Besluit mandaat, volmacht en machtiging inzake heffing en invordering afdrachten op grond van de Mijnbouwwet
- BWB-id
- BWBR0015071
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2003-05-22 t/m 2007-01-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015071
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-inzake-heffing-en-inv
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-inzake-heffing-en-inv/2003-05-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015071&g=2003-05-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015071&z=2026-06-06&g=2003-05-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015071/2003-05-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-inzake-heffing-en-inv
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Economische Zaken; b. artikel 54, onder f, van de Mijnbouwwet de inspecteur: de functionaris, bedoeld in; c. artikel 54, onder g, van de Mijnbouwwet de ontvanger: de functionaris, bedoeld in. 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 22-05-2003 01-01-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 98, tweede lid, van de Mijnbouwwet Aan de inspecteur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor heffingen inzake afdrachten die verschuldigd zijn op grond van. 2 Aan de inspecteur wordt tevens mandaat verleend voor het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, gericht tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid. 3 De minister kan bepalen dat een inspecteur niet eerder beslist op een bezwaarschrift dan na voorafgaande instemming van de minister. 4 De inspecteur neemt geen beslissing op bezwaarschrift indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door hem krachtens mandaat is genomen. 5 Aan de inspecteur wordt tevens machtiging verleend tot het behandelen van beroepschriften en het voeren van verweer in de gevallen waarin beroep is ingesteld tegen een beslissing op bezwaarschrift die door een inspecteur namens de minister is genomen. 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 22-05-2003 01-01-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 98, tweede lid, van de Mijnbouwwet Aan de ontvanger wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor invordering van afdrachten die verschuldigd zijn op grond van. 2 Aan de ontvanger wordt tevens mandaat verleend voor het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, gericht tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid. 3 De minister kan bepalen dat de ontvanger niet eerder beslist op een bezwaarschrift dan na voorafgaande instemming van de minister. 4 De ontvanger neemt geen beslissing op bezwaarschrift indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door hem krachtens mandaat is genomen. 5 Aan de ontvanger wordt tevens machtiging verleend tot het behandelen van beroepschriften en het voeren van verweer in de gevallen waarin beroep is ingesteld tegen een beslissing op bezwaarschrift die door de ontvanger namens de minister is genomen. 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 22-05-2003 01-01-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De inspecteur en de ontvanger kunnen, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de onder hen ressorterende medewerkers. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken. 2 Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat als bedoeld in het eerste lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal en aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en aan degenen aan wie krachtens het besluit ondermandaat, volmacht en machtiging is verleend. 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 22-05-2003 01-01-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het krachtens mandaat ondertekenen van stukken geschiedt als volgt: De Minister van Economische Zaken, namens deze: (handtekening) (naam functionaris) (functie) 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 22-05-2003 01-01-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De uit dit besluit voor de inspecteur en ontvanger voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervangers, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging en wijzigingen daarvan. 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 22-05-2003 01-01-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2003. 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 22-05-2003 01-01-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging inzake heffing en invordering afdrachten op grond van de Mijnbouwwet. 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 2003 96 20-05-2003 13-05-2003 WJZ3010296 22-05-2003 01-01-2003