Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 en Wet veiligheidsonderzoeken
- BWB-id
- BWBR0013834
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- 2018-05-01 t/m 2018-06-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013834
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/mandaatregeling-defensie-wet-op-de-inlichtingen-en-veilighei
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/mandaatregeling-defensie-wet-op-de-inlichtingen-en-veilighei/2018-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013834&g=2018-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013834&z=2026-06-06&g=2018-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013834/2018-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/mandaatregeling-defensie-wet-op-de-inlichtingen-en-veilighei
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. WIV: Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Stb. 2002, 148); b. WVO: Wet veiligheidsonderzoeken (Stb. 1996, 525); c. Minister: Minister van Defensie; d. MIVD: Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst; e. Directeur van de MIVD: Hoofd van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst; f. mandaat: bevoegdheid om namens de Minister, onder diens verantwoordelijkheid en met inachtneming van diens aanwijzingen en richtlijnen besluiten te nemen en stukken vast te stellen en uitgaande stukken te ondertekenen. 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 07-08-2002 29-05-2002
Artikel 2 — Artikel 2 Mandaat Secretaris-Generaal#
Artikel 2 Mandaat Secretaris-Generaal 1 Mandaat en machtiging worden verleend aan de Secretaris-Generaal ten aanzien van: a. artikelen 45 tot en met 57 van de WIV stukken en besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de; b. artikelen 8 10 van de WVO artikel 2 van de WVO stukken en besluiten met betrekking tot het weigeren dan wel intrekken van de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in deenjuncto; c. het beslissen op bezwaar in gevallen, genoemd onder b, indien het advies van de Bezwarencommissie Veiligheidsonderzoeken wordt gevolgd en de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal het primaire besluit heeft genomen. 2 Bij afwezigheid of verhindering van de Secretaris-Generaal treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats, met uitzondering van het gestelde in het eerste lid, onder c. 2017 12672 09-03-2017 27-02-2017 BS2017005883 2017 12672 09-03-2017 27-02-2017 BS2017005883 10-03-2017 01-03-2017
Artikel 2a — Artikel 2a Doormandatering Secretaris-Generaal#
Artikel 2a Doormandatering Secretaris-Generaal artikel 2, eerste lid, onder b De Secretaris-Generaal kan het mandaat, bedoeld in, schriftelijk doormandateren aan de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal. 2017 12672 09-03-2017 27-02-2017 BS2017005883 2017 12672 09-03-2017 27-02-2017 BS2017005883 10-03-2017 01-03-2017
Artikel 3 — Artikel 3 Mandaat Directeur MIVD#
Artikel 3 Mandaat Directeur MIVD 1 WIV Mandaat en machtiging worden verleend aan de Directeur van de MIVD ten aanzien van de bevoegdheden, bedoeld in de. 2 Mandaat en machtiging worden verleend aan de Directeur van de MIVD ten aanzien van: a. artikel 4 artikel 2 van de WVO het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld injuncto; b. artikelen 9 16 artikel 2 WVO het doen instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek als bedoeld in deenjuncto; c. artikel 13, zesde lid artikel 2 WVO het doen van mededelingen als bedoeld in, juncto; d. artikel 3 van de WVO artikel 2 van de WVO het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld injunctovoorzover het betreft functies die als vertrouwensfunctie moeten worden aangemerkt in verband met de daarmee samenhangende noodzaak om toegang te hebben tot militaire installaties; e. artikel 3 van de WVO artikel 2 van de WVO het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedold injunctovoor zover het betreft vertrouwensfuncties die worden uitgeoefent bij de MIVD. 3 Mandaat en machtiging worden verleend aan de Directeur van de MIVD voor wat betreft defensieorderbedrijven en TNO-defensieonderzoek ten aanzien van: a. artikel 3 van de WVO het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in; b. artikel 8 van de WVO het instemmen met de weigering van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in; c. artikel 10 van de WVO het instemmen met de intrekking door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in. 4 In afwijking van het eerste lid zijn van mandaatverlening aan de Directeur van de MIVD uitgesloten: a. stukken en besluiten met betrekking tot: 1º. artikelen 20 21 22, eerste lid, onder a en b 24 van de WIV het verlenen van toestemming voor de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de,,, enindien de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend; 2º. artikelen 20 21 22, eerste lid, onder a en b artikel 24 van de WIV artikelen 20, eerste lid, onder a 22, eerste lid, onder a het verlenen van toestemming voor de verlenging van de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de,,, envoorzover sprake is van een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter of voorzover het betreft de uitoefening binnen een woning van de bijzondere bevoegdheid, bedoeld in de, en; 3º. artikelen 25 26, vierde lid 27, vierde, vijfde en achtste lid 30 van de WIV het verlenen van toestemming voor de uitoefening van een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in de,,, en; b. artikel 34, eerste juncto derde lid van de WIV artikel 34, tweede lid van de WIV het uitbrengen van verslag, als bedoeld inalsmede de mededeling aan de commissie van toezicht, bedoeld in; c. artikelen 36, eerste lid 37, derde lid 38 39 40 41 van de WIV stukken en besluiten als bedoeld in de,,,,en, voor zover deze stukken en besluiten betrekking hebben op onderwerpen met een politiek gevoelig karakter; d. artikel 43, tweede lid, tweede volzin, van de WIV artikel 44 van de WIV stukken en besluiten met betrekking tot de verwijdering, vernietiging en overbrenging van gegevens als bedoeld inindien verstrekking heeft plaatsgevonden door de Minister zelf, en besluiten als bedoeld in; e. artikelen 45 tot en met 57 van de WIV stukken en besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de; f. samenwerkingsartikelen 58, derde lid 63, tweede lid, van de WIV artikel 3, vierde lid, onder a stukken en besluiten als bedoeld in de, en, voor zover deze stukken en besluiten betrekking hebben op de toestemming voor de uitoefening van de bijzondere bevoegdheden, bedoeld in, van deze regeling; g. artikel 59, vijfde lid, van de WIV artikel 59, vierde lid, van de WIV de toestemming, bedoeld in, naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in, voorzover het verzoek een politiek gevoelig karakter draagt dan wel niet-spoedeisend is; h. overige stukken en besluiten waarbij sprake is van een principieel beleidsmatig of een politiek gevoelig karakter. 5 In afwijking van het derde lid zijn van mandaatverlening aan de Directeur van de MIVD uitgesloten de in het derde lid bedoelde bevoegdheden voor zover respectievelijk de instemming, weigering of intrekking van de verklaring van geen bezwaar aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zelf is voorbehouden. 6 Bij afwezigheid of verhindering van de Directeur van de MIVD treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats. 2004 155 16-08-2004 29-07-2004 DIS2004014377 2004 155 16-08-2004 29-07-2004 DIS2004014377 18-08-2004
Artikel 3a — Artikel 3a Mandaat beveiligingscoördinatoren van de krijgsmachtdelen, het commando dienstencentra, de Defensie Materieel Organisatie en de bestuursstaf#
Artikel 3a Mandaat beveiligingscoördinatoren van de krijgsmachtdelen, het commando dienstencentra, de Defensie Materieel Organisatie en de bestuursstaf 1 artikel 3 van de WVO artikel 2 van de WVO Mandaat en machtiging worden verleend aan de beveiligingscoördinatoren van het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando DienstenCentra, de Defensie Materieel Organisatie en de bestuursstaf ten aanzien van het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld injunctovoor zover het betreft vertrouwensfuncties die worden uitgeoefend bij respectievelijk het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando DienstenCentra, de Defensie Materieel Organisatie met uitzondering van de directie Beleid, en de bestuursstaf met uitzondering van de MIVD. 2 artikel 3 van de WVO artikel 2 van de WVO Mandaat en machtiging worden verleend aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee ten aanzien van het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld injunctovoor zover het betreft vertrouwensfuncties die worden uitgeoefend bij de Koninklijke marechaussee. 3 De uitoefening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde bevoegdheid geschiedt slechts na instemming van de Directeur van de MIVD. 4 Bij afwezigheid van een persoon, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats. 2007 3 04-01-2007 17-10-2006 DIS2006019862 2007 3 04-01-2007 17-10-2006 DIS2006019862 06-01-2007
Artikel 4 — Artikel 4 Voorwaarden uitoefening mandaat#
Artikel 4 Voorwaarden uitoefening mandaat 1 De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de voor de burgerlijke rijksdienst en de voor het ministerie geldende beleids- en uitvoeringsregels alsmede met inachtneming van de aan de uitoefening van het mandaat gestelde regelen en de daaraan verbonden instructies. 2 De mandataris is gehouden de gestelde regels en instructies op te volgen. 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 07-08-2002 29-05-2002
Artikel 5 — Artikel 5 Zelfbeslissingsrecht mandans#
Artikel 5 Zelfbeslissingsrecht mandans De mandans is te allen tijde bevoegd de op basis van mandaat verleende bevoegdheden zelf uit te oefenen. 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 07-08-2002 29-05-2002
Artikel 6 — Artikel 6 Voorleggen ter beslissing aan mandans#
Artikel 6 Voorleggen ter beslissing aan mandans De mandataris maakt geen gebruik van een aan hem verleend mandaat in de gevallen waarin hij van mening is dat de mandans een beslissing dient te nemen of een stuk dient vast te stellen en te ondertekenen. 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 07-08-2002 29-05-2002
Artikel 7 — Artikel 7 Doormandatering#
Artikel 7 Doormandatering artikel 3 De Directeur van de MIVD kan de machtiging respectievelijk het mandaat, bedoeld invan deze regeling geheel of gedeeltelijk schriftelijk doormandateren aan de onder hem ressorterende functionarissen. 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 07-08-2002 29-05-2002
Artikel 8 — Artikel 8 Ondertekening#
Artikel 8 Ondertekening 1 artikel 2 Bij de uitoefening van de machtiging respectievelijk het mandaat, bedoeld invan deze regeling, is de Secretaris-Generaal gehouden in de ondertekening van stukken die op basis hiervan worden ondertekend, de machtiging respectievelijk het mandaat tot uitdrukking te brengen door het opnemen van de volgende formule: DE MINISTER VAN DEFENSIE voor deze, De Secretaris-Generaal Handtekening Naam 2 artikel 3 Bij de uitoefening van de machtiging respectievelijk het mandaat, bedoeld invan deze regeling, is de Directeur van de MIVD gehouden in de ondertekening van stukken die op basis hiervan worden ondertekend, de machtiging respectievelijk het mandaat tot uitdrukking te brengen door het opnemen van de volgende formule: DE MINISTER VAN DEFENSIE voor deze, De Directeur Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst Handtekening Naam en militaire rang 3 artikel 3a artikel 3a Bij de uitoefening van de machtiging respectievelijk het mandaat, bedoeld invan deze regeling zijn de functionarissen, bedoeld invan deze regeling gehouden in de ondertekening van stukken die op basis hiervan worden ondertekend, de machtiging respectievelijk het mandaat tot uitdrukking te brengen door het opnemen van de volgende formule: DE MINISTER VAN DEFENSIE Voor deze: Aanduiding van de functie Handtekening Naam en voorzover van toepassing de militaire rang 2004 155 16-08-2004 29-07-2004 DIS2004014377 2004 155 16-08-2004 29-07-2004 DIS2004014377 18-08-2004
Artikel 9 — Artikel 9 Inwerkingtreding#
Artikel 9 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst en werkt terug tot en met 29 mei 2002. 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 07-08-2002 29-05-2002
Artikel 10 — Artikel 10 Citeertitel#
Artikel 10 Citeertitel Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2002 Wet veiligheidsonderzoeken Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling Defensieen de. Deze regeling zal in de Staatscourant en in de ministeriële publicatie Mandateringsbesluiten Defensie 10-003 worden geplaatst. 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 2002 147 05-08-2002 03-07-2002 DIS2002012990 07-08-2002 29-05-2002