Kaderregeling kennis en advies
- BWB-id
- BWBR0014105
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2007-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014105
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/kaderregeling-kennis-en-advies
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/kaderregeling-kennis-en-advies/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014105&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014105&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014105/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/kaderregeling-kennis-en-advies
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. landbouw: akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen - teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande met uitzondering van bosbouw; c. landbouwbedrijf: geheel van productie-eenheden in Nederland bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten daarvan en daarbijbehorende landbouwgrond, uitsluitend of in hoofdzaak dienende tot uitoefening van de landbouw; d. ondernemer: natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die voor eigen rekening en risico een landbouwbedrijf uitoefent of voornemens is uit te oefenen; e. deskundige: artikel 2 natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die door beroep in het bijzonder bekwaam is een ondernemer te adviseren, dan wel de inbedoelde activiteiten uit te voeren; f. bevordering van de productie en de afzet: bevordering van de productie en de afzet van landbouwproducten van hoge kwaliteit als bedoeld in afdeling 13 van de Communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector, PbEG 2000, C 28; g. technische ondersteuning: technische ondersteuning in de landbouwsector als bedoeld in afdeling 14 van de Communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector, PbEG 2000, C 28; h. Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister kan ter stimulering van de duurzame ontwikkeling van de agrarische sector op aanvraag subsidie verstrekken aan ondernemers ter zake van de volgende categorieën van activiteiten: a. het consulteren van deskundigen met het oog op de bedrijfsontwikkeling of -beëindiging; b. het laten verrichten van bedrijfsdoorlichtingen, met uitzondering van kwaliteits- en productcontroles, door deskundigen; c. het laten verrichten van onderzoek, met uitzondering van kwaliteits- en productcontroles, door deskundigen met het oog op de ontwikkeling van landbouwproducten van hoge kwaliteit; d. het consulteren van deskundigen ten behoeve van het opstellen van plannen gericht op de bedrijfsontwikkeling; e. het consulteren van deskundigen ten behoeve van het opstellen van plannen gericht op de bedrijfsbeëindiging; f. het volgen van opleidingen of trainingen door ondernemers gericht op de bedrijfsontwikkeling bij daartoe gespecialiseerde instellingen of organisaties, of g. het volgen van opleidingen of trainingen door ondernemers gericht op de bedrijfsbeëindiging bij daartoe gespecialiseerde instellingen of organisaties. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Geen subsidie wordt verleend: a. artikel 2 voor inbedoelde activiteiten waarmee een begin van uitvoering is gemaakt alvorens de ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd; b. artikel 2 voor inbedoelde activiteiten, waarvoor op grond van enig ander wettelijk voorschrift subsidie wordt verstrekt; c. voor opleidingen en trainingen die onderdeel van normale programma's of van leergangen voor middelbaar of hoger landbouw- en bosbouwonderwijs vormen; d. indien de bij de beschikking tot subsidieverlening vast te stellen subsidie niet ten minste € 250,- bedraagt; e. artikel 2, onderdeel c indien de subsidieverlening, voor zover betrekking hebbend op de categorie van activiteiten bedoeld in, er toe zou leiden dat van overheidswege aan de ondernemer in een periode van drie jaar meer dan € 100.000 aan bijdragen voor de bevordering van de productie en de afzet wordt verstrekt, of f. artikel 2, onderdelen a, b, d, e f en g indien de subsidieverlening, voor zover betrekking hebbend op de categorieën van activiteiten bedoeld inertoe zou leiden dat van overheidswege aan de ondernemer in een periode van drie jaar meer dan € 100.000 aan bijdragen voor technische ondersteuning wordt verstrekt. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend aangemerkt: a. de door deskundigen in rekening gebrachte kosten, en b. de door instellingen of organisaties in rekening gebrachte kosten van opleidingen en trainingen. 2 artikel 2 De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden uitsluitend in aanmerking genomen voor zover deze kosten rechtstreeks zijn toe te rekenen aan één of meerdere van de inbedoelde categorieën van activiteiten. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De minister kan per kalenderjaar één of meer aanvraagperioden vaststellen voor subsidieaanvragen op grond van deze regeling. 2 De minister stelt voor iedere aanvraagperiode een subsidieplafond vast voor op grond van deze regeling te verlenen subsidies. 3 De minister kan per aanvraagperiode: a. artikel 2 één of meer van inbedoelde categorieën van activiteiten aanwijzen, waarvoor subsidie kan worden aangevraagd; b. criteria vaststellen ter zake van de activiteiten, waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, of c. één of meer categorieën van ondernemers aanwijzen, die subsidie kunnen aanvragen. 4 De minister maakt besluiten als bedoeld in het eerste tot en met het derde lid bekend in de Staatscourant. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten en per ondernemer niet meer dan € 8.000,- per aanvraagperiode. 2 artikel 2 De minister kan voor een aanvraagperiode het in het eerste lid bedoelde subsidiepercentage per categorie van activiteiten als bedoeld inlager vaststellen. 3 De minister kan voor een aanvraagperiode de in het eerste lid bedoelde maximaal te verlenen subsidie lager vaststellen. 4 De minister maakt besluiten als bedoeld in het tweede en derde lid bekend in de Staatscourant. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Op grond van deze regeling wordt aan een ondernemer gedurende een periode van drie kalenderjaren maximaal € 25.000,- aan subsidie verleend. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De aanvraag tot subsidieverlening wordt bij Dienst Regelingen ingediend, op een daartoe door Dienst Regelingen ter beschikking gesteld formulier. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De aanvragen tot subsidieverlening worden behandeld op volgorde van binnenkomst. 2 artikel 6, tweede lid Indien door toewijzing van subsidieaanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond als bedoeld in, zou worden overschreden, geschiedt de toewijzing volgens een rangschikking van de subsidieaanvragen, waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte subsidieaanvraag het eerste voor toewijzing in aanmerking komt. De rangschikking vindt plaats volgens loting, die geschiedt door een door de minister aan te wijzen notaris. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De subsidieverlening wordt geweigerd of ingetrokken indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidieverlening in hetzelfde kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend en deze aanvraag door ernstige nalatigheid of opzet onjuist is. 2 De subsidieverlening wordt geweigerd of ingetrokken indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidieverlening in het voorgaande kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend en deze aanvraag door opzet onjuist is. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De subsidieontvanger voert de activiteit uit, a. overeenkomstig de aanvraag waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft en b. binnen 6 maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening of in de gevallen dat in de beschikking tot subsidieverlening een andere termijn is genoemd, binnen deze termijn. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen 9 maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening ingediend bij Dienst Regelingen, op een daartoe door Dienst Regelingen ter beschikking gesteld formulier. 2 artikel 11, onderdeel b Indien toepassing wordt gegeven aan, laatste volzin, wordt de aanvraag tot subsidievaststelling binnen de op grond van dit artikel vastgestelde termijn ingediend. 3 De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van: a. een afschrift van een factuur waaruit kan worden opgemaakt op welk tijdstip de activiteit is aangevangen en beëindigd; b. een bankafschrift waaruit de betaling van de in onderdeel a bedoelde factuur blijkt, en c. een schriftelijk bewijsstuk waaruit kan worden opgemaakt dat de activiteit daadwerkelijk verricht is. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De subsidievaststelling wordt geweigerd of ingetrokken: a. indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidievaststelling in hetzelfde kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling op grond van deze regeling heeft ingediend en deze aanvraag door ernstige nalatigheid of opzet onjuist is; b. indien de aanvrager naast de aanvraag tot subsidieverstelling in het voorgaande kalenderjaar een andere aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling op grond van deze regeling heeft ingediend en deze aanvraag door opzet onjuist is; c. artikel 2, onderdeel c indien de subsidievaststelling, voor zover betrekking hebbend op de categorie van activiteiten bedoeld in, er toe zou leiden dat aan de ondernemer van overheidswege in een periode van drie jaar meer dan € 100.000 aan bijdragen voor de bevordering van de productie en de afzet wordt verstrekt, of d. artikel 2, onderdelen a, b, d, e f en g indien de subsidievaststelling, voor zover betrekking hebbend op de categorieën van activiteiten bedoeld in, er toe zou leiden dat van overheidswege aan de ondernemer in een periode van drie jaar meer dan € 100.000 aan bijdragen voor technische ondersteuning wordt verstrekt. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Een subsidie wordt verleend onder voorbehoud van goedkeuring van deze regeling door de Commissie van de Europese Gemeenschappen. 2 De beslissing tot verlening van een subsidie kan worden ingetrokken of gewijzigd indien dit noodzakelijk is ter verkrijging van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of wegens het uitblijven ervan. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast de door de minister aangewezen ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling kennis en advies. 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 2002 196 11-10-2002 03-10-2002 TRCJZ/2002/9674 13-10-2002