Besluit van de Minister van Justitie, strekkende tot aanwijzing van de medewerkers van de afdeling Bijzondere Onderzoeken van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Rotterdam tot buitengewoon opsporingsambtenaar
- BWB-id
- BWBR0013826
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2005-05-01 t/m 2007-07-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013826
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dienst-sociale-zake
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dienst-sociale-zake/2005-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013826&g=2005-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013826&z=2026-06-06&g=2005-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013826/2005-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dienst-sociale-zake
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de buitengewoon opsporingsambtenaar: artikel 2 de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in; b. de Dienst SZW: de afdeling Bijzondere Onderzoeken van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de gemeente Rotterdam. 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 10-07-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De personen, werkzaam bij de Dienst SZW, aangesteld in de functie van sociaal rechercheurs zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 10-07-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens: a. Wet werk en bijstand de; b. artikelen 177 177a 179 180 181 182 184 185 189 225 226 227 227a 227b 230 231 266 321 326 350a 350b 362 363 416 417 bis 435, onder ten vierde 447b 447c 447d van het Wetboek van Strafrecht de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en. 2 De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland. 2005 83 29-04-2005 18-04-2005 5344876 2005 83 29-04-2005 18-04-2005 5344876 01-05-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 70 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 10-07-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het arrondissementsparket te Rotterdam. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond. 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 10-07-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 3, eerste lid artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in. 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 10-07-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De directeur van de Dienst SZW brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2 artikel 5 Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld invan dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag. 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 10-07-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar HetDienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1997 van 11 juli 1997 wordt ingetrokken. 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 10-07-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het invan dit besluit omschreven besluit, worden geacht te zijn afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit en zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum. 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 10-07-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van 10 juli 2002 en vervalt op 10 juli 2007. 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 10-07-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rotterdam 2002. 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 2002 126 05-07-2002 01-07-2002 5169719/DBZ/02 10-07-2002