Regeling samenvoeging van scholen voor voortgezet onderwijs op 1 augustus 2002 en aanvullende bekostiging bij nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak in het voortgezet onderwijs
- BWB-id
- BWBR0013524
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2002-08-01 t/m 2003-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013524
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-samenvoeging-van-scholen-voor-voortgezet-onderwijs-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-samenvoeging-van-scholen-voor-voortgezet-onderwijs-/2002-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013524&g=2002-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013524&z=2026-06-06&g=2002-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013524/2002-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-samenvoeging-van-scholen-voor-voortgezet-onderwijs-
Artikel 1 — Artikel 1 Bekostigingsbasis, verstrekking overgangsbudget of overgangsformatie bij samenvoeging en aanvullende bekostiging bij nevenvestiging met spreidingsnoodzaak#
Artikel 1 Bekostigingsbasis, verstrekking overgangsbudget of overgangsformatie bij samenvoeging en aanvullende bekostiging bij nevenvestiging met spreidingsnoodzaak 1 Op een samenvoeging op 1 augustus 2002 van een school voor voortgezet onderwijs met een andere school voor voortgezet onderwijs, al dan niet in een scholengemeenschap, is voor de verstrekking van een overgangsbudget of een overgangsformatie voor zover het scholen met een bekostiging op declaratiebasis betreft, de aan-vullende bekostiging genoemd in de bijlage behorende bij deze regeling van toepassing. 2 bijlage De aanvullende bekostiging van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak als bedoeld in onderdeel II.2 van deis van overeenkomstige toepassing op nevenvestigingen die op 1 augustus 2002 worden gevormd aan scholen voor voortgezet onderwijs zonder dat er sprake is van een gelijktijdige samenvoeging van scholen. 2002 9 10-04-2002 16-03-2002 VO/VB-2002/2991 2002 9 10-04-2002 16-03-2002 VO/VB-2002/2991 01-08-2002
Artikel 2 — Artikel 2 Bekendmaking#
Artikel 2 Bekendmaking bijlage Deze regeling zal met dein Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 2002 9 10-04-2002 16-03-2002 VO/VB-2002/2991 2002 9 10-04-2002 16-03-2002 VO/VB-2002/2991 01-08-2002
Artikel 3 — Artikel 3 Inwerkingtreding en vervallen regeling#
Artikel 3 Inwerkingtreding en vervallen regeling Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2002 en vervalt met ingang van 1 augustus 2003. 2002 9 10-04-2002 16-03-2002 VO/VB-2002/2991 2002 9 10-04-2002 16-03-2002 VO/VB-2002/2991 01-08-2002
Artikel 4 — Artikel 4 Citeertitel#
Artikel 4 Citeertitel Regeling samenvoeging van scholen voor het voortgezet onderwijs op 1 augustus 2002 en aanvullende bekostiging bij nevenvestigingen met spreidingsnoodzaak in het voortgezet onderwijs. 2002 9 10-04-2002 16-03-2002 VO/VB-2002/2991 2002 9 10-04-2002 16-03-2002 VO/VB-2002/2991 01-08-2002
Artikel II.1 — II.1 Bekostigingsbasis#
II.1 Bekostigingsbasis artikelen 84 85 van de Wet op het voortgezet onderwijs Formatiebesluit WVO. De vaststelling van het personele deel van het lumpsum-budget van een op 1 augustus 2002 door samenvoeging ontstane school of scholengemeenschap geschiedt op basis van het gestelde in deen. De normatieve omvang van het aantal formatieplaatsen wordt verkregen op basis van hetHierbij worden alle geldende opslagen zoals bijvoorbeeld voor fric-tie, seniorenbeleid, schoolprofielbudget en adv-herbezetting en dergelijke meegeteld.
Artikel II.2 — II.2 Aanvullende bekostiging van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak#
II.2 Aanvullende bekostiging van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak artikel 75, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs Indien aan een scholengemeenschap met ten minste een school voor mavo en vbo of een school voor havo en vwo ingevolgeeen nevenvestiging wordt toegestaan, kan deze scholengemeenschap per nevenvestiging die voldoet aan de hierna genoemde voorwaarden beschikken over een aanvullende bekostiging die overeenkomt met de geldswaarde van één formatieplaats directie en één formatieplaats onderwijsondersteunend personeel (conciërge). De aanvullende bekostiging vindt plaats volgens de landelijke gemiddelde personeelslast (gpl) onderwijsondersteunend personeel en de voor de schoolsoortgroep, waartoe de scholengemeenschap behoort waaraan de nevenvestiging wordt toegekend, geldende landelijke gpl directie. Een nevenvestiging komt slechts voor de aanvullende bekostiging in aanmerking indien: Is de in de punten 1 en 2 beoogde nevenvestiging ontstaan door samenvoeging dan dient in deze situatie de voorheen zelfstandige school of scholengemeenschap, die als een nevenvestiging van een scholengemeenschap met ten minste een school voor mavo en vbo of een school voor havo en vwo in aanmerking wil komen, op 1 oktober voorafgaande aan de samenvoeging een omvang van ten minste 120 leerlingen te hebben. Het recht op de aanvullende bekostiging vervalt vanaf het schooljaar volgend op het schooljaar waarin het leerlingaantal van de desbetreffende nevenvestiging op 1 oktober minder dan 120 bedraagt. Het recht op de aanvullende bekostiging herleeft vanaf het schooljaar volgend op het schooljaar waarin het leerlingaantal van de desbetreffende nevenvestiging op 1 oktober weer 120 of meer bedraagt. Het staat het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap in principe vrij de hoofd- en nevenvestiging fysiek te verplaatsen over een afstand van niet meer dan 3 kilometer (over de weg gemeten). Een bovenbedoelde verplaatsing wordt automatisch goedgekeurd als deze is gemeld aan Cfi (zie paragraaf 2.3.1. van de beleidsregel VO/BOB/2001/28140 in Uitleg Gele katern nr. 18a deel 2 van 25 juli 2001). De bovenomschreven verplaatsing van een nevenvestiging kan niet alsnog leiden tot een aanvullende bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak. 1. de beoogde nevenvestiging zich bevindt op een afstand van tenminste 12 kilometer (gemeten over de weg) van de hoofdvestiging en er binnen een afstand van 12 kilometer van de beoogde nevenvestiging geen overig soortgelijk voortgezet onderwijs van de eigen richting (waaronder nevenvestigingen) aanwezig is; 2. de beoogde nevenvestiging op minder dan 12 kilometer van de hoofdvestiging is gelegen maar het bestaande voedingsgebied zich voor een substantieel deel (ten minste 30%) van de leerlingen uitstrekt tot een afstand van meer dan 15 kilometer van de plaats van de hoofdvestiging. Bovendien dient er binnen een afstand van 12 kilometer van de beoogde nevenvestiging geen overig soortgelijk voortgezet onderwijs van de eigen richting (waaronder nevenvestigingen) aanwezig te zijn.
Artikel II.3 — II.3 Overgangsbudget bij samenvoeging van scholen met lumpsum bekostiging#
II.3 Overgangsbudget bij samenvoeging van scholen met lumpsum bekostiging De bekostiging die voor de na samenvoeging ontstane school beschikbaar is (onderdeel II.1=A) en, voor zover van toepassing, verhoogd met de bekostiging in onderdeel II.2 (=B), zal in veel gevallen niet gelijk zijn aan de bekostiging die voor de bij de samenvoeging betrokken scholen gezamenlijk beschikbaar zou zijn geweest volgens de per school geldende vaste aantal formatieplaatsen en ratio’s en lgpl-en indien de samenvoeging niet zou hebben plaats gevonden (=C). In het geval ook voor de samenvoeging op of na 1-8-2002 reeds sprake was van een nevenvestiging met spreidingsnoodzaak dan dient C per bestaande nevenvestiging met spreidingsnoodzaak te worden verhoogd met de toegekende bekostiging. Indien voor de na samenvoeging ontstane school de bekostiging A+B kleiner is dan de bekostiging C wordt het verschil gedurende twee schooljaren beschikbaar gesteld.
Artikel III.1 — III.1 Formatieberekening#
III.1 Formatieberekening De formatieberekening van een door samenvoeging van twee of meer scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging ontstane nieuwe school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging geschiedt op basis van artikel 10 van de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs (Gele katern 1998, nr. 24).
Artikel III.2 — III.2 Overgangsformatie#
III.2 Overgangsformatie In veel gevallen is de formatie die voor de na samenvoeging ontstane school beschikbaar is niet gelijk aan het totaal aantal fre’s dat aan de scholen en afdelingen die bij de samenvoeging betrokken zijn gezamenlijk op de dag voorafgaande aan de samenvoeging beschikbaar was. In dat geval ontstaat aanspraak op de overgangsformatie op basis van de Regeling overgangsmaatregel samenvoeging praktijkonderwijs (Gele Katern 1999, nr.18).
Artikel III.3 — III.3 Rechtspositionele aspecten#
III.3 Rechtspositionele aspecten Op een samenvoeging van scholen voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging blijven de rechtspositionele regelingen zoals deze gelden voor het primair onderwijs -tenzij anders bepaald - onverkort van toepassing.