Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar milieu-opsporingsambtenaren gemeente Utrecht 2002
- BWB-id
- BWBR0013770
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2002-06-22 t/m 2007-06-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013770
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-milieu-opsporingsam
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-milieu-opsporingsam/2002-06-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013770&g=2002-06-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013770&z=2026-06-06&g=2002-06-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013770/2002-06-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-milieu-opsporingsam
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de buitengewoon opsporingsambtenaar: artikel 2 de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in; b. de gemeente Utrecht: het stafbureau van de reinigings- en havendienst van de gemeente Utrecht. 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 22-06-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De personen, werkzaam in de functie van milieu-opsporingsambtenaar van de reinigings- en havendienst van de gemeente Utrecht zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 22-06-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1a van de Wet op de economische delicten artikelen 26 33 34 van de WED Wet op de Ruimtelijke Ordening Woningwet Wetboek van Strafrecht De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de in(WED) genoemde wetten, alsmede de,en; de; de; de artikelen 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 198, 199, 225, 435, onder ten vierde, en 461 van het; Verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen. Andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek. 2 De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Utrecht. 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 22-06-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De korpschef van het regionaal politiekorps Utrecht is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 20 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 22-06-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3, eerste lid artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, als bedoeld in. 2 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in. 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 22-06-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie in het arrondissement Utrecht. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regiopolitiekorps Utrecht. 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 22-06-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het hoofd van het stafbureau van de reinigings- en havendienst van de gemeente Utrecht brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de CITO-toets en hoeveel personen in dat jaar voor die CITO-toets zijn geslaagd. 2 artikel 6 Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld invan dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag. 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 22-06-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding. 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 22-06-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar milieu-opsporingsambtenaren gemeente Utrecht 2002. 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 2002 115 20-06-2002 13-06-2002 5151817/DBZ/02 22-06-2002