Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren VROM-regelgeving
- BWB-id
- BWBR0013195
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2004-08-13 t/m 2005-02-24
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013195
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-aanwijzing-toezichtambtenaren-vrom-regelgeving
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-aanwijzing-toezichtambtenaren-vrom-regelgeving/2004-08-13
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013195&g=2004-08-13
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013195&z=2026-06-06&g=2004-08-13
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013195/2004-08-13
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-aanwijzing-toezichtambtenaren-vrom-regelgeving
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 De inspecteur-generaal en de regionale inspecteurs van het Inspectoraat-Generaal VROM in de regio en de onder hun bevelen werkzame ambtenaren, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, zijn belast met het toezicht op de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens: Woningwet de; Wet op de stads- en dorpsvernieuwing de. 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De inspecteur-generaal en de regionale inspecteurs van het Inspectoraat-Generaal VROM in de regio en de onder hun bevelen werkzame ambtenaren, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: Woningwet de; Wet stedelijke vernieuwing de; Wet milieubeheer de; Wet inzake de luchtverontreiniging de; Wet geluidhinder de; Wet bodembescherming de; Wet milieugevaarlijke stoffen de; de Interimwet bodemsanering; Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden de; Waterleidingwet de; Wet explosieven voor civiel gebruik de verordening (EEG) nr. 259/93 devan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30). 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering De ambtenaren, bedoeld inzijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: titel 10.5A van de Wet milieubeheer ; verordening (EEG) nr. 259/93 devan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30). 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De ambtenaren van het Staatstoezicht op de Mijnen met de functies inspecteur-generaal der Mijnen, plaatsvervangend inspecteur-generaal der Mijnen, hoofd Nieuwbouw en Projecten, hoofdinspecteur en inspecteur zijn, voor zover het betreft mijnbouwactiviteiten, mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: Wet milieubeheer de; Wet geluidhinder de; Wet milieugevaarlijke stoffen de; Wet inzake de luchtverontreiniging de; Wet bodembescherming de. 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Wet verontreiniging oppervlaktewateren De ambtenaren, bij beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 23 december 1993, nr. RJW 162891 (Stcrt. 1994, 12), aangewezen als ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van dezijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: Wet milieubeheer deten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen; verordening (EEG) nr. 259/93 devan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30); Wet bodembescherming de, voor zover het betreft het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk IV, paragrafen 5.1, 5.3 en 5.4, met betrekking tot rijkswateren. 2 artikel 10 van de Schepenwet hoofdstuk 4 paragraaf 1, van de Wet milieugevaarlijke stoffen Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten 1995 artikel 2, eerste lid, onder a, van de Schepenwet De ambtenaren van de scheepvaartinspectie, bedoeld in, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens,, voor zover het betreft hetaan boord van zeeschepen die gerechtigd zijn de Nederlandse vlag te voeren, met uitzondering van de schepen als bedoeld in. 3 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De ambtenaren van de Rijksverkeersinspectie, die bij hetRVI 1995 zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: Wet milieubeheer deten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen; Wet milieubeheer deten aanzien van inrichtingen die behoren tot categorieën die zijn genoemd in bijlage I, onder 2.1, onder a, 3, 4.1 onder a, 5 en 14.1, onder a, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn; verordening (EEG) nr. 259/93 devan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30); hoofdstuk 4 paragraaf 1, van de Wet milieugevaarlijke stoffen ,, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake het vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn; hoofdstuk 4 paragraaf 2, van de Wet milieugevaarlijke stoffen ,; de Interimwet bodemsanering, voor zover het betreft het toezicht bij het vervoer van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen; Wet bodembescherming de, voor zover het betreft het toezicht bij het vervoer van stoffen die de bodem kunnen verontreinigen. 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane zijn, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake de douane bevoegd zijn, mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: Wet milieubeheer deten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen; artikel 3 van het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur ; verordening (EEG) nr. 259/93 devan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschappen (PbEG L 30); hoofdstuk II van de Wet geluidhinder ; hoofdstuk 4 paragraaf 1, van de Wet milieugevaarlijke stoffen ,. 2004 142 28-07-2004 19-07-2004 SAS/2004072357 2004 142 28-07-2004 19-07-2004 SAS/2004072357 13-08-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde: artikel 1.2 van de Wet milieubeheer krachtensten aanzien van provinciale gebruiksregels voor meststoffen; hoofdstuk 2 van de Wet milieugevaarlijke stoffen bij of krachtensbepaalde, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake bestrijdingsmiddelen, diergeneesmiddelen en de landbouwkwaliteit bevoegd zijn; Wet bodembescherming bij of krachtens de. 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Wet milieugevaarlijke stoffen De commandant en de controleurs van het Korps militaire controleurs gevaarlijke stoffen zijn mede belaste met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 4, paragrafen 1 en 2, van de, voor zover het toezicht kan worden uitgeoefend in samenhang met de werkzaamheden waartoe zij krachtens wettelijke bepalingen inzake het vervoer van stoffen en preparaten bevoegd zijn. 2002 70 11-04-2002 02-04-2002 EV2002022610 2002 70 11-04-2002 02-04-2002 EV2002022610 13-04-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De ambtenaren van de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: hoofdstuk II van de Wet geluidhinder , voor zover het toezicht betrekking heeft op het voorkomen of beperken van schadelijk of hinderlijk geluid op de arbeidsplaats; hoofdstukken 2 3 4 paragraaf 2, van de Wet milieugevaarlijke stoffen de,en,; hoofdstuk 4 paragraaf 1, van de Wet milieugevaarlijke stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen ,, voor zover de op grond van deuit te vaardigen maatregelen samenhang hebben met de doelstelling van de wetgeving inzake arbeidsomstandigheden. 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De hoofdinspecteurs van de Keuringsdienst van Waren, alsmede de onder hun bevelen werkzame ambtenaren, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen, zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: hoofdstukken 2 3 van de Wet milieugevaarlijke stoffen artikel 5 van de Wet milieugevaarlijke stoffen deenbepaalde, voor zover het betreft het bij of krachtensbepaalde inzake goede laboratoriumpraktijk; Wet milieugevaarlijke stoffen hoofdstuk 4, paragrafen 1 en 2, van de. 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 18.4, derde lid, van de Wet milieubeheer bijlage II onder 1 tot en met 8, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer artikel 8.2, vierde lid, van de Wet milieubeheer In afwijking van de artikelen 2 tot en met 7, 9 en 10 en, zijn ten aanzien van inrichtingen die behoren tot categorieën die zijn genoemd in,, en inrichtingen die zijn aangewezen krachtens, uitsluitend de aan de inspecteur-generaal VROM toegevoegde, door hem daartoe aangewezen ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens: Wet milieubeheer de; Wet geluidhinder de; Wet milieugevaarlijke stoffen de; Wet inzake de luchtverontreiniging de; de Interimwet bodemsanering; Wet bodembescherming de. 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Hetmilieuwetgeving wordt ingetrokken. 2 Artikel 3 van de Regeling aanwijzing keuringsinstelling en toezichthoudende ambtenaren Wet explosieven voor civiel gebruik vervalt. 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002. 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing toezichtambtenaren VROM-regelgeving. 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 2001 247 20-12-2001 17-12-2001 MJZ2001142286 01-01-2002