben gelegen aan de eigen verklaring bij de aanvraag om toelating van de vreemdeling, waarin de instelling stelt dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; f. de eigen verklaring of eigen verklaringen waarin de vreemdeling na toelating jaarlijks verklaart zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan; g. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in. 2 In afwijking van het eerste lid neemt de referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van het volgen van het Internationaal Baccalaureaat diplomaprogramma, met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. een bewijs van inschrijving van de vreemdeling aan de onderwijsinstelling; b. een registratie van de studievoortgang van de vreemdeling; c. de bewijsstukken die ten grondslag hebben gelegen aan de eigen verklaring bij de aanvraag om toelating van de vreemdeling, waarin de instelling stelt dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; d. de eigen verklaring of eigen verklaringen waarin de vreemdeling na toelating jaarlijks verklaart zelfstandig en duurzaam te beschikken over voldoende middelen van bestaan; e. een bewijsstuk waaruit blijkt dat door de vreemdeling het Internationale Baccalaureaat diplomaprogramma wordt gevolgd; f. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in. 3 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van studie aan het middelbaar beroepsonderwijs niveau 4, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. een bewijs van inschrijving van de vreemdeling aan de onderwijsinstelling; b. een registratie van de studievoortgang van de vreemdeling; c. de bewijsstukken die ten grondslag hebben gelegen aan de eigen verklaring bij de aanvraag om toelating van de vreemdeling, waarin de instelling stelt dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; d. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in. 4 De referent van een vreemdeling, die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van het volgen van het Internationaal Baccalaureaat diplomaprogramma neemt met betrekking tot zijn positie als referent in de administratie een bewijs van zijn accreditatie door de Internationale Baccalaureaat Organisatie op. 2022 8974 31-03-2022 29-03-2022 3917470 2022 8974 31-03-2022 29-03-2022 3917470 01-04-2022
Artikel 4.31 — Artikel 4.31#
Artikel 4.31 artikelen 4.29, eerste lid, onderdeel d 4.30, eerste lid, onderdeel e, tweede lid, onderdeel c en derde lid, onderdeel c Bewijsstukken als bedoeld in deen, zijn: a. indien de middelen van bestaan worden gefinancierd door de vreemdeling zelf: 1°. een kopie van een bankafschrift van een bankrekening mede of uitsluitend op naam van de vreemdeling, waarop het saldo dat voor het studiejaar ter beschikking staat is vermeld, of 2°. een originele verklaring van de bank waaruit blijkt welk bedrag maandelijks ten gunste van de student wordt overgemaakt op een bankrekening, die mede of uitsluitend op naam van de vreemdeling staat; b. indien de middelen van bestaan worden gefinancierd door middel van een beurs: 1°. een kopie van het document waaruit blijkt dat de studiebeurs is toegekend, en 2°. indien een derde partij via de onderwijsinstelling de beurs betaalt een kopie van de overeenkomst tussen een derde partij en de onderwijsinstelling; c. indien de middelen van bestaan worden gefinancierd door een derde financier die in het buitenland woont: 1°. een originele verklaring van de bank waaruit blijkt welk bedrag maandelijks ten gunste van de vreemdeling wordt overgemaakt op de persoonlijke bankrekening van de vreemdeling, gedurende het verblijf in Nederland, of 2°. een originele verklaring van de financier, waarin deze verklaart welk bedrag maandelijks wordt overgemaakt naar de persoonlijke bankrekening van de vreemdeling gedurende diens verblijf in Nederland, en 3°. een kopie van het paspoort van de financier, en 4°. een recent(e) bankafschrift of rekeningsspecificatie waar het rekeningsaldo van de financier op staat; d. indien de middelen van bestaan worden gefinancierd door een derde financier die in Nederland woont: 1°. bewijsstukken omtrent het inkomen van de financier en van de eventuele (huwelijks)partner van de financier, en 2°. een kopie van het identiteitsbewijs van de financier en van de eventuele (huwelijks)partner als hij of zij Nederlander is; e. indien de middelen van bestaan worden gefinancierd uit middelen die zijn gestort op een rekening van de onderwijsinstelling een kopie van een bankafschrift van de onderwijsinstelling waarop het bedrag staat dat is gestort ten behoeve van de vreemdeling. 2020 51172 02-10-2020 28-09-2020 3030623 2020 51172 02-10-2020 28-09-2020 3030623 03-10-2020
Artikel 4.32 — Artikel 4.32#
Artikel 4.32 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van seizoenarbeid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. een door de vreemdeling ondertekende verklaring waarin deze verklaart direct voorafgaand aan de aanvraag om toelating in het kader van seizoenarbeid gedurende een aaneengesloten periode van tenminste veertien weken buiten Nederland te hebben verbleven; b. het aanvullend document; c. de arbeidsovereenkomst waaruit de duur en aard van het dienstverband en het overeengekomen inkomen blijken; d. de loonspecificaties; e. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit artikel 2c van de Wet de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in, indien de referent erkend is krachtens. 2023 9856 29-03-2023 27-03-2022 4554227 2023 9856 29-03-2023 27-03-2022 4554227 01-04-2023
Artikel 4.33 — Artikel 4.33#
Artikel 4.33 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van lerend werken, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. de overeenkomst voor lerend werken, het leerplan of het stageprogramma waaruit de duur en de aard van het dienstverband of de stage en de overeengekomen onkostenvergoeding blijken; b. de originele tewerkstellingsvergunning of, indien een gecombineerde vergunning is verleend, het aanvullend document; c. de loonspecificaties of de specificaties van de stagevergoeding; d. de stageovereenkomst bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdelen a en i tot en met v, van richtlijn (EU) 2016/801; e. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit artikel 2c van de Wet de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in, indien de referent erkend is krachtens. 2018 71186 24-12-2018 11-12-2018 2433902 2018 71186 24-12-2018 11-12-2018 2433902 01-01-2019
Artikel 4.34 — Artikel 4.34#
Artikel 4.34 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van arbeid in loondienst, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. de originele tewerkstellingsvergunning of, indien een gecombineerde vergunning is verleend, het aanvullend document; b. de arbeidsovereenkomst waaruit de duur en de aard van het dienstverband en het overeengekomen inkomen blijken; c. de loonspecificaties; d. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit artikel 2c van de Wet de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in, indien de referent erkend is krachtens. 2020 51172 02-10-2020 28-09-2020 3030623 2020 51172 02-10-2020 28-09-2020 3030623 03-10-2020
Artikel 4.35 — Artikel 4.35#
Artikel 4.35 1 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van arbeid als kennismigrant of als houder van de Europese blauwe kaart, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. de arbeidsovereenkomst waaruit de duur en de aard van het dienstverband en het overeengekomen inkomen blijkt; b. indien de vreemdeling in Nederland in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van arbeid als kennismigrant, 1°. artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 loonspecificaties waaruit blijkt dat de vreemdeling na toelating aan het looncriterium, bedoeld in, voldoet; 2°. artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 artikel 3.42 van het Besluit loonspecificaties waaruit blijkt dat de vreemdeling na toelating voldoet aan het looncriterium, bedoeld inen bewijsstukken waaruit blijkt dat de vreemdeling na toelating voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’, bedoeld in; of 3°. indien het looncriterium niet van toepassing is, loonspecificaties waaruit blijkt dat de vreemdeling na toelating zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikt; c. artikel 2.2, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 indien de vreemdeling in Nederland verblijft of wil verblijven als houder van de Europese blauwe kaart, loonspecificaties waaruit blijkt dat de vreemdeling na toelating aan het looncriterium, bedoeld in, voldoet; d. indien de vreemdeling in Nederland verblijft in het kader van arbeid als kennismigrant, voor zover het looncriterium van toepassing is, of als houder van de Europese blauwe kaart, een afschrift van een zakelijke bankrekening of een ander soortgelijk bewijsstuk, waaronder begrepen, maar niet beperkt tot een overzicht van een batchbetaling, waaruit blijkt dat het loon is bijgeschreven op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, op naam van de vreemdeling; e. een bewijs van inschrijving in het opleidingsregister van de Medisch Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie in het geval de vreemdeling een arts in opleiding tot specialist is; f. artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 1 van die wet Richtlijn 2021/1883/EU artikel 3.30b, derde lid, van het Besluit de erkenning van de beroepskwalificaties in de zin van, voor zover de vreemdeling in Nederland verblijft of wil verblijven als houder van de Europese blauwe kaart en een gereguleerd beroep in de zin vanuitoefent, dan wel, voor zover hij een niet-gereguleerd beroep uitoefent, de voor dat beroep of de desbetreffende sector benodigde getuigschriften van hoger onderwijs in de zin van artikel 2, onder 8, vanof bewijsstukken ter staving van hogere beroepsvaardigheden, als bedoeld in; g. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit artikel 2c van de Wet de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in, indien de referent erkend is krachtens. 2 Bewijsstukken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2, zijn: a. een kopie van het diploma, het getuigschrift, of de verklaring op welke datum aan alle voorwaarden is voldaan voor het verkrijgen van een diploma of getuigschrift; b. artikel 3.23 indien van toepassing, ten minste twee afschriften waaruit blijkt dat de buitenlandse instelling, waar vreemdeling een masteropleiding of een postdoctorale opleiding heeft afgerond of is gepromoveerd, is aangewezen, bedoeld in; c. art. 3.42, eerste lid, onder e van het Besluit indien van toepassing, een testrapport, diploma, getuigschrift, certificaat of ander document waaruit blijkt dat de vreemdeling het minimale kennisniveau van de Engelse of Nederlandse taal bezit, als bedoeld in; en d. indien van toepassing, een schriftelijke Internationale Diplomawaardering. 3 De referent, bedoeld in het eerste lid, neemt met betrekking tot de nakoming van zijn verplichtingen als referent in de administratie op de stukken omtrent de wijze waarop hij invulling heeft gegeven aan de zorgplicht. 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 2025 33328 22-10-2025 16-10-2025 6725321 01-01-2026 2025 33328-n1 22-10-2025 2025 33328-n1 22-10-2025 01-01-2026 De wijziging is herplaatst.
Artikel 4.35a — Artikel 4.35a#
Artikel 4.35a 1 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. de arbeidsovereenkomst met de buiten de Europese Unie gevestigde onderneming en de opdrachtbrief van de werkgever of, indien de vreemdeling een trainee-werknemer is, de trainee-overeenkomst; b. (loon)specificaties waaruit blijkt dat de vreemdeling na toelating een arbeidsplaats vervult van welke de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden ten minste op het niveau dat wettelijk vereist is en in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is, liggen; c. een bewijs van inschrijving in het opleidingsregister van de Medisch Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie in het geval de vreemdeling een arts in opleiding tot specialist is; d. artikel 2, onder h, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties artikel 5 van die wet de voor de desbetreffende sector benodigde getuigschriften van hoger onderwijs in de zin van, voor zover de vreemdeling een gereglementeerd beroep in de zin vanuitoefent; e. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit artikel 2c van de Wet de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in, indien de referent erkend is krachtens. 2 De referent, bedoeld in het eerste lid, neemt met betrekking tot de nakoming van zijn verplichtingen als referent in de administratie op de stukken omtrent de wijze waarop hij invulling heeft gegeven aan de zorgplicht. 2018 71186 24-12-2018 11-12-2018 2433902 2018 71186 24-12-2018 11-12-2018 2433902 01-01-2019
Artikel 4.36 — Artikel 4.36#
Artikel 4.36 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. de gastovereenkomst bedoeld in artikel 10 van richtlijn (EU) 2016/801; b. een kopie van het passend diploma van hoger onderwijs dat toegang geeft tot doctoraal programma’s; c. de eigen verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan en de bewijsmiddelen die daaraan ten grondslag liggen; d. artikel 3.77, elfde lid, van het Besluit de door de vreemdeling ingevulde en ondertekende antecedentenverklaring, bedoeld in. 2018 71186 24-12-2018 11-12-2018 2433902 2018 71186 24-12-2018 11-12-2018 2433902 01-01-2019
Artikel 4.37 — Artikel 4.37#
Artikel 4.37 artikel 4.36, onder c Bewijsstukken als bedoeld in, zijn: a. een afschrift van de arbeidsovereenkomst, een recente werkgeversverklaring voorzien van datum, handtekening van de werkgever en firmastempel en afschriften van loonspecificaties; b. Handelsregisterwet 2007 een verklaring inkomen van een gevestigde ondernemer en een uittreksel van de Kamer van Koophandel, voor zover inschrijving van de zelfstandig ondernemer op grond van deis vereist; c. sponsorovereenkomst(en) waaruit de hoogte van de sponsorgelden en de duur van de sponsorovereenkomst(en) blijken; d. schriftelijke bewijsstukken waaruit de hoogte van de beurs of het stipendium blijkt en het tijdvak waarover de beurs of het stipendium is toegekend; e. bewijsstukken van periodieke betalingen waaruit blijkt dat voldoende zekerheid bestaat over het ongestoorde verloop van de geldstroom; f. in geval van een dienstbetrekking van de vreemdeling met een in het buitenland gevestigde werkgever een verklaring van die werkgever waaruit de duur van de dienstbetrekking en de hoogte van het salaris blijkt. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 4.38 — Artikel 4.38#
Artikel 4.38 1 De referent van een vreemdeling die in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van verblijf als familie- of gezinslid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is in de administratie op: a. indien er sprake is van een huwelijk tussen de referent en vreemdeling, de gelegaliseerde huwelijksakte; b. indien er sprake is van toelating van een partner, de gelegaliseerde ongehuwdverklaring van de vreemdeling; c. indien er sprake is van toelating van een kind, de gelegaliseerde geboorteakte; d. indien het rechtmatig gezag bij de toelating is aangetoond, de gelegaliseerde bescheiden waaruit het rechtmatig gezag van de ouder over het kind blijkt; e. bewijsstukken waaruit blijkt dat de referent zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. 2 De referent van een minderjarige vreemdeling die ter adoptie in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van verblijf als familie- of gezinslid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is of was in de administratie op: a. het document waaruit de identiteit van de minderjarige vreemdeling blijkt; b. de gelegaliseerde bescheiden waaruit blijkt dat de afstand door de ouder(s) van de minderjarige vreemdeling naar behoren is geregeld; c. het gelegaliseerde bewijs van instemming van de daartoe bevoegde autoriteiten in het land van herkomst met opneming van de vreemdeling door de referent in zijn gezin. 3 De referent van een minderjarige vreemdeling die in afwachting van het onderzoek naar de geschiktheid van de referent als adoptieouder in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van verblijf als familie- of gezinslid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is of was in de administratie op: a. het document waaruit de identiteit van de minderjarige vreemdeling blijkt; b. de gelegaliseerde bescheiden waaruit blijkt dat de ouders van het kind, of als deze zijn overleden of een onbekende verblijfplaats hebben, de autoriteiten van het land van herkomst vóór de komst naar Nederland hebben ingestemd met het vertrek van de vreemdeling en met de opneming van het kind ter adoptie in het gezin van de referent. 4 De referent van een minderjarige vreemdeling die als pleegkind in Nederland verblijft of wil verblijven in het kader van verblijf als familie- of gezinslid, neemt met betrekking tot de vreemdeling wiens referent hij is of was in de administratie op: a. de gelegaliseerde bescheiden waaruit de familierechtelijke relatie tussen de vreemdeling en referent blijkt; b. de gelegaliseerde bescheiden waaruit blijkt dat de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger(s) alsmede, indien het recht van het land van herkomst dit vereist, de autoriteiten van het land van herkomst, instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de referent; c. bewijsstukken waaruit blijkt dat de referent zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; d. de gelegaliseerde bescheiden waaruit blijkt dat de referent het gezag heeft over het kind. 5 Van het vereiste van legalisatie zijn vrijgesteld: a. stukken die vallen onder een verdrag dat voorziet in vrijstelling of afschaffing van legalisatie en die afkomstig zijn uit een land dat partij is bij het betreffende verdrag; b. afschriften en uittreksels van akten van de burgerlijke stand, opgemaakt en afgegeven in Indonesië, Nieuw Guinea of Suriname, voordat deze landen op 27 december 1949, 1 oktober 1962 onderscheidenlijk 25 november 1975 de onafhankelijkheid verkregen; en c. uit het buitenland afkomstige stukken, overgelegd door een in Nederland woonachtig persoon die met betrekking tot hetzelfde rechtsfeit reeds eerder een gelegaliseerd stuk heeft overgelegd dat de basis heeft gevormd voor het opmaken van een akte van de burgerlijke stand in Nederland of voor de opname van gegevens over de betreffende persoon in de BRP, voorzover het later overgelegde niet-gelegaliseerde stuk inhoudelijk overeenstemt met de op grond van het eerder overgelegde gelegaliseerde stuk in de akte of in de BRP opgenomen gegevens en het latere stuk overeenstemt met het gelegaliseerde stuk. 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 2013 35683 23-12-2013 13-12-2013 463556 06-01-2014
Artikel 4.39 — Artikel 4.39#
Artikel 4.39 4.38, eerste lid, onder e en vierde lid, onder c Bewijsstukken als bedoeld in, zijn: a. indien de referent beschikt over inkomen uit arbeid in loondienst: 1°. een afschrift van de arbeidsovereenkomst; 2°. een recente werkgeversverklaring voorzien van datum, handtekening van de werkgever en firmastempel, en 3°. afschriften van loonstroken over de drie maanden direct voorafgaand aan de aanvraag; b. artikel 3.75, derde lid, van het Besluit indien de referent beschikt over middelen van bestaan als bedoeld in: 1°. de bewijsstukken genoemd onder a; 2°. afschriften van arbeids- of uitzendovereenkomsten van de drie jaren voorafgaand aan het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven; 3°. afschriften van jaaropgaven over de drie jaren voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning, en 4°. voor zover van toepassing uitkeringsbeschikkingen en specificaties over de drie jaren voorafgaand aan de datum van de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning; c. artikel 3.24b indien de referent beschikt over middelen van bestaan als bedoeld in: 1°. de bewijsstukken genoemd onder a; 2°. afschriften van arbeids- of uitzendovereenkomsten van het jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven; 3°. afschriften van jaaropgaven over het jaar voorafgaand aan de datum van indiening van de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning, en 4°. voor zover van toepassing uitkeringsbeschikkingen en specificaties over het jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning; d. indien de referent beschikt over inkomen als zelfstandige: 1°. een verklaring inkomen van een gevestigde ondernemer, en 2°. Handelsregisterwet 2007 een uittreksel van de Kamer van Koophandel, voor zover inschrijving van de zelfstandig ondernemer op grond van deis vereist. e. indien de referent naar het oordeel van de Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is: 1°. Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheid zelfstandigen Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten de toekenningsbeschikking van de uitkerende instantie ingevolge de, de, deof dewaaruit blijkt dat de referent volledig arbeidsongeschikt is, en 2°. de uitkeringsspecificaties; f. indien de referent blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen: 1°. Participatiewet alle toekenningsbesluiten ingevolge dedie betrekking hebben op de vijf jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven; 2°. voor zover van toepassing correspondentie met het college van burgemeester en wethouders omtrent ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling, die betrekking heeft op de vijf jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven, en 3°. voor zover van toepassing bescheiden waaruit blijkt dat een arbeidsinschakeling binnen een jaar niet te verwachten valt; g. indien de referent beschikt over inkomen uit eigen vermogen: 1°. de laatst afgegeven definitieve aanslag Inkomstenbelasting afgegeven door de rijksbelastingdienst; 2°. de laatst afgegeven voorlopige aanslag Inkomstenbelasting afgegeven door de rijksbelastingdienst; 3°. de meest recente aangifte Inkomstenbelasting aan de rijksbelastingdienst; 4°. bescheiden waaruit het eigen vermogen op het moment van de indiening van de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning blijkt. 2017 17314 23-03-2017 20-03-2017 2055393 2017 17314 23-03-2017 20-03-2017 2055393 24-03-2017
Artikel 4.40 — Artikel 4.40#
Artikel 4.40 Vervallen 2018 71186 24-12-2018 11-12-2018 2433902 2018 71186 24-12-2018 11-12-2018 2433902 01-01-2019
Artikel 4.41 — Artikel 4.41#
Artikel 4.41 1 artikel 2a, derde lid, van de Wet De referent of de gewezen referent houdt de administratie ter plaatse waar hij in Nederland kantoor houdt, dan wel ter plaatse waar hij in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep heeft, of ter plaatse waar hij woont of gevestigd is. Bij gebreke aan een van vorenstaande plaatsen houdt hij de administratie onder zijn berusting. De referent doet bij het model, bedoeld in, opgave van de plaats waar de administratie wordt gehouden. 2 Indien het adres ter plaatse waar de administratie wordt gevoerd, wijzigt, doet de referent binnen twee weken melding van het nieuwe adres aan de Minister. 3 De referent of gewezen referent verstrekt schriftelijk op verzoek van de Minister de gegevens of bescheiden binnen een periode van vier weken na ontvangst van het daartoe strekkend verzoek, of, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, binnen een door de Minister te bepalen termijn. 4 In bijzondere gevallen kan de Minister de in het derde lid bedoelde termijn verkorten. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 4.42 — Artikel 4.42#
Artikel 4.42 artikel 4.53 van het Besluit Indien de referent of gewezen referent niet aan de op hem ingevolgerustende verplichtingen kan voldoen, stelt hij de Minister daarvan binnen vier weken op de hoogte, alsmede van de redenen daarvan. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 artikel 50, vierde lid, van de Wet Indien de korpschef of de Commandant der Koninklijke marechaussee de bevoegdheid, bedoeld in, mandateert, doet hij dat niet dan aan een ambtenaar, belast met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is, of aan de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van politie of van de Koninklijke marechaussee die daartoe is aangewezen door de korpschef, respectievelijk de Commandant der Koninklijke marechaussee. 2019 53386 30-09-2019 25-09-2019 2707238 2019 53386 30-09-2019 25-09-2019 2707238 01-10-2019
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 artikel 56, eerste lid, van de Wet artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet De maatregel, bedoeld in, wordt opgelegd, gewijzigd en opgeheven door de ambtenaar bedoeld in, die tevens hulpofficier van justitie is, door de ambtenaar van politie met ter zake voldoende kennis en kunde die daartoe is aangewezen door de korpschef, of door de ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek en de ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die daartoe bevoegd zijn. 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 01-10-2017 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 01-10-2017 Wijziging is herplaatst.
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 1 artikel 59 59a 59b van de Wet artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet De maatregel, bedoeld in,of, wordt opgelegd en opgeheven door de ambtenaar bedoeld in, die tevens hulpofficier van justitie is, door de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van politie of van de Koninklijke marechaussee die daartoe is aangewezen door de korpschef, respectievelijk de Commandant der Koninklijke marechaussee, of door de daartoe door de Minister aangewezen ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek of de Immigratie- en Naturalisatiedienst. 2 artikel 59 59a van de Wet artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet De maatregel, bedoeld inof, wordt gewijzigd en opgeheven door de ambtenaar van Dienst Terugkeer en Vertrek, die daartoe bevoegd is, of door de ambtenaar bedoeld indie tevens hulpofficier van justitie is of door de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van politie of van de Koninklijke marechaussee die daartoe is aangewezen door de korpschef, respectievelijk de Commandant der Koninklijke marechaussee. 3 artikel 59, eerste lid, van de Wet artikel 47, eerste lid, onder a of b, van de Wet De maatregel, bedoeld in, wordt verlengd als bedoeld in artikel 59, zesde lid, van de Wet, door de ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek die daartoe bevoegd is, of door de ambtenaar, bedoeld in, die tevens hulpofficier van justitie is of door de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van politie of van de Koninklijke marechaussee die daartoe is aangewezen door de korpschef, respectievelijk de Commandant der Koninklijke marechaussee. 2019 53386 30-09-2019 25-09-2019 2707238 2019 53386 30-09-2019 25-09-2019 2707238 01-10-2019
Artikel 5.4 — Artikel 5.4#
Artikel 5.4 artikel 5.3, eerste lid artikel 5.5, eerste lid, van het Besluit De ambtenaren genoemd in, zijn bevoegd tot het nemen van het besluit, bedoeld inen tot het doen van de kennisgeving, bedoeld in artikel 5.5, tweede lid, van het Besluit. 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 2015 20705 17-07-2015 13-07-2015 666060 20-07-2015
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 1 De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zijn bevoegd tot uitzetting of overdracht over te gaan en daartoe alle benodigde handelingen te verrichten. 2 De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, gaan niet dan ingevolge een bijzondere aanwijzing van de Minister over tot uitzetting of overdracht van de vreemdeling die te kennen geeft dat hij asiel wenst. 2016 52045 30-09-2016 27-09-2016 803092 2016 52045 30-09-2016 27-09-2016 803092 01-10-2016
Artikel 6.1a — Artikel 6.1a#
Artikel 6.1a Artikel 6.1c van het Besluit is niet van toepassing op de vreemdeling: a. wiens vrijheid rechtens is ontnomen; b. die door de Minister is geïnformeerd over de datum van de vlucht ter fine van zijn verwijdering; c. artikelen 44a 62b van de Wet tegen wie de Minister het overdrachtsbesluit, bedoeld in deen, heeft uitgevaardigd en die in afwachting is van de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat. 2014 8975 27-03-2014 21-03-2014 497422 2014 8975 27-03-2014 21-03-2014 497422 01-04-2014
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 De korpschef en de Commandant der Koninklijke marechaussee zijn bevoegd de kosten van verwijdering te verhalen op de vreemdeling of op een vervoersonderneming. 2019 53386 30-09-2019 25-09-2019 2707238 2019 53386 30-09-2019 25-09-2019 2707238 01-10-2019
Artikel 6.2a — Artikel 6.2a#
Artikel 6.2a bijlage 22 De hoogte van de kosten van uitzetting worden vastgesteld aan de hand van de kostensoort vermeld in kolom A vanbij deze regeling en de bijbehorende tarieven vermeld in kolom B van bijlage 22 bij deze regeling. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 1 artikel 62, derde lid, van de Wet De verlenging, bedoeld in, van de vertrektermijn, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de Wet, vindt uitsluitend plaats indien de vreemdeling ervoor zorg heeft gedragen dat de voor zijn vertrek uit eigen beweging noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn. 2 De verlenging van de vertrektermijn bedraagt maximaal 90 dagen. 3 In afwijking van het tweede lid, kan de vertrektermijn met ten hoogste zes maanden worden verlengd indien de duur van het aan de vreemdeling verleende visum niet kan worden verlengd en zijn aanwezigheid in Nederland noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de procedure voor het Internationale Strafhof, het Speciale Tribunaal voor Libanon, het Internationaal Joegoslavië Tribunaal, het Speciale Hof voor Sierra Leone, het Kosovo Relocated Specialist Judicial Institution, dan wel het Internationaal Residumechanisme voor Straftribunalen. 4 Bij het besluit omtrent verlenging van de vertrektermijn worden onder meer de aanwezigheid van schoolgaande kinderen of het bestaan van andere gezinsbanden en sociale banden betrokken. 5 Het verzoek om de vertrektermijn te verlengen, wordt in persoon ingediend bij de ambtenaar belast met het begeleiden van de terugkeer of het loket van de IND. 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 01-10-2017 Wijziging is herplaatst. 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 01-10-2017
Artikel 6.4 — Artikel 6.4#
Artikel 6.4 1 artikel 62a, eerste lid, van de Wet artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012 Vreemdelingenwet 2000 artikel 47, eerste lid, onder a of b, van de Wet De kennisgeving, bedoeld in, wordt gegeven door de daartoe bevoegde ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de daartoe bevoegde ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek of de ambtenaar, bedoeld in, die is aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar en belast is met de uitvoering van wettelijke voorschriften gesteld bij of krachtens de, dan wel door de ambtenaar, bedoeld in. 2 artikel 62a, eerste lid, van de Wet Indien de kennisgeving, bedoeld in, wordt gegeven, wordt de vreemdeling in een taal die de vreemdeling begrijpt of redelijkerwijze geacht mag worden te begrijpen mondeling of schriftelijk op de inhoud en de rechtsgevolgen daarvan gewezen, en wordt de vreemdeling gewezen op de mogelijkheid daartegen rechtsmiddelen aan te wenden. 2014 36739 18-12-2014 11-12-2014 593764 2014 36739 18-12-2014 11-12-2014 593764 01-01-2015
Artikel 6.5 — Artikel 6.5#
Artikel 6.5 1 artikel 66a van de Wet artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet Het inreisverbod, bedoeld in, wordt uitgevaardigd, gewijzigd of opgeheven door de daartoe bevoegde ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de daartoe bevoegde ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek of de ambtenaar, bedoeld in, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van politie of van de Koninklijke marechaussee die daartoe is aangewezen door de korpschef, respectievelijk de Commandant der Koninklijke marechaussee. 2 artikel 66a, zevende lid, van de Wet Het inreisverbod wordt uitgevaardigd, gewijzigd of opgeheven door de ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die daartoe bevoegd is, indien daaraan de rechtgevolgen, bedoeld in, zijn verbonden. 3 Indien het inreisverbod wordt uitgevaardigd, wordt in een taal die de vreemdeling begrijpt of redelijkerwijze geacht mag worden te begrijpen mondeling of schriftelijk op de inhoud en de rechtsgevolgen daarvan gewezen, en wordt de vreemdeling gewezen op de mogelijkheid daartegen rechtsmiddelen aan te wenden. 2019 53386 30-09-2019 25-09-2019 2707238 2019 53386 30-09-2019 25-09-2019 2707238 01-10-2019
Artikel 6.6 — Artikel 6.6#
Artikel 6.6 1 artikel 14 van de Wet artikel 3.4, eerste lid, onder a tot en met e, g, j, m, n, q en s, van het Besluit Het inreisverbod wordt ambtshalve opgeheven indien door of namens de vreemdeling tegen wie het inreisverbod is uitgevaardigd een verblijfsvergunning als bedoeld inis aangevraagd en door de Immigratie- en Naturalisatiedienst is vastgesteld dat de vreemdeling voor verlening van de gevraagde verblijfsvergunning in aanmerking komt, indien het betreft een vergunning die verband houdt met een beperking als bedoeld in. 2 artikel 66a, zevende lid, van de Wet Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd waaraan de rechtgevolgen, bedoeld in, zijn verbonden. 3 Het inreisverbod wordt ambtshalve opgeheven indien uit een door Nederland aangegane verdragsrechtelijke verplichting volgt dat aan de vreemdeling een verblijfsvergunning dient te worden verleend. 2018 17763 30-03-2018 27-03-2018 2229215 2018 17763 30-03-2018 27-03-2018 2229215 01-04-2018
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 1 artikel 107 van de Wet artikel 8.1, derde lid, van het Besluit bijlage 17a Het bestuursorgaan of orgaan als bedoeld in, dat de Minister met toepassing vanvraagt om onverwijld nadere gegevens over de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling te verstrekken, maakt daarvoor gebruik van het formulier van het inbij deze regeling aangeduide model. Op dit formulier wordt tevens aangegeven om welke reden onduidelijkheid bestaat over de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling. 2 bijlage 17b De verstrekking van de nadere gegevens over de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling aan de in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan, vindt plaats door gebruikmaking van het formulier van het inbij deze regeling aangeduide model. 3 artikel 8.2, eerste lid, van het Besluit bijlage 17c Bij het vragen van gegevens omtrent de toekenning of beëindiging van een verstrekking, voorziening, uitkering, ontheffing of vergunning bij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan of orgaan op grond van, wordt gebruik gemaakt van het formulier van het invan deze regeling aangeduide model. 4 artikel 8.2, tweede of derde lid, van het Besluit bijlage 17d Het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan of orgaan dat de Minister desgevraagd of uit eigen beweging op grond van, gegevens verstrekt omtrent de toekenning of beëindiging van een verstrekking, voorziening, uitkering, ontheffing of vergunning, maakt daarvoor gebruik van het formulier van het inbij deze regeling aangeduide model. 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 2008 109 10-06-2008 30-05-2008 5543046/08 12-06-2008
Artikel 7.1a — Artikel 7.1a#
Artikel 7.1a 1 artikel 107a, eerste lid, van de Wet De verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inis noodzakelijk: a. artikelen 14 20 van de Wet voor de beoordeling van het bij een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in deenbeoogde verblijfsdoel, voor de beoordeling van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur alsmede voor de beoordeling van de algemene weigeringsgronden of intrekkingsgronden van de verblijfsvergunning en ambtshalve beoordelingen; b. artikelen 28 33 van de Wet voor het beoordelen van een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in deen, voor de beoordeling van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur alsmede voor de beoordeling van de algemene weigeringsgronden of intrekking van de verblijfsvergunning en ambtshalve beoordelingen; c. artikel 45a van de Wet voor het beoordelen van een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in, alsmede voor de beoordeling van de algemene weigeringsgronden of intrekkingsgronden van de EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen en ambtshalve beoordelingen; d. voor het beoordelen van de gronden voor het ongewenst verklaren van een vreemdeling en de opheffing van de ongewenstverklaring; e. artikel 2.1 2.9 2.10 van het Besluit voor de beoordeling van de voorwaarden voor het verlenen van de toegang als bedoeld in,en; f. artikelen 6 56 57 58 59 van de Wet voor de toepassing van vrijheidsbeperkende en -ontnemende maatregelen krachtens de,,,en; g. artikel 2.2, tweede lid, van het Besluit voor de handhaving van de afschriftplicht van vervoerders als bedoeld in; h. artikelen 3.2 3.3 van het Besluit voor de beoordeling van de voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn als bedoeld in deen; i. artikel 6.1a van het Besluit artikel 64 van de Wet bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het uitzetten van een vreemdeling als bedoeld in, daaronder begrepen de verwerking van bijzondere gegevens in het kader van de beoordeling of de uitzetting achterwege dient te blijven als bedoeld in; j. artikel 2c van de Wet voor de beoordeling van de voorwaarden voor de erkenning als referent, bedoeld in; k. voor de beoordeling van de gronden voor het uitvaardigen van een inreisverbod tegen een vreemdeling en de opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod. 2 De bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard worden ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde doeleinden opgenomen in documenten die in een persoonsgebonden dossier en in een geautomatiseerd bestand worden neergelegd. De gegevens in het geautomatiseerde bestand worden gebruikt voor het opstellen van beschikkingen. 2021 42404 30-09-2021 28-09-2021 3544631 2021 42404 30-09-2021 28-09-2021 3544631 01-10-2021 31-12-2011
Artikel 7.1b — Artikel 7.1b#
Artikel 7.1b 1 Voorzover de bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard zijn opgeslagen in de vreemdelingenadministratie, wordt dit bestand beveiligd tegen ongeautoriseerd gebruik door: a. het toekennen van autorisaties aan alleen die personen, die voor het uitoefenen van hun taak toegang tot de opgeslagen informatie moeten hebben; b. het bewaren van een reservebestand op een voor niet-geautoriseerde personen ontoegankelijke plaats. 2 artikelen 46 tot en met 48 van de Wet De autorisaties als bedoeld in het eerste lid worden toegekend aan medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek en de ambtenaren, bedoeld in de. 3 De Minister stelt richtlijnen op voor het verwerken van bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard in het geautomatiseerde systeem. 2018 36223 29-06-2018 25-06-2018 2294133 2018 36223 29-06-2018 25-06-2018 2294133 01-07-2018 25-05-2018
Artikel 7.1c — Artikel 7.1c#
Artikel 7.1c 1 artikel 107a, eerste lid, van de Wet Bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld inkunnen worden verstrekt aan de volgende derde personen en instanties: a. de Minister van Buitenlandse Zaken of door de Minister van Buitenlandse Zaken voorgedragen onderzoekers of onderzoeksbureaus, voor het verrichten van onderzoek in het buitenland op verzoek van de Minister alsmede ten behoeve van de beoordeling van visumaanvragen; b. artsen, voor het beoordelen van de gezondheidstoestand van de vreemdeling op basis van de door de vreemdeling ondertekende toestemmingsverklaring, alsmede de overdracht van medische gegevens van een vreemdeling in het kader van uitzetting. 2 De verstrekking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard aan de in het eerst lid genoemde personen geschiedt op geen andere wijze dan schriftelijk. 2018 36223 29-06-2018 25-06-2018 2294133 2018 36223 29-06-2018 25-06-2018 2294133 01-07-2018 25-05-2018
Artikel 7.1d — Artikel 7.1d#
Artikel 7.1d 1 De onverenigbare verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard wordt op de volgende wijze tegengegaan: a. artikelen 7.1a 7.1c de toegang tot de gegevens in het persoonsgebonden dossier en het geautomatiseerde bestand is voorbehouden aan die personen, die voor het uitoefenen van hun taak, bedoeld in deentoegang tot de informatie moeten hebben; b. de verwerkingsverantwoordelijke stelt een Functionaris voor de Gegevensbescherming aan, die toeziet op de naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming; c. de verwerkingsverantwoordelijke verricht integriteits- en kwaliteitsaudits ten aanzien van de verwerking van de persoonsgegevens en rapporteert deze aan de Functionaris voor de Gegevensbescherming. 2 artikel 8.35 van het Besluit De vernietiging van de gezichtsopnames en vingerafdrukken na afloop van de bewaartermijn, bedoeld in, en de verwijdering en de vernietiging van de gezichtsopname en vingerafdrukken op verzoek van de vreemdeling, op grond dat deze de hoedanigheid heeft gekregen van gemeenschapsonderdaan anders dan door verkrijging van het Nederlanderschap, geschiedt op de wijze als voorgeschreven in artikel 8 van de Wbp-regeling Basisvoorziening vreemdelingen en paragraaf 8.2 van het Protocol Identificatie en Labeling. 2018 36223 29-06-2018 25-06-2018 2294133 2018 36223 29-06-2018 25-06-2018 2294133 01-07-2018 25-05-2018
Artikel 7.1e — Artikel 7.1e#
Artikel 7.1e artikel 107, tweede lid, onder b, van de wet Als wettelijke voorschriften, bedoeld in, zijn aangewezen: – Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek ; – Algemene Kinderbijslagwet de; – Algemene nabestaandenwet de; – Algemene Ouderdomswet de; – Wet langdurige zorg de; – Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties de; – Algemene wet inzake rijksbelastingen de; – Faillisementswet de; – Huisvestingswet 2014 de; – Jeugdwet de; – Paspoortwet de; – Politiewet 2012 de; – Remigratiewet de; – Toeslagenwet de; – Uitleveringswet de; – Werkloosheidswet de; – Wet algemene bepalingen burgerservicenummer de; – Wet arbeid en zorg de; – Wet arbeid vreemdelingen de; – Wet beëdigde tolken en vertalers de; – Wet beperking export uitkeringen de; – Wet betreffende de positie van Molukkers de; – Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers de; – Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen de; – Wet educatie en beroepsonderwijs de; – Wet financiering sociale verzekeringen de; – Wet basisregistratie personen de; – Wet inburgering 2021 Wet inburgering deen de, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021 in werking treedt; – Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen de; – Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers de; – Wet inkomensvoorziening oudere werklozen de; – Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens de; – Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 de; – Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering de; – Wet op de identificatieplicht de; – Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 de; – Wet op de Kamer van Koophandel de; – Wet op de loonbelasting 1964 de; – Wet op de rechtsbijstand de; – Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de; – Wet op het primair onderwijs de; – Wet voortgezet onderwijs 2020 de; – Wet politiegegevens de; – Wet publieke gezondheid de; – Wet sociale werkvoorziening de; – Wet studiefinanciering 2000 de; – Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de; – Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten de; – Participatiewet de; – Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de; – Ziektewet de; – artikel 8.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de ingenoemde wettelijke voorschriften. 2022 19358 20-07-2022 18-07-2022 4095825 2022 19358 20-07-2022 18-07-2022 4095825 01-08-2022
Artikel 7.1f — Artikel 7.1f#
Artikel 7.1f artikel 8, onder a, van de Wet Wet inburgering Indien aan een vreemdeling die arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie wil verrichten rechtmatig verblijf op grond van, wordt verleend stelt de Minister de Dienst Uitvoering Onderwijs, in het kader van de uitvoering van de, daarvan op de hoogte. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 7.1g — Artikel 7.1g#
Artikel 7.1g 1 artikelen 67d 67e 67f van de Algemene wet inzake de Rijksbelastingen De rijksbelastingdienst verstrekt de Minister desgevraagd gegevens over fiscale vergrijpboetes die op grond van de,enzijn opgelegd, ten behoeve van de beoordeling van de erkenning als referent. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden niet doorgeleverd. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 7.1ga — Artikel 7.1ga#
Artikel 7.1ga 1 artikel 3, vierde lid, onder c, van het Besluit Rode Kruis 1988 De Immigratie- en Naturalisatiedienst kan desgevraagd aan de vereniging het Nederlandse Rode Kruis persoonsgegevens verstrekken die noodzakelijk zijn voor de taak als bedoeld in, zijnde het opsporen van vermiste personen en het herstellen van contact tussen familieleden die van elkaar gescheiden zijn geraakt. 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden niet doorgeleverd. 2021 48120 01-12-2021 23-11-2021 3622276 2021 48120 01-12-2021 23-11-2021 3622276 02-12-2021
Artikel 7.1h — Artikel 7.1h#
Artikel 7.1h artikel 108, eerste lid, van de Wet Als voorschriften vastgesteld bij of krachtens de Schengengrenscode, bedoeld in, zijn aangewezen: – Bijlage VI, onder 2.2.3, van de Schengengrenscode – Bijlage VI, onder 2.3.1, van de Schengengrenscode – Bijlage VI, onder 3.1.2, van de Schengengrenscode – Bijlage VI, onder 3.1.4, van de Schengengrenscode – Bijlage VI, onder 3.1.5, van de Schengengrenscode – Bijlage VI, onder 3.2.1, van de Schengengrenscode – Bijlage VI, onder 3.2.5, van de Schengengrenscode – Bijlage VI, onder 3.2.6, van de Schengengrenscode – Bijlage VI, onder 3.2.9, i, van de Schengengrenscode 2021 36374 21-07-2021 16-07-2021 3430911 2021 36374 21-07-2021 16-07-2021 3430911 22-07-2021
Artikel 7.1i — Artikel 7.1i#
Artikel 7.1i artikel 8.29, eerste lid, van het Besluit Als bestand in de vreemdelingenadministratie, bedoeld in, is aangewezen de Basisvoorziening vreemdelingen. 2014 5900 28-02-2014 21-02-2014 486428 2014 5900 28-02-2014 21-02-2014 486428 01-03-2014
Artikel 7.1j — Artikel 7.1j#
Artikel 7.1j De vreemdeling van wie is vastgesteld dat de vingers niet blijvend fysiek beschadigd zijn, wordt uitgenodigd om op een tijdstip, gelegen uiterlijk binnen een jaar na de vaststelling, opnieuw zijn vingerafdrukken te laten afnemen. 2014 5900 28-02-2014 21-02-2014 486428 2014 5900 28-02-2014 21-02-2014 486428 01-03-2014
Artikel 7.1k — Artikel 7.1k#
Artikel 7.1k artikel 8.32, eerste lid, van het Besluit artikel 3.3, eerste lid Als documenten, bedoeld in, zijn aangewezen de documenten, bedoeld in. 2014 5900 28-02-2014 21-02-2014 486428 2014 5900 28-02-2014 21-02-2014 486428 01-03-2014
Artikel 7.1l — Artikel 7.1l#
Artikel 7.1l 1 artikel 8.34, eerste lid, van het Besluit Als gemachtigden, bedoeld in, zijn aangewezen de ambtenaren, bedoeld in artikel 9 van de Wbp-regeling Basisvoorziening vreemdelingen. 2 artikel 8.34, derde lid, van het Besluit Als gemachtigden, bedoeld in, zijn aangewezen de ambtenaar of medewerker van de ketenpartners, bedoeld in hoofdstuk 2.2 van het Protocol Identificatie en Labeling die uit hoofde van hun functie de verificatie van persoonsgegevens uitvoeren. 3 artikel 107 van de Wet Ten behoeve van de verstrekking van gegevens uit de vreemdelingenadministratie, bedoeld in, op basis van vergelijking van vingerafdruksporen met vingerafdrukken uit het biometrieregister in de vreemdelingenadministratie, zijn slechts de ambtenaren van politie bevoegd die uit hoofde van hun functie als dactyloscopisch expert werkzaam of aangesteld zijn. 2015 18302 30-06-2015 26-06-2015 657292 2015 18302 30-06-2015 26-06-2015 657292 01-07-2015 01-03-2014
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 artikelen 3.1 3.2 artikelen 3.1 3.2 Deenzijn niet van toepassing op kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, die bij een van hun ouders inwonen, indien in het aan deze ouder verstrekte document, bedoeld in deen, is aangetekend dat de hem verleende verblijfsvergunning mede voor deze kinderen geldt. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 7.2a — Artikel 7.2a#
Artikel 7.2a 1 artikel 8.7, eerste lid, van het Besluit Indien de vreemdeling, bedoeld in, zich aanmeldt voor inschrijving in de vreemdelingenadministratie, legt hij de volgende gegevens en bescheiden over: a. een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort; b. voor zover hij in Nederland verblijft als werknemer: een werkgeversverklaring of arbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat hij in Nederland reële en daadwerkelijke arbeid verricht anders dan louter marginaal en bijkomstig van aard;. c. voor zover hij in Nederland verblijft als zelfstandige: een bewijs van inschrijving in het handelsregister en bewijs waaruit blijkt dat hij in Nederland reële en daadwerkelijke arbeid verricht anders dan louter marginaal en bijkomstig van aard, zoals een daartoe strekkende balans, winst- of verliesrekening, maandelijkse opgaven van bedrijfsresultaten of, als de genoemde bewijsstukken nog niet aanwezig zijn, verklaring of prognose, opgesteld door een accountant of financieel adviseur; d. artikel 8.12, eerste lid, onder c, van het Besluit voor zover hij in Nederland verblijft als student: een bewijs van inschrijving voor een opleiding, bedoeld in, een verklaring of een gelijkwaardig middel naar zijn keuze waaruit blijkt hij beschikt over voldoende middelen van bestaan en een bewijs van een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt; e. voor zover hij in Nederland verblijft als economisch niet-actieve: een bewijsstuk waaruit blijkt dat wordt beschikt over toereikende bestaansmiddelen om te voorkomen dat de vreemdeling tijdens het verblijf ten laste komt van de algemene middelen en een bewijs van een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt. 2 artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, van het Besluit Indien de vreemdeling, bedoeld in, die de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in het eerste lid van dat artikel, zich aanmeldt voor inschrijving in de vreemdelingenadministratie, legt hij de volgende gegevens en bescheiden over: a. een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort; b. artikel 8.7, eerste lid, van het Besluit de verklaring van inschrijving van de vreemdeling, bedoeld in, bij wie hij in Nederland verblijft; c. een document waaruit de familierechtelijke relatie of duurzame relatie blijkt met de vreemdeling, bedoeld onder b; en d. artikel 8.7, tweede lid, onder c of d, van het Besluit voor zover hij in Nederland verblijft als familielid als bedoeld in: bewijs dat hij een dergelijk familielid is; e. artikel 8.7, derde lid, van het Besluit voor zover hij in Nederland verblijft als familielid als bedoeld in: een door de bevoegde instantie van het land van herkomst afgegeven verklaring dat hij ten laste komt van of inwoont bij de vreemdeling, bedoeld onder b, onderscheidenlijk bewijs van ernstige gezondheidsredenen die de persoonlijke zorg door die vreemdeling noodzakelijk maken; f. artikel 8.7, vierde lid, van het Besluit voor zover hij in Nederland verblijft als partner als bedoeld in: een relatieverklaring als bedoeld in bijlage 23 bij deze regeling; g. artikelen 3.13 tot en met 3.22 van het Besluit voor zover hij in Nederland verblijft als rechtstreekse bloedverwant in de neergaande lijn, jonger dan 18 jaar, van een partner als bedoeld onder f: bewijs dat is voldaan aan de. 2011 11720 30-06-2011 27-06-2011 5701102/11 2011 11720 30-06-2011 27-06-2011 5701102/11 01-07-2011
Artikel 7.2b — Artikel 7.2b#
Artikel 7.2b Wet modern migratiebeleid Een op het tijdstip van inwerkingtreding van degeldige verblijfsvergunning, verleend onder een beperking als genoemd in kolom A, wordt vanaf dat tijdstip aangemerkt als een verblijfsvergunning, verleend onder een beperking als genoemd in kolom B: A B Beschikking conform minister op grond van B20 Vc 2000 eergerelateerd geweld Tijdelijke humanitaire gronden Beschikking conform minister op grond van B20 Vc 2000 huiselijk geweld Tijdelijke humanitaire gronden B9/12 Vc 2000 Beschikking conform minister op grond vanslachtoffer van mensenhandel Tijdelijke humanitaire gronden B19 Vc 2000 Beschikking conform minister op grond vanverblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden Arbeid in loondienst B7/5 Beschikking conform minister op grond vanEuropees vrijwilligerswerk Uitwisseling Zetelovereenkomst B12 Verblijf in het kader van de Arbeid in loondienst Overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen Niet-tijdelijke humanitaire gronden Definitieve regeling langdurig verblijvende kinderen Niet-tijdelijke humanitaire gronden Verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling Tijdelijke humanitaire gronden 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt. 2013 14569 31-05-2013 28-05-2013 391564 2013 14569 31-05-2013 28-05-2013 391564 01-06-2013
Artikel 7.2c — Artikel 7.2c#
Artikel 7.2c artikel 14 van de Wet Wet modern migratiebeleid Op aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning als bedoeld in, waarbij de vreemdeling in het bezit dient te zijn van een machtiging tot voorlopig verblijf, en de aanvraag om de machtiging tot voorlopig verblijf is ingediend voor inwerkingtreding van de, is het processuele recht en het bijbehorende legesbedrag van toepassing zoals dat gold op de dag voor inwerkingtreding van de Wet modern migratiebeleid. 2013 9199 09-04-2013 27-03-2013 2013-0000175332 2013 165 03-05-2013 24-04-2013 01-06-2013 Artikel III van Stcrt. 2013/9199 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modern migratiebeleid in werking treedt.
Artikel 7.2d — Artikel 7.2d#
Artikel 7.2d Een op 1 oktober 2017 geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier, verleend onder de beperking ‘tijdsverloop asiel’, wordt vanaf dat tijdstip aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier, verleend onder de beperking verband houdend met niet-tijdelijk humanitaire gronden. 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 01-10-2017 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 2017 55421 29-09-2017 27-09-2017 2130549 01-10-2017 Wijziging is herplaatst.
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 Het Voorschrift Vreemdelingen wordt ingetrokken. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 7.4 — Artikel 7.4#
Artikel 7.4 Wet Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 7.5 — Artikel 7.5#
Artikel 7.5 Voorschrift Vreemdelingen 2000 Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel:. 2001 10 15-01-2001 18-12-2000 5070461/00/6 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 2.1#
artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a
Artikel 2.1a#
artikel 2.1a, eerste lid
Artikel 2.2#
artikel 2.2
Artikel 2.3#
artikel 2.3
Artikel 2.4#
artikelen 2.4
Artikel 4.2#
4.2
Artikel 2.6#
artikel 2.6, tweede lid
Artikel 2.9#
artikel 2.9
Artikel 2.9#
artikel 2.9
Artikel 2.9#
artikel 2.9
Artikel 3.1#
artikelen 3.1 – 3.8
Artikel 4.11#
4.11
Artikel 3.1#
artikel 3.1, eerste lid, onder a
Artikel 3.1#
artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a
Artikel 3.1#
artikel 3.1, zes lid
Artikel 3.8#
artikel 3.8, eerste lid
Artikel 3.20a#
artikel 3.20a, eerste lid
Artikel 3.20a#
artikel 3.20a, vierde lid
Artikel 3.20a#
artikel 3.20a, vijfde lid
Artikel 3.20a#
artikel 3.20a
Artikel 3.20a#
artikel 3.20a
Artikel 3.20a#
artikel 3.20a
Artikel 3.20a#
artikel 3.20a
Artikel 3.20a#
artikel 3.20a
Artikel 3.20a#
artikel 3.20a
Artikel 3.20b#
artikel 3.20b, eerste lid, onder b
Artikel 3.20e#
artikel 3.20e, vierde lid
Artikel 3.23#
artikel 3.23, tweede lid
Artikel 3.24#
artikel 3.24, derde lid, onderdeel e
Artikel 4.1a#
artikel 4.1a, tweede lid
Artikel 3.37f#
artikel 3.37f, derde lid
Artikel 4.5#
artikel 4.5, eerste lid
Artikel 4.5#
artikel 4.5, tweede lid
Artikel 7.1#
artikel 7.1, eerste lid, Voorschrift Vreemdelingen
Artikel 7.1#
artikel 7.1, tweede lid, Voorschrift Vreemdelingen
Artikel 7.1#
artikel 7.1, derde lid
Artikel 7.1#
artikel 7.1, vierde lid
Artikel 3.33a#
artikel 3.33a
Artikel 3.10#
artikel 3.10, eerste en derde lid
Artikel 3.10#
artikel 3.10, eerste lid
Artikel 3.10#
artikel 3.10, derde lid
Artikel 1.16#
artikel 1.16, eerste en tweede lid
Artikel 3.34l#
artikel 3.34l, eerste en tweede lid
Artikel 6.2a#
artikel 6.2a
Artikel 7.2a#
artikel 7.2a, tweede lid, onder f