Vrijstellingsregeling Wtk 1992
- BWB-id
- BWBR0013810
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2006-01-01 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013810
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/vrijstellingsregeling-wtk-1992
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/vrijstellingsregeling-wtk-1992/2006-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013810&g=2006-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013810&z=2026-06-06&g=2006-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013810/2006-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2002/vrijstellingsregeling-wtk-1992
Artikel 6#
artikelen 6, tweede lid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt, voor zover niet anders blijkt, verstaan onder: a. de wet: Wet toezicht kredietwezen 1992 de; b. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.; c. dochtermaatschappij: artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een rechtspersoon of vennootschap als bedoeld in; d. concern: artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de gezamenlijkheid van een rechtspersoon en haar dochtermaatschappijen als bedoeld in; e. professionele marktpartij: 1°. artikel 1a, derde lid, van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 een professionele marktpartij als bedoeld in; 2º. een onderneming of instelling waarvan de waarde van de activa volgens de balans per ultimo van het jaar voorafgaand aan het ter beschikking stellen van de opvorderbare gelden € 500.000.000 of meer bedraagt; 3º. een onderneming, instelling of natuurlijke persoon met een netto eigen vermogen dat per ultimo van het jaar voorafgaand aan het ter beschikking stellen van de opvorderbare gelden € 10.000.000 of meer bedraagt en die ten minste gedurende twee aaneengesloten jaren voorafgaand aan het ter beschikking stellen van de opvorderbare gelden, gemiddeld twee keer per maand actief is geweest op de financiële markten; 4°. een dochtermaatschappij van een professionele marktpartij als bedoeld in 1° welke dochtermaatschappij wordt betrokken in toezicht op geconsolideerde basis op de professionele marktpartij; 5°. een onderneming of instelling die een waardering heeft van een naar het oordeel van de Bank deskundige kredietbeoordelaar of die effecten aanbiedt die voorzien zijn van een waardering van een naar het oordeel van de Bank deskundige kredietbeoordelaar; 2005 247 20-12-2005 19-12-2005 2005 677 29-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet financiële dienstverlening in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 6, eerste lid 31, eerste lid 32, eerste lid 38, eerste lid, van de wet artikel 4 Vrijstelling van de in de,,,, genoemde verboden wordt, onverminderd het bepaalde in, verleend aan ondernemingen of instellingen die hun bedrijf maken van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden van professionele marktpartijen of binnen besloten kring, en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen 6, eerste lid 31, eerste lid 32, eerste lid 38, eerste lid, van de wet artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 artikel 4 Vrijstelling van de in de,,,, genoemde verboden wordt, onverminderd het bepaalde in, verleend aan ondernemingen of instellingen die hun bedrijf maken van het buiten besloten kring ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden van partijen niet zijnde professionele marktpartijen en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen of beleggingen, voor zover het ter beschikking verkrijgen van deze, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden geschiedt door middel van het aanbieden van effecten als omschreven in, in overeenstemming met hetgeen dienaangaande bij of krachtens die wet is bepaald en, a. de ondernemingen of instellingen die hun bedrijf maken van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden, zorg dragen voor een onvoorwaardelijke garantie voor alle verplichtingen ontstaan door het ter beschikking verkrijgen van die gelden, welke onvoorwaardelijke garantie is afgegeven door een onderneming of instelling, met een geconsolideerd eigen vermogen dat gedurende de gehele looptijd van de garantie positief is, waarvan de ondernemingen of instellingen die de opvorderbare gelden ter beschikking verkrijgen dochtermaatschappij zijn; b. de ondernemingen of instellingen die hun bedrijf maken van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden, zorg dragen voor een overeenkomst waarin de onvoorwaardelijke verplichting, is opgenomen om de ondernemingen of instellingen die de opvorderbare gelden ter beschikking verkrijgen steeds van voldoende fondsen te voorzien, om aan hun verplichtingen te voldoen, welke overeenkomst is aangegaan door een onderneming of instelling, met een geconsolideerd eigen vermogen dat gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst positief is, waarvan de ondernemingen of instellingen die de opvorderbare gelden ter beschikking verkrijgen dochtermaatschappij zijn; of c. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de wet de ondernemingen of instellingen die hun bedrijf maken van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden, zorg dragen voor een garantstelling die is verstrekt door een kredietinstelling als bedoeld indie ingevolgeis ingeschreven of door een overeenkomende onderneming of instelling die haar zetel heeft in een andere Lid-Staat, de Verenigde Staten van Amerika, Japan, Australië, Canada of Zwitserland en onder toezicht staat. 2 Indien het eerste lid van toepassing is vinden de kredietuitzettingen of beleggingen voor ten minste 95 procent van het balanstotaal van die ondernemingen of instellingen plaats binnen het concern waartoe die ondernemingen of instellingen behoren. 2005 167 30-08-2005 26-08-2005 FM2005-02099 2005 403 04-08-2005 23-07-2005 01-09-2005 De wijziging kan niet worden doorgevoerd. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toezicht beleggingsinstellingen (modernisering wet en implementatie richtlijnen 2001/107/EG en 2001/108/EG) in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 2 3, eerste lid De ondernemingen of instellingen, bedoeld in deen, doen binnen twee weken na aanvang van de uitoefening van hun bedrijf aan de Bank schriftelijk opgave van: a. de naam waaronder zij hun bedrijf uitoefenen en, indien deze daarvan afwijkt, de naam die zij volgens hun statuten dragen; b. het adres waar zij feitelijk en, indien die daarvan afwijkt, de plaats waar zij statutair zijn gevestigd; c. de naam en het adres van ieder die van de ondernemingen of instellingen bestuurder is; en d. de naam en het adres van ieder die van de ondernemingen of instellingen commissaris is; e. het nummer van de inschrijving van de ondernemingen of instellingen in het handelsregister. 2 Bij de opgave geven de ondernemingen of instellingen aan welke vrijstelling op hen van toepassing is. 3 Tenzij zij van de wijziging redelijkerwijs geen kennis kunnen hebben, doen de ondernemingen of instellingen, bedoeld in het eerste lid, aan de Bank schriftelijk opgave van iedere wijziging van de in het eerste lid genoemde gegevens uiterlijk binnen twee weken nadat de wijziging heeft plaatsgehad. Konden de ondernemingen of instellingen van de wijziging redelijkerwijs geen kennis hebben op het moment dat de wijziging plaats had, dan doen zij de opgave onverwijld nadat zij alsnog van de wijziging kennis hebben gekregen. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM2002-860 01-12-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Artikel 4 is niet van toepassing op: a. Wet financiële dienstverlening ondernemingen of instellingen die beschikken over een vergunning voor het aanbieden van krediet ingevolge de; b. gemeentelijke kredietbanken die ingevolge een besluit van de desbetreffende gemeenten als privaatrechtelijke rechtspersoon zijn opgericht bij notariële akte; c. Titel 1 Titel 3 van het Besluit fondsen en spaarregelingen ondernemingen of instellingen als bedoeld injo.; d. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de wet ondernemingen of instellingen die hun bedrijf maken van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden en deze gelden uitsluitend uitzetten door middel van het aanhouden op een lopende rekening bij een kredietinstelling als bedoeld in, die ingevolgeis ingeschreven. 2005 247 20-12-2005 19-12-2005 2005 677 29-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet financiële dienstverlening in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 6, eerste lid, van de wet Vrijstelling van het ingenoemde verbod elektronisch geld uit te geven wordt verleend aan ondernemingen of instellingen die elektronisch geld uitgeven met een maximum geldswaarde van € 150 per elektronische waardedrager; voor zover: a. de gezamenlijke waarde van de financiële verplichtingen van de ondernemingen of instellingen die met de uitgifte van elektronisch geld verband houden nooit hoger is dan € 6.000.000; b. artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek het elektronische geld slechts wordt aanvaard door ondernemingen of instellingen die behoren tot de groep, bedoeld in, waartoe de ondernemingen of instellingen die elektronisch geld uitgeven, behoren; of c. het elektronische geld slechts wordt aanvaard door een beperkt aantal gemakkelijk te onderscheiden ondernemingen of instellingen dat hetzij hetzelfde gebouw, terrein of een andere feitelijk begrensde locatie deelt, hetzij nauwe financiële of zakelijke banden heeft met de ondernemingen of instellingen die elektronisch geld uitgeven. 2 artikel 361, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De ondernemingen of instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening als bedoeld inbij de Bank in; de jaarrekening vermeldt de totale waarde van de financiële verplichtingen die met de uitgifte van elektronisch geld verband houden. 3 artikelen 7b 85b van de wet Deenzijn van overeenkomstige toepassing op de ondernemingen of instellingen, bedoeld in het eerste lid. 2004 222 17-11-2004 09-11-2004 FM2004-1357M 2004 222 17-11-2004 09-11-2004 FM2004-1357M 19-11-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 82, eerste lid, van de wet artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die wet Vrijstelling van het ingenoemde verbod opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben, wordt verleend, voor zover het betreft het aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden door middel van de aanbieding van effecten als omschreven in, mits de aanbieding van de effecten geschiedt in overeenstemming met hetgeen dienaangaande bij of krachtensis bepaald. 2 artikel 82, eerste lid, van de wet artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 die wet Vrijstelling van het ingenoemde verbod te bemiddelen ter zake van het aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden, wordt verleend, voor zover het betreft de bemiddeling bij aanbieding van effecten als omschreven in, mits de bemiddeling bij de aanbieding van de effecten geschiedt in overeenstemming met hetgeen dienaangaande bij of krachtensis bepaald. 2005 167 30-08-2005 26-08-2005 FM2005-02099 2005 403 04-08-2005 23-07-2005 01-09-2005 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toezicht beleggingsinstellingen (modernisering wet en implementatie richtlijnen 2001/107/EG en 2001/108/EG) in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 82, eerste lid, van de wet artikel 19 van de Gerechtsdeurwaarderswet Vrijstelling van het ingenoemde verbod opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben, wordt verleend, voor zover deze gelden worden aangehouden op een rekening als bedoeld in artikel 25 van de Wet op het notarisambt of. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 82, eerste lid, van de wet Vrijstelling van het ingenoemde verbod opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben, wordt verleend, voor zover het betreft het aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van gelden door stichtingen die als enige activiteit hebben het tijdelijke beheer van opvorderbare gelden van derden ten behoeve van de rechthebbende of degene die zal blijken de rechthebbende te zijn en die uitsluitend werkzaam zijn voor advocaten, die niet zelf gerechtigd zijn tot die gelden, hetgeen uit een schriftelijke overeenkomst tussen de desbetreffende stichtingen en de betrokken advocaten blijkt. 2 artikel 82, eerste lid, van de wet Vrijstelling van het ingenoemde verbod te bemiddelen ter zake van het aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden, wordt verleend, voor zover deze bemiddeling plaatsvindt voor stichtingen als bedoeld in het eerste lid. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 82, eerste lid, van de wet Vrijstelling van het in, genoemde verbod opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben, wordt verleend, voor zover het betreft het aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van gelden tegen uitgifte van waardepapieren aan toonder, zoals zegels en dergelijke, als onderdeel van een verkooptransactie in het groothandels-, industrieel of detailhandelsbedrijf. 2 Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende voorschriften verbonden: a. het eigen vermogen van de uitgevende ondernemingen of instellingen, onder aftrek van immateriële activa, bedraagt ten minste € 226.890; b. per verkooptransactie als bedoeld in het eerste lid, mag voor een bedrag van ten hoogste een vierde van de verkoopprijs aan zegels en dergelijke worden verkocht; c. artikel 361, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar dienen de uitgevende ondernemingen of instellingen een jaarrekening als bedoeld inbij de Bank in; de jaarrekening vermeldt het bedrag van het eigen vermogen, bedoeld in onderdeel a; de jaarrekening is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, ondertekend door een accountant als bedoeld inen deze verklaring houdt in, dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de uitgevende ondernemingen of instellingen en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar. 3 artikel 82, eerste lid, van de wet Vrijstelling van het ingenoemde verbod te bemiddelen ter zake van het aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden, wordt verleend, voor zover deze bemiddeling betreft de uitgifte van waardepapieren aan toonder, waarop de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, van toepassing is. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 82, eerste lid, van de wet artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de wet Vrijstelling van het ingenoemde verbod te bemiddelen ter zake van het aantrekken of ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden, wordt verleend, voor zover het betreft de bemiddeling ten behoeve van een kredietinstelling als bedoeld indie ingevolgeis ingeschreven en de bemiddelende ondernemingen of instellingen deze gelden ter beschikking verkrijgen op naam van die kredietinstelling. 2 Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende voorschriften verbonden: a. de bemiddeling vindt plaats op grond van een schriftelijke overeenkomst tussen bemiddelende ondernemingen of instellingen en de ingeschreven kredietinstelling; deze overeenkomst dient ter kennis te worden gebracht van de Bank; b. de bemiddelende ondernemingen of instellingen houden een zodanige administratie, dat daaruit blijkt dat de gelden, bedoeld in het eerste lid, op naam van de ingeschreven kredietinstelling zijn ontvangen; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet de bemiddelende ondernemingen of instellingen geven bij de bemiddelingsactiviteiten aan voor welke ingeschreven kredietinstelling als bedoeld inwordt bemiddeld. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 82, eerste lid, van de wet artikel 1, onderdeel c, onder 3°, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren Vrijstelling van de ingenoemde verboden wordt verleend, voor zover het betreft het aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden dan wel in enigerlei vorm te bemiddelen ter zake van het bedrijfsmatig van het publiek aantrekken of ter beschikking verkrijgen van al dan niet op termijn opvorderbare gelden, door geregistreerde geldtransactiekantoren ten behoeve van het uitvoeren van een geldtransactie als bedoeld in. 2004 193 07-10-2004 27-09-2004 FM2004-1081M 2004 193 07-10-2004 27-09-2004 FM2004-1081M 09-10-2004
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 83, eerste lid, van de wet Vrijstelling van het bepaalde inwordt verleend aan: a. Wet financiële dienstverlening ondernemingen of instellingen waaraan een vergunning is verleend voor het aanbieden van krediet ingevolge deen die het woord “voorschotbank” bezigen in hun naam of bij de uitoefening van hun bedrijf; b. artikel 1, onderdeel n, van de Wet financiële dienstverlening artikel 54 van die wet 55 van die wet artikel 54 van die wet artikel 15 van de Vrijstellingsregeling Wfd gemeentelijke kredietbanken als bedoeld in, die zijn opgericht met in achtneming van het bepaalde in deen ten aanzien waarvanis toegepast, dan wel die zijn opgericht met in achtneming vanen waarop tevensvan toepassing is, en die het woord ‘bank’ bezigen in hun naam of bij de uitoefening van hun bedrijf. 2005 247 20-12-2005 19-12-2005 2005 677 29-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet financiële dienstverlening in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 83, eerste lid, van de wet artikel 1, onderdeel c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de wet artikel 83, tweede lid, onderdeel c, van de wet artikel 83, tweede lid, onderdeel c, van de wet Vrijstelling van het bepaalde inwordt verleend aan beleggingsinstellingen als bedoeld indie zijn opgericht door een kredietinstelling als bedoeld indie ingevolgeis ingeschreven of door een kredietinstelling als bedoeld in, dan wel een dochtermaatschappij van een kredietinstelling als bedoeld in, indien: a. artikel 1, onderdeel e, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen artikel 1, onderdeel o, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen artikel 18 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen de beheerders, bedoeld in, van de beleggingsinstellingen, de beleggingsinstellingen of de bijkantoren, bedoeld in, zijn ingeschreven in het register, bedoeld in, dan wel de beleggingsinstellingen zijn vrijgesteld ingevolge de Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stcrt. 198); b. artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen in geval van beleggingsmaatschappijen als bedoeld inde desbetreffende kredietinstelling dan wel een dochtermaatschappij van de kredietinstelling bestuurder van de beleggingsmaatschappijen is; c. artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen artikel 1, onderdeel e, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen in geval van beleggingsfondsen als bedoeld in, de desbetreffende kredietinstelling dan wel een dochtermaatschappij van de kredietinstelling, de beheerder in de zin vanvan de beleggingsfondsen is; d. de naam van de desbetreffende kredietinstelling in de naam van beleggingsinstellingen wordt gevoerd; en e. uit de naam van de desbetreffende beleggingsinstellingen duidelijk blijkt dat het om beleggingsinstellingen gaat. 2005 167 30-08-2005 26-08-2005 FM2005-02099 2005 403 04-08-2005 23-07-2005 01-09-2005 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet toezicht beleggingsinstellingen (modernisering wet en implementatie richtlijnen 2001/107/EG en 2001/108/EG) in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 83, eerste lid, van de wet artikel 1, eerste lid, van de wet artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de wet artikel 83, tweede lid, onderdeel c, van de wet Vrijstelling van het bepaalde inwordt verleend aan ondernemingen of instellingen, die dochtermaatschappijen zijn van een kredietinstelling als bedoeld indie ingevolgeis ingeschreven of een kredietinstelling als bedoeld in, mits de verplichtingen van de ondernemingen of instellingen ten volle worden gegarandeerd door die deelnemende kredietinstelling. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 83, eerste lid, van de wet Vrijstelling van het bepaalde inwordt verleend aan ondernemingen of instellingen, waarin of waaraan de Staat der Nederlanden als zodanig tezamen met andere staten deelneemt. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 83, eerste lid, van de wet artikel 1, eerste lid, van de wet artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de wet Vrijstelling van het bepaalde inwordt verleend aan ondernemingen of instellingen die bemiddelen ten behoeve van een kredietinstelling als bedoeld indie ingevolgeis ingeschreven uitsluitend voor zover het betreft het bij de uitoefening van de bemiddelingsactiviteiten gebruiken van de naam van de kredietinstelling waarvoor wordt bemiddeld. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikelen 6, eerste lid 31, eerste lid 32, eerste lid 38, eerste lid, van de wet artikel 3, eerste lid De verboden genoemd in de,,,blijven tot twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze regeling buiten toepassing ten aanzien van ondernemingen of instellingen als bedoeld in artikel 3 van de Regeling van de Minister van Financiën van 4 februari 1993 tot uitvoering van artikel 1, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 29, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling hun bedrijf maakten van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden van partijen buiten besloten kring, niet zijnde professionele marktpartijen en het ter beschikking verkrijgen van die gelden geheel of gedeeltelijk niet overeenkomstig het bepaalde in, is geschied. 2 artikelen 6, eerste lid 31, eerste lid 32, eerste lid 38, eerste lid, van de wet Indien voor de inwerkingtreding van deze regeling een overeenkomst is aangegaan waarbij opvorderbare gelden ter beschikking zijn verkregen van ondernemingen of instellingen die niet tot het publiek behoren als bedoeld in artikel 2 of artikel 4 van de Regeling van de Minister van Financiën van 4 februari 1993 tot uitvoering van artikel 1, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 29, zijn bij het voortduren van die overeenkomst na de inwerkingtreding van deze regeling, de verboden genoemd in de,,,niet van toepassing op het ter beschikking hebben van de gelden die op grond van deze overeenkomst werden verkregen. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Ingeval voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling beroep is ingesteld tegen een besluit, genomen ingevolge de Regeling van de Minister van Financiën van 4 februari 1993 tot uitvoering van artikel 1, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 29, de Regeling van de Minister van Financiën van 23 december 1992 tot uitvoering van artikel 82, derde en vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 253 of de Regeling van de Minister van Financiën van 23 december 1992 tot uitvoering van artikel 83, derde en vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 253, wordt de zaak geheel afgedaan met toepassing van de voorschriften die voor dat tijdstip golden. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De Regeling van de Minister van Financiën van 4 februari 1993 tot uitvoering van artikel 1, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 29, de Regeling van de Minister van Financiën van 23 december 1992 tot uitvoering van artikel 82, derde en vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 253 en de Regeling van de Minister van Financiën van 23 december 1992 tot uitvoering van artikel 83, derde en vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 253 worden ingetrokken. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 20 juni 2002 tot wijziging van de Wet toezicht kredietwezen 1992 in verband met de invoering van bedrijfseconomisch toezicht op instellingen voor elektronisch geld (Stb. 330), in werking treedt. 2 artikel 4, tweede lid In afwijking van het eerste lid, treedt, in werking op 1 december 2002. 3 artikel 12 In afwijking van het eerste lid, treedtin werking op het moment dat het bij koninklijke boodschap van 20 februari 2002 ingediende voorstel van wet inzake de geldtransactiekantoren (Kamerstukken 28 229), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling Wtk 1992. 2002 120 27-06-2002 26-06-2002 FM 2002-860 2002 336 28-06-2002 25-06-2002 28189 01-07-2002