Vrijstellingsregeling ingrepen
- BWB-id
- BWBR0012793
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2013-07-01 t/m 2014-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0012793
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/vrijstellingsregeling-dierenwelzijn
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/vrijstellingsregeling-dierenwelzijn/2013-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0012793&g=2013-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0012793&z=2026-06-06&g=2013-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0012793/2013-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2001/vrijstellingsregeling-dierenwelzijn
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. jonge moederdieren: moederdieren met een leeftijd van: 1°. maximaal 32 weken wanneer het dieren van vleeskuikenrassen betreft of 2°. maximaal 30 weken wanneer het dieren van legkippenrassen betreft; b. infraroodmethode: methode waarbij de snavel van een dier wordt verkort door middel van het gebruik van infraroodstraling. 2 artikel 40, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 4, eerste lid, van het Ingrepenbesluit artikel 3 van dat besluit Van de verboden ingevolgeenwordt, voor zover aanwordt voldaan, vrijstelling verleend tot 1 september 2021 voor het verrichten van de ingrepen: a. artikel 2, eerste lid, onderdelen e en f, van het Ingrepenbesluit bedoeld in, voor zover het betreft het verwijderen van een deel van de achterste teen en de sporen bij mannelijke kippen bestemd voor de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor de menselijke consumptie; b. artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van het Ingrepenbesluit bedoeld in, voor zover het betreft het verkorten van de boven- en ondersnavel bij kippen of kalkoenen die worden gehouden of bestemd zijn om te worden gehouden in een huisvestingssysteem waarin de kippen of kalkoenen zich vrijelijk over de vloer van de stal of op en naar verschillende niveaus binnen de stal kunnen bewegen of in een aangepast kooihuisvestingssysteem; c. artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van het Ingrepenbesluit bedoeld in, voor zover het betreft het verwijderen van kammen bij mannelijke kippen bestemd voor de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor het leggen van eieren bestemd voor de menselijke consumptie. 3 Bij het verrichten van de ingreep, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt met ingang van 1 oktober 2011 gebruik gemaakt van de infraroodmethode om de snavels te verkorten, met uitzondering van gevallen waarin: 1°. de kuikens zijn geïmporteerd en waarvan in het land van herkomst de snavel niet is verkort; 2°. de kuikens nakomelingen zijn van jonge moederdieren. 4 artikel 40, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 4, tweede lid, van het Ingrepenbesluit artikel 3 van dat besluit In afwijking van het tweede lid wordt van de verboden ingevolgeen, voor zover aanwordt voldaan en voor zover de ingrepen worden verricht bij dieren die worden gehouden of aantoonbaar bestemd zijn om te worden gehouden in een huisvestingssysteem waarvan de gebruiker kan aantonen dat het op 1 september 2001 reeds bestond en nadien niet is herbouwd of verbouwd, vrijstelling verleend tot 1 september 2021 voor het verrichten van de ingrepen: a. artikel 2, eerste lid onderdeel g, van het Ingrepenbesluit bedoeld in, waarbij het derde lid van overeenkomstige toepassing is; b. artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van het Ingrepenbesluit bedoeld in. 5 artikel 40, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 4, tweede lid, van het Ingrepenbesluit artikel 2, eerste lid, onderdeel s, van het Ingrepenbesluit Van de verboden ingevolgeen, die worden gehouden of aantoonbaar bestemd zijn om te worden gehouden in een huisvestingssysteem waarvan de gebruiker kan aantonen dat het op 1 september 2001 reeds bestond en nadien niet is herbouwd of verbouwd, wordt vrijstelling verleend tot 1 september 2021 voor het verrichten van de ingreep, bedoeld in. 2011 15608 31-08-2011 22-08-2011 221776 2011 15608 31-08-2011 22-08-2011 221776 01-09-2011
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 40, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren artikel 3 van het Ingrepenbesluit artikel 2.8, tweede lid, onderdeel b, van de Wet dieren Van het verbod ingevolgewordt, voor zover aanwordt voldaan, vrijstelling verleend tot het moment waarop een besluit als bedoeld in, is vastgesteld en in werking treedt voor zover het betreft het verwijderen van een deel van de staart bij ooien, van de rassen Suffolk, Hampshire Down en Clun Forest, mits: a. deze ingreep uiterlijk een week na de geboorte plaatsvindt en b. documenten kunnen worden overgelegd waaruit blijkt dat de ouderdieren van de ooien zijn ingeschreven bij: 1°. een organisatie die het stamboek van genoemde rassen bijhoudt, of 2°. een organisatie die niet zelf het stamboek voor genoemde rassen bijhoudt, maar die aantoont dat zij de beginselen die zijn vastgelegd door de organisatie of vereniging die het oorspronkelijke stamboek voor genoemde rassen bijhoudt, in acht neemt. 2013 17163 28-06-2013 26-06-2013 WJZ/13077950 2013 17163 28-06-2013 26-06-2013 WJZ/13077950 29-06-2013 01-05-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 40, eerste lid, van de wet artikel 4, derde lid, van het Ingrepenbesluit artikel 3 van dat besluit Van de verboden ingevolgeenwordt, voor zover aanwordt voldaan, vrijstelling verleend: a. artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van het Ingrepenbesluit tot 1 juli 2014, voor het verrichten van de ingreep, bedoeld invoor zover het betreft het aanbrengen van één oormerk in een oor bij zeugen en gelten kennelijk bestemd voor de fokkerij ten behoeve van herkenning van het dier bij het voederen in groepshuisvesting naast de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voorgeschreven of toegestane identificatie-ingrepen; b. artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van het Ingrepenbesluit tot 1 september 2016 voor de ingreep, bedoeld in, voor zover het betreft het subcutaan of intramusculair aanbrengen van micro-electronica bij honden en katten, naast de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voorgeschreven of toegestane identificatie-ingrepen; c. artikel 2.8, tweede lid, onderdeel b, van de Wet dieren artikel 2, tweede lid, onderdeel l, van het Ingrepenbesluit tot het moment waarop een besluit als bedoeld in, is vastgesteld en in werking treedt voor het verrichten van de ingreep, bedoeld invoor zover het betreft het eenmalig vriesbranden van runderen, naast de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voorgeschreven of toegestane identificatie-ingrepen. 2013 17163 28-06-2013 26-06-2013 WJZ/13077950 2013 17163 28-06-2013 26-06-2013 WJZ/13077950 29-06-2013 01-06-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 41 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Van de verboden ingevolgewordt vrijstelling verleend, voor zover het paarden betreft waarbij een deel van de staart is verwijderd mits de ingreep is verricht voor 1 september 2001. 2001 167 30-08-2001 29-08-2001 TRCJZ/TRCJZ/2001/1096 2001 167 30-08-2001 29-08-2001 TRCJZ/TRCJZ/2001/1096 01-09-2001 01-09-2001
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 20, eerste, tweede en derde lid, van het Honden- en kattenbesluit 1999 De beheerder van een bedrijfsinrichting of een asiel is vrijgesteld van de inbedoelde verplichtingen. 2004 63 31-03-2004 24-03-2004 TRCJZ/2004/1954 2004 63 31-03-2004 24-03-2004 TRCJZ/2004/1954 02-04-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 23, eerste lid, van het Honden- en kattenbesluit 1999 De beheerder van een bedrijfsinrichting of een asiel is vrijgesteld van de inbedoelde verplichting. 2004 63 31-03-2004 24-03-2004 TRCJZ/2004/1954 2004 63 31-03-2004 24-03-2004 TRCJZ/2004/1954 02-04-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Artikel 4, tweede lid, van het Varkensbesluit , is niet van toepassing op een stal bestemd voor gespeende varkens, gebruiksvarkens en niet in een groep gehouden gelten en zeugen, die na 1 november 1998 in gebruik is genomen of die vóór die datum in gebruik is genomen en na die datum is verbouwd of herbouwd. 2 De voor varkens beschikbare oppervlakte van een stal als bedoeld in het eerste lid bedraagt tenminste per varken met een gemiddeld gewicht: a. tot 15 kg: 0,20 m²; b. van 15 tot 30 kg: 0,30 m²; c. van 30 tot 50 kg: 0,50 m²; d. van 50 tot 85 kg: 0,65 m²; e. van 85 tot 110 kg: 0,80 m²; f. meer dan 110 kg: 1,0 m². 2010 7162 12-05-2010 04-05-2010 130558 2010 7162 12-05-2010 04-05-2010 130558 01-07-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Artikel 5, derde lid, van het Varkensbesluit artikel 6, eerste lid , is niet van toepassing op een stal als bedoeld in. 2 artikel 6, tweede lid Indien de vloer van de in het eerste lid bedoelde stal gedeeltelijk uit roostervloer bestaat, bedraagt de oppervlakte van het dichte deel van de voor varkens beschikbare vloer tenminste 40% van de ingevolge, minimaal voorgeschreven beschikbare oppervlakte. 2004 101 01-06-2004 12-05-2004 TRCJZ/2004/2863 2004 101 01-06-2004 12-05-2004 TRCJZ/2004/2863 03-06-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Artikel 19, tweede lid, van het Varkensbesluit is niet van toepassing op een stal bestemd voor gespeende varkens, gebruiksvarkens en niet in een groep gehouden gelten en zeugen, die voor 1 november 1998 in gebruik is genomen en na die datum niet is verbouwd of herbouwd. 2 De voor varkens beschikbare oppervlakte van een stal als bedoeld in het eerste lid bedraagt tot 1 januari 2013 ten minste per varken met een gemiddeld gewicht: a. 2 tot 15 kg: 0,20 m; b. 2 van 15 tot 30 kg: 0,30 m; c. 2 van 30 tot 50 kg: 0,50 m; d. 2 van 50 tot 85 kg: 0,60 m; e. 2 van 85 tot 110 kg: 0,70 m; f. 2 meer dan 110 kg: 1,0 m. 3 De voor varkens beschikbare oppervlakte van een stal als bedoeld in het eerste lid bedraagt vanaf 1 januari 2013 ten minste per varken met een gemiddeld gewicht: a. 2 tot 15 kg: 0,20 m; b. 2 van 15 tot 30 kg: 0,30 m; c. 2 van 30 tot 50 kg: 0,50 m; d. 2 van 50 tot 85 kg: 0,65 m; e. 2 van 85 tot 110 kg: 0,80 m; f. 2 meer dan 110 kg: 1,0 m. 4 Indien de vloer van de in het eerste lid bedoelde stal gedeeltelijk uit roostervloer bestaat, bedraagt de oppervlakte van het dichte deel van de voor varkens beschikbare vloer ten minste 40% van de ingevolge het tweede of derde lid minimaal voorgeschreven beschikbare oppervlakte. 2010 7162 12-05-2010 04-05-2010 130558 2010 7162 12-05-2010 04-05-2010 130558 01-07-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Artikel 44, vierde tot en met zevende lid en achtste lid, onderdeel b, voor wat betreft de tweede volzin, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren verordening (EG) nr. 853/2004 is niet van toepassing op een op grond van artikel 4 vanvan het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (pbEG L 226), door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit erkende inrichting die voorafgaand aan het slachten aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit meldt dat in de inrichting dieren volgens de islamitische of israëlitische ritus zullen worden geslacht. 2 De melding, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan op een daartoe door de Voedsel en Waren Autoriteit beschikbaar gesteld formulier, waarvan een model op www.vwa.nl zal worden geplaatst. 3 Regeling aanwijzing slachtinrichtingen 2004 Inrichtingen die op grond van dezijn aangewezen om dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de islamitische of israëlitische ritus te slachten en inrichtingen die door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn aangewezen om tijdens het islamitisch offerfeest in 2006 dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de islamitische ritus te slachten, hebben een melding als bedoeld in het eerste lid gemaakt. 4 Het eerste lid is niet van toepassing op een inrichting waarin, vanaf de dag waarop is gemeld dat in die inrichting dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de islamitische of israëlitische ritus zullen worden geslacht, dan wel voor wat betreft een inrichting als bedoeld in het derde lid vanaf de dag waarop deze regeling in werking treedt, meer dan een jaar geen dieren zonder voorafgaande bedwelming volgens de islamitische of israëlitische ritus zijn geslacht. 2006 197 10-10-2006 02-10-2006 TRCJZ/2006/2384 2006 197 10-10-2006 02-10-2006 TRCJZ/2006/2384 12-10-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 3 van het Dierentuinenbesluit Van het verbod vanwordt vrijstelling verleend aan: a. inrichtingen die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden: 1°. er worden naast ten hoogste 10 wilde diersoorten, in hoofdzaak diersoorten, genoemd in de bijlage bij het Besluit aanwijzing productie dieren, gehouden; 2°. de dieren worden niet tijdelijk of langdurig opgevangen ten behoeve van de verzorging of de verpleging. b. inrichtingen die voldoen aan elk van de volgende voorwaarden: 1°. er worden ten hoogste 10 wilde diersoorten gehouden; 2°. de dieren worden niet tijdelijk of langdurig opgevangen ten behoeve van de verzorging of de verpleging; 3°. het tentoonstellen van de dieren aan het publiek is van ondergeschikt belang voor de inrichting. c. inrichtingen waar de dieren tijdelijk en ten hoogste 12 maanden worden opgevangen ten behoeve van de verzorging of verpleging van de dieren en waar de dieren na het verstrijken van de periode van 12 maanden weer in vrijheid worden gesteld of elders worden ondergebracht. 2006 197 10-10-2006 02-10-2006 TRCJZ/2006/2384 2006 197 10-10-2006 02-10-2006 TRCJZ/2006/2384 12-10-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 36, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet artikel 36, tweede lid, onder d Van het verbod, bedoeld invoor dieren wordt vrijstelling verleend voor zover het betreft het gebruik van honden als trekkracht, bedoeld in, in verband met de uitoefening van de sledehondensport, mits bij de honden geen pijn of letsel wordt veroorzaakt en de gezondheid of het welzijn van de honden niet wordt benadeeld. 2 Het eerste lid is slechts van toepassing op het gebruik van honden behorend tot de volgende rassen: a. Alaskan Malamute; b. Eskimohond; c. Groenlandse hond; d. Samojeed; e. Siberian husky. 2006 197 10-10-2006 02-10-2006 TRCJZ/2006/2384 2006 197 10-10-2006 02-10-2006 TRCJZ/2006/2384 12-10-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 34 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Van het bepaalde inwordt vrijstelling verleend met betrekking tot de volgende diersoorten en dieren: a. steur (Acipenser spp.); b. tong (Solea spp.); c. garnaal (Penaeus vannamei); d. Beluga steur (Huso huso); e. Heterobranchus longifilis x Clarias gariepinus; f. Seriola spp. 2013 17163 28-06-2013 26-06-2013 WJZ/13077950 2013 17163 28-06-2013 26-06-2013 WJZ/13077950 01-07-2013
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a artikel 66, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Wet op de dierproeven Van het verbod, gesteld in, wordt vrijstelling verleend voor zover de in dat artikel bedoelde wijzigingen of toe te passen biotechnologische technieken onderdeel uitmaken van een dierproef als bedoeld in deten behoeve van biomedisch onderzoek ofwel worden verricht ten behoeve van biomedisch onderzoek op ongewervelde dieren of embryo’s van dieren. 2009 20155 24-12-2009 18-12-2009 98224 2009 20155 24-12-2009 18-12-2009 98224 01-01-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2001. 2006 197 10-10-2006 02-10-2006 TRCJZ/2006/2384 2006 197 10-10-2006 02-10-2006 TRCJZ/2006/2384 12-10-2006 Voorheen art. 9.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling kan worden aangehaald als: Vrijstellingsregeling dierenwelzijn. 2006 197 10-10-2006 02-10-2006 TRCJZ/2006/2384 2006 197 10-10-2006 02-10-2006 TRCJZ/2006/2384 12-10-2006 Voorheen art. 10.