Regeling impuls beroepskolom 2002-2005, voor vbo, mbo en landelijke organen voor beroepsonderwijs
- BWB-id
- BWBR0013761
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2005-07-30 t/m 2008-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013761
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-impuls-beroepskolom-2002-2005-voor-vbo-mbo-en-kenni
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-impuls-beroepskolom-2002-2005-voor-vbo-mbo-en-kenni/2005-07-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013761&g=2005-07-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013761&z=2026-06-06&g=2005-07-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013761/2005-07-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-impuls-beroepskolom-2002-2005-voor-vbo-mbo-en-kenni
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, b. school: een school voor voorbereidend beroepsonderwijs al dan niet in een scholengemeenschap, c. leerlingen: artikel 14a eerste lid, van het Bekostigingsbesluit W.V.O. artikel 15a van het Bekostigingsbesluit W.V.O. artikel 15b, tweede lid, van dat bekostigingsbesluit leerlingen van een school, niet zijnde leerlingen in de gemengde leerweg, in de leerjaren 3 en 4, waarbij wordt uitgegaan van de overzichten, bedoeld in, of, indienvan toepassing is, de overzichten, bedoeld in, d. WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs de, e. instelling: artikel 1.3.1 van de WEB artikel 12.3.8 van de WEB artikel 12.3.9 van de WEB een instelling als bedoeld in, een instituut als bedoeld in, dan wel de Hogeschool Haarlem, bedoeld in, dan wel diens rechtsopvolger voor wat betreft de beroepsopleidende leerweg, niet zijnde een AOC, f. deelnemer: artikel 8.1.1 van de WEB een deelnemer als bedoeld in, g. AOC: artikel 1.3.3 van de WEB een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in, h. kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven: artikel 1.5.1 van de WEB een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in, i. beroepskolom: het onderwijs voor voorbereidend beroepsonderwijs, beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs verzorgd door scholen, instellingen, AOC's en de Hogeschool Haarlem, dan wel diens rechtsopvolger voor wat betreft de beroepsopleidende leerweg, j. kwalificatiewinst: het verhogen van het rendement in de beroepskolom, uitgedrukt in een toename van het aantal uitgereikte diploma's respectievelijk certificaten, een kortere verblijfsduur van de gediplomeerde uitstroom per opleiding en een toename van de doorstroom naar een hogere opleiding, binnen de beroepskolom. 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 30-07-2005
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van deze regeling#
Artikel 2 Doel van deze regeling Het doel van deze regeling is het verlenen van aanspraak op aanvullende middelen ten behoeve van het verwezenlijken van de doelstelling, bedoeld in artikel 3, door de minister aan het bevoegd gezag van scholen, instellingen, AOC's en landelijke organen voor de jaren 2002, 2003, 2004 en 2005. 2002 123 02-07-2002 11-06-2002 BVE/B-2002/11829 2002 123 02-07-2002 11-06-2002 BVE/B-2002/11829 05-07-2002
Artikel 3 — Artikel 3 Doelstelling aanvullende middelen#
Artikel 3 Doelstelling aanvullende middelen 1 artikel 2 Doelstelling van de aanspraak op aanvullende middelen, bedoeld in, is het realiseren van kwalificatiewinst door het versterken van de beroepskolom, zowel voor wat betreft de kwaliteit van de onderwijssectoren afzonderlijk als de kwaliteit van de verschillende aansluitingsmomenten binnen de beroepskolom. 2 Onder aansluitingsmomenten, bedoeld in het eerste lid, worden verstaan: a. de aansluitingen binnen de beroepskolom, b. de aansluiting tussen educatie en beroepsonderwijs, c. artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c tot en met e, van de wet de aansluiting tussen de basisberoepsopleidingen, bedoeld in, en de vakopleidingen, middenkaderopleidingen en specialistenopleidingen, bedoeld in. 3 Het realiseren van kwalificatiewinst binnen de beroepskolom wordt door de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven gestimuleerd door projecten voor de bve-sector gericht op: a. het versterken van de beroepspraktijkvorming, b. de ontwikkeling van kerncompetenties in de kwalificatiestructuur, c. het oplossen van knelpunten in de aansluiting binnen de beroepskolom vanuit de kwalificatiestructuur beroepsonderwijs. 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 30-07-2005
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvullende bekostiging vbo de periode augustus tot en met december 2005#
Artikel 4 Aanvullende bekostiging vbo de periode augustus tot en met december 2005 1 Voor een school bedraagt de aanvullende bekostiging in de periode augustus tot en met december 2005 een evenredig deel van € 13.850.000,– . 2 De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober 2004. 3 artikel 5, derde lid, van de Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 2004–2005 en 2005–2006 De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt vastgesteld door het aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, te vermenigvuldigen met de factor 0,0044 en de voor de school geldende gemiddelde personeelslast per formatieplaats, bedoeld in. 4 artikel 10 De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, kan door een school, onverminderd, naar eigen inzicht worden aangewend ter bestrijding van personele of materiële kosten in het kader van deze regeling. 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 30-07-2005
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvullende vergoeding instellingen bekostigingsjaar 2005#
Artikel 5 Aanvullende vergoeding instellingen bekostigingsjaar 2005 1 Voor een instelling bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het voor de instellingen beschikbare budget van € 24.719.000,- voor het jaar 2005. 2 De hoogte van de aanvullende vergoeding wordt berekend: a. artikel 1.3.1 van de WEB artikelen 2.2.2, eerste lid 2.4.1, eerste lid 6.1.3.eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB voor een instelling als bedoeld in, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs berekend op grond van de,, en, die de instelling over 2005 ontvangt met dien verstande dat de aanvullende vergoeding tenminste € 11.345,- bedraagt; b. artikel 12.3.8 artikel 12.3.9, van de WEB artikel 2.1.1 artikel 2.2.1 van de Uitvoeringsregeling WEB voor een instituut als bedoeld inen de Hogeschool Haarlem, bedoeld in, naar rato van de omvang van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs die de instelling over 2005 ontvangt op grond vanrespectievelijk, met dien verstande dat de aanvullende vergoeding tenminste € 11.345,- bedraagt. 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 30-07-2005
Artikel 6 — Artikel 6 Aanvullende vergoeding kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven bekostigingsjaar 2005#
Artikel 6 Aanvullende vergoeding kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven bekostigingsjaar 2005 1 Voor een landelijk orgaan bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het voor de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven beschikbare budget van € 6.220.000,- voor het jaar 2005. 2 artikel 4.2.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB De hoogte van de aanvullende vergoeding wordt voor een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven berekend naar rato van de omvang van de rijksbijdrage berekend op grond van, die het landelijk orgaan over 2005 ontvangt. 3 De hoogte van de aanvullende vergoeding voor het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving bedraagt € 330.000,-. 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 30-07-2005
Artikel 7 — Artikel 7 Aanvullende vergoeding beroepsonderwijs landbouw en natuurlijke omgeving bekostigingsjaar 2005#
Artikel 7 Aanvullende vergoeding beroepsonderwijs landbouw en natuurlijke omgeving bekostigingsjaar 2005 1 De aanvullende vergoeding voor het jaar 2005 bedraagt voor het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving, verzorgd aan een AOC, een evenredig gedeelte van het totale voor dat jaar beschikbare bedrag van € 1.416.250,–. Voor het beroepsonderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving in het AOC bedraagt de aanvullende vergoeding een evenredig gedeelte van het totale voor dat jaar beschikbare bedrag van € 1.200.000,-. 2 De hoogte van de aanvullende vergoeding wordt voor een AOC berekend naar rato van de rijksbijdrage voor het jaar 2004 ten behoeve van de sector landbouw en natuurlijke omgeving voor het beroepsonderwijs, onderscheidenlijk de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving voor het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in het agrarisch opleidingscentrum. 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 30-07-2005
Artikel 8 — Artikel 8 Aanvullende middelen 2003 tot en met 2005#
Artikel 8 Aanvullende middelen 2003 tot en met 2005 De minister maakt in de jaren 2003 tot en met 2005 jaarlijks voor 1 april in het officiële publicatieblad van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bekend welk bedrag in het betreffende kalenderjaar beschikbaar is voor subsidieverlening op grond van deze regeling. Voor het voortgezet onderwijs wordt gelijktijdig de ratio gepubliceerd voor het volgende schooljaar. 2004 13 28-07-2004 25-05-2004 BVE/BDenI-2004/11512 2004 13 28-07-2004 25-05-2004 BVE/BDenI-2004/11512 31-07-2004
Artikel 9 — Artikel 9 Betaling#
Artikel 9 Betaling 1 De betaling van de aanvullende bekostiging geschiedt voor het voorbereidend beroepsonderwijs in de periode augustus tot en met december 2005 in vijf maandelijkse termijnen. Het bevoegd gezag van een school ontvangt in augustus 2005 een beschikking omtrent de toekenning en het kasritme van de betaling van de aanvullende bekostiging. 2 De betaling van de aanvullende vergoeding voor het beroepsonderwijs en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven vindt in 2005 plaats in de maand september. 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 30-07-2005
Artikel 10 — Artikel 10 Financiële verantwoording#
Artikel 10 Financiële verantwoording 1 De subsidie wordt verstrekt als tegemoetkoming in de uitgaven die zijn verbonden aan de in deze regeling omschreven doelstelling. Indien de subsidie wordt aangewend voor een ander dan de in deze regeling omschreven doelstelling, wordt de subsidie in ieder geval aangewend voor de wettelijke taak van een school, instelling, AOC dan wel kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven. 2 Verrekening van eventueel niet bestede gelden of overschotten vindt niet plaats. 3 De toegewezen middelen worden overeenkomstig de OCenW-Richtlijn jaarverslag in de jaarrekening verantwoord binnen de daartoe bestemde posten in de jaarrekening. Een afzonderlijke specificatie van de kosten is niet noodzakelijk. 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 30-07-2005
Artikel 11 — Artikel 11 Monitor#
Artikel 11 Monitor 1 De scholen, instellingen, AOC's en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven werken mee aan een monitor ter toetsing van de inzet van de middelen en de effecten daarvan in het kader van deze regeling. De parameters voor de monitor worden vooraf bepaald door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2 De scholen, instellingen, AOC's en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven werken mee aan een evaluatie van de werking van de regeling door de minister in 2006. 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 30-07-2005
Artikel 12 — Artikel 12 Bekendmaking#
Artikel 12 Bekendmaking Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 2002 123 02-07-2002 11-06-2002 BVE/B-2002/11829 2002 123 02-07-2002 11-06-2002 BVE/B-2002/11829 05-07-2002
Artikel 13 — Artikel 13 Inwerkingtreding#
Artikel 13 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt bekendgemaakt. 2002 123 02-07-2002 11-06-2002 BVE/B-2002/11829 2002 123 02-07-2002 11-06-2002 BVE/B-2002/11829 05-07-2002
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling impuls beroepskolom 2002-2005, voor vbo, mbo en kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven. 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 2005 13 27-07-2005 08-07-2005 BVE/BDenI-2005/24474 30-07-2005