Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende regels met betrekking tot de vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart (Regeling vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart)
- BWB-id
- BWBR0014085
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2008-03-30 t/m 2009-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014085
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-vaartijden-en-bemanningssterkte-binnenvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-vaartijden-en-bemanningssterkte-binnenvaart/2008-03-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014085&g=2008-03-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014085&z=2026-06-06&g=2008-03-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014085/2008-03-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/regeling-vaartijden-en-bemanningssterkte-binnenvaart
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart In deze regeling wordt verstaan onder besluit:. 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 11-10-2002 01-07-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Regeling medische keuringen binnenvaart 2008 Reglement Rijnpatenten 1998 Ten aanzien van de procedure voor de afgifte van een geneeskundige verklaring geldt deen is hetvan overeenkomstige toepassing. 2008 61 28-03-2008 19-03-2008 HDJZ/SCH/2008-139 2008 61 28-03-2008 19-03-2008 HDJZ/SCH/2008-139 30-03-2008
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1 van het Besluit Ten aanzien van de kosten voor de afgifte van een geneeskundige verklaring is, houdende vaststelling tarief kosten geneeskundig onderzoek van overeenkomstige toepassing. 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 11-10-2002 01-07-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het dienstboekje, het vaartijdenboek en de verklaring uitgifte vaartijdenboek worden afgegeven door de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. 2 Indien een dienstboekje of een vaartijdenboek geheel of gedeeltelijk onleesbaar is dan wel verloren is geraakt of teniet gegaan, wordt met inachtneming van het derde en vierde lid en tegen betaling van de door de Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde tarieven een vervangend exemplaar afgegeven. 3 Het vervangende exemplaar treedt in de plaats van het eerder afgegeven document en wordt niet eerder afgegeven dan nadat het geheel of ten dele onleesbaar geworden exemplaar, waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij de instelling die dit document uitgeeft. 4 artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993 In het geval dat een document verloren is geraakt of teniet is gegaan, wordt aan de instelling die dit document uitgeeft een bewijs overgelegd dat daarvan aangifte is gedaan bij een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, bedoeld in. Op bladzijde 1 van het vervangende exemplaar van het dienstboekje en het vaartijdenboek wordt aangetekend dat het hiervoor bedoelde bewijs is overgelegd. 5 In het geval dat bij de verkoop van een schip de verkoper in gebreke blijft het bij het schip behorende vaartijdenboek aan de koper te leveren, kan dit bewijs van aangifte worden vervangen door een door de koper en de instelling die dit document uitgeeft te ondertekenen verklaring. 6 Indien het volgnummer van het te vervangen vaartijdenboek onbekend is bij de instelling die dit document uitgeeft wordt het nieuwe vaartijdenboek voorzien van het volgnummer 1. 2005 127 05-07-2005 29-06-2005 HDJZ/SCH/2005-744 2005 127 05-07-2005 29-06-2005 HDJZ/SCH/2005-744 07-07-2005 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 1, onderdeel u, van het besluit Regeling typegoedkeuring en installatie tachografen Rijnvaart 1995 Ten aanzien van de tachograaf, bedoeld inis devan overeenkomstige toepassing. 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 11-10-2002 01-07-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2004 250 27-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-3051 2004 250 27-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-3051 01-01-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 12, eerste lid, van het besluit Ten aanzien van motorschepen met een lengte van minder dan 55 meter wordt vrijstelling verleend van de ingevolgevoorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a. hetzij: 1º. de minimumbemanning bestaat uit een schipper; 2º. de maximale vaartijd van het schip bedraagt 12 uur per dag en 50 uur per kalenderweek; 3º. de minimale dagelijkse ononderbroken rusttijd van de schipper bedraagt ten minste 12 uur in elke periode van 24 uur, te rekenen vanaf het einde van iedere rustperiode van ten minste 12 uur; 4º. het schip onderbreekt de vaart gedurende een periode van 12 uur waarin de periode van 22.00 uur tot 6.00 uur is gelegen; 5º. er is een vanuit het stuurhuis bedienbaar reserve-toplicht aanwezig; 6º. het schip is uitgerust met een goed functionerende tachograaf die in werking is gesteld vanaf het begin van de voorafgaande ten minste 8 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart en waarvan de gegevens gedurende ten minste zes maanden na de laatste aantekening daarop in chronologische volgorde aan boord worden bewaard; 7º. bijlage 1 bij de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen vervoer van stoffen waarvoor op grond van het ADNR een certificaat van goedkeuring als bedoeld inis vereist, is niet toegestaan; 8º. er wordt niet gevaren op de Westerschelde; 9º. artikel 13 van het besluit het schip voldoet aan, en 10º. voor zover het motorschip een lengte heeft van meer dan 33 meter, is actieve boegbesturing bedienbaar vanuit het stuurhuis aanwezig; b. hetzij: 1º. de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een lichtmatroos of deksman; 2º. indien tussen 22.00 en 06.00 wordt gevaren, is de onder 1° bedoelde lichtmatroos of deksman18 jaar of ouder; en 3º. de voorschriften, bedoeld in onderdeel a, onder 7° tot en met 10°, worden in acht genomen 2 Een wisseling van de vaart met gebruikmaking van de vrijstelling onder de voorschriften van het eerste lid, onderdeel a, naar de exploitatiewijze A1, A2 of B, is slechts toegestaan indien: a. de schipper is afgelost, of b. bij controle kan worden aangetoond dat het voor de exploitatiewijze A1, A2 of B bestemde bemanningslid dat niet is afgelost, onmiddellijk voor de wisseling een onafgebroken rusttijd van 8 uur buiten de vaartijd in acht heeft genomen, en de voor deze exploitatiewijzen voorgeschreven minimumbemanning zich aan boord bevindt. 3 Van de exploitatiewijze A1, A2 of B mag slechts naar de vaart met gebruikmaking van de vrijstelling onder de voorschriften van het eerste lid, onderdeel a, worden overgegaan, indien de voor de vaart onder de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde vrijstelling voorgeschreven schipper onmiddellijk voor de wisseling geen deel heeft uitgemaakt van de bemanning van het schip, dan wel bij controle kan worden aangetoond dat de schipper, indien deze niet is afgelost, onmiddellijk voor de wisseling een rusttijd van 12 uur buiten de vaartijd van het schip in acht heeft genomen. 4 Een schip kan onmiddellijk in aansluiting op de vaart met gebruikmaking van de vrijstelling onder de voorschriften van het eerste lid, onderdeel a, voor een identieke vaart worden ingezet indien de schipper wordt vervangen door een andere schipper. 5 Het aantonen van de rusttijd, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 3°, derde en vierde lid, geschiedt door middel van het vaartijdenboek van het schip. 2004 194 08-10-2004 05-10-2004 HDJZ/SCH/2004-1819 2004 194 08-10-2004 05-10-2004 HDJZ/SCH/2004-1819 10-10-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 21, derde lid, van de Politiewet 1993 artikelen 9 tot en met 11 24 tot en met 28 van het besluit Ten aanzien van schepen in gebruik bij het Rijk, de provincie, de gemeente, het havenschap Havenbedrijf Rotterdam N.V. voorzover ingezet voor de uitoefening van een publiekrechtelijke taak of bij een van de regionale politiekorpsen bedoeld in, wordt vrijstelling verleend van deen. 2004 194 08-10-2004 05-10-2004 HDJZ/SCH/2004-1819 2004 194 08-10-2004 05-10-2004 HDJZ/SCH/2004-1819 10-10-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 12b, eerste lid, van het besluit Ten aanzien van passagiersschepen die in de exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolgevoorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a. de minimumbemanning bestaat uit: voor de passagiersschepen uit groep 4 die minder dan 601 passagiers aan boord hebben: de minimumbemanning uit groep 3 voor de exploitatiewijze A1; voor de passagiersschepen uit groep 3 die minder dan 251 passagiers aan boord hebben: de minimumbemanning uit groep 2 voor de exploitatiewijze A1; voor de passagiersschepen uit groep 2 die minder dan 76 passagiers aan boord hebben: de minimumbemanning uit groep 1 voor de exploitatiewijze A1; en b. voor het begin van de vaart en telkens na elke onderbreking van de vaart wanneer passagiers embarkeren of debarkeren legt de schipper het aantal passagiers dat aan boord is schriftelijk vast. 2 3 artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid bijlage II, artikel 11.15, derde lid, van het Binnenschepenbesluit Ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde passagierschepen is in geval van vaart zonder passagiers, van overeenkomstige toepassing, onder voorwaarde dat het schip beschikt over vrij toegankelijke gangboorden die voldoen aan de ingestelde eisen. artikel 12b, eerste en derde lid, van het besluit Ten aanzien van passagiersschepen uit groep 1 met een lengte van maximaal 45 meter en een capaciteit van maximaal 40 personen die in de exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolgevoorgeschreven minimumbemanning, mits de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een lichtmatroos of een deksman van ten minste 18 jaar en het schip de vaart onderbreekt gedurende een periode van ten minste 16 uur, waarin de periode van 22.00 uur tot 06.00 uur is gelegen. 2003 28 10-02-2003 31-01-2003 HDJZ/SCH/2003-126 2003 28 10-02-2003 31-01-2003 HDJZ/SCH/2003-126 12-02-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 1, tweede lid, van de Regeling rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype artikel 12b, eerste lid, van het besluit Ten aanzien van rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype als bedoeld inwordt, voor zover zij in de exploitatiewijze A1 varen, vrijstelling verleend van de ingevolgevoorgeschreven bemanning, mits de minimumbemanning bestaat uit een schipper. 2 artikel 1, tweede lid, van de Regeling open rondvaartboten artikel 12b, eerste lid, van het besluit artikel 13 van het besluit Ten aanzien van open rondvaartboten als bedoeld inwordt, voor zover zij in de exploitatiewijze A1 varen, vrijstelling verleend van de ingevolgevoorgeschreven bemanning, en van, mits de minimumbemanning bestaat uit een schipper. 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 11-10-2002 01-07-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2003 28 10-02-2003 31-01-2003 HDJZ/SCH/2003-126 2003 28 10-02-2003 31-01-2003 HDJZ/SCH/2003-126 12-02-2003
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 10 van het besluit artikel 12b, eerste en derde lid, van het besluit Ten aanzien van schepen, bestemd of gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen buiten de bemanning en ingericht om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen, wordt, voorzover zij in exploitatiewijze A1 varen, vrijstelling verleend vanen van de ingevolgevoor groep 1 voorgeschreven minimumbemanning, mits deze bestaat uit: a. een schipper, en b. een lichtmatroos of deksman, die ten minste 18 jaar is. 2004 194 08-10-2004 05-10-2004 HDJZ/SCH/2004-1819 2004 194 08-10-2004 05-10-2004 HDJZ/SCH/2004-1819 10-10-2004
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 12b, eerste lid, van het besluit artikel 13 van het besluit Van de ingevolgevoorgeschreven bemanning en van, wordt vrijstelling verleend mits de minimumbemanning bestaat uit een schipper, ten aanzien van schepen die: a. zijn bestemd of worden gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen buiten de bemanning; b. zijn ingericht voor de sportvisserij; c. bijlage I van het Binnenschepenbesluit varen op, dan wel op weg zijn van of naar de binnenwateren, ingedeeld in `Nederland Zone 2', bedoeld in; en d. in exploitatiewijze A1 varen. 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 11-10-2002 01-07-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 12, eerste lid, van het besluit Ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolgevoor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: 1º. de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een stuurman; 2º. het schip onderbreekt de vaart gedurende de periode tussen 22.00 uur en 06.00 uur; 3º. het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip; 4º. artikel 1.09, derde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan; 5º. Bijlage II, artikel 9.10, van het Binnenschepenbesluit het schip is uitgerust met een éénmansstuurstelling voor het varen op radar en voldoet aan de daarop betrekking hebbende artikelen in hoofdstuk 7 van het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 dan wel; en 6º. artikel 13, tweede lid, van het besluit het schip voldoet blijkens een verklaring van de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, zoals genoemd in, aan de eisen van de Standaard S2. 2 artikel 12, eerste lid, van het besluit Ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge, voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: 1º. de minimumbemanning bestaat uit twee schippers en één matroos; en 2º. de voorschriften, bedoeld in het eerste lid onder 5° en 6°. 3 artikel 12a, eerste lid, van het besluit Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolgdevoor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: 1º. de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een stuurman; 2º. de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder 2° tot en met 5°; en 3º. artikel 13, tweede lid, van het besluit het schip voldoet blijkens een verklaring van de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat als bedoeld in, aan de eisen van de Standaard S2. 4 artikel 12a, eerste lid, van het besluit Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolgevoor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: 1º. de minimumbemanning bestaat uit twee schippers en een matroos; en 2º. de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder 5°, en het derde lid, onder 3°. 5 artikel 12a, eerste lid, van het besluit Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolgevoor groep 4 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: 1º. de minimumbemanning bestaat uit een schipper, een stuurman en een matroos; en 2º. de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder 5°, en het derde lid, onder 3°. 6 artikel 12a, eerste lid, van het besluit Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolgevoor groep 4 voorgeschreven minimumbemanning, mits wordt voldaan aan de volgende voorschriften: 1º. de minimumbemanning bestaat uit twee schippers en twee matrozen; en 2º. de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder 5°, en het derde lid, onder 3°. 2004 227 24-11-2004 16-11-2004 HDJZ/SCH/2004-2721 2004 227 24-11-2004 16-11-2004 HDJZ/SCH/2004-2721 26-11-2004 01-11-2004
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Verkeer en Waterstaat van 13 december 1994, houdende regelen met betrekking tot de vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart (Stcrt. 1994, 248) wordt ingetrokken. 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 11-10-2002 01-07-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2002. 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 11-10-2002 01-07-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart. 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 2002 194 09-10-2002 02-10-2002 HDJZ/SCH/2002-2292 11-10-2002 01-07-2002