Besluit van de Minister van Justitie d.d. 1 oktober 2002, kenmerk 5188841/502/CBK strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit
- BWB-id
- BWBR0014082
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2004-09-17 t/m 2007-10-03
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014082
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/aanwijzing-buitengewoon-opsporingsambtenaren-landelijk-infor
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/aanwijzing-buitengewoon-opsporingsambtenaren-landelijk-infor/2004-09-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014082&g=2004-09-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014082&z=2026-06-06&g=2004-09-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014082/2004-09-17
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/aanwijzing-buitengewoon-opsporingsambtenaren-landelijk-infor
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: buitengewoon opsporingsambtenaar: artikel 2 de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in; LIV: het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit. 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 04-10-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Maximaal 30 personen, belast met de opsporing van strafbare feiten bij de LIV, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar. 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 04-10-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens: a. artikelen 225 227a 227b 310 321 326 326a 327 328 337 416 417 417bis 447c 447d van het Wetboek van Strafrecht de,,,,,,,,,,,,,,; b. Wegenverkeerswet 1994 de; c. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie worden belast, voor de duur van dat onderzoek. 2 De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland. 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 04-10-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen het hoofd van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regiokorps Groningen. 2004 177 15-09-2004 01-09-2004 5306049/504/CBK 2004 177 15-09-2004 01-09-2004 5306049/504/CBK 17-09-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De directeur van het LIV brengt jaarlijks, vóór 1 mei over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie, de toezichthouder en de direct toezichthouder verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij het LIV; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 04-10-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding. 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 04-10-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dit besluit wordt aangehaald als:LIV 2002. 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 2002 189 02-10-2002 01-10-2002 5188841/502/CBK 04-10-2002