Besluit van de Minister van Justitie van 12 september 2002, kenmerk 5185945/502/CBK, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren van politie bij het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond
- BWB-id
- BWBR0014014
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2006-04-14 t/m 2007-02-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014014
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regiopolitie-rotter
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regiopolitie-rotter/2006-04-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014014&g=2006-04-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014014&z=2026-06-06&g=2006-04-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014014/2006-04-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regiopolitie-rotter
Artikel 8#
artikel 8, eerste, derde en zevende lid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 2 In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar van politie bedoeld in. 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 28-09-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3, eerste lid, onder b, van de Politiewet 1993 De ambtenaren van politie als bedoeld in, van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond, belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie. 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 28-09-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd inis bevoegd tot de opsporing van: a. alle strafbare feiten, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken; b. andere strafbare feiten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek; c. feiten strafbaar gesteld bij verordeningen voor zover hij daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen. 2 De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van geheel Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen de functie waarin hij is aangesteld. 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 28-09-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 950 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. 2006 73 12-04-2006 04-04-2006 5413354/506/CBK 2006 73 12-04-2006 04-04-2006 5413354/506/CBK 14-04-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Rotterdam. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond. 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 28-09-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3, eerste lid artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, is bevoegd bij de opsporing van de in, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in. 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn functie als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie gebruik maken van handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type. 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt daadwerkelijk uitgerust met handboeien nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien. 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 28-09-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De korpschef van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de toezichthouder en de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 28-09-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Ingetrokken worden: 1. het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar afdeling Arrestantenverzorging regiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2000; 2. het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar afdeling centrale opvang van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond 2001; 3. Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar hetmedewerkers Vreemdelingenzaken van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond 2000; 4. Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar hetRivierpolitie Rotterdam-Rijnmond 2001; 5. het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2000. 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 28-09-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het ingenoemde besluit, alsmede de individuele akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren die in dienst zijn van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit. 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 28-09-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding. 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 28-09-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie Rotterdam-Rijnmond 2002. 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 2002 185 26-09-2002 12-09-2002 5185945/502/CBK 28-09-2002