Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2002
- BWB-id
- BWBR0013697
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-04-13 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013697
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-financi-le-bepalingen-bodemsanering-2002
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-financi-le-bepalingen-bodemsanering-2002/2005-04-13
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013697&g=2005-04-13
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013697&z=2026-06-06&g=2005-04-13
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013697/2005-04-13
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-financi-le-bepalingen-bodemsanering-2002
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer b. wet: Wet bodembescherming ; c. budgethouder: artikel 88, eerste lid, van de wet provincie onderscheidenlijk ingenoemde gemeente onderscheidenlijk de gemeenten genoemd in het Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten; d. een geval: artikel 1, eerste lid, van de wet een geval van ernstige verontreiniging als bedoeld in; e. deelprojectfase: door de budgethouder als eenheid, in organisatorische en financiële zin, aangemerkte gedeelte van onderzoek onderscheidenlijk sanering van een geval; f. regionale waterbodems: artikel 6, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bodems onder oppervlaktewater waarvoor provinciale staten op grond vanhet waterkwaliteitsbeheer hebben opgedragen aan een waterschap; g. meerjarenprogramma: artikel 76, eerste lid, van de wet een programma als bedoeld in, ingediend door de budgethouder ter verkrijging van budget; h. prestatieverantwoording: een verslag waarin de in het meerjarenprogramma opgenomen doelstellingen en de aan de bijdrage verbonden verplichtingen worden vergeleken met de bereikte resultaten en de verschillen worden toegelicht; i. bestedingsverantwoording: een verslag waarmee inzicht wordt gegeven in de mate waarin en de wijze waarop de beschikbaar gestelde rijksmiddelen zijn besteed; j. apparaatskosten: de kosten van personeel, informatievoorziening, organisatie, financieel beheer en automatisering verbonden aan de uitvoering van de taken van de wet; k. budgetperiode: de periode als bedoeld in artikel 76, eerste lid, slot, waarvoor de budgethouder een bijdrage kan verkrijgen; l. bijzonder inventariserend onderzoek: activiteiten die van bijzonder belang zijn voor de uitvoering van de bodemsanering waarvoor in de door de minister te bepalen gevallen een bijdrage mogelijk is; 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 76, eerste lid, van de wet De kosten waarvoor op grond van deze regeling een bijdrage kan worden verstrekt zijn de kosten zoals bedoeld in. 2 wet Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Apparaatskosten, verbonden aan de uitvoering van de, komen niet voor een bijdrage in aanmerking behalve voor de gemeenten, genoemd in het. 3 artikel 76, eerste lid De kosten die samenhangen met werkzaamheden in een ander kader dan het onderzoek of de sanering als bedoeld in, maar uit praktische overwegingen gelijktijdig worden uitgevoerd, komen niet voor een bijdrage in aanmerking. 2005 69 11-04-2005 05-04-2005 LMV2005.028473 2005 69 11-04-2005 05-04-2005 LMV2005.028473 13-04-2005 01-01-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2005 69 11-04-2005 05-04-2005 LMV2005.028473 2005 69 11-04-2005 05-04-2005 LMV2005.028473 13-04-2005 01-01-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2005 69 11-04-2005 05-04-2005 LMV2005.028473 2005 69 11-04-2005 05-04-2005 LMV2005.028473 13-04-2005 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2005 69 11-04-2005 05-04-2005 LMV2005.028473 2005 69 11-04-2005 05-04-2005 LMV2005.028473 13-04-2005 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De minister kan verplichtingen met betrekking tot de kwaliteit van de uitvoering van bodemsanering verbinden aan de verlening van de bijdrage. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Zolang de bijdrage niet is vastgesteld, kan Onze minister de budgethouder verzoeken een geactualiseerd en nader geconcretiseerd overzicht van de doelstellingen van het meerjarenprogramma alsmede de gevolgen daarvan voor de financiële paragraaf van het meerjarenprogramma in te dienen. 2003 111 13-06-2003 02-06-2003 LMV2003.037004 2003 111 13-06-2003 02-06-2003 LMV2003.037004 15-06-2003 01-01-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De minister verleent gedurende budgetperiode een voorschot aan de budgethouder waaraan hij een bijdrage heeft verleend. 2 Voorschotten worden overeenkomstig de beschikking tot voorschotverlening betaald. 3 De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het voorschot. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 76 77 van de wet artikel 6a Uiterlijk op 15 juli volgende op de afloop van de budgetperiode dient de budgethouder een verslag in met betrekking tot de doeltreffendheid van de besteding van de op grond van deenverleende bijdrage overeenkomstig het model in bijlage 3. Dit verslag bevat een vergelijking van de in het meerjarenprogramma opgenomen doelstellingen zonodig aangevuld op grond van, en de aan de bijdrage verbonden verplichtingen met de bereikte resultaten en een toelichting van de verschillen, rekening houdend met de gerealiseerde bestedingen. 2 De minister kan om aanvullende informatie vragen indien naar zijn oordeel de informatie in de rapportage, zoals bedoeld in het eerste lid onvoldoende is om een oordeel te vormen over de doeltreffendheid van de verleende bijdrage in de uitvoering. 2003 111 13-06-2003 02-06-2003 LMV2003.037004 2003 111 13-06-2003 02-06-2003 LMV2003.037004 15-06-2003 01-01-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8, eerste lid Naast het verslag, als bedoeld in, wordt uiterlijk op 1 juli volgende op de afloop van de budgetperiode een verslag ingediend over de besteding van de bijdrage op grond van artikel 76 onderscheidenlijk 77 van de wet. Dit verslag bevat een bestedingsverantwoording die overeenkomstig het model in bijlage 4 bij deze regeling wordt opgesteld. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 De bestedingsverantwoording bedoeld ingaat vergezeld van een verklaring van getrouwheid van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 2 De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt opgesteld met inachtneming van de voorschriften opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 8, eerste lid artikel 9 artikel 10, eerste lid artikelen 4 5 Na beoordeling van de verslagen, zoals bedoeld in, enen de verklaring bedoeld in, stelt de minister de bijdrage zoals bedoeld in deenover de afgelopen budgetperiode vast. 2 De minister kan bij de vaststelling van de bijdrage jegens een budgethouder verplichtingen verbinden aan het budget dat voor de op dat moment lopende budgetperiode wordt of is verleend, indien met betrekking tot de afgelopen budgetperiode: a. de in het programma opgenomen doelstellingen naar het oordeel van de minister onvoldoende zijn bereikt en dit de budgethouder kan worden toegerekend, of b. de budgethouder niet heeft voldaan aan de verplichtingen verbonden aan de verlening van budget, of c. de verleende voorschotten door de budgethouder zijn besteed aan een ander doel dan bodemsanering, of d. artikel 8, eerste lid artikel 9 de verslagen als bedoeld inenniet of niet tijdig zijn ingediend. 3 Indien naar het oordeel van de minister genoegzaam vaststaat dat met de verplichtingen, zoals bedoeld in het tweede lid, niet kan worden volstaan, dan wel van het opleggen daarvan in redelijkheid onvoldoende resultaat kan worden verwacht, kan het budget over de afgelopen budgetperiode, zo nodig ambtshalve, lager worden vastgesteld dan de voor die budgetperiode verleende bijdrage. Het verschil wordt aangemerkt als onverschuldigd betaald. 4 Onverschuldigd betaalde bedragen aan voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voorzover na de dag waarop de bijdrage is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken. Bij de terugvordering kan worden bepaald dat over de onverschuldigd betaalde bedragen een wettelijke rente verschuldigd is. 5 artikel 4 Indien de gerealiseerde bestedingen in de afgelopen budgetperiode groter zijn dan de door de minister verleende bijdrage zoals bedoeld inkan hij de meerdere bestedingen betrekken in de verlening van de bijdrage voor de op dat moment lopende budgetperiode, onder de volgende voorwaarden: a. dit geldt tot een maximum van 30% van de verleende bijdrage van de afgelopen budgetperiode en b. artikel 4 dat met deze extra bestedingen in gelijke mate meer prestaties uit het programma van de afgelopen budgetperiode zijn gerealiseerd dan met de verleende bijdrage zoals bedoeld inmogelijk was. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De budgethouder dient per geval een aanvraag in voor een bijdrage ter vergoeding van de kosten van subsidie aan derden ten behoeve van de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging van in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen waarvan de sanering urgent is, dan wel wanneer activiteiten worden verricht waarvoor sanering verplicht is. 2 Een aanvraag om een bijdrage, zoals bedoeld in het eerste lid dient: a. een concept van de beschikking tot subsidieverlening ten behoeve van sanering van gevallen genoemd in het eerste lid, die de budgethouder voornemens is af te geven, te bevatten. Tevens meldt hij welke aanvragen tot subsidieverlening hij op dat moment heeft ontvangen. b. de gegevens, als bedoeld in bijlage 6 te bevatten. 3 De minister kan de bijdrage, zoals bedoeld in het eerste lid, slechts verlenen, indien: a. de aanvraag voldoet aan de voorwaarden gesteld in het tweede lid; b. de budgethouder de subsidieverordening overeenkomstig het door de minister vastgestelde model heeft opgesteld. 4 De budgethouder kan schriftelijk een gemotiveerde aanvraag voor een voorschot op de bijdrage, zoals bedoeld in het eerste lid, indienen. Deze aanvraag moet voldoen aan de voorwaarden gesteld in het tweede lid onder b, en kan worden ingediend indien en voor zover de budgethouder voorziet dat er onvoldoende financiële middelen op grond van de uitvoering van de wet en deze regeling zijn om de subsidie aan derden, ten behoeve van sanering van gevallen genoemd in het eerste lid, tijdig te kunnen uitbetalen. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 12, derde lid artikel 14, tweede lid De doeltreffendheid van de besteding van de verstrekte bijdrage zoals bedoeld in, wordt jaarlijks getoetst aan de hand van de gegevens zoals genoemd in. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 84, eerste lid, van de wet artikel 76 eerste lid van de wet Het verslag, bedoeld in, over de besteding van de bijdrage op grond van, bevat een bestedingsverantwoording die overeenkomstig het model in bijlage 7 bij deze regeling wordt opgesteld. 2 artikel 13 Bij het verslag, bedoeld in het eerste lid, wordt ten aanzien van de doeltreffende besteding zoals bedoeld ineen rapportage gevoegd overeenkomstig het model in bijlage 8 bij deze regeling. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14, eerste lid De bestedingsverantwoording bedoeld in, gaat vergezeld van een verklaring van getrouwheid van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 2 De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt opgesteld met inachtneming van de voorschriften opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De budgethouder dient jaarlijks een aanvraag in tot vaststelling van een bijdrage ter vergoeding van de kosten van subsidie aan derden ten behoeve van de sanering van gevallen van ernstige verontreiniging van in gebruik zijnde en blijvende bedrijfsterreinen waarvan de sanering urgent is dan wel wanneer activiteiten worden verricht waarvoor sanering verplicht is. 2 artikel 12, eerste lid Een aanvraag tot vaststelling van een bijdrage, zoals bedoeld indient: schriftelijk uiterlijk 31 januari na het kalenderjaar waarover de bijdrage wordt gevraagd te worden ingediend, en de gegevens, als bedoeld in bijlage 6 te bevatten. artikel 13 artikel 15, eerste lid de verslagen zoals bedoeld in, 14, eerste en tweede lid en de verklaring zoals bedoeld inte bevatten. 3 De minister stelt de bijdrage, zoals bedoeld in het eerste lid, aan de budgethouder vast indien de aanvraag voldoet aan de voorwaarden gesteld in het tweede lid. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Een verslag met betrekking tot de voortgang van de bodemsanering bevat de gegevens als bedoeld in bijlage 9, welke betrekking hebben op de uitvoering van de wet over het voorafgaande kalenderjaar. Dit verslag wordt door gedeputeerde staten uiterlijk in de eerste week van januari ingediend bij de minister. 2 Het in het eerste lid genoemde verslag, wordt aangevuld met de informatie als bedoeld in bijlage 10. Deze informatie wordt jaarlijks over het daarvoor voorafgaande kalenderjaar, uiterlijk 1 mei verstrekt aan de minister. 3 artikel 88 van de wet Naar aanleiding van het verslag zoals bedoeld in het tweede lid kan een gesprek van de minister met gedeputeerde staten onderscheidenlijk burgemeester en wethouders van de ingenoemde gemeenten en de gemeenten genoemd in het Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten over de voortgang van de bodemsaneringsoperatie en de uitvoering van de wet plaatsvinden. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 3 In afwijking van het gestelde invindt de indiening door de budgethouder van een aanvraag voor de eerste budgetperiode uiterlijk 15 februari 2002 plaats. 2 De eerste budgetperiode bedraagt 3 jaar. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De Regeling van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nr. MJZ/96071923, Staatscourant 249, en de Circulaire Bijdrageverlening bodemsanering, laatstelijk gewijzigd per 31 augustus 1999, worden ingetrokken. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002. 2 Artikel 17, eerste lid werkt terug tot en met 1 januari 2001 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2002. 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 2002 96 24-05-2002 17-05-2002 LMV2002011766 26-05-2002 01-01-2002