Algemene bij- en toeslagregeling AOR 2002
- BWB-id
- BWBR0013139
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013139
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/algemene-bij-en-toeslagregeling-aor-2002
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/algemene-bij-en-toeslagregeling-aor-2002/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013139&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013139&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013139/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/algemene-bij-en-toeslagregeling-aor-2002
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. AOR: de Algemeene oorlogsongevallenregeling; b. uitkering: een periodieke uitkering krachtens de AOR, krachtens het besluit van de Luitenant-Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië van 5 november 1946 (Indisch Staatsblad 1946, 118) of een pensioen krachtens de Bijzondere Oorlogsongevallenregeling Dienst- en Reserveplichtigen (Indisch Staatsblad 1947, 154). 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Per 1 januari 2002 worden de op 31 december 2001 met toepassing van de artikelen 2 tot en met 6 van de Algemene bij- en toeslagbeschikking AOR berekende reeds bestaande uitkeringen vastgesteld op het bedrag van de desbetreffende uitkering in guldens, omgezet in euro's. 2 artikel 8, eerste lid, onder b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 14 van die wet De uitkeringen, voor zover deze worden genoten buiten het grondgebied van Indonesië, worden aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd iningevolgewordt herzien. 2023 30364 07-11-2023 31-10-2023 3703354-1054959-WJZ 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel B,
van de Wet invoering minimumuurloon in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Uitkeringen die na 31 december 2001 worden toegekend, dan wel met toepassing van artikel 42 van de AOR met ingang van een voor deze datum gelegen tijdstip worden herzien, worden als volgt berekend: a. artikelen 2 tot en met 6 voor de periode tot 1 januari 2002 wordt de uitkering berekend overeenkomstig devan de tot 1 januari 2002 geldende Algemene bij- en toeslagbeschikking AOR; b. artikel 2, eerste lid artikel 2, tweede lid voor de periode van 1 januari 2002 tot 1 januari 2011 wordt de uitkering berekend door het overeenkomstig de onder a genoemde artikelen voor betrokkene berekende bedrag per 31 december 2001, op de in, aangegeven wijze vast te stellen en aan te passen overeenkomstig, zoals dat luidde tot 1 januari 2011; c. artikel 2, tweede lid voor de periode vanaf 1 januari 2011 wordt de uitkering berekend door het overeenkomstig de onder b genoemde artikelen voor betrokkene berekende bedrag per 31 december 2010 aan te passen overeenkomstig. 2011 3196 24-02-2011 19-01-2011 DMO/OHW-U-3039123 2011 3196 24-02-2011 19-01-2011 DMO/OHW-U-3039123 25-02-2011 01-01-2011
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 artikel 3 De met toepassing vanofberekende uitkering wordt verminderd met de krachtens artikel 21 van de AOR voor aftrek vatbare inkomsten. 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Aan degene die ter zake van het genot van een uitkering premieplichtig is ingevolge de Algemene ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet wordt daarvoor een vergoeding verleend. 2 De in het eerste lid bedoelde vergoeding bedraagt 8,1% van het betaalbaar bedrag van de uitkering, voor zover deze buiten het grondgebied van Indonesië wordt genoten. 3 Onder `betaalbaar bedrag', bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan: het met toepassing van de artikelen 2 of 3 berekende bedrag van de uitkering, verminderd overeenkomstig artikel 4. 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Degene die recht heeft op een uitkering heeft, zolang hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld innog niet heeft bereikt, over de uitkeringsjaren vanaf 2001 recht op een toeslag: a. ter grootte van 5,6% van die uitkering, met een maximum van € 2.066,97 per jaar, indien het recht op die uitkering reeds voor 1 januari 1999 bestond; b. ter grootte van 1,9% van die uitkering, met een maximum van € 791,85 per jaar, indien het recht op die uitkering is ontstaan op of na 1 januari 1999. 2012 24527 29-11-2012 22-11-2012 DWJZ-3141625 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De Algemene bij- en toeslagbeschikking AOR wordt ingetrokken. 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002. 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 01-01-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling kan worden aangehaald als: Algemene bij- en toeslagregeling AOR 2002. 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 2001 242 13-12-2001 11-12-2001 DVVB/MB-U-2238672 01-01-2002