Regeling bestrijding schadelijke organismen
- BWB-id
- BWBR0013946
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2017-07-11 t/m 2021-02-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013946
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-bestrijding-schadelijke-organismen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-bestrijding-schadelijke-organismen/2017-07-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013946&g=2017-07-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013946&z=2026-06-06&g=2017-07-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013946/2017-07-11
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-bestrijding-schadelijke-organismen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: minister van Economische Zaken; b. besluit: Besluit bestrijding schadelijke organismen ; c. richtlijn 2007/33/EG: richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EG (PbEU L 156); d. aardappelen: planten van de soort Solanum tuberosum L.; e. zetmeelaardappelen: aardappelen bestemd om te worden verwerkt tot zetmeel met GN-code 11081300; f. pootaardappelen: aardappelen die kennelijk bestemd zijn of gebruikt worden voor wederuitplant; g. goedgekeurde pootaardappelen: artikel 63, eerste lid, van de Regeling verhandeling teeltmateriaal pootaardappelen die zijn goedgekeurd overeenkomstig; h. wratziekte: de aantasting van aardappelen door de schimmel Synchytrium endobioticum (Schilb.) Percival; i. aardappelopslag: aardappelplanten gegroeid uit op een terrein of perceel achtergebleven aardappelknollen of zaad; j. productielocatie: een gedeelte van een bedrijf waar pootgoedhandelingen plaats hebben; k. pootgoedhandelingen: het telen, opslaan, bewaren, sorteren en het transport van pootaardappelen; l. snijden: het verdelen van een knol van een pootaardappel in meerdere delen; m. uien: Allium cepa en Allium ascalonicum; n. plantuien: uien, kennelijk bestemd voor wederuitplant; o. boomkwekerijgewassen en vaste planten: bijlage II van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 winterharde en half-winterharde houtgewassen, vaste planten en vaste planten en wortelstokken, uitgezonderd de gewassen die gerekend worden tot de bloembollensector, en als zodanig worden genoemd in; p. knolcyperus: planten behorende tot de soort Cyperus esculentus L.; q. valse meeldauw: de schimmelziekte veroorzaakt door Peronospora destructor; r. koprot: de schimmelziekte veroorzaakt door Botrytis alii; s. onderzoeksverklaring AM: artikel 12b, eerste lid, van het Besluit bestrijding schadelijke organismen de verklaring als bedoeld in; t. pootaardappelen voor eigen gebruik: pootaardappelen, afkomstig van en bestemd voor de teelt binnen de eigen onderneming; u. eigen onderneming: 1°. bijlage 10 het geheel van terreinen of percelen voor de teelt van zetmeelaardappelen dat de ondernemer in het inaangewezen gebied beheert en voor eigen rekening en risico exploiteert, 2°. het geheel van terreinen of percelen voor de teelt van consumptieaardappelen dat de ondernemer op Nederlands grondgebied beheert en voor eigen rekening en risico exploiteert; v. werktuigen: machines, installaties, transportmiddelen, gereedschappen materialen of apparatuur die met grond in aanraking komen. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 17, eerste lid, van het besluit De minister kan in de gevallen, bedoeld in: a. teeltverboden of bewaarverboden opleggen voor een bepaald terrein of perceel of een bepaalde ruimte, voor bepaalde of onbepaalde tijd; b. aanwijzingen geven voor het telen of bewaren op een bepaald terrein of perceel of in een bepaalde ruimte, voor bepaalde of onbepaalde tijd. 2010 10026 29-06-2010 23-06-2010 126660 2010 10026 29-06-2010 23-06-2010 126660 01-07-2010
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a bijlage 1 De minister stelt de locatie en grootte van een perceel vast overeenkomstig. 2010 10026 29-06-2010 23-06-2010 126660 2010 10026 29-06-2010 23-06-2010 126660 01-07-2010
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b artikel 12b, eerste lid, van het besluit bijlage 2 Als planten als bedoeld inworden aangewezen de planten, genoemd in de. 2010 10026 29-06-2010 23-06-2010 126660 2010 10026 29-06-2010 23-06-2010 126660 01-07-2010
Artikel 2c — Artikel 2c#
Artikel 2c artikel 12b, tweede lid, van het besluit Als gevallen als bedoeld in, worden aangewezen: a. bijlage 2 de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in, onderdeel 1, teelt, voor zover: 1°. de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden gepoot voor de teelt van consumptie- of zetmeelaardappelen, en 2°. bijlage 3 de geoogste pootaardappelen en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde pootaardappelen binnen het inbeschreven gebied worden gepoot binnen het bedrijf van de teler; b. bijlage 2 de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in, onderdelen 2, 3 en 4, teelt, voor zover: 1°. de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten niet in de handel worden gebracht en uiteindelijk worden geplant voor de teelt van sierteeltproducten of consumptieve producten, en 2°. bijlage 3 de geoogste planten en de daaruit in volgende seizoenen vermeerderde planten binnen het inbeschreven gebied worden geplant binnen het bedrijf van de teler; c. bijlage 2 Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in, onderdelen 3 en 4, teelt, voor zover de geoogste planten voordat ze in de handel worden gebracht, onverminderd het bepaalde in de, dusdanig worden gespoeld of geborsteld dat de aanhangende grond is verwijderd; d. artikel 2 bijlage 2 de situatie waarin een teler op een perceel ten aanzien waarvan een beslissing op grond vanis genomen, planten, genoemd in, onderdelen 3 en 4, teelt, voor zover: 1°. artikel 2 de beslissing op grond vandit toestaat, en 2°. Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten de geoogste planten voordat ze in de handel worden gebracht, onverminderd het bepaalde in de, dusdanig worden gespoeld of geborsteld dat de aanhangende grond is verwijderd; e. bijlage 2 Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten de situatie waarin een teler op een terrein planten, genoemd in, onderdeel 4, teelt, voor zover de geoogste planten, onverminderd het bepaalde in de, bestemd zijn voor de verkoop aan particuliere eindgebruikers die niet betrokken zijn bij de bedrijfsmatige planten- en snijbloementeelt en deze bestemming op de verpakking van de planten staat aangegeven. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 2d — Artikel 2d#
Artikel 2d 1 artikel 2, onderdeel b Ten behoeve van het geven van aanwijzingen op grond van, inzake het telen of bewaren stelt Onze Minister ieder jaar op basis van overeenkomstig bijlage IV, deel II, bij richtlijn 2007/33/EG uitgevoerd onderzoek een lijst aardappelrassen met het bijbehorende resistentieniveau als bedoeld in bijlage IV, deel I, bij richtlijn 2007/33/EG, vast. 2 De lijst aardappelrassen met bijbehorend resistentieniveau wordt gepubliceerd in de Staatscourant. 3 Verzoeken tot opname in de lijst worden ingediend bij de Plantenziektenkundige Dienst. 2010 10026 29-06-2010 23-06-2010 126660 2010 10026 29-06-2010 23-06-2010 126660 01-07-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 bijlage 4 Aardappelen worden niet geteeld in de volle grond op een terrein of perceel, gelegen in een inaangewezen gebied. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Aardappelen worden niet geteeld op een terrein of perceel, waarop in de twee voorafgaande kalenderjaren aardappelen zijn geteeld. 2 bijlage 5 Het eerste lid is niet van toepassing op de teelt van aardappelen op een terrein of perceel dat is gelegen in een inaangewezen gebied, mits voldaan wordt aan de in die bijlage gestelde regels. 3 bijlage 5 In afwijking van het tweede lid, worden in een ingenoemde gebied geen goedgekeurde pootaardappelen geteeld, indien op dat terrein of perceel in dat gebied in de twee voorafgaande kalenderjaren aardappelen zijn geteeld. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Aardappelen worden uitsluitend geteeld met gebruikmaking van goedgekeurde pootaardappelen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die: a. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van zetmeelaardappelen; b. bijlage 9 behoren tot ingenoemde aardappelrassen en c. bijlage 10 afkomstig zijn van en geteeld worden op een terrein of perceel dat is gelegen in een inaangewezen gebied. 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien binnen dezelfde onderneming in het voorgaande jaar geen goedgekeurde pootaardappelen zijn geteeld en het pootaardappelen voor eigen gebruik betreft die: a. worden gebruikt ten behoeve van de teelt van consumptieaardappelen, b. artikel 61 van de Regeling verhandeling teeltmateriaal voldoen aan de eisen voor klasse C als bedoeld inmet uitzondering van de eis van een onderzoeksverklaring AM voor het terrein of perceel waarop ze zijn geteeld en met uitzondering van het verbod tot vermeerderen met gebruikmaking van klasse C pootgoed en c. afkomstig zijn van een terrein of perceel, gelegen binnen een straal van 25 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler en die geteeld worden op een terrein of perceel, gelegen binnen een straal van 50 kilometer vanaf het vestigingsadres van de teler. 4 Het certificaat of de schriftelijke verklaring voor de pootaardappelen wordt bewaard tot de maand mei, volgend op het jaar waarin de pootaardappelen voor de teelt van aardappelen zijn gebruikt. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b 1 Het is degene die een terrein of perceel in gebruik heeft verboden hierop boomkwekerijgewassen en vaste planten te telen, tenzij het gebruikte teeltmateriaal afkomstig is van en geteeld wordt op een terrein of perceel waarvoor een onderzoeksverklaring AM is afgegeven of op een terrein of perceel waarop de laatste twaalf jaar geen aardappelen of andere, in bijlage I onder punt 1 van richtlijn 2007/33/EG vermelde waardplanten zijn geteeld. 2 Het is verboden boomkwekerijgewassen en vaste planten in het verkeer te brengen tenzij het gebruikte teeltmateriaal afkomstig is van en geteeld wordt op een terrein of perceel waarvoor een onderzoeksverklaring AM is afgegeven of op een terrein of perceel waarop de laatste twaalf jaar geen aardappelen of andere, in bijlage I onder punt 1 van richtlijn 2007/33/EG vermelde waardplanten zijn geteeld. 3 De verklaring wordt bewaard gedurende 12 maanden nadat de planten op het terrein of perceel zijn geoogst. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c Artikel 4b, eerste lid bijlage 4 , is niet van toepassing op een terrein of perceel gelegen in en teeltmateriaal afkomstig uit een inaangewezen gebied. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 bijlage 6 Op een terrein of perceel, in een inonder A aangewezen gebieden, worden geen zetmeelaardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras zoals genoemd in bijlage 6 onder B. 2 bijlage 7 Op een terrein of perceel, in een inonder A aangewezen gebied, worden geen aardappelplanten geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, als genoemd in bijlage 7 onder C1. Voor de teelt van pootaardappelen is het telen van de in bijlage 7 onder C2 vermelde rassen toegestaan. 3 bijlage 7 Op een terrein of perceel, in een inonder B aangewezen gebied, worden geen zetmeelaardappelen geteeld, tenzij zij behoren tot een ras genoemd in bijlage 7 onder C1. 4 bijlage 8 Op een terrein of perceel, in een inonder A aangewezen gebied, worden geen aardappelplanten geteeld, tenzij zij behoren tot een ras, zoals genoemd in bijlage 8 onder B. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Na 15 april van een jaar worden niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen, tenzij bestemd om te worden uitgeplant, zodanig afgedekt dat stengels met blad niet boven deze afdekking kunnen voorkomen. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Van niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen wordt niet ontdaan, tenzij zodanige maatregelen zijn getroffen dat zich aan deze niet-uitgeplante aardappelen of afval van aardappelen geen stengels met blad kunnen ontwikkelen. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het is degene die een terrein of perceel in gebruik heeft, verboden een aantasting van Phytophthora te hebben, die als volgt omschreven is: a. 2 een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door Phytophthora infestans aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20m, minimaal 1.000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale Phytophthora infestans, of b. 2 verspreid aangetaste aardappelplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100m, minimaal 2.000 (enkelvoudige) blaadjes zijn aangetast door vitale Phytophthora infestans. 2 Ingeval van stengelphytophthora telt elke stengel met vitale Phytophthora infestans voor 5 blaadjes. 3 Degene die een terrein of perceel in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid bedoelde aantasting. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het is na 1 juli van een kalenderjaar aan degene die een terrein of perceel in gebruik heeft verboden om aardappelopslag te hebben, indien: a. 2 op dat perceel of terrein of een deel daarvan zich gemiddeld meer dan 2 aardappelplanten per mbevinden, en b. de opslag voorkomt op minimaal 0,3 hectare. 2 Degene die een terrein of perceel in gebruik heeft neemt maatregelen ter bestrijding van de in het eerste lid bedoelde opslag. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Op een productielocatie van goedgekeurde pootaardappelen worden geen aardappelen gesneden. 2 Werktuigen en voorzieningen gebruikt op of gevestigd op de productielocatie van goedgekeurde pootaardappelen worden niet ter beschikking gesteld voor het snijden van pootaardappelen of voor pootgoedhandelingen met betrekking tot gesneden pootaardappelen. 3 Werktuigen en voorzieningen die zijn gebruikt voor het snijden van pootaardappelen of voor pootgoedhandelingen met betrekking tot gesneden pootaardappelen, worden niet gebruikt op de productielocatie of als productielocatie van goedgekeurde pootaardappelen 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Aardappelen worden niet geteeld met gebruikmaking van pootaardappelen die gesneden zijn. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien pootaardappelen zijn bestemd voor de teelt van consumptieaardappelen of pootaardappelen zijn bestemd voor de teelt van zetmeelaardappelen. 3 Het tweede lid is niet van toepassing indien op een bedrijf goedgekeurde pootaardappelen worden geteeld. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 In de provincies Flevoland, Zeeland en Noord-Brabant worden geen suikerbieten of voederbieten voor zaadwinning geteeld. 2 In de provincie Groningen worden geen suikerbieten of voederbieten voor zaadwinning geteeld in kassen. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Een eigenaar of houder van planten van suikerbieten of voederbieten geteeld voor zaadwinning in de provincie Noord-Holland of Friesland waarop zich bladluizen bevinden, bestrijdt deze op zodanige wijze dat dit geen gevaar oplevert voor de gezondheid van de suikerbieten en voederbieten in de omgeving. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Suikerbieten, voederbieten en afval van suikerbieten of voederbieten, voor zover daaraan bladvorming voorkomt, zijn niet voorhanden of in voorraad: a. na 15 april van elk jaar in de provincie Groningen en de provincie Friesland; b. na 1 april van elk jaar in: 1°. het gedeelte van de provincie Noord-Holland, gevormd door de gemeenten Haarlemmermeer en Wieringermeer; 2°. het gedeelte van de provincie Zuid-Holland, gevormd door de eilanden Rozenburg, Voorne, Putten, Ijsselmonde, Hoekschewaard, Eiland van Dordrecht, Tiengemeten en Goeree-Overflakkee; 3°. de provincies Flevoland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op suikerbieten en voederbieten, welke kennelijk bestemd zijn voor zaadwinning. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a Het is verboden na 15 april van enig jaar niet-uitgeplante uien of afval van uien aanwezig te hebben, tenzij op deze uien een afdekking is aangebracht of zodanige maatregelen zijn getroffen zonder welke niet-uitgeplante uien of afval van uien een bron kunnen zijn voor het verspreiden van valse meeldauw en koprot. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b Het is verboden zich te ontdoen van niet-uitgeplante uien of afval van uien, tenzij zodanige maatregelen zijn getroffen zonder welke zich aan deze niet-uitgeplante uien of afval van uien groene delen kunnen ontwikkelen en zonder welke deze niet-uitgeplante uien of afval van uien een bron kunnen zijn voor het verspreiden van koprot. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 14c — Artikel 14c#
Artikel 14c Het is degene die een terrein of perceel in gebruik heeft verboden een aantasting van valse meeldauw te hebben, die als volgt omschreven is: a. 2 een groep min of meer aaneengesloten, zichtbaar door valse meeldauw aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 20 m, minimaal 1.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw of b. 2 verspreid aangetaste uienplanten waarvan, binnen een oppervlakte van 100 m, minimaal 2.000 blaadjes zijn aangetast door vitale valse meeldauw. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 14d — Artikel 14d#
Artikel 14d 1 artikel 19 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet Het is degene die een terrein of perceel in gebruik heeft verboden uien vanuit plantuien te telen indien hij niet beschikt over een beoordelingsrapport over het te gebruiken dan wel gebruikte uitgangsmateriaal, afgegeven door een keuringsinstelling die op basis vanis aangewezen, waaruit blijkt dat bij visuele keuring van het uitgangsmateriaal te velde, vlak voor de oogst, geen valse meeldauw is geconstateerd of waaruit bij nacontrole van het uitgangsmateriaal blijkt dat het uitgangsmateriaal vrij is van valse meeldauw. 2 Het beoordelingsrapport wordt bewaard gedurende twee jaar na afgifte. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 14e — Artikel 14e#
Artikel 14e 1 Het is degene die een terrein of perceel in gebruik heeft verboden akker- en tuinbouwgewassen te telen op het terrein of perceel of gedeelte daarvan waar de aanwezigheid van knolcyperus door de minister is vastgesteld. 2 De minister maakt het teeltverbod, bedoeld in het eerste lid, met ingangsdatum, terrein of perceel of gedeelte van het terrein of perceel, en termijn bekend. 3 In aanvulling op het teeltverbod kunnen maatregelen worden opgelegd met betrekking tot teelt, oogst, transport, opslag, schonen en bewaring van het geoogste product, het vernietigen en het ongeschikt maken voor gebruik als voortkwekingsmateriaal, alsmede opslag, bewaring, transport en vernietiging van afvalstromen, zoals grond- en gewasresten. 4 In een spoedeisende situatie kan de bekendmaking van het teeltverbod en de maatregelen aan de ondernemer mondeling geschieden. Een mondelinge bekendmaking wordt binnen een redelijke termijn bevestigd door een schriftelijke bekendmaking. 5 In afwijking van het eerste lid is het teeltverbod niet van toepassing gedurende de teelt van planten die is aangevangen voor vaststelling van de aanwezigheid van knolcyperus totdat deze teelt is beëindigd. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 14f — Artikel 14f#
Artikel 14f 1 Degene aan wie een teeltverbod is opgelegd is verplicht de knolcyperus te verwijderen en te vernietigen voordat aan de knolcyperus vier of meer bladeren zichtbaar zijn of zich ondergrondse knollen hebben ontwikkeld. 2 Degene aan wie een teeltverbod is opgelegd en degene die werktuigen heeft gebruikt op het terrein of perceel of gedeelte daarvan waar het teeltverbod betrekking op heeft, is verplicht direct na dit gebruik de werktuigen zodanig vrij te maken van aanhangende grond en van planten, dat geen verspreiding van knolcyperus kan plaatsvinden. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 14g — Artikel 14g#
Artikel 14g Degene aan wie een teeltverbod is opgelegd, is verplicht bij wijzigingen met betrekking tot de eigendom of het gebruik van het terrein of perceel of gedeelte daarvan waar het verbod betrekking op heeft: a. het teeltverbod en de maatregelen onverwijld aan de nieuwe eigenaar of gebruiker te melden en b. de wijziging onverwijld aan de minister te melden. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 14h — Artikel 14h#
Artikel 14h Het teeltverbod wordt door de minister opgeheven nadat is vastgesteld dat gedurende drie opeenvolgende jaren het terrein of perceel of gedeelte daarvan waar het verbod betrekking op heeft, vrij is bevonden van knolcyperus dan wel is omgezet of afgegraven en fytosanitair verantwoord is afgevoerd. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikelen 12a 12b 16 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen Deze regeling berust op de,en. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 Besluiten, genomen door het bestuur, de voorzitter of de secretaris van het Productschap Akkerbouw en het Productschap Tuinbouw op grond van bevoegdheden in verordeningen die na inwerkingtreding van deze regeling aan de minister zijn toegekend, worden met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling aangemerkt als besluiten van de minister. 2 De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling aanhangige aanvragen en verzoeken tot het nemen van besluiten als bedoeld in het eerste lid zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege aanhangig bij de minister. 3 Voor zover aan een besluit, genomen op grond van bevoegdheden die na inwerkingtreding van deze regeling aan de minister zijn toegekend, voorschriften zijn verbonden en in deze voorschriften het bevoegd gezag wordt vermeld, wordt de minister vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling aangemerkt als het bevoegd gezag. 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 2014 35166 29-12-2014 10-12-2014 WJZ/14139630 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bestrijding schadelijke organismen. 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 2014 16363 10-06-2014 05-06-2014 WJZ/14081045 01-01-2015
Artikel 2a#
artikel 2a
Artikel 2b#
artikel 2b
Artikel 2c#
artikel 2c, onderdelen a en b, onder II
Artikel 2c#
artikel 2c, onderdelen a en b
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 4#
artikel 4
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 5#
artikel 5, tweede lid
Artikel 5#
artikel 5, derde lid
Artikel 4a#
artikel 4a, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 4a#
artikel 4a, tweede lid, onderdeel c.