Regeling herstel historische buitenplaatsen
- BWB-id
- BWBR0014003
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-04-30 t/m 2007-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014003
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-herstel-historische-buitenplaatsen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-herstel-historische-buitenplaatsen/2005-04-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014003&g=2005-04-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014003&z=2026-06-06&g=2005-04-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014003/2005-04-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-herstel-historische-buitenplaatsen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. eigenaar: 1. natuurlijke persoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op (een deel van) een beschermde historische buitenplaats; 2. artikel 7a van de Natuurschoonwet 1928 naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid als bedoeld in, voor zover de aandeelhouders uitsluitend natuurlijke personen zijn, die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op (een deel van) een beschermde historische buitenplaats; 3. rechtspersoon die krachtens privaatrecht is ingesteld en die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht op (een deel van) een beschermde historische buitenplaats heeft verkregen van een natuurlijke persoon als bedoeld onder 1 of van een vennootschap als bedoeld onder 2, en die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel stelt die buitenplaats in stand te houden; d. beschermde historische buitenplaats: artikel 6 van de Monumentenwet 1988 in het register, bedoeld in, als zodanig vermeld complex waarin van oorsprong één of meer gebouwen een compositorisch geheel vormen met een tuin of met een park van ten minste 1 hectare, waarvan de aanleg dateert van vóór 1850 en herkenbaar aanwezig is; e. herstel: technische werkzaamheden aan onderdelen van een tuin of park, die het normale onderhoud te boven gaan, gericht op het behoud van het oorspronkelijke karakter daarvan. 2005 82 28-04-2005 21-04-2005 TRCJZ/2005/934 2005 82 28-04-2005 21-04-2005 TRCJZ/2005/934 30-04-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De minister kan ter instandhouding van beschermde historische buitenplaatsen subsidie verstrekken voor het herstel van onderdelen van parken en tuinen van beschermde historische buitenplaatsen, indien die onderdelen van belang zijn vanwege cultuurhistorische of natuurwetenschappelijke waarden of uit oogpunt van recreatie. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Voor subsidieverlening komen uitsluitend in aanmerking eigenaren van beschermde historische buitenplaatsen. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De minister stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor op grond van deze regeling te verstrekken subsidies. Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt in de Staatscourant. 2005 82 28-04-2005 21-04-2005 TRCJZ/2005/934 2005 82 28-04-2005 21-04-2005 TRCJZ/2005/934 30-04-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De minister kan per kalenderjaar een aanvraagperiode vaststellen en geeft van dat besluit kennis in de Staatscourant. 2 Aanvragen worden alleen in behandeling genomen, indien een aanvraagperiode als bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld. 2005 82 28-04-2005 21-04-2005 TRCJZ/2005/934 2005 82 28-04-2005 21-04-2005 TRCJZ/2005/934 30-04-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Geen subsidie wordt verleend voor: a. werkzaamheden waarvan de subsidiabele kosten minder dan € 2.250 bedragen; b. werkzaamheden met de uitvoering waarvan een aanvang is gemaakt alvorens de beschikking tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is meegedeeld. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2 artikel 8 Een subsidie als bedoeld inkan worden verleend voor de volgende noodzakelijke kosten die met het herstel verband houden en die in het inbedoelde werkplan zijn opgenomen: a. 80% van de volgende kosten: kosten van materialen; loonkosten van werkzaamheden verricht door derden; loonkosten van het betrokken personeel in dienst van de subsidieontvanger; b. artikel 8 kosten voor het opstellen van een werkplan als bedoeld in, overeenkomend met een percentage van de kosten van de werkzaamheden overeenkomstig onderstaande tabel: Kosten van werkzaamheden waarvoor op grond van onderdeel a subsidie wordt verleend (zonder omzetbelasting) Bijbehorend percentage vanaf € 2.250 tot € 4.500 14% vanaf € 4.500 tot € 9.000 12% vanaf € 9.000 tot € 22.500 10% vanaf € 22.500 en meer 8% c. de kosten van de voor de vaststelling van de subsidie benodigde accountantsverklaring tot een maximum van € 1.800. 2 De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting indien de aanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting. 3 Indien voor de werkzaamheden waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt verleend, andere subsidies door de rijksoverheid worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag op grond van deze regeling verstrekt, dat de som van de subsidies de som van de kosten, die op basis van het eerste lid als subsidiabele kosten kunnen worden aangemerkt, niet overschrijdt. 4 Indien voor de werkzaamheden waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt verleend, subsidies door anderen dan de rijksoverheid dan wel financiële middelen door niet-bestuursorganen worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag op grond van deze regeling verstrekt, dat de som van de subsidies dan wel de som van de subsidie en de financiële middelen niet meer bedraagt dan 100% van de totale kosten van de werkzaamheden. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij Dienst Regelingen met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier en gaat vergezeld van: a. een werkplan; b. een kaart met ten minste een schaal van 1:1000, waarop de terreingedeelten of onderdelen aangegeven zijn, waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en c. een advies van de Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen met betrekking tot de geplande werkzaamheden. 2 Het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde werkplan houdt in ieder geval in: a. een beschrijving van de huidige situatie, een gespecificeerde omschrijving van de te verrichten werkzaamheden, het doel van de werkzaamheden, de noodzaak van de werkzaamheden alsmede de noodzaak van de kosten; b. een sluitende begroting voor de werkzaamheden en de plankosten alsmede een toelichting daarop; indien het een meerjarig plan betreft, is de begroting een meerjarenbegroting met een liquiditeitsplanning per jaar; en c. de realisatietermijn. 3 In het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde advies wordt aangegeven of de uit te voeren werkzaamheden het normale onderhoud te boven gaan. Voorts heeft het advies betrekking op: a. de bijdrage die de uit te voeren werkzaamheden leveren aan de instandhouding en het herstel van de beschermde historische buitenplaats; b. het cultuurhistorische, natuurwetenschappelijke of recreatieve belang van de uit te voeren werkzaamheden; c. de urgentie van de uit te voeren werkzaamheden; d. de wijze van uitvoering en de te gebruiken materialen; en e. de mogelijke samenhang met andere gesubsidieerde werkzaamheden. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 TRCJZ/2004/6411 01-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De minister rangschikt, in overleg met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen zodanig dat zij hoger worden gerangschikt naarmate: a. de uit te voeren werkzaamheden een grotere bijdrage leveren aan de instandhouding en het herstel van de beschermde historische buitenplaats; b. de uit te voeren werkzaamheden meer van belang zijn voor de cultuurhistorische of natuurwetenschappelijke waarde van de beschermde historische buitenplaats of voor de recreatie; c. een grotere urgentie bestaat voor de uit te voeren werkzaamheden; en d. er samenhang is met andere gesubsidieerde werkzaamheden. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 De minister beslist binnen vier maanden na afloop van de aanvraagperiode op aanvragen die in de betrokken aanvraagperiode zijn ingediend met inachtneming van. 2 De minister kan bij de subsidieverlening bepalen dat de werkzaamheden voor een door hem te bepalen datum zijn uitgevoerd. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De subsidieontvanger maakt een aanvang met de uitvoering van de werkzaamheden binnen één jaar na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De subsidieontvanger voert de werkzaamheden uit overeenkomstig het werkplan. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 7 De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle kosten van het herstel kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de inonderscheiden kostenposten, waarbij ter zake van de loonkosten van het personeel in dienst van de subsidieontvanger een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording aanwezig is. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen twee maanden na afloop van de werkzaamheden. 2 Voorzover de subsidie is verleend voor meer dan één jaar, dient de subsidieontvanger telkens binnen twee maanden na afloop van een jaar een aanvraag tot subsidievaststelling over dat jaar in, met dien verstande dat de laatste aanvraag wordt ingediend binnen twee maanden na afloop van de werkzaamheden. 3 De aanvraag omvat: a. een financiële verantwoording van de werkzaamheden, met de daarbij behorende bewijsstukken; b. artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek indien de totale subsidiabele kosten meer bedragen dan € 22.500 een verklaring van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent als bedoeld inwaaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen. 4 bijlage 1 De accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, controleert met inachtneming van het inbij deze regeling opgenomen controleprotocol. 5 bijlage 2 De goedkeurende accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig de inopgenomen modelaccountantsverklaring. 6 De minister kan de Accountantsdienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een review laten uitvoeren op de door de accountant van de aanvrager verrichte werkzaamheden. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15 De minister stelt binnen twee maanden na ontvangst van de inbedoelde aanvraag de subsidie vast. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De minister kan de subsidieontvanger op diens verzoek voorschotten verstrekken tot ten hoogste 50% van het verleende subsidiebedrag. 2 De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De Regeling subsidies achterstallig onderhoud voor historische parken, tuinen en buitenplaatsen blijft van toepassing op op grond daarvan verleende subsidies. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Twee jaar na inwerkingtreding en voorts iedere drie jaar wordt een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling herstel historische buitenplaatsen. 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 2002 173 10-09-2002 06-09-2002 TRCJZ/2002/2359 12-09-2002
Artikel 15#
artikel 15, derde lid
Artikel 15#
artikel 15, tweede lid
Artikel 3#
Artikel 3
Artikel 6#
Artikel 6, onderdeel b
Artikel 7#
Artikel 7, eerste en tweede lid
Artikel 7#
Artikel 7, derde lid
Artikel 7#
Artikel 7, vierde lid
Artikel 13#
Artikel 13
Artikel 14#
Artikel 14
Artikel 15#
Artikel 15, derde lid
Artikel 15#
artikel 15, vierde lid