Regeling van 17 december 2002 houdende regels voor lozingen van afvalwater afkomstig van de reiniging van rookgassen
- BWB-id
- BWBR0014480
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2010-10-01 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014480
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-lozingen-afvalwater-van-rookgasreiniging
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-lozingen-afvalwater-van-rookgasreiniging/2010-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014480&g=2010-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014480&z=2026-06-06&g=2010-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014480/2010-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-lozingen-afvalwater-van-rookgasreiniging
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. afvalverbrandingsinstallatie: technische eenheid waarin bij de reiniging van rookgassen ontstaan afvalwater wordt gezuiverd en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor: 1°. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen, 2°. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen; b. meeverbrandingsinstallatie: technische eenheid waarin bij de reiniging van rookgassen ontstaan afvalwater wordt gezuiverd en die in hoofdzaak is bestemd voor de opwekking van energie of de vervaardiging van producten en waarin afvalstoffen of de producten van thermische behandeling als brandstof worden gebruikt of afvalstoffen thermisch worden behandeld ten behoeve van verwijdering; c. verbrandingsinstallatie: afvalverbrandingsinstallatie of meeverbrandingsinstallatie; d. afvalwaterzuiveringsinrichting: afvalwaterzuiveringsinrichting waarin bij de reiniging van rookgassen ontstaan afvalwater wordt gezuiverd en welke geen deel uitmaakt van een verbrandingsinstallatie; e. beheerder: degene die een inrichting drijft waarbinnen zich een verbrandingsinstallatie bevindt dan wel degene die een afvalwaterzuiveringsinrichting beheert; f. artikel 6.1 van de Waterwet Wtw-bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in; g. artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld inte verlenen; h. verlener van een vergunning: Wtw-bevoegd gezag of bevoegd gezag; i. lozen: brengen van: 1°. stoffen in een oppervlaktewaterlichaam; 2°. afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar hemelwaterstelsel, een openbaar ontwateringstelsel, een openbaar vuilwaterriool of een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, of 3°. stoffen op een zuiveringtechnisch werk met behulp van een werk niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
treedt.
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikelen 5.14 van het Besluit omgevingsrecht 6.3a van het Waterbesluit 8.40 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer Deze regeling berust op de,enen. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze regeling is niet van toepassing op: a. verbrandingsinstallaties voor het thermisch behandelen onderscheidenlijk het verbranden van producten van thermische behandeling, van uitsluitend: 1°. plantaardige afvalstoffen die ontstaan zijn bij de uitoefening van land- of bosbouw; 2°. plantaardige afvalstoffen die afkomstig zijn van de levensmiddelenindustrie indien de als gevolg van de thermische behandeling van zodanige afvalstoffen opgewekte warmte wordt teruggewonnen; 3°. vezelachtig afvalstoffen die ontstaan zijn bij de vervaardiging van ruwe pulp of de vervaardiging van papier uit pulp, indien zodanige afvalstoffen op de plaats waar zij zijn ontstaan, thermisch worden behandeld en de als gevolg daarvan opgewekte warmte wordt teruggewonnen; 4°. afvalstoffen bestaande uit hout dat niet als gevolg van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of aanbrenging van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten; 5°. afvalstoffen bestaande uit kurk; 6°. radioactieve afvalstoffen; 7°. richtlijn nr. 90/667/EEG richtlijn nr. 90/445/EEG geslachte dieren als bedoeld invan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990 betreffende de vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van(PbEG L 363), en 8°. afvalstoffen die ontstaan zijn bij de exploratie en exploitatie van olie- en gasbronnen vanaf een installatie in zee en die aan boord van die installatie worden verbrand; b. experimentele verbrandingsinstallaties voor onderzoek, ontwikkeling en tests ter verbetering van het verbrandingsproces waarin per jaar minder dan 50.000 kilogram afvalstoffen wordt verwerkt; c. het verbranden van gasvormige afvalstoffen, met uitzondering van gasvormige afvalstoffen die het resultaat zijn van een thermische behandeling van afvalstoffen; d. afvalwaterzuiveringsinrichtingen waarin afvalwater wordt gezuiverd afkomstig van de onder a, b en c bedoelde verbrandingsinstallaties. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2009 19723 21-12-2009 11-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1492sectorWAT 2009 19723 21-12-2009 11-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1492sectorWAT 22-12-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 bijlage 1 Het Wtw-bevoegd gezag verbindt aan een vergunning voor het lozen in ieder geval het voorschrift dat afvalwater afkomstig van de reiniging van rookgassen een zodanige behandeling ondergaat dat het voorafgaand aan het lozen ten minste voldoet aan de grenswaarden genoemd in. 2 Het Wtw-bevoegd gezag kan voor verbrandingsinstallaties waarvoor voor 28 december 2002 een vergunning voor het lozen is verleend bepalen dat de grenswaarden voor de totale hoeveelheid onopgeloste bestanddelen niet eerder dan 1 januari 2008 van toepassing zijn. 3 In het geval, bedoeld in het tweede lid, wordt aan de vergunning het voorschrift verbonden dat 80% van de gemeten waarden niet meer dan 30mg/l mag bedragen en dat geen van de gemeten waarden meer dan 45 mg/l mag bedragen. 4 Wet milieubeheer Het Wtw-bevoegd gezag verbindt aan een vergunning voor het lozen lagere grenswaarden dan bedoeld in het eerste lid, indien dat noodzakelijk is opdat de op het ontvangende oppervlaktewaterlichaam van toepassing zijnde milieukwaliteitseisen, vastgesteld krachtens de, kunnen worden gerealiseerd. 2009 19723 21-12-2009 11-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1492sectorWAT 2009 19723 21-12-2009 11-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1492sectorWAT 22-12-2009 Abusievelijk is voor het vierde lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het Wtw-bevoegd gezag stelt in de vergunning voor het lozen operationele parameters vast voor ten minste pH, temperatuur en debiet. 2009 19723 21-12-2009 11-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1492sectorWAT 2009 19723 21-12-2009 11-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1492sectorWAT 22-12-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Het Wtw-bevoegd gezag verbindt aan een vergunning voor het lozen: a. voorschriften omtrent de door de beheerder te verrichten metingen en de controle op de hoeveelheid verontreinigende stoffen in het gezuiverde afvalwater; b. voorschriften omtrent de te volgen bemonsterings- en meetprocedures alsmede de daarbij te gebruiken bemonsterings- en meetpunten; c. het voorschrift dat de beheerder representatieve metingen gebruikt ter bepaling van de concentratie van waterverontreinigende stoffen waarvoor in de vergunning grenswaarden zijn gesteld, en d. het voorschrift dat de beheerder de bemonstering en analyse van alle verontreinigende stoffen uitvoert volgens de in bijlage 2 bij deze regeling genoemde normen of daaraan ten minste gelijkwaardige normen. 2 De in het eerste lid, onder a, bedoelde voorschriften bevatten in ieder geval de volgende metingen op het punt waar het afvalwater wordt geloosd: a. continumetingen van pH, temperatuur en debiet; b. dagelijkse steekproefmetingen van de totale hoeveelheid onopgeloste bestanddelen of metingen van een met het debiet evenredige steekproef over een periode van 24 uur; c. maandelijkse metingen van een met het debiet evenredige steekproef over een periode van 24 uur van de in bijlage 1 bedoelde verontreinigende stoffen overeenkomstig de punten 2 tot en met 10 van die bijlage, en d. driemaandelijkse metingen van dioxinen en furanen gedurende de eerste bedrijfsperiode van twaalf maanden, gevolgd door zesmaandelijkse metingen. 2009 19723 21-12-2009 11-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1492sectorWAT 2009 19723 21-12-2009 11-12-2009 CEND/HDJZ-2009/1492sectorWAT 22-12-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikelen 3 tot en met 6 Indien op het lozen devan toepassing is, zijn devan overeenkomstige toepassing op het bevoegd gezag ten aanzien van een omgevingsvergunning voor een inrichting waarbinnen zich een verbrandingsinstallatie bevindt. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Afvalwater wordt niet verdund om aan de in artikel 4 bedoelde grenswaarden te voldoen. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Indien het afvalwater afkomstig van de reiniging van rookgassen binnen de verbrandingsinstallatie wordt gezuiverd tezamen met afvalwater afkomstig van een andere bron binnen de verbrandingsinstallatie verricht degene die een inrichting drijft waarbinnen zich een verbrandingsinstallatie bevindt de in artikel 6 bedoelde metingen op: a. de afvalwaterstroom van de rookgasreinigingsprocessen vóór de uitmonding daarvan op de afvalwaterzuiveringsinrichting; b. de andere afvalwaterstroom of -stromen vóór de uitmonding daarvan op de afval-waterzuiveringsinrichting; c. het punt waar het afvalwater na de zuivering wordt geloosd. 2 Degene die een inrichting drijft waarbinnen zich een verbrandingsinstallatie bevindt bepaalt aan de hand van passende massabalansberekeningen het aandeel van de emissies in de geloosde hoeveelheid afvalwater dat kan worden toegeschreven aan het bij de reiniging van rookgassen ontstane afvalwater. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op degene die een afvalwaterzuiveringsinrichting beheert waar bij de reiniging van rookgassen ontstaan afvalwater wordt gezuiverd tezamen met ander afvalwater. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Aan de in artikel 4 bedoelde grenswaarden wordt voldaan indien: a. bij metingen van de totale hoeveelheid onopgeloste bestanddelen 95% en 100% van de meetwaarden de daarvoor in de vergunning gestelde respectieve grenswaarden niet overschrijden; b. bij metingen van zware metalen niet meer dan eenmaal per jaar de daarvoor in de vergunning gestelde grenswaarden overschreden worden, en c. bij de halfjaarlijkse metingen van dioxinen en furanen de daarvoor in de vergunning gestelde grenswaarden niet overschreden worden. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Indien uit de verrichte metingen blijkt dat de in de vergunning gestelde grenswaarden zijn overschreden stelt de beheerder de verlener van de vergunning daarvan onverwijld in kennis. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 richtlijn nr. 2000/76/EG De beheerder controleert ten minste een maal per kalenderjaar door middel van een verificatietest of de automatische apparatuur voor de bewaking van de emissies in het water goed functioneert en draagt er zorg voor dat deze apparatuur ten minste een maal per drie kalenderjaren wordt gekalibreerd overeenkomstig artikel 10, derde lid, en bijlage III, onderdeel 2, vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332) door een instantie die blijkens accreditatie aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025:2000. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De beheerder registreert, verwerkt en rapporteert de resultaten van de op grond van deze regeling verrichte metingen aan de verlener van een vergunning op een zodanige wijze dat deze kan nagaan of aan de in artikel 4 bedoelde grenswaarden wordt voldaan. 2 De verlener van een vergunning kan een procedure vaststellen omtrent de door hem te verrichten controle. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 richtlijn nr. 90/667/EEG richtlijn 2000/76/EG Een wijziging van, genoemd in artikel 2, tweede lid, onder 7°, en, genoemd in artikel 12, gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Wijzigt de Regeling verbranden gevaarlijke afvalstoffen. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling treedt in werking met ingang van 28 december 2002. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling lozingen afvalwater van rookgasreiniging. 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 2002 247 23-12-2002 17-12-2002 HDJZ/WAT/2002-3082 28-12-2002